Hoop, geloof en liefde 2016
Hoop, geloof en liefde (17)
2016: Hoop, geloof en liefde (17)
Hoop, geloof & liefde (17)
Duivenweekend
Afgelopen vrijdag hield “Steeds Verder” haar traditionele bonnenverkoop. Een tentoonstelling zit er niet meer in, vanwege gebrek aan animo. Enerzijds jammer, want het bracht “reuring” en gezelligheid. Bram verzorgde de teksten in de catalogus en had de regie. Voorzitter Jan zorgde voor het drukken en verdelen van de boekjes, Hans voor de oliebollen, Adrie voor de bar en zo droeg ieder zijn of haar steentje bij. Bram vroeg me, of ik ook een deel van de bonnen zou willen verkopen. Net als vorig jaar. Eigenlijk is het gekkenwerk om de bonnen in je eentje te verkopen. Je moet heel snel omschakelen, attent blijven en er zijn altijd bonnen bij waar je niet zo veel van kunt vertellen. Je kent niet alle schenkers persoonlijk, weet soms ook niet met welke duiven ze vliegen en dan wordt het een vlak en onpersoonlijk praatje. Als je met z’n tweeën bent, heb je telkens een korte adempauze, heb je gelegenheid om een slok water te drinken en de volgende bon in je op te nemen en hoef je bonnen die je niet liggen niet te verkopen. Ook het aanprijzen van je eigen waar kun je aan je medeverkoper over laten. Ideaal! Het was een gezellige avond met een leuke opbrengst voor de club.
Feestmiddag Doornspijk
De gezamenlijke prijsuitreiking van regio 1 en 2 vond plaats in Doornspijk. Ondanks code oranje en gladde wegen, viel de opkomst zeker niet tegen! Dat was fijn, want de bestuurders van noordwest en noordoost hadden hun best gedaan om er een mooie middag van te maken. Deze keer was Albert met me mee gegaan. Natuurlijk was clubgenoot John Romein met zijn maatje Aart Bronkhorst er ook. John is deze winter overal het mannetje. Wat een seizoen heeft hij achter de rug! Hij is het levende bewijs, dat je met drie superduiven vrijwel onklopbaar bent in alle competities en kampioenschappen. Vaandeldrager en vlaggeschip was natuurlijk zijn “Messi”. Zowel op de vitesse als midfond was deze superdoffer een klasse apart. Bij FC Barcelona vormen Messi, Suarez en Neymar en supertrio. Dat gaat bij John, die overigens een voetballiefhebber (Feyenoord) is, niet op. Op zijn hok zijn het twee duivinnen die het supertrio completeren. “Michelle”, de moeder nota bene van “Messi” en “Eline”. Deze “Eline” heeft al twee fantastische jaren achter de rug. John zette haar op het kweekhok, maar plaatste haar later toch terug op het vlieghok. Als vierjarige duivin werd ze in de eigen club zowel op vitesse, midfond als natour derde duifkampioen, telkens achter hokgenoten. Afgelopen najaar kochten we een laat doffertje van “Eline”. Later regelde Albert, die goed met John is en hem vaak helpt op computergebied, nog een duivinnetje. Je hoeft echt niet vermogend te zijn om aan goed materiaal te geraken! In Doornspijk zaten we aan tafel met good old Gerrit Veldhuis (80 plus), zijn chauffeur Meindert Derksen (40) en Bessel, Bessel en Bob. Goede verstaanders weten dan, dat ik de familie van Zeist uit Apeldoorn bedoel. Zij vormen het zoveelste bewijs, dat je als team elkaar aanvult en versterkt. Leuke tafelgenoten bovendien. Vader Bessel (65) is ongeveer van mijn leeftijd en de zonen zijn dertigers. Als combinatie stralen ze ambitie en gedrevenheid uit!
Naast me zat Aart Bronkhorst. Aart heeft het nodige achter de kiezen en het afgelopen jaar kreeg hij te maken met ernstige gezondheidsproblemen. Gelukkig zijn de doktoren in Amsterdam de laatste tijd goed te spreken over zijn genezingskansen en is Aart zelf optimistisch en positief. Prachtig nieuws aan het begin van een nieuw jaar!
Nieuwe ronde, nieuwe kansen
Bram was zaterdag gewoon thuis. Hij had zijn kweekduiven op vrijdag samen gezet en was zaterdag druk met zijn vliegkoppels. De duiven waren er aan toe, volgens Bram. Begin maart kan ik in Appen de eerste lichting van Bram verwachten. Albert wacht nog even. Zijn kweekkoppels zitten nog maar net op een ander hok en moeten daar eerst aan gewend raken. We hebben 12 beoogde kweekparen (zie site) en daarnaast zitten 12 “schaduwkoppels”. Albert wil de eieren van de kwekers na een dag of wat verleggen en ze vervolgens opnieuw op eieren laten komen. Het betekent, dat de eerste en tweede ronde een halve maand in leeftijd zullen verschillen. In de praktijk zal dus de uitwenperiode in Appen bekort worden en dat is met het oog op de haviken niet verkeerd. Zelf geniet ik altijd van het samenstellen op papier van de kweekparen. In het najaar ga ik vaak naar bed, met in mijn hoofd de kweekduiven. Allerlei combinaties schieten dan door mijn hersenen. Eigenlijk weten we er geen bal van, maar je hebt de illusie dat je alles zelf in de hand hebt. In mijn jonge jaren verslond ik alles wat er ooit over duiven geschreven is. John Lambrechts was in die jaren een gezaghebbende auteur. Ik geloof in het belang van rijkgekleurde, sprekende ogen en probeer op dat vlak te compenseren. Uit twee fletse bleekogers (“schijtogen”) hoef ik ze niet. Ons kweekhok staat nog in de kinderschoenen. Een echte stamduif hebben we (nog) niet. ’t Is vooral zoeken naar de ultieme duif waar we mee verder willen. In veel van onze duiven zit “de Oude Knoedel”. “Toos” (regiowinnares Laon) en “Yvonne” (8e asduif GOU) behoorden tot de beste jongen van 2017. “Toos”, een kleindochter van “Jurriaan” zette ik bewust terug op haar grootvader. En “Yvonne”, ook meerdere keren met “de Oude Knoedel” in het voorgeslacht, wordt de gedroomde partner van “Texas Homer”. Niet toevallig is dat een kleinzoon van de “Oude Knoedel”. “Marga” en “José”, de beste “Brammetjes” van 2016, worden gekoppeld aan twee kleurrijke broers. Daar zit een filosofie achter. We beogen “variatiebreedte” via de uiterlijke verschijningsvorm, compensatie van de ogen en we brengen “de Oude Knoedel”, Hans Hak en het beste van Bram samen. Het is een gok, een gevoel, een droom en mogelijk een illusie. Als het echter een succes wordt, gaan we op het kweekhok ergens naar toe. Worden de mogelijkheden in 2018 vergroot en komt stamvorming dichterbij. Daarnaast proberen we nieuwe kruisingen uit. Via John Romein, Nico-Jan Koenders, Henk Bussing, Erik Plant e.a. Uitgangspunt is, dat we alleen interesse hebben voor het allerbeste van een hok. Liefst in zuivere vorm, want kruisen kunnen we zelf! De kunst is om met een beperkt budget je doel te bereiken.
Doelstelling
Sinds 2009 zijn we bezig op ons kweekhok. Eerst uitzoeken wat we willen, dan kijken wat er bij je past en wat aanslaat. De roofvogels zijn een sterk belemmerende factor in onze situatie. Dat is een gegeven. Paratyphus kan je strategie ernstig verstoren, daar zijn we ook achter. Als je een doel en een visie hebt, weet je dat de weg die leidt naar ultieme vervulling, is bezaaid met voetangels en klemmen. Het is worstelen en weer boven komen. Uithuilen, de rijen sluiten en weer doorgaan. Soms is het mieren en martelen en soms gaat het van een leien dakje. Als we in de zomermaanden tijdens de vluchten weer samen genieten van de terugkeer van onze duiven, Rinie de duiven van ver als stipjes ziet naderen en wij genieten van de laatste tientallen meters, dan weten we weer waar we het voor doen. In vervoering en extase geraken, als de duiven als kanonskogels arriveren en vroege prijzen pakken. Wat zou wijlen Jan Littink genoten hebben als hij erbij was geweest. In gedachten hoor ik het zeggen: “Man, duivensport is het mooiste wat er bestaat!” Om successen te boeken, moet je echter harder lopen dan je duiven vliegen is een uitspraak van fondman Hans Bierhof. Het is allemaal waar. Zonder hoop, geloof en liefde wordt het echter niks! (wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (16)
2016: Hoop, geloof en liefde (16)
Hoop, geloof & liefde (16)
Team Freek Wagenaar is amper een feit, of er is al een eigen site! Albert is handig met de computer en voor hem is zoiets een fluitje van een cent. Bram maakte me op de geboorte attent. Een leuke verrassing. Ook de kweekkoppels voor 2017 staan er op. Het zal de buitenstaander opvallen, dat we veel vertrouwen hebben in de duiven van Hans Hak en hun overwegend onbevlogen nazaten. Dat is een gok. Zo komen we snel achter de waarde van deze duiven. Een leuke bijkomstigheid is, dat “de kleurtjes” goed vertegenwoordigd zijn. Valt de kweek uit onze “Hakjes” tegen, dan sturen we eind 2017 meteen bij. Ons gezamenlijk kweekhok in Twello is relatief jong. We begonnen in 2009 en in dat jaar werd “Jurriaan”, die ik kreeg van Martin & Joke Geven, onze eerste kweekduif. Meteen na de start 1e asduif GOU en 2e WHZB. Een droomstart! Helaas was het niet elk jaar feest. Soms was geen enkele duif goed genoeg om tot kweker bevorderd te worden. Om de kweekstal uit te breiden kochten we via internet her en der duiven die iets beloofden. Helaas waren het meestal loze beloftes. Duiven kwamen en gingen en rond 2014 sneuvelden met name diverse aankopen door paratyphus. Een sluipmoordenaar. We werden weer teruggeworpen. In de zomer van 2015 kochten we zes zomerjongen bij Hans Hak in Maurik. Waarom Hans Hak? ’t Is een liefhebber met een eigen stammetje, in hoofdzaak gebaseerd op één kweekkoppel. Geen moderas, want daar heb ik niets mee. Wel een basis afkomstig van één der sterkste hokken op de dagfond: Braad-de Joode. Wie de erelijst ziet van “Iniësta”, “888” of “Nick”, ziet prestaties die je maar weinig ziet. Veel kopprijzen en regelmatig Teletekst! Ik besprak e.e.a. met Albert en zocht Hans op in Maurik. Net als Kees de Joode verdient Hans zijn brood op de steiger als metselaar. Ik bestelde een zestal zomerjongen, had voorkeur voor duivinnen en wilde ze uit de toppers. In de zomer van 2015 haalde ik ze op. Al vrij snel werd duidelijk dat het vrouwelijk ogende schimmeltje een doffer was. De overige vijf bleken inderdaad duivinnen zoals Hans ze uitzocht. In 2016 betrokken we onze nieuwe aanwinsten bij de kweek. Dat werd aanvankelijk geen meevaller. Eentje wilde niet leggen, een ander had de eitjes schier en weer een ander had andere pech. Een schamele oogst derhalve. Uit het schimmeldoffertje hadden we ook maar één jonkie. Deze krasduivin, later “Yvonne 116” gedoopt, bracht het tot 8e asduif van de GOU. Dat was een meevaller, gelet op het geringe aantal halve “Hakjes” waarmee we startten. Ik vergat nog te zeggen, dat we ze kruisten op eigen duiven. Later in het seizoen, toen al duidelijk was dat de “116” tot mijn favorietjes behoorde, kweekte Albert nog wat latere jongen uit het ouderkoppel. Een schimmel, een roodkras, twee valen, een bijna witte en een lichtkrasje, net als de “Yvonne116”. Deze jongen hebben we weloverwogen en op goed geluk gekoppeld, soms met een rechtstreekse van Hans. Aangezien we een beperkt aantal kwekers hadden (door paratyphus en een strenge selectie) nemen we met deze onbewezen duifjes een grote gok. We hebben deze keuze samen gemaakt en zijn benieuwd hoe het uitpakt.
Nico-Jan
Enige weken geleden kochten we via internet een duivin van Nico-Jan Koenders. Het duifje was mijn persoonlijke favoriet en desgevraagd bleek het ook in de ogen van de verkoper met stip genoteerd aanrader nummer één. Soms heb je dat. Het is geen garantie, maar het is geen slecht voorteken. Toen de duivin aangeschaft werd, hadden we onze kweekkoppels op papier al gezet. U begrijpt, dat de Koendersduivin de plek van één van de twaalf beoogde kweekduivinnen gaat overnemen. Ik heb een voorstel, maar moet dit nog met Albert bespreken. Meestal doet Albert niet moeilijk en is hij meegaand als het om koppelideeën gaat. Met twee kapiteins op één schip kom je er niet! Ik heb hoge verwachtingen van “Nicolientje”. Datzelfde geldt voor het duivinnetje, dat ik haalde bij Henk Bussink in Zetten. Ze blijft in Appen en wordt gezet tegen het late doffertje van John Romein uit “Eline”. Naast de junioren van Albert en Bram, zullen er straks als alles meezit enkele blauwe jongen zitten van mijn eigen en enige “kweekkoppel”. Ik lijk warempel Jan Suijkerbuijk wel!
(wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (15)
2016: Hoop, geloof en liefde (15)
Hoop, geloof & liefde (15)
Soms heb ik ineens zin om iets toe te voegen aan de site van Albert. Postduiven beheersen een belangrijk deel van mijn leven. ’s Nachts droom ik over duiven. Soms over andere dingen. Van extreem goeie duiven word ik opgewonden. Van goeie duiven word ik blij. Het afgelopen seizoen hadden we als team enkele goeie duiven. Duivinnen zowaar. Op eigen hok kende ik dit niet. Altijd waren mijn beste duiven doffers. De duivinnen deden hun best, vlogen behoorlijk regelmatig en waren op lokaal niveau en in de kring Apeldoorn top. Dan is het prettig wachten op je duiven. Voor thuiskomst van de duiven ben ik gespannen. Dat zal elke rechtgeaarde liefhebber zijn, denk ik. ’s Nachts voor de thuiskomst van een vlucht slaap ik meestal onrustig en wordt vroeg wakker. In 2016 manifesteerde zich “het teamgevoel”. Albert kweekte dik veertig jongen, Bram bracht de andere helft, Rinie Vos was er elke zaterdag bij en ook jeugdvriend Jaap Hupkes werd een enthousiaste volger. Ik merkte voor het eerst bewust hoe fijn het is als je de sport kunt delen. Elk jaar voel ik me weer bevoorrecht als moeder Toos op zaterdag haar positie inneemt met schipperke “Trijntje”. Als er een vliegtuig van Teuge over komt en moeder opveert en roept: “Daor kump der ene”, dan wordt er gelachen. Haar ogen zijn niet te best, maar de schaduw van alles wat beweegt in de lucht, ontgaat haar niet! Gelukkig hebben we Rinie in ons team. Een natuurmens gezegend met natuurlijke telelenzen, die de duiven van ver ziet arriveren. Wat Rien ook siert is zijn geduld en zijn compassie met “laatkomers”. “Hee is late, maor hef wel karakter in zien donder”, vergoelijkt hij het arriveren na de prijzen. Jaap is meer een stille genieter. Via de i-phone volgt hij het verloop op zijn beeldscherm. Zelf ben ik met de aankomst van de duiven bezig. Luisteren en kijken of ze “geklokt” zijn, de goede afdeling kiezen, hoe ze er aan toe zijn, enz. Ik probeer rustig te blijven, maar Jaap maakte me er op attent, dat me dat niet altijd lukt. Gelukkig zorgt José altijd in alle bescheidenheid voor koffie en iets lekkers, zodat ik me alleen op de duiven kan focussen en op de dialoog met de “letters”, zoals de Belgen de supporters aanduiden. Rinie en Jaap, ken ik al ruim een halve eeuw. Rinie was een buurjongen. Elk voorjaar struinden we akkers en weilanden af in de wijde regio, op zoek naar kievitseieren. Op zondagochtend fietsten we vaak naar van Harten aan de Oude Beekbergerweg in Apeldoorn. Van Harten met zijn boksersneus handelde in vogels, duiven en zelfs apen. In de zomermaanden zaten er honderden duiven en daar pikten we de mooiste exemplaren uit. In de zomer kochten we bij Ruisch een softijs en in de wintermaanden hingen de ijspegels bij wijze van spreken aan onze neuzen. We vernikkelden van de kou, maar niets hield ons tegen. Tussen de bedrijven door werd er gevoetbald. Ook bij Hupkes op de boerderij. Rinie werd er ooit vies geraakt door de slagtand van een beer (mannetjesvarken), toen hij wel zijn mannetje, maar niet de beer passeerde. Met Jaap ging ik in de tienerjaren uit. Stempels zetten met neef Bennie bij Boode, om zo onze pilsjes te verdienen. Eerst met de brommer, later met gecharterde auto’s. Waar is de tijd gebleven? Jongens waarmee je jeugdherinneringen deelt, wil je in de herfst van je leven niet teleurstellen. Hun komst op zaterdag is doordeweekse benzine voor mij. Zoals Feijenoord in de Kuip vleugels krijgt als het legioen het elftal steunt, zo beleef ik de vluchten als mijn vaste supporters er zijn. De gezamenlijke euforie als er een regio- of kringzege geboekt wordt en “teletekst” gehaald wordt. Het voelt als een teamoverwinning. Ook Albert en Bram wil ik niet teleurstellen. Ze kweken met gesloten portemonnee hun beloftevolle junioren en ik voel het als een morele plicht om er alles uit te halen wat in mijn vermogen ligt. Over enkele uren ga ik met Rinie naar Drempt, waar in “de IJsselhoeve” de kampioenen van de GOU gehuldigd worden. “Marga” zal er geprojecteerd worden als beste jonge duif. Kweker: Bram Scherpenzeel. Speler: Team Freek Wagenaar. Even samen met Bram en Rinie genieten van “the moment of glory”. Door drukke tijden als sporthalbeheerder, met name in het weekeinde, zal Albert er niet bij zijn. Jaap zou het ook heel leuk gevonden hebben, maar gezondheidsklachten weerhouden hem van dit uitje. Een extra stimulans om er volgend jaar weer te staan! Ik weet dat het niet eenvoudig zal worden. Om een podiumplaats in de GOU te halen (2016: 2362 liefhebbers) moet het allemaal mee zitten.

Duivensport nog steeds het allermooiste
Als je plezier beleeft aan de omgang met je duiven, als je vrienden hebt in de sport en leuke kennissen, dan is duivensport een prachtige hobby. Als er bovendien successen geboekt worden en je kunt die delen, dan ….. Oké, niet doordraven. Zonder José ben ik helemaal niets. En moeder Toos kan ik nog steeds niet missen. Ook mijn broers en zussen betekenen veel voor me. Gelukkig begrijpen ze allemaal, dat duivensport voor mij niet zo maar een hobby is. Ze weten, dat ik letterlijk ziek word van het eiwit in het duivenstof en eigenlijk helemaal geen duiven mag houden van de artsen in het ziekenhuis. Ze weten, dat de haviken mijn passie praktisch onmogelijk maken. Ze beseffen echter ook dat Frekie een beetje gek en heel erg eigenwijs is en zijn er trots op dat hun oudste broer ooit wereldkampioen werd. Tegenslagen zijn er om te overwinnen. Ze vormen ons en maken ons sterker. De euforie na de overwinning is oneindig veel groter! Gewone, kleine dingetjes in de sport dragen ook bij aan fijne sportbeleving. In de commissie jonge duiven van de GOU, afgelopen najaar in het leven geroepen, kwam ik Nico Jan Koenders tegen. Niet veel later had hij bij “Dreampigeons” een serie zomerjongen in veiling. Ik heb bewondering voor de prestaties van de man uit Westervoort en bestudeerde de aangeboden waar. Van één duifje was ik echt onder de indruk. Telkens keerde ik terug naar de site en elke keer viel mijn oog op koop 4. In plaats van te bieden, mailde ik naar Nico Jan. Via de commissie kende ik zijn mailadres. Ik wilde weten wat zijn persoonlijke favoriet was, zonder mijn kaarten bloot te geven. Nico Jan was druk en vroeg even bedenktijd, maar een dag later kreeg ik bericht. Geloof het of niet, maar hij tipte koop 4. De duivin zit inmiddels bij Albert! De commissie bracht me in contact met andere goede liefhebbers. Op een gegeven moment zit ik naast Henk Bussing uit Zetten. Hij vraagt: “Heb je nog succes gehad met die aankoop uit mijn Tom van enkele jaren geleden?” Mijn mond valt open van verbazing. Dat hij dat nog weet! Gelukkig weet ik het ook nog. Het jong uit “de Tom” stierf enkele maanden na de aankoop aan paratyphus. “Dan heb je recht op garantie en krijg je een nieuwe”, roept hij zonder dralen. Ik vind het een sympathiek aanbod. Ik denk er over na en stuur hem enige tijd later een mailtje. Ik vind, dat we geen recht hebben op garantie. Wil daar ook geen misbruik van maken en kom met een tegenvoorstel. Ik kan een talentvol duivinnetje gebruiken en had al eerder contact met Alwin Petrie. Dat liep toen op niets uit. Henk en Alwin zijn boezemvrienden en de oude lijnen van Cees Suijkerbuijk zijn op hun hokken prominent aanwezig. Ik stelde Henk voor om deels gebruik te maken van een garantieregeling. Ik wilde 100 euro compenseren met wat lekkers van buurman bakker Bril als bonus voor zijn gezin in ruil voor een goed duivinnetje. Niet veel later kreeg ik een mailtje retour met goed en slecht nieuws. Het goede nieuws was, dat hij een passend duivinnetje voor me had. Het slechte nieuws was, dat ik er niets voor mocht betalen. Op zulke momenten voel ik me trots om duivenliefhebber te zijn! Bij “Radar” zou zo’n garantieregeling een warme douche opleveren. Vlak voor mijn 64e verjaardag op 30 december ga ik naar Zetten. Voor een verjaardagskadootje van Henk. Waar de commissie jonge duiven GOU al niet goed voor is. Intussen werp ik een blik op de klok en zie, dat ik me moet omkleden om Rinie op te halen en op weg te gaan naar “de IJsselhoeve”. (wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (14)
2016: Hoop, geloof en liefde (14)
Hoop, geloof & liefde (14)
Vieren en vooruit blikken
Onlangs gingen Bram, Albert, Freek en onze partners naar een gezellige plek om stil te staan bij de successen van 2016 en … om af te spreken wat we in 2017 gaan doen. Dat werd een mooie avond. Vier duiven werden overgeplaatst naar ons kweekhok. Twee asduiven en twee teletekstduiven. Vier duivinnen bovendien. Dat was al jaren ons manco op het kweekhok: goeie bewezen vrouwtjes! De 1e asduif GOU gaat voortaan door het leven als “Marga”, de 8e als “Yvonne”, de regiowinnares annex teletekstduif heet voortaan “Toos” en nummer vier heet vanaf heden “José” (door Bram gefokt uit twee rechtstreekse kleinkinderen van “Bartoli” en “Celine” van Hans Eijerkamp). Yvonne, José en moeder Toos komen weleens voorbij in mijn stukjes en behoeven geen nadere uitleg. Marga is de echtgenote van Bram. We hopen, dat we veel plezier aan deze vier gaan beleven en hebben er het glas op geheven! Verder hebben we afgesproken, dat we onze samenwerking gaan continueren en wil ik in de naam op de uitslag het collectief tot uitdrukking brengen. Iets met “Team Wagenaar Appen”. Het was een mooie avond in gemoedelijke sfeer en met vijf lekkere (wild)gangen in “De Vier Seizoenen” te Twello. Het smaakt naar meer en we hebben ons voorgenomen om het in 2017 bij leven en welzijn te herhalen!
Kritisch op kweekduiven
Het blijft jammer. Duiven die een eerste in de regio winnen, perfect gebouwd zijn en een wereldafstamming hebben. Toch moeten we soms afscheid nemen. Als er na drie jaren met verschillende partners niets bruikbaars op de wereld gezet is, helpt er geen lieve schoonmoeder meer en is het definitief gebeurd. Het overkwam o.a. onze “Albert”. Ondanks zijn naam en mooie ogen heeft hij niet gebracht wat we hoopten en is het over en uit. Met moeilijke kwekers moet je niet blijven aanmodderen. Dat is tijdverspilling en het ondermijnt de toekomst. Voor 2017 zitten “Krasse Erik” en “Hummer” op de wip. Duiven die afstammen van 1e asduiven in de GOU en op papier en in de hand alles mee hebben. Een week geleden nam ik hen ter hand, bekeek hun bouw en ogen en fluisterde hen de waarschuwing in. Opnieuw krijgen ze een andere duivin, maar dat wordt echt de allerlaatste kans. Als het komend jaar geen “bingo” wordt is het exit. Het is gewoon een feit, dat de meerderheid der duiven amper kweekpotentie heeft. Gelukkig zijn er ook “lichtpuntjes”. Een rode doffer, gelukkig nog vrij jeugdig, is vader en grootvader van “Toos” en “Yvonne”. Twee kinderen hadden we van hem en slechts één kleinkind, maar het rendement is veelbelovend. Hij stamt in rechte lijn uit onze “Oude Knoedel” en heeft bijzondere, donkerbruine ogen. ’t Is nog te vroeg om conclusies te trekken, maar als hij als kweker ook komend jaar dit niveau haalt, hebben we een nieuwe stamdoffer!
Commissie jonge duiven GOU
Bram spoorde me aan om me aan te melden. De verliezen met jonge duiven worden landelijk en zeker in de GOU steeds groter. Op grond van de resultaten van een enquête in eigen vereniging schat ik dat we op 60 tot 70% verliezen zitten. Dat is onacceptabel. Zo’n 20 mensen zitten in die commissie, die weer is opgesplitst in drie groepen met verschillende speerpunten. De enquête dient als zgn. 0-meting. Zelf zit ik in de groep die de doorsnee liefhebber wil bereiken en voorzien van tips. Vanavond ga ik naar de club van Marinus ten Dolle in Doesburg om hier invulling aan te geven. Henk Bussing en Nico Jan Koenders zijn o.a. sparringpartners die zelf hard spelen en veel eigentijdse kennis van zaken hebben. Met aanpassingen in het vliegprogramma, verbeteringen in vervoer en lossing en met praktische adviezen naar de liefhebbers hopen we een bijdrage te leveren aan een ommekeer in het spel met de jonge duiven.
Stilstand is achteruitgang
Veel liefhebbers denken dat ze de beste duiven van de hele wereld bezitten. Als de resultaten op de vluchten uit blijven ligt het aan de lossingsverantwoordelijken, aan de ligging, aan de wind, aan medicijnen en geheimen van concurrenten en noem het maar op. Ook al werden we kampioen met de jonge duiven en hadden we de kampioensduif in 2016, dan nog weet ik zeker dat er elders veel betere duiven zitten. Trots zijn we op het feit, dat we het kampioenschap binnensleepten zonder medicatie. Zonder poeders en spuit. Dat geeft een kick. Kijk ik naar Gerard en Bas Verkerk, naar Gerard Koopman, naar Willem de Bruin en noem de grote kanonnen maar op, dan voel ik me een onbeduidende beginneling die lichtjaren verwijderd is van het niveau van deze grote kampioenen. Bram is steeds op zoek naar beter materiaal en hij kent als ex-voorzitter van de GOU veel sterk spelende liefhebbers. Hij zoekt naar duiven die het op de eendaagse fond moeten kunnen, werkt aan stamvorming en is driftig zoekende en onderweg. De duiven van Bram werden echter tot voor kort nooit keihard geselecteerd op hun prestaties als jonge duif. Daar is nog winst te behalen! Op ons eigen gezamenlijk kweekhok bij Albert zijn we ook nog lang niet waar we willen zijn. Flink teruggeworpen werden we door de paratyfus-uitbraak nog niet zo lang geleden. Dat kostte veel duiven. In 2016 maakten we stappen in de goede richting. Als de duiven op de vluchten goed marcheren, kun je eindelijk doorselecteren. Albert begrijpt dat als ex-voetbalcoach als geen ander. Aan “papieren tijgers” hebben we niets. Op de diverse verkoopsites wemelt het van dergelijke duiven. Als we zelf al vaststellen dat bewezen eersteprijswinnaars en asduiven soms al geen kweekwaarde hebben, wat kunnen we dan verwachten van hun (verre) verwanten? Luchtkastelen? Met een beetje pech verstoor je het evenwicht op je kweekhok en steken nare ziekteverwekkers de kop op. Door schade en schande werden we iets wijzer. Toch kijk je altijd om je heen. Iedere rechtgeaarde liefhebber met ambitie is constant op zoek naar versterking. De één heeft fris bloed nodig voor bloedverversing, de ander zoekt pure snelheid of juist “Ausdauer”. De visie van goede vriend wijlen Martin Geven hou ik voor ogen. “Mijn eigen duiven hebben met mijn systeem van verzorgen onder moeilijke omstandigheden bewezen bij mij te passen en te presteren”, zei Martin vaak. “Met nieuwe aanwinsten, zelfs van de duurste (mode)rassen moet je dat eerst nog maar afwachten”. Ondanks zijn titels als snelheidskampioen van de GOU in zijn twee laatste jaren op Bussloo, zijn “Gouden Duif” en W.H.Z.B. prestaties, werd er door sommigen laatdunkend gesproken over zijn titels. Weinig concurrentie, hoorde je dan. Martin verbaasde zich ook over het feit dat hij tegenover de kring Zutphen vaak tekort kwam. Mede daarom vond hij het interessant om zijn eigen duiven mee te nemen naar Eijerkamp, toen hij zich met Joke vlak voor kerst 2014 settelde in Cortenoever. Slechts één jaar was hem gegeven om zich in Brummen te manifesteren. Onder de indruk was hij van de mogelijkheden op de prairie. Oprechte bewondering had hij voor Hans Eijerkamp, die als tachtiger een alziend oog had voor het totale duivengebeuren en voor het enthousiasme van Evert Jan. Respect had hij voor zijn collega’s op Greenfield Stud en met name voor Gerard, die een fotografisch geheugen had voor elke duif. Martin voelde zich helemaal thuis. Wat kon hij genieten van “de vrouwtjes” op het hok van Gerard. Voor de “van Loonduif” gaf hij zich gewonnen. Vrijwel wekelijks bezocht ik Martin & Joke en volgde op de voet hoe hij het spel met de jonge duiven bij Eijerkamp op zijn leest schoeide. Onnavolgbaar gingen de junioren in 2015 in Cortenoever te keer. De concurrentie werd helemaal weggevaagd. Voor de sport is dat eigenlijk niet goed, maar voor de geldingsdrang van Martin was het koren op de molen. Wat Martin bijzonder veel deugd deed was het feit, dat zijn eigen duiven uit Bussloo zeker niet uit de toon vielen. Niet alleen de bekende Eijerkamprassen maakten furore, ook de duiven “uit de rimboe van Bussloo” wonnen eerste prijzen, pakten afdelingsoverwinningen en haalden teletekst. Voor Martin & Joke een genoegdoening en bevestiging, voor mij een leermoment. Alleen duiven die op dezelfde locatie onder dezelfde condities vliegen kun je vergelijken. Zoals op éénhoksraces bijvoorbeeld. Elke andere vergelijking gaat mank door onder meer geografische verschillen, trek en wind. Duiven die langs de kust 1600 meter maken of duiven die landinwaarts maar 1500 maken op dezelfde dag kun je onmogelijk vergelijken. Meer wind langs de kust maakt het verschil! Ook landschapselementen zijn bepalend. Johan van Dijk uit Lieren was een goede vriend van Martin Geven. Eerst politiehonden en later de postduiven vormden de bindende factor. Een fanatiek baasje dat gek van paarden, honden, duiven en nog veel meer is. Johan zei het vaak. “Als de huidige kampioenen in Eerbeek gaan wonen en ik aan de boorden van de IJssel in Brummen, dan wil ik nog wel eens zien wie er kampioen wordt”. Gek genoeg is er in Brummen geen postduivenclub meer en houdt “Ons Vermaak” in Eerbeek nog aardig stand. Dat is heel bijzonder, want voor het maken van kettinguitslagen moet je er niet gaan wonen. Voor de doorzetters in Loenen, Lieren en Eerbeek heb ik desondanks veel respect! Duivensport is een boeiende, maar soms ook oneerlijke sport. Op lokaal niveau nivelleren gelukkig de voor- en nadelen van trek, ligging en wind en zijn de kansen redelijk gelijk, waardoor ook verenigingen als “Ons Vermaak” de moed erin houden. (wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (13)
2016: Hoop, geloof en liefde (13)
Hoop, geloof & liefde (13)
Het is 14 oktober. Voor ik verder ga even iets recht zetten. Ik noemde Albert v.d. Flaes de zwager van de gebroeders Janssen. Dat klopt niet. Ik was in de war met Tist Eysden, die wel met een zus van de beroemde gebroeders getrouwd was. Behalve deze zus, waren er twee broers uit de Schoolstraat getrouwd. Het waren dus niet allemaal vrijgezellen!
