Monthly Archives: december 2025

Kweekwaarde, kwinkslagen en kwekkoe (epiloog)

Kweekwaarde, kwinkslagen en kwekkoe (epiloog)

Stamvorming

Tot mijn 65e gewoon duivenvermeerderaar met passie. Goeie duiven ontdekken op eigen hok, of goeie duiven aankopen bij liefhebbers, of op veilingen en er dan mee kweken. In mijn geval was het een duivenloopbaan met onderbrekingen en kweken met behulp van vrienden/ compagnons. De reden is bekend. Soms werden duiven ook aangeleverd als “testduiven”. Enerzijds is het spannend, om steeds andere “rassen” te testen, anderzijds geeft het een onbevredigend gevoel. Er is geen ontwikkeling en je bent afhankelijk van wat er afgeleverd wordt. “Brutus” kwam uit één van de vier eitjes, die ik in 2017 kreeg toebedeeld. Uit de andere drie eitjes kwamen duiven, die in de vergetelheid raakten. Een goeie, moet je gegund worden, hoor je vaak. Het kwartje viel niet meteen. In 2019 hadden we een duivin, die twee weken op rij de eerste speelde in overkoepelend verband. Enkele weken later ging ze op een rotvlucht verloren, maar “Brutus” kreeg zijn eerste plusje. Niet vanwege zijn adembenemende stamkaart, maar vanwege zijn eerste geslaagde proeve van bekwaamheid als kweker. In 2020 zette ik hem weer tegen dezelfde duivin en dat leverde twee asduiven op. Met name de zoon viel op door zijn regelmaat en rustige karakter. Deze “Brave” gaf meteen in ’21 een zoon, die zijn vader overtrof als vlieger. Dat beviel me, dat maakt het extra leuk. Wat goed is, komt snel. Meestal is het andersom. Heb je een goeie, die kinderen geeft, die net iets (veel) minder zijn. Nu zag ik het omgekeerde. Ik was niet bewust op zoek naar stamvorming. Het is me overkomen. Ik hou van asduiven, maar ook van “pointeurs”. Duiven, die in groot verband kunnen winnen. Met stamvorming kom je dichter bij je doelen. Kun je proberen goeie eigenschappen te verankeren in je stammetje. Je werkt gericht toe naar bepaalde doelen en het geeft veel voldoening, als er duiven opstaan, die de bevestiging geven, dat je op de goede weg zit.

Kwinkslagen

Gisteren hadden we in ons clubgebouw een “praatmiddag”. Een “duivencafé” rondom een grote tafel. Drie euro in de pot, drankjes, (warme) hapjes en gezellig bijpraten. Rein en Hans begonnen er enkele jaren geleden mee op een incidentele vrijdagavond in de wintermaanden. Het kost de kop niet, je bent er even uit.  Elkaar ontmoeten, informeren naar gezondheid van collega-liefhebber en partner, praten over ontwikkelingen in de sport en natuurlijk een beetje slap ouwehoeren. De kachel brandt en dat is goed tegen het vocht en je houdt de verbinding binnen de club in stand. Ook liefhebbers van andere duivenclubs zijn welkom. Ik ga er graag naar toe. Nico vertelde, dat hij bij de “a.p.k.” van zichzelf voor 92% was goedgekeurd. Werner kon het niet laten: “Dan moet je goed uitkijken voor die laatste 8%”. Frits haakte er op in, met een gezondheidscontrole van een ouder echtpaar. “Bloed, longen, hart, alles was o.k. volgens de dokter”. De liefhebber had nog wel een vraag aan de dokter. “Bij de eerste keer als mijn vrouw en ik intiem zijn, heb ik het ijskoud. Bij de tweede keer sex krijg ik het bloedheet. Is dat normaal?” De dokter moest het antwoord schuldig blijven en beloofde in de literatuur te duiken en seksuologen te raadplegen. Enkele dagen later kwam de vrouw van de liefhebber bij dezelfde dokter, voor hetzelfde onderzoek. Ook zij was 100% gezond. “Wat fijn, dat U nog twee keer per nacht de liefde bedrijft. Alleen sta ik voor een raadsel, waarom Uw man het eerst ijskoud heeft en bij de tweede keer bloedheet”. De vrouw kijkt de dokter verbaasd aan en antwoordt nuchter: “De eerste keer seks is half januari als het vriest en de tweede keer half augustus, als de mussen van de hitte  dood van het dak vallen”.

2026

Op zaterdag 3 januari is er de slotverkoop van de bonnenveiling in ons clubgebouw aan de Stinzenlaan 85 in Twello. Die verkoop loopt inmiddels op Duiven.net. Elkaar de hand schudden en wensen, dat 2026 een gezond en sportief uitdagend jaar wordt, onder het genot van een door de club aangeboden bakkie koffie met oliebol. Hans, van origine banketbakker, bestiert onze bar en wil de oliebollen zelf bakken. Een andere Hans, zei in een grijs verleden iets over de mooiste meubelboulevard van Nederland. “Komt U het even controleren”, was steevast de laatste zin uit de commercial, die altijd is blijven hangen. Oliebollen proeven. U bent zaterdagmiddag 3 januari vanaf 14 uur van harte welkom! Samen met Albert zetten we een duivenquiz in elkaar, waarbij we op zoek gaan naar de beste postduivenkenner(s) van de gemeente Voorst en wijde omtrek. Gratis deelname, mooie prijzen en publiciteit in de media. Oliebollen proeven, slotverkoop, een heuse duivenquiz en ander vertier. Daarmee is de middag goed gevuld. Komt U het even controleren? Gratis parkeren. Zegt het voort!  Graag tot ziens in Twello.

https://www.duiven.net/verkoop/?page=view&id=46
p.v. Steeds Verder
Stinzenlaan 85
7392 AD Twello
www.steedsverder.nl
contact@steedsverder.nl

Kwinkslagen, kweekwaarde en kwekkoe (20)

Kwinkslagen, kweekwaarde en kwekkoe (20)

Overhouden

Op eigen hok hadden we honderd jonge duiven geringd en er vier bijgehaald van elders afgelopen jaar om mee te vliegen. We hielden er zegge en schrijve 40 over. Met hangen en wurgen, want na het seizoen kregen we er nog een paar terug na weken van omzwerving en die zijn in deze getallen verrekend. Als ik zeg veertig procent over, dan hou ik het royaal aan. Voor ons zijn die percentages niet zo belangrijk. Ik hou liever vijf echt goeie duifjes over, dan veertig “gewone”. Voor 95% van de liefhebbers is overhouden wel heel belangrijk. Binnen de eigen club, hoor ik liefhebbers die amper een handvol jonge duiven over gehouden hebben en die zijn dan nog niet eens echt aan de tand gevoeld. Dat is desastreus voor de toekomst. Het afgelopen jaar hoorde ik overal in den lande pessimistische geluiden. Calis sr. uit Bussum, door de wol geverfd, gaf me een verdwaald duifje door en klaagde zelf steen en been over de ongekende verliezen. Over de oorzaken van de verliezen ga ik me hier niet uitlaten. Ik herinner me de komst van Cor Buis sr. op de hokken van Freek Romein, na diens overlijden in 1988. Het overhouden van jonge duiven was toen in onze contreien al een groot probleem en hok Romein vormde niet bepaald een uitzondering. “Ik snap daar niks van”, zei de Bovenkerker. “Bij ons in Aalsmeer verspelen we heel weinig jonge duiven.” Aan zijn lichaamstaal zag je, dat hij er alle vertrouwen in had het tij te kunnen keren, toen hij aantrad als hokverzorger bij Hillie. De realiteit was teleurstellend. Ook Buis kon nauwelijks duiven over houden. “Ik begrijp er helemaal niks meer van”, schuddekopte hij. Het was duidelijk geen kwestie van “domme boeren” in afd. 8.