Drie dagen geleden zijn de duiven van Bram opgehaald door Bram. Negen stuks worden er overgewend. Twee stuks gaan er naar ons eigen kweekhok. De duiven van Albert bracht ik dezelfde dag naar Twello. Die worden eveneens overgewend om mee te spelen. Afgelopen jaar werden er, naast de twee “Brammetjes”, ook twee “Appie’s” bevorderd naar ons kweekhok. Het betreft vier duivinnen. Twee asduiven en twee teletekstduiven.
In totaal hield ik op de kop af 30 jongen over. Dat is ongeveer 35%. In 2014 bleven er 15 over van de 108. Deels te verklaren door de consumptie van de havik. In 2015 rond de 45 stuks en in 2016 “slechts” ongeveer 30 stuks. In 2014 werden we ook geplaagd door de nasleep van paratyphus en een hardnekkige adenobesmetting. Bij de 15 overgebleven duiven zaten toen geen echte toppers.
Toen ik in 2016 de hokken gereed maakte voor de komst van de nieuwe lichting, had ik met mezelf enkele afspraken gemaakt. Ten eerste wilde ik geen “vreemdelingenlegioen”. Enkele leveranciers van duiven moest ik teleurstellen. Dat ging me aan het hart, maar was in mijn ogen niet te vermijden. Ik denk achteraf een juiste beslissing. Albert en Bram leverden beiden ruim 40 duiven en die werden aanvankelijk gescheiden gehouden. Het gezond houden van de duiven lukte veel beter en ik denk dat het vooral hiermee te maken heeft! Een leermomentje voor iedereen: beperk je en laat je niet verleiden. Duiven uit één milieu en van dezelfde leeftijd apart houden, anders wordt het gegarandeerd narigheid.
Een tweede voornemen was om nu eindelijk rendement te halen uit de duivinnen. Als ik terugkijk waren het altijd de jonge doffers die het mooie weer maakten. Eind jaren tachtig waren de asduiven van de kring al steevast doffers en dat bleef zo. In 1996 was de 1e asduif van de toenmalige N.C.C. Oost Nederland niet toevallig “Axel”. Een jaar later was “Garfield” de wonderduif die het tot wereldkampioen klapwiekte. Vier eerste prijzen, waarvan een 3e, 1e, 1e en nog een 1e in groot verband tegen flinke aantallen concurrenten. Die tijd komt helaas niet terug, want de aantallen duiven zijn gedecimeerd. Bij de herstart in 2009, na zeven duifloze jaren was het “Jurriaan” die 1e asduif GOU werd. Gekregen van mijn betreurde vriend Martin Geven. Weer een doffer! In 2012 was “Texas Homer” 1e asduif regio. Niet toevallig een doffer en in 2014 was onze ‘366 duifkampioen in de club. Een echte doffer. Dat was het laatste jaar van Martin & Joke bij “Steeds Verder”. Het was een geweldig jaar dat afscheidsjaar van Bussloo. Meerdere teletekstplaatsen met de junioren en snelheidskampioen van de GOU. Martin & Joke verlieten Bussloo en “Steeds Verder” door de voordeur! In gedachten zie ik U fronsen. Wagenaar 1e asduif in 2016 met de ‘366. Had hij in 2014 ook een 1e asduif ‘366??? Jazeker. Dom toeval! Er is echter één verschil. De ‘366 van 2016 is ….. een duivin! Deze ‘366 (1e asduif GOU) werd gekweekt door Bram. De ‘116 (8e asduif GOU) komt van Albert. En ….wederom een duivin! Drie duiven haalden dit jaar teletekst: ‘126, ‘361 en ‘362. U raadt het al: drie duivinnen! Er valt een last van me af. Tientallen jaren speelde ik alleen goed met jonge doffers. Dan ga je denken, dat je er met duivinnen niets van kunt. In 2016 waren het enkel duivinnen die het mooie weer maakten. De doffers bakten er niets van. Alleen de ‘131 vormde de uitzondering. Deze stille, ongepaarde zoon van “Texas Homer”, werd pas op de vierde vlucht gespeeld. Ruim drie weken zat hij open en bloot in een rennetje te herstellen van een vleugelkwetsuur. Zonder training gooide ik hem zonder enig vertrouwen op de vierde vlucht en hij arriveerde tussen de eerste duiven! Raar maar waar! Op de vijf inzetten scoorde hij vier goede prijzen. Hij verkast naar het vlieghok van Albert. Een verklaring voor het goede spel met de duivinnen en het zeer matige spel van de doffers heb ik niet. Bram is een typische duivinnenspeler en Albert eigenlijk ook, maar of dat de verklaring is?
Een derde voornemen was om weer eens teletekst te halen. Dat lukte. Een vierde voornemen kwam niet helemaal uit de verf. We wilden namelijk de roodfactor nadrukkelijker een kans geven. Helaas gaven de rode duiven weinig rode nafok en de twee roden waarmee we startten waren doffers die erg onopvallend presteerden. Voor 2017 gaan we het opnieuw proberen. De kans dat er wat meer rood of vaal boven Appen verschijnt is redelijk groot. Voor de roofvogels maakt het niet uit. Ze zijn dol op rood en vaal, maar blauw en geschelpt vinden ze net zo lekker. Mogelijk zit er volgend jaar een (rood)schimmel tussen. Hoe de havik daar naar kijkt moeten we ondervinden. In de literatuur lees je vaak dat opvallende kleuren het grootste risico vormen. Afgelopen jaar hadden we een bonte blauwe doffer met veel wit in de staart. “De Flierefluiter”. Eén keer ontsnapte hij op het nippertje aan de havik zoals wel meer duiven. Hij haalde echter wel de finish, maar bakte er weinig van. Gaan we niet mee verder.
Voor 2017 willen we op de ingeslagen weg verder. Binnenkort gaan Albert, Bram en ondergetekende ergens lekker eten. De vrouwen mogen natuurlijk mee. Als Yvonne, Marga en José gezellig samen praten over “vrouwendingetjes”, zullen de mannen het ongetwijfeld over de strategie voor 2017 hebben. Natuurlijk zullen we proosten op 2016. Het leven moet je vieren, maar vooruitkijken is vooral aan de orde. Gaan we samen verder? Wie levert wat, wanneer en hoeveel? Natuurlijk proberen we het samen ook over andere dingen te hebben.
Het proces van de vluchten in 2016 was geweldig. Het product (kampioenschap en asduiftitel) een leuke bijkomstigheid. De mooie momenten met moeder Toos, met trouwe jeugdvriend Rinie en met Jaap, waar Rinie en ik ook al een halve eeuw geleden aan huis kwamen op de boerderij, blijven me bij. Aart, die gezondheidsproblemen kent, was er ook meerdere keren en op de laatste vlucht was ons complotje compleet met Bram en Albert en Theo, als een soort eregast. Je ouwehoert wat over wat je bezig houdt of plaagt en als dan de duiven elk moment kunnen vallen, stijgt de adrenaline en probeer je samen de spanning te kanaliseren. Als de duiven mooi uit de goeie hoek komen en in glijvlucht het hok naderen is het genieten geblazen. De ene week heb je de getekenden op tijd, de andere week is er wat te wensen. Er zijn nog te veel duiven niet thuis, de getekenden falen of ze blijven rondvliegen bij aankomst. Als José met de koffie komt en de prijsduiven zijn thuis, begint het napraten. De spanning ebt weg en het zweet op de rug droogt op. Ik denk dan altijd aan wijlen Jan Littink. De bakker uit Wilp presteerde bescheiden met zijn duiven, maar was bijzonder enthousiast en positief. “Duivensport is gewoon het mooiste wat er is”, liet hij ooit een journalist optekenen in de krant. Met zijn sigaartje, zijn humor, verhalen van vroeger en zijn bescheiden opstelling was hij een mensenlevenlang in mijn ogen de parel van de club! Rinie met zijn haviksogen blijft ook bij het napraten attent en blijft het luchtruim afturen. Ook voor de “laatkomers” heeft hij respect. “He is laat, maar he hef wel karakter”, zegt hij als ik gekscherend dreig de duif naar de soeppot te verwijzen …. Samen de duivensport beleven is het mooiste wat er is, zou ik met een variant op de woorden van “bakker Jan” willen zeggen. Als een titel of kampioenschap je gelukkig moet maken ben je slecht af!
Het goede koesteren en aan de mindere kanten schaven, zou het voornemen voor 2017 kunnen zijn. Met dezelfde mensen proberen van het komende jaar weer een mooi duivenjaar te maken. Dan denk ik aan moeder Toos (86) en aan Aart die pas rond de 53 is. Als één ding me zal bijblijven van 2016 is het de betrekkelijkheid van het leven. Dan denk ik in mijn geval vooral aan fondman en wielermaatje van weleer Meindert Franken, die in januari op 60-jarige leeftijd stierf aan asbestkanker en aan leeftijdgenoot en goede vriend Martin Geven, die 1 juni zijn laatste adem uitblies. Een kampioenschap is totaal onbelangrijk. Echt allesbepalend is onze gezondheid. Voor ons als duivenliefhebbers is datgene wat we er samen van maken van enige betekenis. De rest is larie.
Sinds kort ben ik betrokken bij een groep van ongeveer 20 liefhebbers uit de gehele GOU. We gaan samen proberen inzichtelijk te maken waarom het zo slecht gaat met onze jonge duiven. Inventariseren wat de oorzaken zijn van de verliezen en wat we kunnen doen om niet steeds in dezelfde messen te lopen. Gisteren zag ik in de mail van onze onvolprezen GOU-secretaris Frank Jacobs een analyse van Gerard Willemsen over met name het concoursverloop in Noordoost en Noordwest van de GOU. Het bevestigt wat weldenkende, ervaren liefhebbers allang weten. Met een analyse kun je vermoedens hard maken en er vervolgens iets mee doen. Er zijn problemen die overal spelen, maar ook heel specifieke problemen in een bepaald gebied. Hulde aan de mij onbekende analist! In drie subgroepjes gaan we ons verdiepen in drie thema’s. We hopen het lek boven te krijgen en te komen met aanbevelingen die hout snijden. Ik hoop dat de afdeling en de gewone liefhebber er straks iets aan heeft en dat er iets mee gedaan wordt. Verwacht niet meteen wonderen, maar niets doen is geen optie. De afdeling verdient een pluim voor dit initiatief! (wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (12)
2016: Hoop, geloof en liefde (12)
Hoop, geloof & liefde (12)
Wonderbaarlijk
Toon Waanders uit Voorst aan de telefoon in mei: “Er zitten wel 60 jonge duiven dagelijks prinsheerlijk op de voormalige bakkerij van wijlen bakker en duivenhouder Gerard Wissink. Volgens mij zijn ze van jou!” Ik reed met de auto over de hoofdweg door het dorp en zag ze zitten. Onmiskenbaar mijn duiven. Ik was verbaasd en had zoiets nooit eerder bij de hand gehad. Duiven die op anderhalve kilometer van het hok op een wildvreemd dak gaan zitten. Zo zout at ik het nooit eerder. Waarom doen ze dat en wat doe je? Ik begreep de reden. Door stress en pure angst voor de havik zochten ze een “veilig honk”. Een uitvalsbasis om veilig te rusten en een startbaan om aan te vliegen en op verkenning te gaan om te zien of de kust veilig is om te landen op de thuisbasis. Slim bekeken. Ik zou dat als duif ook gedaan hebben! Het aanvliegen op het hok deden ze honderden keren. Soms in kleine groepjes en soms individueel. Heel leerzaam. Wat gebeurt er als je de duiven gaat africhten? Gaan ze dan ook eerst naar de voormalige bakkerij? Aanvankelijk gebeurde dit inderdaad. Ik bracht de duiven enkele kilometers weg en op weg naar huis passeerde ik de voormalige bakkerij en zag tot mijn schrik dat mijn duiven daar eerst naar toe vlogen. Pas na enige tijd vlogen ze in groepjes huiswaarts om te zien of de kust veilig was. In mei en juni vlogen er om de haverklap verschillende haviken uit alle richtingen over mijn hok om te loeren of de snackbar open was. Soms posteerden ze zich in een hoge eik in de buurt van mijn hok. In dat geval gingen de duiven meteen retour Voorst. Enerzijds was ik blij met de oplossing. Er sneuvelden minder duiven. Anderzijds had ik een probleem. Goede raad is dan duur. Gelukkig kreeg ik net op tijd een ingeving. Gewoon heel veel rijden met de duiven en niet meer bij huis los. Dat bleek inderdaad de oplossing, De duiven leerden het spelletje spelenderwijs, de stress ging er volledig af bij de duiven en naarmate ik verder reed verdween de behoefte om eerst naar de voormalige bakkerij te vliegen. “As ut niet ken zoas ut mut, mut ut zoas ut ken”. In mei overwoog ik om het bijltje erbij neer te gooien, maar ik ben te veel liefhebber om zoiets echt te doen. Liever maak ik van een probleem een uitdaging en probeer creatief te denken. Het geeft een kick als je dan eind augustus eindigt als numero uno van de hele GOU met als kers op de taart de 1e asduif!