Veluwemassief

De GOU is opgedeeld in vier regio’s. ZO en ZW zijn de twee zuidelijke regio’s. In dit werkgebied grote steden als Nijmegen en Arnhem, met relatief weinig duiven. De stad Zutphen met twee verenigingen vormt de noordelijk begrenzing van vlieggebied ZO. Laatstgenoemd vlieggebied is langgerekt, met een verschil van zestig kilometer tussen de kortste en langste afstand. De afstand in de totale GOU bedraagt trouwens van uiterst zuid tot uiterst noord ongeveer honderd km. In GOU Zuid o.a. het vlakke rivierenlandschap van de Betuwe, met uiterwaarden en polders. De twee noordelijke regio’s zijn NO en NW. Rijdend over de A50 ga je bij Heteren de Rijnbrug over en daar doemt ineens het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland op: de Veluwe. De Posbank (90 mtr) en de Zijpenberg (112 mtr.) zijn “molshopen” in het landschap, maar onze postduiven hebben ontzag voor dit uitgestrekte bosgebied, waar ze niet graag overheen vliegen. De duiven van regio NW zoeken liever de Gelderse Vallei op, waar ze op een gegeven moment in een strook vliegen met links Veluwemeer en rechts de Veluwe. Hier trekken de duiven van Harderwijk, Nunspeet, Elburg, IJsselmuiden en Genemuiden heen om thuis te geraken. De duiven van regio NO zullen de IJsselvallei opzoeken. Deze trekrichting volgen de duiven richting Doesburg, Brummen, Zutphen, Deventer en Wijhe. In mijn optiek is het bepalend hoe de duiven het Veluwemassief naderen. Vliegen ze vrij westelijk, dan zullen ze zonder omwegen de eerder genoemde trekroute kiezen, zonder tijdverlies. Zitten de duiven wat oostelijker, dan hebben de duiven, die de IJsselvallei volgen voordeel, want ze hoeven de Veluwe nauwelijks in oostelijke richting te omzeilen, waardoor ze tijdwinst boeken.

GOU Noord

Een uitslag van GOU Noord geeft een beeld van hoe de duiven het Veluwemassief benaderd hebben. Volgden de duiven een vrij westelijke koers, dan overrompelt regio NW de uitslag. Afgelopen jaar vlogen we op 30 augustus Soissons. NW had 2160 duiven in concours en NO 805 duiven. De duiven gingen om 12.30 los, de temperatuur was rond de 22 graden en de wind was ZZW. Door west in de wind, heb je hoop, dat NO nog een klein beetje kan meesnoepen. Dat valt niet mee. In de uitslag GOU Noord 97 duiven van NW en 3 duiven van NO. De top 3 van regio NO klasseert zich in Noord als 34e (Blankestijn Apeldoorn) en 93e en 95e (John Romein Twello). De conclusie voor een buitenstaander zal misschien luiden: beste liefhebbers in NO, jullie moeten betere duiven aanschaffen. Dan trekken we het wat breder. Eijerkamp is in mijn ogen de beste liefhebber van Nederland. Ze hebben de beste duiven van Gebr.Janssen, van Louis van Loon, Leo Heremans, Verkerk, Koopman, de Bruin en Leideman. Hoe presteerden zij op die vlucht t.o. regio NW? Er ontstaat een onrealistische werkelijkheid. Als team Eijerkamp de eerste duif klokt, heeft Barcelonafenomeen (!) T. Koele en Zoon in Wezep al dertien duiven voor Eijerkamp op de uitslag van de totale GOU. Henk Scheffel uit Elburg heeft er zelfs twintig voor Eijerkamp. En voor alle duidelijkheid: Eijerkamp speelde gewoon als vanouds. De top 10 in Zuid zit weliswaar volledig aan de westkant, maar Eijerkamp speelt in eigen kring gewoon 5 duiven in de top 10. En op eigen hok in Gietelo? Bij de inkorving voor deze vlucht stond José 1e bij de asduiven over alle jonge duivenvluchten in de kring.  Het nestzusje stond 1e op de midfond. Wat gebeurt er op deze vlucht? Haar favorietjes zitten bij de eerste duiven op eigen hok, maar ze komen allen uit noordwestelijke richting retour en José gaat er volledig onderdoor. Buiten concours! Lorena Gijsberts uit Voorst, behorend tot de besten, speelt vijf schamele prijsjes met 37 duiven mee. Buurman Sando Verbeek speelt net één duifje helemaal in het staartje van de uitslag. Speel je voor een (nationaal) kampioenschap, dan zijn zulke uitslagen heel frustrerend en demotiverend. In GOU Noord speelt het Veluwemassief een overheersende rol bij het verdelen van de prijzen. Denk nu niet, dat de op één na laatste jonge duivenvlucht in 2025 een uitzonderlijk voorbeeld is. Ik kreeg bij de oude duiven een uitslag onder ogen, die nog veel huiveringwekkender is. Eijerkamp speelt in het eigen vlieggebied een overheersende rol en als ik hen opzoek in de GOU-uitslag, staan ze niet bij de eerste duizend (slik). Pal achter de 37e (!) duif van liefhebber Scheffel in Elburg staat de eerste duif van team Eijerkamp. Ik verzin het niet. Afgelopen jaar hielden de liefhebbers uit Deventer het na vijf jonge duivenvluchten voor gezien. Een veeg teken en heel slecht voor de sport. De reden laat zich raden. Ze voelden zich kansloos, wilden niet alle junioren verspelen en de duiven geen verkeerde gewoonten (vlieglijn) aanleren. Nu we voor een herindeling van de afdelingen staan, hopen we  verlost te worden van de combi NW/ NO. Dat is een onmogelijk samenspel, vanwege de twee ver uit elkaar liggende trekgebieden en het tussenliggende Veluwemassief, waar de duiven liefst met een boog omheen vliegen.

Vlieglijn

Een jaar of drie geleden, voor de komst van veertigers Sando, Lorena/Johan en Bob naar onze omgeving, speelde ik op een openingsvlucht 45 junioren in de top 100 (7 verenigingen). Dat kan alleen als alles meezit, ook de vlieglijn. Als ik nu de eerste speel in de kring en Sando is tweede, Lorena derde en Bob vierde, dan denken sommigen, dat in Voorst de beste duiven zitten. Toen twee jaar geleden de tien jonge asduiven in de kring uit Voorst kwamen, ging ik er bijna zelf in geloven. Gelukkig weet ik wel beter. Ik heb vele regiowinnaars op het hok gehad, die aan het eind van het seizoen uitgeselecteerd werden. Het voorbije seizoen had ik een jonge doffer, die met een snelheid van ongeveer 1150 mtr. de eerste won in GOU Noord. Toen Johan Gijsberts een uur later belde met de mededeling, dat hij nog geen veer thuis had, wist ik dat de winnaar een bijzondere prestatie verricht had. Zo’n duif is het waard om meteen op het kweekhok te plaatsen. Duivensport is eigenlijk een oneerlijke sport. Soms wordt een winnaar in een zetel thuis gebracht. Dan wint een duif, die in een groep van tien arriveert de eerste prijs, omdat ze toevallig als eerste geconstateerd werd en de omstandigheden gunstig waren. Daar kijk ik dan toch anders naar. Op eigen hok vertrouw ik op “the big five”. Vijf doffers, die in rechte lijn van elkaar afstammen. Ze wonnen vluchten en asduiftitels en geven kinderen, die hetzelfde kunnen. Als de oudste de beste is en de jongste de minste, boer je achteruit. Ik denk, dat de jongsten me het meeste vertrouwen inboezemen. De jeugd heeft de toekomst. De vorige keer, had ik het erover. Stamvorming.  Zorgen voor uitstekende kweekduivinnen, die fris bloed toevoegen en dan oppassen, dat je niet te nauw gaat intelen en de vitaliteit ondergraaft. Voor mij een nieuwe uitdaging. Zoeken naar unieke kwaliteit, proefkoppelen en dan beenhard selecteren. Tien keer is het blik, het gaat om die ene keer goud, waarmee je verder kunt. Zo blijft duivensport toch interessant en de moeite waard. Als een idioot achter elke hype en mode aan hollen en je leeg laten schudden, dat laat ik graag aan anderen over. Gewoon je eigen plan trekken en je “boerenverstand” gebruiken. Hans Eijerkamp werd er 91 jaar en groot mee. Veel geluk en gezondheid gewenst in het komende jaar en een goeie kweek! (tot volgend jaar) 

Naschrift: Hoewel de regio’s NW en NO in mijn optiek een onmogelijk huwelijk vormen door de twee verschillende vliegroute’s, met daartussen het Veluwemassief, is mijn respect voor de topspelers in NW onverminderd groot!                   