Alles is relatief
Drie dagen voor de inkorving van de laatste prijsvlucht, zag ik tot mijn schrik dat mijn teletekstduif van Nanteuil “one eye cold” had. Ik wist dat het heerste en was uiterst beducht. Even vreesde ik niet te kunnen inkorven voor Melun. Net nu ik er zo goed voor stond (2e onaangewezen GOU en 2e en 3e in het duifkampioenschap) Ik belde met de dierenartsenpraktijk van Nanne Wolff. Dezelfde avond kon ik er terecht met mijn duif. De dokter nam alle benodigde monsters, onderzocht deze en gaf de duif een injectie. “Kan ik de duif donderdag korven?” vroeg ik. “Dat kan ik niet voorspellen” antwoordde de dokter diplomatiek. Op woensdagavond zag ik de ’60 met dezelfde verschijnselen. Ze zat op eitjes in een donker hoekje, net als haar besmette hokgenote. Ik licht niet bij, dus daar kan het niet aan liggen. Op donderdagavond bekeek ik alle duiven kritisch. De twee dames met “one eye cold” zouden niet mee gaan. Jammer, want ze hadden bewezen kop te kunnen vliegen en hadden een prima neststand. De overige duiven vertoonden geen zichtbare verschijnselen en ik besloot 30 junioren te korven. Duiven die nooit een medicijntje kregen, zelfs geen geelkuurtje en nu ook niet behandeld waren tegen ornithose. Eerlijk gezegd kneep ik hem als een oude dief toen we de duiven opwachtten. Ik had de “letters” vooraf gewaarschuwd dat ze niet te optimistisch moesten zijn. Moeder Toos, Albert en Yvonne, Jaap, Theo, Rinie en Bram hadden er zin in. Vol verwachting werd het luchtruim afgetuurd. In de vertrouwde richting. Bram hield de site van de GOU in de gaten en Albert bediende de site van “Steeds Verder”. Er waren overal duiven gemeld en ik wist, dat het op Melun geen meevaller zou worden. Het publiek keek onder de overkapping in zuidelijke richting en ik stond onder de blauwe hemel bij het hok. Ineens zag ik uit het noordoosten een duif naderen tegen de wind in. Niemand had de duif verder gezien. De duif werd gemeld en in de club met minimale concurrentie, was het de eerste. Na enige minuten kwam de tweede duif. Weer uit het noordoosten. Vervolgens nummer drie. Dat was de ‘366. De eerstgetekende. Ik was opgelucht en Bram (kweker) was blij. Zou ze asduif van de GOU worden? Pas na de ‘366 kwamen de duiven uit de goede hoek. Toch een aanwijzing, dat de duiven niet helemaal helder in het kopje waren en hinder ondervonden van lichte ornithose. Als ik Eijerkamp als graadmeter neem, was Melun voor ons een matige vlucht. Op Nanteuil pakte ik onze tiende duif ongeveer gelijk met de tiende duif van Eijerkamp. Dan weet je dat je het goed doet. Op Melun werden we volledig weggespeeld door Eijerkamp, Aalderink, Petrie en Rademakers. Eén troost: ons resultaat is net goed genoeg om concurrent Tije de Haan te verslaan in het onaangewezen kampioenschap en Comb. Ebben heeft de gedoodverfde favoriet voor de asduiftitel niet geklokt zodat onze ‘366 die duif voorbij gaat! (Falco mailde me, dat hun favoriet niet was ingekorfd). Nog een troost voor iedere simpele melker: je kunt zelfs kampioen van de GOU worden op een boterham met pindakaas (zonder medische begeleiding en zonder medicijnen). De punten van het kampioenschap komen uit de kringuitslag. Niet elke kring speelt op hetzelfde niveau. Wees gerust: ik ga niet naast mijn schoenen lopen. Vol bewondering keek ik naar de uitslagen van Combinatie Ebben. Ook Nico Jan Koenders en Peter Pennekamp haalden een niveau waaraan ik niet tippen kan. Er is op het kweekhok nog een hoop werk aan de winkel!
Wat is er met rood aan de hand?
Albert en ik houden van rode duiven. Albert heeft zelfs een tijdje een hekel gehad aan “anonieme blauwen”. Hoe kom je aan “fast red”? Enige jaren geleden schaften we een rode Ludo Claessensduivin aan via internet. Niet rechtstreeks natuurlijk, want Ludo heeft geen duiven meer en was in zijn goede jaren erg prijzig. Eigenlijk is de rode duivin geen meevaller geworden. Ze staat op de nominatie om verwijderd te worden. Toch lopen er enkele rode nazaten van de tweede of derde generatie die verantwoordelijk zijn voor de rode kleur in ons stammetje. Toevallig mailde ik Albert vandaag de beoogde kweekkoppels voor 2017. De ‘116 deed tot Melun nauwelijks onder voor de ‘366. Om die reden fokte Albert uit het ouderpaar nog zes jongen afgelopen maanden. De ‘116 is een lichtkrasduivin. Gefokt uit een schimmeldoffer en een roodbonte duivin. Je weet dan, dat de rode kinderen doffers zijn. Blauw en blauwschimmel is dan duivin. Komend jaar willen we de broertjes en zusjes van de ‘116 op het kweekhok testen. Gekoppeld tegen onze beste duiven. Her en der via internet gekochte duiven (uit Teletekstduiven met ronkende stambomen) worden afgevoerd wegens … geen succes. We gaan waarschijnlijk in 2017 met de nodige valen, roden en schimmels van start. Een experiment. Na één jaar kijken wat het brengt. Ze moeten natuurlijk wel (hard) vliegen! Een nieuwe uitdaging voor Albert, die daar lol aan beleeft. Zelf geniet ik er ook van en voor de “letters” is het ook gemakkelijker om de duiven uit elkaar te houden. Met allemaal blauwen is het één pot nat! Het valt me op, dat er weinig rode duiven vliegen op onze nationale tophokken. Zijn rode duiven minder snel? Is hun verenpak inferieur? Veertig jaar geleden hadden de Suijkerbuijken in Zutphen veel rood. Jan had zijn stamvader “Ouwe Rooien” waaruit zijn legendarische “Blauwe ‘82” kwam. Cees had ook rood en dat waren toen nog geen Camphuisduiven. Gerard had de roodfactor die terugvoerde naar burgemeester Jef Hermans van Luithagen. Bij de drie Suijkerbuijkbroers zag ik de roodfactor geleidelijk verdwijnen in de loop der tijd. Dat zal een reden gehad hebben! Freek Romein had destijds de roodfactor van een zwager van de gebroeders Janssen: Albert van der Flaes uit Ravels. Freek werd internationaal bekend met “Vos den Bijter” en “Schoon Voske”. Keurige grafstenen markeren de plek waar ze begraven liggen op het terrein van zoon John Romein. Wie kijkt naar de afstamming van de topduiven van John zoekt tevergeefs naar de rode Janssenduif! Eigenlijk zie je overal hetzelfde: de roodfactor verdwijnt geleidelijk meer en meer. Jammer. Daarom gaan Albert en ondergetekende tegen alle trends in “op de rode toer”. Gewoon tegendraads onderzoeken of je met de roodfactor vooruit of achteruit boert. En stiekem vinden we rood en vaal gewoon hartstikke mooi. Vooral als ze hard vliegen! (wordt vervolgd)
P.S.
Hans Hak heeft geen rode duiven. De beste duif die hij ooit had was echter een “rooien” met schimmelinslag. “Topfokker” is op het kweekhok van Hans een prominente duif. Een schimmel en nazaat van zijn “beste duif ooit”. Verder zie je bij Hans hoofdzakelijk blauwbanders en krassen. Geen rood. Zal hem eens vragen naar de reden. De “116” is gekweekt uit een doffer van Hans met een duivin uit ons eigen stammetje.
Hoop, geloof en liefde (11)
2016: Hoop, geloof en liefde (11)
Hoop, geloof & liefde (11)
Vrijdag 19 augustus. Inkorfavond voor de natour. Aanvankelijk wilde ik mijn junioren die volgende week naar Melun gaan inkorven. Kwestie van aan de praat houden. De stress erop houden om te voorkomen dat ze ineens pennen gaan gooien. Bij nader inzien leek het me geen goede keus. Risico op besmetting in de mand of late of uitgestelde lossing. Leg mijn lot liever niet in handen van het toeval of van derden. Heb besloten ze morgen zelf naar Ravenstein te brengen als alternatief.

Nanteuil van afgelopen week verliep voor ons bijna naar wens. De getekende duiven waren netjes op tijd en net als een week eerder werd er in regio Noord van de GOU teletekst gehaald. De 362 flikte dit. Een duivin waar ik enkele dagen eerder een eitje had onder geschoven. De 366 was onze derde duif. Na vijf vluchten ging ze in de regio aan de leiding in het duifkampioenschap. Vlak voor de inkorving van Laon zat ze pips te kijken en ik besloot haar thuis te houden. Ze was ongepaard en ik hield er geen rekening mee dat een drifteitje de oorzaak was van haar “ongesteldheid”. In de aanloop naar Nanteuil miste ik haar enkele keren en toen bemerkte ik haar donkere schuilplekje, waar ze op een piepklein eitje zat te broeden. Ze maakt deel uit van een trio. Doffer 274 heeft naast zijn eigen duivinnetje de 257 nog een geheime liefde gehad blijkbaar. De twee duivinnen zitten dikwijls samen op de vier kunsteitjes en vanaf Nanteuil bereikten ze in dezelfde minuut hun hok. Toen ik zaterdag na het afslaan thuis kwam, miste ik nog vier duiven. Drie ervan zijn uiteindelijk verloren gegaan en dat spijt me en verbaast me. Maandagavond bezocht ik Joke Geven en ook zij was vijf junioren kwijt. Soms hoor ik geruchten, dat er in Frankrijk met jachtgeweren op passerende postduiven geschoten zou worden. Toen ik midden jaren zeventig enige maanden rondtrok door Frankrijk zag ik van nabij hoe gemakkelijk boerenjongens op het platteland naar hun jachtgeweer grijpen. Zelf kreeg ik destijds ook een geweer in de handen geduwd, toen we te paard de koeien moesten opdrijven naar de melkstal van de boer waar ik als lifter toevallig terecht kwam. In mijn bijzijn werd er nooit een prooi geschoten en zeker geen postduif, maar ik kan me niet herinneren ooit wild gezien te hebben. Jagers des te meer ….
In de aanloop naar Melun wordt er goed getraind door de duiven. Dat is noodzakelijk, want vijf koppeltjes zitten op eieren. Allemaal stenen eitjes, want ik hou er niet van als jonge duiven zelf leggen. Ze laten zich vrij gemakkelijk foppen, vooral als de nestplek erg donker is. Trainen met de vlag hoef ik niet te proberen. Dan wijken ze uit naar hun veilige rustplek in het dorp Voorst. Een ritje naar Heteren is het alternatief. Ik begin dan een uurtje later op mijn werk en compenseer dat door op mijn vrije middag door te werken. Afgelopen week werkte het weer in de ochtenduren natuurlijk geweldig mee. Anderzijds kennen de duiven inmiddels de weg met de ogen dicht en legt de Caddy het over de A50 af tegen de luchtreizigers, zelfs als er noordoostenwind is!
Morgen staat er een ritje Ravenstein gepland. Bij thuiskomst vinden ze “gele druppels” in de drinkpot. Heb Hans Eijerkamp gemaild, dat ik morgen bij Joke de aankomst van de natourduiven wil aanschouwen. Duivenvriend Rinie Vos gaat mee. Van Rinie heb ik veel gemak. Hij ziet de duiven al van ver naderen en heeft prima ogen voor veraf.
Als we de weerprofeten mogen geloven, wordt Melun een zware vlucht. Zeven vluchten op rij wind uit de westhoek en dan ineens hitte en oostenwind, dat kan gevaarlijk worden. Dat ondervonden ze afgelopen maandag vanaf Tours bij de aankomst van “Belgian Master 2016”. Voor ons heeft Melun ongeveer dezelfde afstand en vergelijkbare omstandigheden. We kunnen de borst nat maken! Voor het kampioenschap in regio en afdeling staan we er goed voor. Ook bij de duifkampioenen hebben we twee ijzers in het vuur. Twee duivinnen nota bene! Andere jaren maakten steevast de jonge doffers het mooie weer. In 2016 is alles anders. Een echt goeie jonge doffer heb ik nog niet kunnen ontdekken. De “Verepoot 126” ging zes weken bij de jonge doffers in de mand. Het belette de duif niet om een eerste prijs in de regio te winnen en een teletekstnotering, maar afgelopen week ontpopte “meneer” zich ineens als duivin. Ze nam de plaats in van de duivin van “de 261”, die afgelopen week wegbleef van Nanteuil. Nooit kwam ik tot noemenswaardige prestaties met jonge duivinnen. Altijd waren mijn besten doffers. In 2016 zijn het de duivinnen die me er elke week doorslepen. Rara! Inmiddels regent het licht. Ik wil de rennen nog kuisen en stop met tikken.
Vanaf deze plek wens ik iedereen die nog met jongen speelt veel succes. Zelf heb ik er alles aan gedaan om beslagen ten ijs te komen volgende week. Mocht Melun hier een fiasco worden, dan kan ik mezelf niets verwijten. Waarschijnlijk wordt het voor 2016 mijn laatste vlucht. De donderdagavond is een vaste werkavond (ouderavonden in deze tijd) en de dagen beginnen korter te worden. Komende donderdag neemt een collega mijn dienst over, maar ik kan niet aan de gang blijven. Op de natour of in de Superfondclub behaalde prijzen mogen niet meegeteld worden en dan moet je realistisch zijn. De duiven ruien, de dagen worden korter, tijd om de duiven goed te verzorgen mis ik en ik weet niet waar ik het voor moet doen. ’t Is welletjes geweest. Focussen op Melun en dan is het basta! (wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (10)
2016: Hoop, geloof en liefde (10)
Hoop, geloof & liefde (10)

Het is zondag 7 augustus. De dag na Laon. Een vlucht die voor ons prima verliep, met een dubbele overwinning in de regio en de plaatsen 2 en 5 in Regio Noord. “Teletekst” dus. Van de 34 ingezette duiven waren er gisterenavond 33 thuis en ook dat gaf een goed gevoel. Onze duiven zitten niet gescheiden. Er ontstaan wel steeds meer koppeltjes. De beide teletekstduiven van gisteren zijn ongepaard. De eerste kwam van Moeskroen een week eerder met rode neusdoppen op maandagochtend rond koffietijd thuis. Het doffertje herstelde snel en toen ik op woensdag mijn traditionele ritje Ravenstein maakte, arriveerde hij binnen 50 minuten. Dat is een indicatie dat de duif goed herstelt. Op vrijdagavond bij de laatste keuring ging hij als 34e en laatste de mand in en wint de 1e prijs in club, kring en regio. Voor mij ook een grote verrassing, want “de Verepoot 126” was niet verliefd of jaloers. Onze tweede duif van Laon is een 100% Eijerkampduif uit het favoriete kweekpaar van Bram. In de aanloop naar de vlucht keek ze naar “de Blinde 252” en vocht ze met diens duivin. Van dit gegeven maakte ik gebruik en het spelletje pakte goed uit! Onze derde duif van Laon is mijn favorietje. Deze 116 zat er op de eerste vier vluchten steeds goed bij. Ze liep aan met “de Strik 113” en een echt liefdeskoppel was geboren. Op zondagavond, de dag van thuiskomst van Asse Zellik, legde ze haar eerste eitje. Ik was verguld en zag het op Moeskroen wel zitten met die twee. Het werd echter een fiasco! De “116” kwam royaal na de prijzen en de “Strik 113” kwam helemaal niet terug. Afgelopen woensdag kreeg ik een telefoontje uit Rijssen. De geboortestad van mijn José. De duif was vermagerd binnen gelopen bij de comb. Geerlings. Los van de eerste prijs in de kring die hij vloog van Tessenderlo, is het een vriendje op het hok en ik sprak af om hem diezelfde avond op te halen. Thuis gekomen zette ik hem apart en stak hem een geelpil op. Vrijdagavond voor de inkorving was hij al weer redelijk opgeknapt en ik liet hem los. Als een briesende leeuw stormde hij het hok in en ging de doffer die zijn plekje had ingenomen als een bezetene te lijf. Deze “Witstaart 370” pakte ik en stopte hem meteen in de mand. Inmiddels had “de 116” haar idool ontdekt en sleepstaartend maakte ze hem het hof. Het duivinnetje had de hele week min of meer getreurd om het wegblijven van haar vriendje en moest niets hebben van andere doffers die haar probeerden te verleiden. Een karakterduifje dus! Toen ze kroelend in een hoekje lagen, pakte ik “de 116” en met een derde plek in de kring gisteren bewijst ze haar blijdschap om de hereniging met haar grote liefde! Duiven zijn soms net mensen.