Kwinkslagen, kweekwaarde en kwekkoe (19)

Kwinkslagen, kweekwaarde en kwekkoe (19)

Zutphen

Mijn duivensportloopbaan begon in Zutphen. Eind 1970 zou ik achttien worden en rond dat moment meldde ik me aan bij Appie Derks aan de Baankstraat om lid te worden van p.v. “de Hoven”. Ik bewaar er goeie herinneringen aan.  De club had net een eigen clubgebouw met bar en de gezelligheid vierde hoogtij. Met Appie Derks had ik een goeie band. Hij nodigde me uit op zijn hok en pakte dan duiven van de vloer, die hij me in handen gaf. Hij blies de veertjes rond het borstbeen weg en toonde me schoon borstvlees met een vormstip. Ook wees hij me op vetvlekken aan het eind van de buitenste slagpennen. “Zo moeten ze er uitzien, dan kun je kruisjes zetten op de poulebrief”. Appie was een echte nestspeler en geboren met een duif in het hart. Die eerste jaren in de duivensport waren een leerschool en de deelname aan de vluchten ging met vallen en opstaan. Ik probeerde het met name met opvangers uit mijn puberjaren. Duitsers en Belgen, die soms te oud waren, of te lang niet gevlogen hadden. Wist ik veel? Bij “de Höve”( denk aan höken), zoals de volksclub in het stadsdeel genoemd werd, zaten vogels van allerlei pluimage. Vaak met een bijnaam. Ik herinner me namen als “Zwarte Cees”, “de Pelle”, “de Böörd”, “Torres”, “Keumes”, “Kleine Reus” en  “Sjimie Sjenko”. Een mooie tijd, die in 1974 onderbroken werd door militaire dienst. Een half jaar opleiding in Bussum en toen nog twaalf maanden als onderofficier naar Seedorf. De tijd van de “koude oorlog”. De duiven moesten weg en in de week, dat ik in dienst moest, verhuisden mijn ouders.

p.v. “Zutphen”

Mijn eerste onbeduidende schreden in de duivensport, zette ik in volkswijk “de Hoven”. Vandaar is de overgang over de IJssel via de “oude brug” een peulenschil. Gisteren maakten Sander en ik de oversteek, om de verkoop van bonnen bij de fusieclub bij te wonen. Het was regenachtig en een verzetje op zijn tijd is niet verkeerd. Ik wilde Bas, die meestal achter de bar staat, bedanken voor de bon, die ik enkele dagen eerder bietste. Bas was grieperig, hoorde ik. Carolien, de echtgenote van voorzitter Wilfred uit Empe, stond nu achter de bar. Ze is de enige zus van de beste vriend van mijn jongste broer. Afgelopen zomer was ik bij haar thuis om een totaal afgevlogen jonkie van ons op te halen. Terwijl Wilfred zijn zaak runt, doet Carolien het leeuwendeel in de verzorging van paarden en duiven. Je kunt het slechter treffen! Ferry schoof op zeker moment een biertje onder mijn neus. We zijn beiden van 1952 en een klein beetje “soulmates”. Ferry is een bijzondere, maar wel een op en top liefhebber. Speelde zijn hele leven op diverse onderdelen in de duivensport op hoog niveau. Was nationaal kampioen dagfond en blijft ook zonder duiven gepassioneerd liefhebber. “Clapton” noemde ik hem in het verleden vaak. Vanwege uiterlijke overeenkomsten, maar ook vanwege geestelijke gelijkenis. In het boek over George Harrison, dat ik momenteel lees, duikt zijn goeie vriend Eric Clapton regelmatig op en bevestigt het beeld. Een geweldige gitarist, maar ook een rusteloze, rare snijboon. Of kapper Ferry gitaar speelt, weet ik niet. Bij de club in Zutphen was het net iets te rustig, om echt gezelligheid op te roepen. Enkele jaren geleden zaten er Jan Addink en zijn vrouw en duivenhoudende zonen, Jan Rademakers, die van plan was 100 te worden, Toon Waanders uit Voorst, Appie Mensink en natuurlijk de medewerkers van Eijerkamp. Dat is voorbij. Met Appie Jurriëns kan ik goed over duiven praten, net als met Albert uit Eefde. Ook Johan Boesveld sprak ik nog even, net als Sjoerd Duteweerd en zijn maatje uit de omgeving van Wijhe. Die contacten, soms kort en vluchtig, zijn belangrijk. Veel meer zat er niet in, want Albert en Wilfred moesten tussen de bedrijven door natuurlijk 82 bonnen aan de man/ vrouw brengen. Bij het voorbieden via GPS, stonden die bonnen al royaal boven de tien rooitjes, dus van stress was geen sprake. Nadat we afscheid hadden genomen van Chris en Marinus, togen we (lees Sander) met een fles Korn en een zak duivenvoer onder de arm huiswaarts. Mijn nieuwe knie moet nog wennen aan mijn gammele linkerbeen en we hadden een alibi voor het thuisfront.

Stamvorming

Mijn hele leven stond in het teken van duiven. Tot mijn 36e was het vooral een leerschool, maar na het winnen van het jonge duivenkampioenschap in het noordelijk deel van afd.  Salland in 1989, kreeg ik de smaak te pakken en kon het met vallen en opstaan geleerde in praktijk brengen. Met dankbaarheid denk ik terug aan bijzondere duiven uit de vorige eeuw. Aan de ’70 bijvoorbeeld. Won met voorsprong een eerste prijs op een zware midfondvlucht. Het feest ging echter niet door, want de verplichte knikker in de klok zou ontbroken hebben. Omstanders meldden me later, dat die knikker gewoon op de grond gevallen was bij het omkeren van het ronsel. Ik was teleurgesteld, maar een week later deed de ’70 het op een zware vlucht gewoon dunnetjes over. Zo’n duif vergeet je nooit. Een dominante “vrouwenversierder” op het weduwnaarshok, maar bij kopwind en pittige omstandigheden op de midfond en dagfond kon ik op hem rekenen. De ’70 was een oomzegger van de fameuze “Tornado” van Dik de Boer. De ’30 deed weinig onder voor de ’70. Als jonge duif al vroeg op Orleans en later vormde hij een uitstekend getekend duo. De ’30 stamde uit een zoon van de stamduif van Jan Suijkerbuijk en een dochter van de “Autowinnaar 01” van Bertie Camphuis. Topduiven komen vaak uit toplijnen! In die periode was ik nog niet bezig met stamvorming. Het is moeilijk om uit hele goeie duiven ook weer hele goeie nazaten te fokken. Soms missen de toppers de kweekpotentie, soms is het de onbezonnenheid en onervarenheid van de liefhebber. In het jaar dat ik 65 werd, veranderde er iets, zonder dat ik er erg in had. In 2017 kreeg ik van Hans vier eitjes. Mogelijk was het de beloning voor een klus,  dat weet ik niet meer zeker. Het werden twee nestbroers en twee nestzussen. Ze kwamen bij Albert te zitten en in 2018 mochten ze uitgroeien tot postduiven. Een jaar later kreeg ik de eerste jongen eruit aangeleverd. Uit één van de nestbroers kreeg ik een duivin die een 1e in de kring won en een week later dit kunstje herhaalde. Daar hou ik van. Het ouderkoppel kwam in 2020 opnieuw tegen elkaar te staan. De eerste twee jongen waren een vale doffer en een blauwe duivin. De doffer vloog constant en maakte de meeste prijzen. Hij werd 7e asduif in de kring en zijn nestzusje werd 3e asduif kring/ regio. De jonge vale kreeg de naam “Brave” en zijn vader verdiende de naam “Brutus”. We waren tevreden, maar aan stamvorming dachten we geen moment. Uit de “Brave” kweekten we in 2021 “Ernst”. Een hele rustige blauwe doffer, die het als bewoner van het net in gebruik genomen kasthok tot 1e asduif kring bracht met negen prijzen. Dat was, wat de Duitsers een “Aha-Erlebnis” noemen. Een jonge, onrijpe duif, die het zonder partner en zonder nestje gewoon beter doet dan alle gemotiveerde hokgenoten. Die kant wilde ik uit. In 2022 gaf “Ernst” op zijn beurt een formidale nazaat, gepaard aan de dochter van “Olympic Frank”. Met twee overwinningen in de regio en vier top 5 klasseringen in groot verband, plaatste ik deze “Cor” in het rijtje “Axel”, “Garfield” en “Olympic Frank”. Dan ga je nadenken en stamkaarten bestuderen. Vaak zie je dat een topper redelijke nazaten geeft en de kleinkinderen zijn dan “doorsnee-duiven”. Je bent gewoon terug bij “Af” en ontvangt geen bonus, zoals bij Monopoly. Nu zag ik het omgekeerde: een goeie doffer geeft een betere zoon en die geeft een nog betere nazaat. Daar heb ik mijn hele duivenleven van gedroomd! Bij “Brutus” begint het. Dat hij een gedroomde stamkaart had, wist ik vanaf 2017, maar ik word daar niet zo snel koud of warm van. Pas als er goeie nazaten uitkomen, krijgt de stamkaart waarde. “Brutus” heeft twee beroemde grootvaders. Aan de ene kant “Nieuwe Olympiade” en aan de andere kant “Ché”. “Nieuwe Olympiade” was gepaard aan “Celena”. Een formidabele duivin met 1e  NPO Peronne tegen 14.253 duiven, 3e NPO Orleans tegn 5.783 duiven, 11e Nat. Blois tegen 17.591 duiven, enz.  Een oma om trots op te zijn. De andere oma is een kweekduivin uit de “Don Leo/ Chicago” lijn. Overwegend van Loon. Heb je de goeie lijn te pakken en is er aanleiding om aan stamvorming te doen, dan is het zaak om de goeie genen vast te houden. Via Eijerkamp kwamen er duiven uit de beste lijnen van Willem de Bruin/ Leideman. De moeite waard om mee te experimenteren. Toch is het geen gelopen koers. De beste “aanpassers” tot heden zijn teletekstduivin “José” (lijn “Bartoli/ Celena”), waaruit “Ernst” kwam en een halfzus van wonderduivin “Zoë” (1e F.C.I.) van Eijerkamp-Paalman, die afgelopen jaar GOU Noordwinnaar “Sander” opleverde. Ook onze 1e asduif kring 2025 “Erna 888” en haar nestzusje “Ernie 887” (3e asduif mf kring) zijn nauw verwant en steevast produkten van stamvorming op dezelfde stamvader.