Jonge duiven op nest bakken er dit jaar bij mij helemaal niets van. Vorige week had ik de eerste twee koppeltjes op eieren zitten. Duiven die het zonder nestje goed deden en waarvan ik verwachtte dat ze er nog een schepje bovenop zouden doen met een neststand. Niet dus! Zonder nest elke week prijs en op nest veel te laat. De duiven zitten nu zo veel mogelijk buiten in de ren. Dat remt de paringsdrift. ’s Avonds na het avondeten mogen ze wegkruipen in hoekjes en gaten en het samen gezellig hebben, maar overdag gewoon rusten in de loketkasten in de ren. Geen flauwekul, want jonge duiven op nest boezemen mij dit jaar geen enkel vertrouwen in. Systeem “Boer Geert”. Beetje snuffelen, beetje ruiken, beetje knuffelen. Een beetje loeren, een beetje verliefd, jaloers zijn en wederzijds venijn. Dat is de beste benzine voor mijn jonge duiven dit jaar.
Mensen die mijn verhaaltjes lezen, weten dat mijn duiven allemaal geboren zijn bij compagnon Albert Hendriksen of bij Bram Scherpenzeel. Als de eindcijfers eindigen op 100, dan betreft het een duif van Albert. Eindigt het op 200 of 300, dan is het een “Brammetje”. Wekelijks is het dus de vraag of er een “Appie” of een “Brammetje” als eerste arriveert. Afgelopen week moest ik de “366” thuis houden. Ik vond haar niet fit genoeg. Ze had nog niet gemist en stond voor het duifkampioenschap bovenaan in de regio. Ik belde vrijdag naar Nanne Wolff, maar die was net donderdagavond op vakantie gegaan volgens de assistente. Vervolgens nam ik contact op met kweker Bram. “Misschien kun je haar een Marbocapje opsteken” opperde Bram. Ik herinnerde me, dat er in de koelkast nog een onaangebroken buisje Marbocap moest liggen. Voor het geval dat … Toen ik het duifje de capsule opstak, realiseerde ik me dat dit het eerste medicijntje van 2016 was, de Spartrix van de “Strik 113” die ik ophaalde in Rijssen buiten beschouwing latend. Komende week begint de natoer. Dan zijn er weer behoorlijk wat duiven in concours. Ik ga mijn vliegploegje vanaf nu splitsen. Als de “366” en “Strik 113” komende week weer op krachten zijn, mogen ze hun kunsten vertonen op Tilburg. De tweede natoervlucht is in de club een soort derbyvlucht. We mochten daarvoor 15 duiven inschrijven begin mei. Veel ingeschreven duiven zijn verloren gegaan waarschijnlijk. Op zondagochtend, volgend op de vlucht, is dan “het Vroege Vogelsontbijt” met aansluitend prijsuitreiking. Clubgenoot Frits van Brummen is de sponsor. Jammer genoeg gaan er geluiden dat Frits wil stoppen met de sport. Frits en zoon Sven deden elke week mee. Vitesse, midfond, dagfond en overnachtfond. Vaak met succes. Jan en Corrie van Brummen waren ook fanatieke spelers en echte clubmensen. Vader, zoon en kleinzoon hadden onderlinge concurrentie, ze kweekten voor elkaar en steunden elkaar. Ook bij de totstandkoming van het huidige clubgebouw speelde de familie van Brummen een sleutelrol. Jan en Corrie stierven nog niet zo lang geleden vrij kort na elkaar, in het leven van zoon Frits gebeurde het een en ander en zo ineens lijkt het Frits allemaal te veel te worden. Bewezen fondduiven die verloren gaan, voortdurend coli bij de jongen, drukke werkzaamheden in een éénmanszaak en geen klankbord thuis. Dat is heel jammer, vooral in een tijd waarin postduivenverenigingen het al zo moeilijk hebben. Frits is echter een echte duivenman uit een echte duivenfamilie. Een handige vent en relatief jonge liefhebber bovendien. Hetzelfde geldt voor zoon Sven. Misschien komt het nog goed …. (wordt vervolgd)
P.S.
Het duifje dat voor het begin van de prijsvluchten in de ziekenboeg belandde met een dikke, hangende vleugel, herstelde goed na ruim drie weken rust in de frisse lucht. In de week voor Asse Zellik nam ik haar mee naar Ravenstein. Ze arriveerde binnen 50 minuten en ik besloot haar mee te geven naar Asse Zellik. Geloof het of niet, maar de 131 was onze eerste “Appie” en won ook vanaf Moeskroen prijs. Rust roest, maar in dit geval niet. Wie het snapt mag het zeggen ….
Hoop, geloof en liefde (9)
2016: Hoop, geloof en liefde (9)
Hoop, geloof & liefde (9)
Het is vrijdag 22 juli en vanavond gaan de jonge duiven voor de vierde keer voor prijs op reis. Asse Zellik staat er op de rol, maar dat wordt Feluy. Een afstand van krap 200 kilometer hemelsbreed. De vooruitzichten voor zaterdag zijn niet gunstig. Met de wind uit de noordhoek kan ik leven, maar met de voorspelde bewolking en buien heb ik er een zwaar hoofd in. Vooral als er onweer bij komt kijken. Voor zondag zijn de verwachtingen beter. Jammer voor de principiële zaterdagvliegers. Mogelijk dus een vlucht met twee nachten mand.
Afgelopen zaterdag gingen de duiven pas later op de middag los. De hele dag zware en vaak laaghangende bewolking. Ook nog in onze contreien toen ze moesten arriveren. Voor mijn gevoel kwamen de eerste duiven vijf tot tien minuten te laat. Aanvankelijk kwamen ze redelijk vlot. We hadden er 39 gezet en binnen acht minuten waren er 13, waaronder beide getekenden. Op de meldsite van “Steeds Verder” zagen we, dat Dennis Koers ons met inbegrip van afstandsverschil ongeveer 8 minuten voor zat. Dat was even slikken … Mijn berekening klopte dus wel degelijk. Achteraf was er contact met Dennis en bleek hij 4 duiven vlot achter elkaar gekregen te hebben, waaronder beide getekenden! Hij maakt een prachtige uitslag met zijn kopduiven en begint met de eerste in de regio. Opvallend genoeg komen er na 18 uur nog slechts 2 duiven en missen we er ’s avonds nog 10. Als ik de meldsite van Eijerkamp bestudeer zie ik, dat zij er ’s avonds zeker 100 moeten missen. ’t Was met de zware bewolking zonder enige zon blijkbaar een lastige klus! Op eigen hok kwamen er de volgende dag nog 7 na en inmiddels heb ik er 8 terug op eigen kracht. Als ik op maandagavond Joke Geven bezoek, hoor ik dat zij er van de 37 ook een stuk of 10 mist. Het spel met de jonge duiven wordt steeds moeilijker, zo lijkt het. Eijerkamp heeft vroege jongen die intensief (30 keer) zijn afgericht, die wekelijks op gezondheid gecontroleerd worden door de wetenschap en die begeleid worden door vakmensen. Ondanks alles toch veel achterblijvers op zaterdag, waarvan er op zondag gelukkig veel nakwamen. Bij ons in de club hetzelfde beeld. Weinig inkorvende liefhebbers, veel weggebleven duiven en morgen net genoeg inkorvers om in de club te mogen inzetten. Waar moet het met de sport naartoe, nu het weer wekelijks pe(d)t is en de verliezen bij jonge en oude duiven op veel plaatsen dramatische vormen aannemen???
Op de deur of op nest? Dat was afgelopen week de vraag. Mijn junioren zitten overdag meestal in de ren en daarmee rem ik de paarlust. Dennis vertrouwde me toe, dat zijn favoriete duiven op een nestje gespeeld worden. Het wordt dus tijd om wakker te worden en keuzes te maken! Na ampele overwegingen heb ik inmiddels besloten om de duiven op nest te spelen. In mijn situatie is het bijna onmogelijk om op de deur te spelen. Bij huis vliegen de duiven niet uit (roofvogels en probleem voormalige bakkerij in dorp). Ik heb geen keus en moet dus een keer of drie rijden met de duiven. Hoe doe je dat, als er thuis niemand is om doffers en duivinnen gescheiden op te vangen??? Drie midweekse “orgies” lijken me niet bevorderlijk voor succes in het weekeinde. Op dit moment beginnen de eerste doffertjes te drijven en ik verwacht komende week de eerste eitjes.
Afgelopen woensdag hadden José en ik een fietstocht in de Peel gepland. Dat zou ik mooi kunnen combineren met een ritje Ravenstein. Om 8.30 uur loste ik de junioren bij een staalblauwe hemel en een verblindende zon. De wind kwam uit het zuidoosten. Het vertrek van de duiven was slecht. Zeker vijf minuten na de lossing kwamen ze voor de derde keer over de losplek en ze leken de goede richting niet te kunnen bepalen. Dan ga je als liefhebber twijfelen. Zit het in de kopjes niet goed, of ligt het aan de omstandigheden? Tijdens het fietsen dacht ik regelmatig aan de duiven. ’s Avonds las ik de module uit en zag, dat de eerste duiven 55 minuten nodig hadden voor de trip. Ze waren aardig uit elkaar geslagen en pas rond 11 uur kwam de op één na laatste. De “Bonte witstaart” miste ik. Zou hij gepakt zijn door de havik bij aankomst in Appen? De vele individuele aankomsten zouden in die richting kunnen wijzen. Toen ik rond 20 uur de duiven wilde voeren, kwam uit het zuiden de witstaart aangevlogen. Het beestje was erg gestresst en bleef wel een kwartier in de lucht. Ik trok een logische conclusie: hij heeft uitgerust op de voormalige bakkerij na in de ochtenduren aan de dood ontsnapt te zijn bij zijn aankomst. Het verschijnsel van arriveren rond 20 uur heeft hier vrijwel altijd te maken met een eerdere aanval van de havik diezelfde dag. Alles wijst erop: tijdstip van arriveren, uitgerust zijn en erg angstig om te landen op het hok. De “Bonte witstaart” had geluk en het baasje was blij. Veel heeft ie nog niet gepresteerd, maar het is een fijne en opvallende duif op het hok.
In Appen huizen nog 38 junioren en een jaarlingduivin. De laatste moest mijn jongen attent houden afgelopen voorjaar en fungeert inmiddels als “animeermeisje”. Uit de ziekenboeg ontsloeg ik afgelopen week een duif na een verblijf van enkele weken in een rennetje in de tuin. Ze liet haar ene vleugel licht hangen en ik twijfelde. Iets geraakt of ….? Ik nam geen risico en zette haar apart. Het lijkt erop dat er niet veel aan de hand is. De vleugel wordt weer opgetrokken en de africhting vanaf Heteren en Ravenstein werd goed verteerd. Ze mag morgen haar debuut maken op een prijsvlucht!
Bij Nanne Wolff ben ik nog niet geweest. Preventief kregen ze afgelopen week “gele druppels” in het drinkwater tegen tricho. Het is volgens Jaap Koehoorn zijn meest verkochte product en een ontsmettingsmiddel. Geen geneesmiddel als ronidazole dus. Of het net zo goed werkt? Mijn bezoekje aan dokter Wolff heb ik dus nog even uitgesteld. De duiven komen aardig naar huis, de verliezen zijn te overzien en het geeft een goed gevoel als je duiven naturel en zonder medische hulp overeind blijven. Garantie dat het met medische begeleiding beter gaat kan niemand geven.
Nu we een aantal weken vliegen, zie je welke duiven het goed doen en welke duiven er moeite mee hebben. Met een kritisch oog kijk ik naar de duiven. Met Bram wissel ik informatie uit en hij hoopt daar op zijn kweekhok zijn voordeel mee te doen. Net als Albert heeft Bram de nodige “papieren tijgers” op zijn kweekhok. Duiven van bekende liefhebbers met geweldige afstamming. Lang niet al die duiven beschikken over kweekwaarde. Soms geven ze enkel “wegvliegers” die bij de eerste de beste beproeving door het ijs zakken. Op ons eigen kweekhok ben ik inmiddels ook klaar met een aantal “kwekers”. Jaar na jaar stellen ze teleur. Na uiterlijk drie jaar mag wat mij betreft zelfs de allerduurste aankoop afgevoerd worden. Soms ben ik er al eerder klaar mee. Alleen duiven die jongen geven die gezond blijven en voldoende hardnekkig zijn, maken kans om te blijven. Vroege prijzen kunnen winnen is een tweede criterium en ten derde moeten de duiven je een goed gevoel geven. Ze moeten goed van bouw zijn en uitstraling hebben. Aan “flodders” , “angsthazen” en “achteruitkijkers” heb ik een gloeiende hekel, net als aan duiven die steevast na de prijzen arriveren. Wat moet het lastig zijn voor die liefhebbers die bijna al hun jongen kwijt zijn. Lag het aan de kwaliteit van het kweekmateriaal, aan de voorbereiding, aan de gezondheid? Als je extreem veel jongen kwijt bent, bijvoorbeeld aan de havik, wordt het uiterst lastig om de goede van de slechte kwekers te scheiden. Ik herinner me een aangekochte doffer van combinatie Vierhout. Op een prijsuitreiking zag ik vader Jaap en moest hem bekennen, dat we nog niets wisten over de kweekwaarde van hun duif. “Of de nazaten goed of slecht zijn weten we niet. Wel dat ze voor de havik ongelooflijk lekker zijn”, vertelde ik. Vorig jaar vloog een jong uit “de Vierhoutdoffer” een eerste in de kring. Dat jong schonken we aan de vereniging om als “eersteprijswinnaar” te verkopen. De “Vierhoutdoffer” stierf onverwacht. Zo gaat het vaak met aankopen. Over de combinatie Vierhout geen verkeerd woord overigens. De selectie op het kweekhok kan niet streng genoeg zijn. Kweken we uit “naamduiven” die soms “rondgepompt” worden via verkoopsites, of kijken we kritisch naar wat elke kweker nu werkelijk aan nafok gegeven heeft? Denkend aan goede vriend wijlen Jan P. Suijkerbuijk weet ik, dat de liefhebber met het scherpste mes het langst stand houdt. Diens broer wijlen Cees, was de bekendste van het ooit legendarische Zutphense trio Jan, Gerard en Cees. Vooral dankzij Hans Eijerkamp en in mindere mate Harm Vredeveld. “James Bond” , “Glamourboy” en “Loverboy” zijn namen die direct of indirect aan Cees gelinkt kunnen worden. Toen ik een keer in ontspannen sfeer met Cees en Ali aan de thee zat in Eefde, vroeg ik gekscherend wie de beste liefhebber in de familie was. Zijn antwoord was opmerkelijk: “Mijn oudere broer Jan noemde ik vroeger een ezel, maar hij is zonder twijfel de beste liefhebber. Met een minimum aantal duiven en slechts één kweekkoppel is hij een kwaaie rakker. Zijn grootste kracht is een vlijmscherp kapmes!” Op het kweekhok moet je spijkerhard zijn en alleen de feiten laten tellen. Als de mooie stamkaart niet vergezeld gaat van keiharde bewijzen van bekwaamheid kun je er de houtkachel mee aanmaken! We moeten streven naar “gemakkelijke kwekers” en “moeilijke kwekers” zo snel mogelijk ruimen, ongeacht herkomst of reputatie!
(wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (8)
2016: Hoop, geloof en liefde (8)
Een zijsprongetje
Sinds mijn vorige bijdrage is er al weer heel wat water door de IJssel gestroomd. Vanochtend met een kloek met acht eendagskuikens naar de school van José geweest. Dat vinden kleuters geweldig interessant. Moeder Toos met schipperke Trijntje waren erbij. Voor herhaling vatbaar! De kloek had ik ruim vier weken eerder gezet. Na acht dagen stelde ik vast, dat ongeveer alle eieren gebroken waren. De kip broedde weliswaar op stro, maar met een harde ondergrond van een plastic krat. Dat was een verkeerde keus. Ik maakte een kuil in het zand en zette de kip opnieuw. Wat ik niet verwacht had gebeurde: ze bleef trouw broeden tot de uitkomst van haar acht kuikentjes. Eigenlijk heel bijzonder, want duiven blijven ook niet onbeperkt overbroeden. Voor kleuters is een kloek met kuikens en een hondje één groot feest. Zelfs jaren later weten ze zich dat moment te herinneren!