Moraal

Als je duiven kweekt en doet aan stamvorming, dan worden het nog meer je “kinderen”. Stamvorming heeft alleen zin, als de stamduif prépotent is en zijn goeie eigenschappen gemakkelijk doorgeeft aan het nageslacht. Hoe meer topduiven in het voorgeslacht (met name ouders en grootouders), hoe beter. Er is dan sprake van genenstapeling. De kunst is om passende duiven te vinden, die de kweekwaarde versterken en niet verzieken. Wordt een 8 een 9 in de volgende generatie, dan zit je op fluweel. Wordt een 8 een 7, dan moet je snel ingrijpen. Bij ons is sprake van patriarchale stamvorming. Dat hebben we niet bedacht, maar is zo gelopen. Een groepje doffers, die in rechte lijn van elkaar afstammen, zorgen voor de 1e prijswinnaars en 1e asduiven. De eigenschappen, waar je op selecteert, bepaal je zelf. Wie aan stamvorming doet, moet balanceren en vlijmscherp selecteren. Enerzijds de allerbeste nakomelingen terugkoppelen op de stam, anderzijds “fris” bloed zoeken, waarmee je vooruit boert. Nooit vertrouwen op topduiven uit andere afdelingen, waar andere condities en omstandigheden zijn. Alleen als ze hier een proeve van bekwaamheid afgelegd hebben, neem ik ze serieus. Duiven waar qua bouw, of qua gedrag iets op aan te merken valt, elimineren. Een echt goeie duif, is glad, slim en goedgebouwd. Andersom geldt dat niet, dus eerst zien, dan geloven. Oog en mand liegen niet. Wie te veel in zichzelf gaat geloven en denkt de wijsheid in pacht te hebben, gaat gegarandeerd de bietenbrug op. Blijf nederig!  (wordt vervolgd)