Breda
Vorige week was Breda de openingsvlucht voor de regio Noord van de GOU. Heb een leven lang duiven, maar kan me geen grotere rampvlucht herinneren. Gelost om 8.40 uur waren er ’s avonds diverse liefhebbers die geen veer thuis hadden. Sommige verenigingen klokten op zondag door. Het baatte niet. Er kwamen nauwelijks duiven na en de prijzen waren zelfs op zondag niet verdiend. Jan de Ruiter had, door ervaring wijs geworden, slechts enkele duifjes mee. Hij maakte mee wat hij nooit eerder meemaakte. Geen duif thuis bij het afslaan! Ook clubvoorzitter Jan Groot Koerkamp stond met lege handen, evenals Jan Ketelaar. Rein Evers had er ’s avonds eentje van de 24. John Romein had op maandagavond bij het toewijzen van de chips nog ruim 100 junioren. Midweeks kende hij een dramatische africhting, waardoor hij slechts 10 junioren kon inkorven. Op zaterdagavond had hij één duif retour. Ik beperk me tot mijn eigen vereniging. Elders in kring en regio hoor ik zo mogelijk nog schrijnender verhalen. In één klap het hele jonge duivenseizoen naar de knoppen! Zeer slecht voor de sport. Ik vind het bijna genant om te schrijven, maar op eigen hok viel de schade mee. ’s Avonds waren er 38 van de 53 en uiteindelijk kwamen er 42 op eigen kracht thuis. Clubgenoot Dennis Koers, de laatste jaren de revelatie met de junioren in regio en afdelingsverband, deed het nog beter. Hij kreeg er uiteindelijk 24 van de 27 thuis. Als de eerste prijsvlucht een slagveld wordt, zijn de liefhebbers die veelvuldig afgericht hebben duidelijk in het voordeel.
Tessenderlo
Voor de tweede prijsvlucht had ik 36 junioren ingekorfd. Vijf duiven bleven thuis. Drie ervan waren er in mijn ogen nog niet klaar voor en twee zag ik er over het hoofd. Doffers en duivinnen zitten gewoon samen en dan kan het gebeuren, dat er een paar wegkruipen onder een doosje. Als het baasje dan van zijn werk komt en in razende vaart moet eten en inkorven, kan zoiets gebeuren. Trouwe letter en jeugdvriend Rinie Vos was aanwezig, net als Jaap Hupkes en Aart Bronkhorst en natuurlijk mijn allertrouwste supporter moeder Toos. Ook José was van de partij. José zorgt altijd trouw voor de inwendige mens. Op zulke momenten geniet ik dubbelop. Met Jaap en Rinie zat ik een halve eeuw geleden al tussen de duiven …. Rond 11.45 uur stonden we op uit onze stoelen om het luchtruim af te turen. Lang hoefden we niet te wachten, want uit het niets waren er ineens twee duiven, die vlot naar binnen gingen. De aankomsten volgden elkaar snel op. De getekenden lieten deze week lang op zich wachten, dat was een smetje. Een dubbele overwinning in de kring maakt het goed. Opvallend is, dat de eerste duiven van Breda op Tessenderlo niet thuis geven.
Lichtpuntje
Afgelopen jaar schaften we zes zomerjongen aan bij Hans Hak in Maurik. Hans speelt al jaren goed op de dagfond met zijn overwegend Braad-de Joodeduiven. Zijn stam is opgebouwd rondom één koppel. Met name de duivin van het koppel heeft met meerdere partners goeie nazaten gegeven. Zoiets spreekt me aan. Gewoon overdag werken als metselaar en duiven op een beperkte ruimte spraken ook in zijn voordeel. Verder was het een blinde gok, want we kenden hem niet. De eerste kennismaking viel niet tegen. Zoon en schoonzoon, die aanwezig waren, voetballen in A1 van FC Utrecht en Ajax. Ook Hans zelf was een fanatieke voetballer. Een duidelijk (top)sportklimaat dus. Met de duiven werden vele teletekstnoteringen behaald, zowel met de jongen als met de ouden. Geen dure moderassen, geen opgeklopte verhalen, maar klinkende prestaties in het heden. Natuurlijk gingen we voor jongen (liefst duivinnen) uit het hart van zijn stam. Afgelopen voorjaar werden ze bij Albert voor het eerst gekoppeld aan duiven van onszelf. Dat zat aanvankelijk niet mee. Eén duivin wilde niet leggen, de ander had de eitjes schier en meer van die ongein. Een slecht voorteken? Uiteindelijk nam ik toch een beperkt aantal gekruiste “Hakjes” mee naar Appen. Daarvan zijn er nog vijf aanwezig. Dat is niet veel, maar haviken kijken niet naar afstamming of aanschafprijs. Afgelopen weekeinde vinden we de “halve Hakjes” terug op de plaatsen 1, 2, 34 en 36 in de kring. Dat is bemoedigend en daar doe ik niet geheimzinnig over. Natuurlijk koppelden we de Hans Hakduivinnen tegen onze beste doffers. De eersteprijswinnaar komt uit een doffer van onszelf die ook een eerste kon winnen en bovendien duifkampioen was. ’t Moet van twee kanten komen. Of de investering bij Hans Hak een gouden greep is? Dat moet nog blijken! De eerste pap is voor de kinderen en het echte werk moet nog komen. Over twee maanden weten we meer.
Gele druppels
Als ik de verplichte paramixo- en pokkenenting buiten beschouwing laat, hebben mijn duiven nog geen medicamenten gehad. Niet tegen het geel, niet tegen kopziektes en ook niet tegen coli. Ook dokter Nanne Wolff heb ik nog niet bezocht. ’t Is voor mij een uitdaging om te presteren zonder medische hulp. Binnenkort zal dat waarschijnlijk veranderen. De duiven komen in contact met andere duiven in de reismand en dan is naderend onheil niet ver weg. Zal straks eens bellen met Wezep, want in deze periode maken de duivendokters waarschijnlijk overuren. Heb gisteren gele druppels besteld bij Jaap Koehoorn. Volgens Jaap geen medicijn, maar een ontsmettingsmiddel. Heb het gevoel, dat sommige junioren kampen met een vooralsnog onzichtbare geelbesmetting. Doordat ik bij huis geen duiven laat trainen, ben ik aangewezen op enkele keren wegbrengen naar Heteren of Ravenstein. ’t Is een kleine moeite om de module op trainingsvlucht (code 9) te zetten en te kijken hoe de training is verlopen. Ik laat de duiven per mand los en het is frappant om te zien dat de duiven van de ene mand de duiven van de andere mand inhalen. Duiven die onderweg de groep niet kunnen bijbenen (of liever bijvleugelen) kun je beter thuis houden voor de volgende vlucht. En .… tegen duiven die het spelletje kennen en de vorm te pakken hebben leg je het als automobilist af.
Gulden regel
Op zondag hebben de duiven een rustdag. Ze worden vertroeteld, krijgen een bad en komen niet buiten. Afgelopen week liet ik de thuisblijvers op zaterdagochtend los. Ze vlogen na één rondje meteen naar de voormalige bakkerij in het dorp. Natuurlijk controleerde ik dat en zag ze met eigen ogen prinsheerlijk zitten. Dit jaar hoef ik de doffers en de duivinnen niet te scheiden. Trainen bij huis, met of zonder vlag, is een kansloze missie. Zelfs nu de duiven bij huis niet los komen is het arriveren in Appen van vlucht of trainingsvlucht al een hachelijke onderneming. De rooie ‘111 ontsnapte bij thuiskomst van Breda op het nippertje aan de klauwen van de havik, net als de schalie ‘276 van Bram. José zag het onlangs met eigen ogen toen de duiven terugkeerden van een africhting vanaf mijn werk in Warnsveld. Ze was zwaar ontdaan van het schouwspel. Duiven houden op een normale manier is in Appen niet meer mogelijk. Daarom zeg ik: “As ut niet ken zoals ut mut, mut ut zoals ut ken”. Twee keer per dag een uur trainen bij huis met de vlag kost niet alleen een hoop veren, maar ook een hoop tijd. Hoe vaak je moet rijden, dat ben ik aan het onderzoeken. Op vrijdag krijgen de duiven in ieder geval rust.
Bange droom
De duiven gezond houden, de duiven aan de praat houden, we zijn er dagelijks mee bezig. Na twee cluboverwinningen tegen helaas beperkte concurrentie, weet je dat er ook mindere vluchten zullen komen. Daar zie ik niet tegen op. De angst, dat je eerste duif in zijn laatste meters gegrepen wordt door een havik, dat is een bange droom. Als die droom realiteit wordt, weet ik niet of ik de moed kan vinden om door te gaan. Heb overwogen om vlak voor aankomst van de duiven een zware vuurpijl af te schieten, maar daar kweek ik geen vrienden mee in de buurt en daarmee overtreed ik de wet. De mens lijdt het meest aan de dingen die hij vreest … (wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (7)
2016: Hoop, geloof en liefde (7)
Nieuw fenomeen
Enige weken geleden belde ToonWaanders uit Voorst. Hij vertelde me, dat mijn jonge duiven soms urenlang vertoefden op de voormalige bakkerij met woonhuis van wijlen Gerard Wissink. Gerard was de buurman van Toon. Eén van de Voorster duivenliefhebbers destijds. Net als Teun Kruitbosch en Arend Schoonheden. Helaas zijn ze niet meer onder ons. Cees Hensbergen en Gerrit Ilbrink leven nog wel, maar zijn niet echt actief meer in de sport door leeftijd en gezondheid. Toon ken ik al ongeveer een halve eeuw. Werkte in mijn jonge jaren bij de LONA als vakantiewerker en Toon werkte daar ook. Toon had een Kreidler en ik een Sparta en later een Puch. Ook voetbalden we in hetzelfde team en keken dan in de lucht of er al duiven over kwamen. In de rust lieten we onze ploeggenoten in de steek, want we wilden op tijd bij het hok zijn. Ik dwaal weer eens af. “Een duifje van jou liep bij me binnen en daarom weet ik dat de enorme koppel die bij de voormalige bakkerij vertoeft van jou moet zijn”, aldus mijn sport- en dorpsgenoot. Ik schrok, maar bedankte Toon voor zijn informatie.
Begrip
In de fase dat de duiven wegtrokken, zochten mijn duiven contact met de koppel van Toon. Soms zat er een duifje van Toon bij mij in de tuin of op het hok. Dat gebeurde niet vaak, want eigenlijk zitten er nooit vreemde duiven bij mij. Een verklaring daarvoor? De roofvogels! In de fase dat ik mijn jonge duiven de hele dag buiten sloot, regeerde de angst. De geregelde aanvallen en voortdurende stress maakten, dat mijn jonge duiven een veilige plek zochten. Die vonden ze bij toeval in het centrum van het dorp op de voormalige bakkerij. Daar worden ze niet voortdurend aangevallen. De haviken mijden de bebouwing en mijn duiven voelen zich er veilig. Een bizarre situatie, maar ik heb er begrip voor en zo lang ze daar zitten worden ze niet opgevreten. Toch is het een ongewenste situatie. Ik bracht mijn duiven voor het eerst weg enkele weken geleden naar de Voorsterklei. Toen ik over de Rijksstraatweg terugkeerde, herkende ik mijn duiven die al vrolijk koerden op het dak van de voormalige bakkerij. Pas een uur later keerden de eerste duifjes retour in Appen. Heel bizar en niet wenselijk met het oog op de naderende vluchten. Daarom moest ik een nieuwe strategie verzinnen.
Geen training aan huis
Als het eigenlijk te gevaarlijk is om de duiven bij huis te laten trainen en de duiven zelf oplossingen gaan verzinnen om uit de klauwen van de haviken te blijven, moet je als liefhebber anticiperen op de situatie. Ik besloot om de duiven niet meer los te laten bij huis. De dagelijkse training wordt een ritje met de auto naar mijn werk. Daar worden de duiven niet dommer van, ze wennen aan de mand en … misschien vergeten ze hun toevluchtsoord in het dorp. De eerste keren vlogen de meeste duiven gewoon naar de voormalige bakkerij als ik ze meenam naar Warnsveld. Dat hoorde ik van Toon. Inmiddels heb ik die rare gewoonte doorbroken. De duiven worden “kort” gehouden en de kleppen scherp gesteld met een beloning in de voerbakken bij thuiskomst. Dat werkt. Het voordeel van dagelijks lossen in Warnsveld is, dat je niet hoeft te letten op het weer. Zelfs in de stromende regen gooide ik de manden open. Door het verblijf in het centrum van Voorst, hebben de duiven veel ervaring gekregen in het aanvliegen op het eigen hok. Aanvliegen in Appen en kijken of de kust veilig is en bij naderend onheil retour naar de voormalige bakkerij en vice versa. Ook een leerproces!
Pokkenenting
Twintig dagen geleden uitgevoerd met het borsteltje op de linkerborst. Jan de Ruiter wees me erop, dat de duiven na ongeveer een week een lichte terugslag krijgen en dat africhten in die periode een risico kan betekenen. Aangezien ik de duiven elke ochtend op de tast in het verduisterde hok pakte, voelde ik de korstjes opkomen na ongeveer een week. Meestal liet ik de duiven om 7.50 uur los bij school en José vertelde me dat de duiven op woensdag en donderdag, wanneer ze niet hoeft te werken, vlak voor het radiojournaal van acht uur thuis kwamen. De duiven kennen de weg dus blindelings en gaan niet eerst buurten in het centrum van Voorst. Een goed teken! Een nadeel van deze regelmaat is, dat de havik zoiets ook in de gaten krijgt. Al meerdere keren zat ze ’s ochtends in de eikenbomen op circa veertig meter van het hok te wachten op haar kans. Afgelopen week zag José hoe de duiven uit de goeie hoek arriveerden en massaal het hok binnenstormden. Tot haar grote schrik dook op dat moment de vrouwtjeshavik tussen de duiven. Dat gaf een enorme paniek. Een deel van de duiven merkte er niets van, het andere deel spatte uiteen in doodsangst. Enkele duiven zaten verstijfd van angst voor het hok en enkele duiven bleven de hele dag weg. Het maakt de duiven erg zenuwachtig als ze arriveren, maar zorgt er ook voor dat ze razendsnel naar binnen duiken. Vorige week in het weekeinde zat ik de duiven op te wachten. Ik had ze naar Velperbroek gebracht. Ze bleven vrij lang weg, maar ineens dook er een duif vlak langs me heen tussen het hok en het prieeltje naast het hok. Op ongeveer een meter afstand volgde de havik. Door mijn aanwezigheid kon de duif op het nippertje ontkomen. Het was mijn enige schalie die aan de dood ontsnapte. Verstijfd van angst bleef de jonge doffer geruime tijd zitten pal achter het hok. Zonder de duiven bij huis los te laten, is het moment van thuiskomen na een “lapvluchtje” steeds een hachelijk moment.
Coli
Al vanaf het spenen zitten er regelmatig duiven met coliverschijnselen. Vieze dunne mest en uitgebraakt voer in de schapjes. Meestal knappen de duiven na enige dagen vanzelf op. Alleen de ’30 vertoonde vorige week de eerste verschijnselen en was de volgende ochtend meteen “kassie wijlen”. Uitgerekend het duifje dat enkele keren bij Toon op het hok binnenliep. Op dit moment heb ik twee duifjes apart in een rennetje buiten die beiden flink ziek zijn. Nu komende week de eerste prijsvlucht op de agenda staat neem ik geen risico en haal de zieken weg uit de groep. Wekelijks mix ik een kwart liter vlierbessensap door het voer, maar daarmee genees en voorkom je de uitbraak van coli niet. Vanochtend scheen er een waterig zonnetje en ondanks alarmerende berichten over “code geel of oranje”, besloot ik de duiven te pakken voor een ritje. Het werd, net als vorige week zondag, Heteren. Ook van de tweede vlucht Heteren keerden alle jongen huiswaarts. Echt goed weer om af te richten is het de laatste weken niet geweest. Vaak zwaar bewolkt, soms regen, dan weer benauwd en oostenwind. Ik heb geen keus. ’s Ochtends in het donker de duiven pakken, snel kuisen, waterbakken reinigen en vullen, voer klaar zetten en rijden. Warnsveld- Appen kun je amper een trainingsvluchtje noemen (vijf minuten vliegen), maar ze strekken toch even de vleugels en halen een frisse neus. Stress wordt tot een minimum gereduceerd en de duiven gaan op deze manier niet meer naar de oude bakkerij in het dorp. Als het weer meewerkt, wil ik nog een keertje naar Ravenstein. Mijn betreurde duivenvriend Martin Geven was heel stellig in zijn visie. Pas als je drie keer in Ravenstein bent geweest (ongeveer 60 km en over de drie grote rivieren) heb je echt afgericht. Drie keer zal niet lukken, maar ik heb zelf het gevoel dat ik ondanks het slechte weer mijn best gedaan heb.
Toeval
Zoals ik eerder aangaf, zitten er in Appen zelden aanvliegers. Toen ik ongeveer dertig jaren geleden 5 ongeringde jonkies kreeg van Gerrit Ilbrink en deze duifjes vrij rond vlogen vanaf de toenmalige schuurzolder, had dat geen aanzuigende werking op vreemde duiven. Zal te maken hebben met het plekje? Destijds speelden roofvogels nauwelijks een rol. Ik denk, dat de aanwezigheid van roofvogels momenteel de aanvliegers hier weg houdt. In mei vloog hier een blauw duivinnetje binnen. Ik gaf het duifje op en Berend Tijssen uit Heerde bleek de eigenaar. “Laat haar maar los, misschien komt ze vanzelf terug bij mij”, zei Berend. Het beestje bleef en voelt zich hier blijkbaar thuis, ondanks de haviken en gaat wat mij betreft komende week mee op de eerste prijsvlucht. Eigendomsbewijs en overschrijving op naam zijn geregeld voor alle duidelijkheid. Nu komt het toeval: enkele weken geleden zit er weer een vreemd duifje dat bij mij binnen loopt. Ik had het niet in de gaten. Het duifje lijkt sprekend op de aanvlieger van Berend. Ze gaat binnen op hok 1 terwijl “Berendje” een vast eigen plekje heeft op hok 4. Ik pak haar en breng haar naar haar eigen plekje en zie dat “Berendje” daar al zit. Ik sta perplex. Beide duifjes dragen een rood herkenningsringetje en zijn evenbeelden. Ongeveer vijf weken na de eerste aanvlieger loopt nummer twee hier binnen en het is een jong van dezelfde liefhebber! Het tweede duifje heb ik de volgende dag in Heerde bij de Jumbo los gelaten en is teruggekeerd bij Berend. Ondanks zeker 25 havikslachtoffers, slecht weer bij het africhten, coli e.d. heb ik goede hoop komende zaterdag met 50 junioren aan de start te verschijnen. IJs en weder dienende uiteraard, want met jonge duiven weet je het nooit! ( wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (6)
2016: Hoop, geloof en liefde (6)
Martin Geven overleden (21 november 1952 – 1 juni 2016)
Gisteren vond de uitvaart van duivenvriend Martin Geven plaats. Afgelopen winter werd hij ziek. Hij had weinig eetlust, voelde “iets” in zijn hoofd, zag niet goed en zat niet lekker in zijn vel. Na zijn fantastische prestaties met de jonge duiven bij Eijerkamp in 2015, keken Joke & Martin (een heilige twee-eenheid) uit naar seizoen 2016. Een ander hok was in gebruik genomen en Martin had snode plannen met de jaarlingen. De toch altijd al broze gezondheid van Martin begon zorgen te baren en na de nodige onderzoeken kwam de diagnose, die het bange voorgevoel van Martin bevestigde.
Een zware tijd brak aan voor hen beiden. Hoe lang heb je nog te leven? In de eerste fase na het slechte nieuws voerden we fijne gesprekken. Martin was nuchter als altijd en droeg zijn lot manmoedig. Hij vertelde over zijn jonge jaren. Daarin was hij zeer succesvol in het Grieks-Romeins worstelen. Kampioen van Arnhem, Gelderland en Nederland. En dat meerdere malen, benadrukte hij met enige (terechte) trots. Amper volwassen keerde hij de sport de rug toe en begon zich meer en meer voor politiehonden en alles wat daar bij hoort te interesseren. Al snel bleek hij feeling te hebben voor honden en het africhten van politiehonden werd zijn passie en bewaker met hond bij defensie zijn beroep. Met zijn aangeboren gedrevenheid en wilskracht bereikte hij ook met het africhten van politiehonden de top. De namen van tophonden als “Wilson” en “Barko” vallen. Een door Martin opgeleide herder speelde een mooie rol in een t.v.-serie met Monique van de Ven.
Op een gegeven moment is Martin klaar met de sport. Even houdt hij zich bezig met het kweken van fuchsia’s, maar al snel ontdekt hij de duivensport. Ik weet nog, dat ik als voorzitter van “Steeds Verder” destijds met toenmalig secretaris wijlen Tonnie Pas de coördinaten ging prikken. We keken onze ogen uit in Bussloo. Joke had een tamme postduif in de keuken waarmee ze lezen en schrijven kon. Een tamme kraai fladderde om ons heen. Op de terugweg in de auto keken we elkaar aan en wisten: dit worden toekomstige toppers!
Toen ik in 2009, na een duifloze periode van zeven jaren weer met duiven wilde beginnen, waren Joke & Martin één van de eersten die me duiven aanboden. “Ik heb altijd gehoopt dat je weer zou beginnen”, vertelde Martin lichtelijk ontroerd. Ik zocht drie duifjes uit en Martin en Joke keken elkaar aan en zeiden in koor: “Zoek er nog maar drie uit”. Ik was onder de indruk van zoveel sportiviteit. Het werd een sprookje met een happy end. Een jonge doffer uit het mandje van zes duiven werd duifkampioen in de club, in de kring, in de regio en in de afdeling en uiteindelijk 2e W.H.Z.B. Zoiets vergeet je nooit!
In de duivensport bereikten Martin & Joke vrijwel alles: meerdere teletekstoverwinningen, op het erepodium bij de “Gouden Duif”, beste doffer van Nederland, 1e W.H.Z.B., nationaal kampioen jonge duiven en in de laatste twee seizoenen in Bussloo (2013 en 2014) nog snelheidskampioen van de hele GOU! Ondanks zeker geen gunstige ligging, de terreur van haviken en de ellende van een steenmarter die 30 doffers in één nacht doodbeet, bereikte Martin met Joke aan zijn zijde, de absolute top.
Hans Eijerkamp had zijn hele leven een neusje voor talent. In Martin & Joke zag hij de ideale aanvulling voor zijn team op Greenfield Stud. Aanvankelijk twijfelden Joke & Martin. Ze woonden 34 jaren met veel plezier aan de plas. Toen de huurbaas in Bussloo moeilijk ging doen, kwam het aanbod van de familie Eijerkamp uiteindelijk als een geschenk uit de hemel.
Martin en Joke vonden hun draai heel snel in Cortenoever. Nooit hoorde ik een wanklank als ik ze op maandagavond bezocht. In een topsportklimaat van een professioneel team met een gepassioneerde nestor als Hans Eijerkamp als animator en buurman, voelde Martin zich helemaal thuis. Met Evert Jan en de overige medewerkers was er een klik. De sfeer was goed en de sportieve prestaties waren verpletterend. En dan is er ineens rampspoed. Niet te bevatten. Een drama voor de hele familie.
Joke moet alleen verder. Ze is nuchter en staat haar mannetje. Het zal echter nooit meer worden wat het was ……. Een gedreven sportman en bescheiden duivenvriend heeft ons verlaten. Velen in verwarring en bedroefd achterlatend.
Hoop, geloof en liefde (5)
2016: Hoop, geloof en liefde (5)
Haviken hebben jongen!
De vorige keer schreef ik over “een bak ellende” die me te wachten zou staan als er jongen in de nesten zouden liggen bij de haviken. Dat moment lijkt aangebroken. Als de jongen in de veertjes komen, gaat moeder havik het nest verlaten om zich met de jacht te bemoeien. Op 24 mei had ik nog 66 jongen. Zondag 29 mei nog 62 en vandaag 30 mei telde ik er op de kop af 60. Vooral de laatste dagen gaat het aftellen hard. In totaal ben ik nu 25 jongen kwijt. Eentje vloog zich dood en werd door buurvrouw Martha gevonden. Mogelijk werd de duif achtervolgd? Bij achterbuurvrouw Dinie lagen afgelopen week alleen veren op het gazon en bij buurman Appie werden er al meerderen opgepeuzeld. Appie zette de dader op de foto tijdens haar maal. De vrouwtjeshavik verorberde haar slachtoffer enkele weken geleden in alle rust bij hem in de achtertuin. Waarschijnlijk was het een broedende of solitaire havik, want anders zou ze haar prooi meegenomen hebben naar haar horst. We wonen in de groene long van de gemeente Voorst en op een afstand van ongeveer 1000 meter hemelsbreed zijn in alle windstreken havikshorsten (Bussloo, Hof te Gietel, Nijenbeek, Ekeby) Hoeveel paartjes er precies zijn, dat weet ik niet. Roofvogelliefhebbers houden de aantallen vaak bewust (te) laag aan. Zeker is, dat de duiven de gehele dag op scherp staan en om de haverklap afketsen en op de vlucht slaan. Als de havik in de buurt in een boom landt, merk ik dat gelijk aan de duiven. Vaak zijn de duiven de havik te slim en te snel af, maar de haviken hebben de hele dag de tijd. In Appen en omgeving ben ik de enige postduivenhouder. Vroeger deelden Martin & Joke Geven in de ellende. Als zij op maandag een duif misten, bleef mijn hok die dag buiten schot. Op dinsdag was het dan meestal andersom. Nu kan ik de ellende niet meer delen en zijn mijn duiven elke dag de pineut. Gisteren twee slachtoffers en vandaag weer twee. De Mac Donalds in Appen is weer open. Als ze in dit tempo blijven snacken, is het hok in rap tempo leeg. Met een moyenne van 2 per dag ben ik de week voor de eerste prijsvlucht “los” en duivenboer-af.
Veel los, weinig los, kort los of lang los?
Vorig jaar liet ik mijn jongen weinig los. Soms maar één keer per week een half uur. De duiven worden niet “streetwise” en bovendien vadsig en een makkelijke prooi. Ondanks weinig en kort loslaten, verspeelde ik 41 jongen aan de roofvogels in 2015. In 2016 deed ik het omgekeerde. Dagelijks en hele dagen los met gesloten klep. Vooral in de periode dat ze net buiten kwamen, liet de havik zich niet of nauwelijks zien. Dat kende ik niet en een lichte euforie maakte zich van mij meester. Waren er haviken illegaal opgeruimd? Hadden ze een slecht broedjaar achter de rug? Als duivenhouder bloeide ik helemaal op en met ongekend en hervonden plezier ging ik elke dag naar mijn duiven. Helaas is het weer oorlog op het duivenhok en sneuvelen mijn jonge favorietjes momenteel bij bosjes. Mijn duiven zijn nog niet in de hoogspanningsdraden gevlogen, er zijn geen dodelijke coli-slachtoffers en doordat ze hele dagen buiten vertoeven, lopen ze minder risico als ze in vreemde, overtrekkende groepen duiven verzeilen. Slechts één keer keerde een duifje de volgende dag retour en geen enkele duif werd aangemeld. Zoals gezegd ben ik er nu 25 kwijt en dat ging tot voor kort steeds één voor één. Eigenlijk ben ik er vrijwel zeker van dat ze allemaal dood zijn.
Goede raad is duur
Gewoon volharden en zien waar het schip strandt? Eigenlijk zou ik dat het liefst doen, maar ik ben inmiddels gehecht geraakt aan mijn duifjes en heb geen zin ze als “kanonnenvoer” op te offeren aan de haviken. Eerst viel er globaal om de andere dag een slachtoffer, maar inmiddels zijn het er twee per dag. De roofvogels zijn niet gek en weten nu waar Abraham de mosterd haalt. Ouders en jongen gaan wennen aan postduif en verliezen de interesse voor andere prooi. De komende tijd ga ik het loslaten noodgedwongen beperken. ’s Ochtends een uurtje en dat drie keer per week. Ik heb het gevoel, dat mijn duiven de afgelopen periode al heel veel geleerd hebben. De enting tegen pokken wil ik deze week uitvoeren, dus even een pas op de plaats komt goed uit! Vanavond liep ik langs de afdelingen. Even kijken of alle duifjes op hun eigen plek zitten. Na een hele dag buiten gezeten en gevlogen te hebben in voortdurende staat van paraatheid, vinden de duiven het geweldig om weer op hun vertrouwde, veilige plekje te zitten. Ieder duifje verdedigt zijn rustplekje met verve tegen mijn plagende hand. Als ik in hok 1 begin, zie ik nog 10 duiven. Het zijn mijn oudste jongen. Deze groep vliegt het langst buiten en het is dus logisch dat hier de meeste slachtoffers te betreuren zijn. Half maart zette ik er 20 jongen op. Vanaf april begonnen ze te vliegen en nu eind mei is de helft weg. Wetend dat de echte vraatzucht nu pas begint en de ellende voortduurt tot eind juli (statistieken 2015), vrees ik dat hok 1 uitgedund zal worden tot enkel e geluksvogels die de dans ontspringen. Als ik heel eerlijk ben, zijn de mooiste en best gebouwde duiven uit hok 1 al weg.
Opvallende kleuren kwetsbaarder?
Vandaag leverde ik een krasbonte en een blauwe in. Gisteren een blauwe en een kras. Onder mijn jongen zitten vier zwarten en een zwarte witpen. Die zijn er nog allemaal. Lijken ze misschien op kraaien en zijn ze daarom minder geliefd? Ik denk, dat het toeval is. Van de drie rode duiven sneuvelde er tot heden eentje. Dat valt ook mee. Eén blauwbonte met witte staartpennen zit er tussen. Ik dacht, dat hij als eerste gepakt zou worden, maar dat is niet het geval. De theorie dat bonte en rode duiven meer risico lopen, werd op mijn hok niet door de praktijk gestaafd. Misschien dat bepaalde roofvogels zich focussen op afwijkende of opvallende kleuren? In Appen is dat momenteel niet aan de orde. En de “survival of the fittest” gedachte? Roofvogels zouden zieke en zwakke vogels als eerste pakken. Dat is deels een fabel. Haviken vallen een groep topfitte duiven aan, ook als er geen zieke of zwakke exemplaren tussen zitten. Het is echter wel waar, dat een duif die de groep moeilijk kan volgen (niet de fitste) het grootste risico loopt om gepakt te worden. Mijn ervaring is, dat duiven die gewond raken na een aanval, daar een trauma aan over houden. Door dit trauma worden ze vroeg of laat opnieuw slachtoffer, omdat ze bij een aanval door een roofvogel in paniek proberen weg te glippen uit de groep en daardoor hun doodvonnis tekenen. Helaas gaat mijn verhaaltje weer over roofvogels. Ze beheersen mijn duivenhobby en waar het hart van vol is, loopt de pen van over. Ik lijk wel een correspondent in oorlogsgebied. In de politiek kennen ze ook “haviken” en “duiven”. Kan het toepasselijker? Ik word er inmiddels onpasselijk van!
(wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (4)
2016: Hoop, geloof en liefde (4)
Waarom schrijf ik “stukjes”?
Wil ik een bijdrage leveren aan een lezenswaardige site? Zit er ergens toch een onderwijzer in me? Zoek ik een manier om mijn frustraties of blijdschap in goede banen te leiden? Misschien is het van alles een beetje! Wie aan de weg timmert trekt echter bekijks. Vorige week belde een mij onbekende liefhebber. Hij had mijn laatste stukje gelezen en de stoute schoenen aangetrokken om me om advies te vragen. Eigenlijk zit ik daar helemaal niet op te wachten. Er zijn in den lande mensen, die (vaak tegen betaling) dat veel liever doen. Duiven selecteren, koppelen, wateraders en straling opsporen, ogenkeurders, advies over verluchting, voermethode, etc. Fijn dat ze er zijn. De liefhebber in kwestie klonk een beetje wanhopig en intuïtief stemde ik toe. Afgelopen zaterdagochtend bezocht ik hem. Als liefhebber heb je een morele plicht om collega’s die in een dip zitten te helpen en moed te geven. Ik werd hartelijk ontvangen. Vanuit de keuken zag ik een hok op het achterplaatsje achter de bescheiden woning en al snel had ik de indruk met een echte liefhebber van doen te hebben. Dat is heel belangrijk in mijn ogen. Een dierenvriend en gepassioneerde jongen, bij wie het spel niet van de grond komt en die er alles voor over heeft om het lek boven te krijgen. We hadden een geanimeerd gesprek, samen bekeken we hok en duiven en ik temperde zijn verwachtingen. Als al meerdere kenners van naam en faam op bezoek zijn geweest, heb ik niet de illusie met een paar simpele tips het tij te keren. Ik vertelde, hoe ik het in zijn situatie zou doen en beloofde contact te houden. Gewoon, omdat ik het een sympathieke vent vind en hij het verdient om geholpen te worden.
Mensen die het minder hebben
Soms kom ik treurig over in mijn stukjes. Twijfel wel eens, of ik niet zal stoppen met de duiven vanwege de roofvogelterreur. Dan is het goed om te zien, dat ook andere mensen problemen hebben. Toen ik zaterdagmiddag thuis keerde van mijn bezoekje, moest ik me haasten. Ik had buurman Pim toegezegd te zullen helpen bij “Vis maar mee”. Als een soort buddy help je dan één op één iemand met een beperking bij het vissen. Op weg naar de beek herkende ik het kereltje dat bij een vorige wedstrijd de eerste prijs won. Een vrolijke “stuiterbal” die met zijn handen een kikkervisje ving en uiteindelijk de beker ontving, omdat toen niemand beet kreeg. Aan de waterkant werd ik aangeklampt door een gehandicapte man, die me vroeg hem te helpen. Een made aan het haakje doen, ingooien en ophalen. Voor mensen met een beperking is het vaak geen haalbare kaart. We kletsten gezellig en ik zag Manuel, die met zijn vader afgelopen najaar bij “Steeds Verder” een duifje kocht. Hij wist het nog precies en was blij met zijn beker en zijn gevangen visje. Ik feliciteerde hem. Veel werd er niet gevangen afgelopen zaterdag op de Voorsterklei, maar … het was gezellig en prachtig weer, zoals mijn vismaatje de middag samenvatte. Ik nam me voor om nooit meer te klagen.
Buurman Appie
Afgelopen dinsdagavond werden in het clubgebouw van “Steeds Verder” de duiven tegen paramixo geënt. ’t Is altijd een heel gedoe met al die jongen die boordevol stress door de manden bateren. Toen ik na afloop thuis kwam en de duiven losliet om ze zelf in hun hok te laten vliegen, stond buurman Appie ineens achter me. “Mis je meerdere duiven?” Verbaasd keek ik hem aan en vroeg me af waar hij naar toe wilde. Hij pakte zijn mobieltje en liet me enkele foto’s zien. “Ik heb het opgezocht en nu weet ik, dat het een havik is die in mijn achtertuin een duif plukt”, zei hij. Toevallig was ik een dag eerder op tweede pinksterdag de ’01 en ’02 kwijt geraakt. Twee nestbroers, waar ik hoge verwachtingen van had. Een kwartiertje later stond ik voor zijn deur. Niet ver van de voordeur zag ik de restanten van een postduif. De borst was er helemaal uitgevreten. De ring zat nog om de poot. Het was de “02. In de achtertuin lagen restanten, maar daar was met een grasmachine overheen gereden. Ik vertelde Ap, een generatiegenoot, dat ik blij was met zijn melding en foto’s. Alleen had ik niet verwacht, dat de vrouwtjeshavik haar prooi ter plekke zou verorberen en zo Ap zeker 20 minuten de tijd bood om foto’s te maken. Meestal pakt ze de prooi in de lucht en voert ze deze af, zonder sporen na te laten. Zou ze ongepaard zijn, of zou ze broeden? In dat laatste geval staat me nog een bak ellende te wachten.
Wennen aan de mand
Zondagmiddag had ik een familiereünie in Klein-Amsterdam, waar moeder Toos geboren en getogen is. José ging met de fiets en ik zou moeder Toos met hondje Trijntje ophalen. Ik zat in mijn maag met het voeren en verduisteren van de jonge duiven in de namiddag. Eureka! Ik liet ze ’s ochtends uitvliegen en zette ze vervolgens in vier manden in de schuur met water aan de manden. Van de nood een deugd maken, heet dat. Maandagochtend zette ik de manden in de Caddy en reed er mee naar de Appenseweg. Hemelsbreed een paar honderd meter van het hok. Het loslaten na het enten was blijkbaar een leermoment geweest, want vlot knalden ze uit de manden en na het maken van enkele rondjes boven Appen, doken ze richting de klep. Toen ik de manden in de auto tilde, kwam de vrouwtjeshavik zich melden boven de lossingsplek. Dat deed ze vorig jaar ook en toen pakte ze een duif voor mijn ogen. Nu was ze te laat. Bij thuiskomst zaten alle jongen in het hok. Meteen conditioneren, want ik had ze op zondag beperkt gevoerd om geen natte bagger in de manden te veroorzaken. ’t Is vandaag code oranje, vanwege verwachte overvloedige regenval, maar als het weer opklaart wil ik beginnen met africhten komende week.
Coli
Over het algemeen mag ik niet klagen over de mest. Dat was vorig jaar een drama. In alle afdelingen is er regelmatig eentje, die vieze mest produceert en/ of braakt. Zo’n duif gaat meestal ook de lucht niet in. Gelukkig is het een milde variant. Na enkele dagen knappen ze op en doen weer mee met de groep. Afgelopen week na de enting was de vlieglust helemaal weg. Doordat ze soms hele dagen buiten vertoeven, maak ik me daar geen zorgen over. Ze ketsen regelmatig af, want door al het gespuis in de lucht zijn ze erg attent. Behalve de paramixo-enting geen medicatie tot heden.
(wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (3)
2016: Hoop, geloof en liefde (3)
José is enkele dagen met haar oudste zus naar haar jongste broer in Maastricht. Heb het ruim alleen. De eerste pinksterdag al lekker vroeg voor zevenen de duiven los. Na alles gekuist en verzorgd te hebben, in de tuin aan de slag. Nadat de duiven gevlogen hadden, kwamen ze lekker om me heen scharrelen. Zo nu en dan gooide ik wat rijstkorrels om me heen. Gepelde rijst ontkiemt niet. Ook de duiven genieten volop van de tuin. Enkele rijtjes sla- en andijvieplanten hebben ze volledig weggepikt. Heb vandaag opnieuw sla gezet. Rode sla voor de verandering. Duiven hebben een hekel aan de rode kleur en laten deze variant ongemoeid.
De haviken laten zich nauwelijks zien. Buizerds cirkelen voortdurend rond, maar daar slaan de duiven nauwelijks acht op. De duiven komen momenteel zeven dagen per week los. Een ongekende weelde! Door de dagelijkse vrijheid trainen ze en leren ze optimaal. Wat een verschil met vorig jaar. Toen kwamen ze vaak maar één keer in de week een uurtje buiten. Met domme, ongetrainde duiven kun je de oorlog niet winnen!
Gisteren verbaasde compagnon Albert met de eerste prijs in de kring Apeldoorn vanaf Laon. Voor het eerst sinds de verhuizing naar Twello een klinkende zege. In de afstamming van het duifje het beste van Romein en de Ruiter aan vaderskant, maar ook onze “Axel” van wijlen Jan de Visser. De moeder van het duivinnetje komt uit “Jurriaan” (gekregen van Martin Geven) met zus “Texas Homer” (lijn “Oude Knoedel”/ nestzus “Garfield”)

De invloed van een hok mag je nooit onderschatten, dat blijkt nu weer. Het hok dat in Twello een jaar of acht geleden gebouwd werd, voldeed absoluut niet. Albert bouwde een nieuw hok in tegenovergestelde richting en meteen op de natour van 2015 vlogen de duiven er stukken beter.
In 2016 werd de stijgende lijn doorgetrokken. Hoewel Albert druk was met andere zaken en zonder enige africhting begon aan het seizoen, zat hij er wekelijks leuk bij. Vooral na het isoleren van de vloer werd het hokklimaat een stuk beter. Voorheen was er incidenteel wel eens een succesje, maar dan volgde steevast de week erop een afknapper. Sinds de duiven op het nieuwe hok vliegen, is alles anders. Albert moet er zelf nog aan wennen. Als het vliegen jaar in jaar uit kommer en kwel is, dan is het een bijzondere gewaarwording als ineens jouw duiven niet langer voor spek en bonen mee doen!
De moraal van het verhaal is evident. Geef nooit op! Zolang je gelooft in betere tijden en je handelen daar naar richt, is er hoop. Dat geldt voor iedereen. Sleutelen aan je hok, aan de verluchting, aan de luchtvochtigheid, aan de lichtinval. Nooit opgeven. Mensen die een droom hebben en een duidelijk doel en daar alles voor doen en laten, zullen ooit hun doel bereiken. Dat zie je op elk terrein. In het zakenleven, in de muziek, in de sport en zelfs in de liefde! Misschien moet er eerst onvoorwaardelijke liefde zijn om de mentale kracht te kunnen opbrengen om alles te doen om je doel te bereiken?
Op dit moment heb ik nog zeventig junioren. Soms wil er een duifje niet vliegen. Is het coli? Heeft het beestje zich geforceerd bij een wanhopige poging om aan de havik te ontsnappen? Je kunt het ze niet vragen. Ik voer vrij licht. A.S. junior van Teurlings is een gevarieerde mengeling. Ik kan het niet laten om zelf wat te rommelen met het voer. Een handje Koopman “all in one” met pinda, een handje Matador turbo energie vanwege hennep en variatie en enkele handen Beyers Recup om de mengeling lichter te maken. Eén keer per week in het weekeinde gooi ik enkele deciliters vlierbessensap over het voer. Dit laat ik een nachtje intrekken. ’s Ochtends afdrogen met biergist en zonodig wat klei e/o veen. Vlierbessensap is geen wondermiddel. Toch geef ik het met mate. Ook als je het wekelijks geeft heb je niet de garantie dat je geen coli krijgt. In wondermiddelen geloof ik niet. Zowel voor duiven als voor mensen zijn er telkens weer nieuwe “wondermiddelen”. Dan is het oregano, dan boerenkool, spelt, chiazaad, knoflook, appelazijn, enz. Iedereen heeft het erover, de prijs is buitenproportioneel als het echt een “hype” is en een jaar later praat niemand er meer over. Gebruik wat je past en gebruik vooral je verstand. Hou het eenvoudig, zei Herman Brinkman afgelopen winter tijdens een forum in de club. Goed voer, grit en mineralen. Verder geen poespas. Een weldenkende liefhebber, een goed hok en goeie duiven, daar gaat het om. Duiven moeten weerstand opbouwen en dat lukt niet als je bij elk wissewasje gaat kuren. Alleen als het te gek wordt en duiven sterven door bijvoorbeeld coli/ adeno, dan rij ik naar Nanne Wolff in Wezep en doe wat hij adviseert.
(wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (2)
2016: Hoop, geloof en liefde (2)
Hoge bomen vangen veel wind, zegt het spreekwoord. Als Gerard, Hans, Willem, Bas of Pieter een mindere uitslag maken, dan gaat dat snel rond. In onze omgeving wordt er ook gelet op Marcel, Alwin en John. Leedvermaak troost de goegemeente. Ook topliefhebbers hebben een mindere dag. Wachten ook wel eens te lang met het geven van een kuurtje. Afgelopen week was zo’n week met zuidoostenwind waar veel bekende namen niet de series en kopduiven pakken die ze normaliter gewoon zijn. Dat biedt kansen aan outsiders! Zelf schaar ik me liever onder de “gewone jongens”. Kon ooit aardig meekomen met de jonge duiven, maar ben al weer geruime tijd een doorsnee liefhebber. Dat is eigenlijk best lekker. Geen geschooi om bonnen, ik hoef niet te verkopen, geen enkele druk. Als je echter ooit meegestreden hebt om de ereplaatsen, in een overwinningsroes verkeerd hebt, dan verlang je toch weer naar het succes. ’t Is verslavend!
Gelukkig kan ik nog altijd genieten van mijn duifjes. Als ik een mooi gebouwde duif met zachte pluim door mijn handen laat glijden, kan ik daar enorm van genieten. Als de hokken weer schoon zijn, de drinkbakken ververst zijn en de duiven als stipjes in de blauwe lucht trainen en wegtrekken, dan prijs ik me gelukkig dat ik duiven heb. De gezelligheid met (duiven)vrienden en de wedstrijdspanning rond het tijdstip dat de duiven kunnen arriveren. Iets mooiers bestaat er voor mij niet! M.a.w. met de liefde voor de duiven zit het wel goed. Hoop heb ik nog steeds. Ooit zullen er betere tijden komen. Als de nood het hoogst is, dan is de redding vaak nabij. Passief afwachten, tot er betere tijden komen, daar geloof ik niet in. Je moet harder lopen, dan je duiven vliegen. Als het niet naar wens loopt op je hok, moet je de bakens verzetten. Blijven zoeken naar verbeterpunten. Wat deed ik zoal?
– De vorig jaar gebouwde rennen heb ik meer besloten gemaakt. Zijkant beschut en plafond dicht
– Het hok heb ik boven het plafond aangepast. Uit angst voor steenmarters maakte ik de golven van het dak dicht. Een deel van de aangebrachte dupanelplaten heb ik verwijderd. De ruimte boven het plafond moet als een stofzuiger functioneren. Aldus Martin van Zon.
– Niet langer duiven uit verschillende milieus samenbrengen
– Lichter voeren. Van Koopman “All in one” overgeschakeld op A.S. junior van Teurlings
– Een zestal jonge duivinnen aangeschaft uit de kern van het stammetje van Hans Hak als kruisingsmateriaal voor onze beste kweekdoffers.
Stilstand is achteruitgang en nietsdoen geen optie. Of we de goede keuzes maken? Dat weet niemand vooraf! We hopen het straks mee te maken als de vluchten beginnen. Sommige dingen heb je zelf in de hand en die kun je veranderen. Er zijn echter wel ontwikkelingen die me gunstig stemmen. Het vliegprogramma van de GOU bijvoorbeeld. Terug met beide benen op aarde na waanideeën over gescheiden vliegen met jong en oud, G-vluchten, afschaffen van de natour voor de jonge duiven. Gewoon weer een fatsoenlijk programma, dat begin juli start i.p.v eind juli.
Er is nog iets waar ik ongelooflijk vrolijk van word: ik ben weer bezig met duiven i.p.v. haviken! Vorig jaar was het bar en boos. Als ik de duiven los liet, had de havik er soms al binnen 5 seconden eentje te pakken. Tien keer de duiven op rij los, betekende tien keer op rij minimaal één dode duif.
In 2015 kwamen de duiven soms weken achtereen één keer per week een uurtje buiten om te trainen. De enige manier om niet mijn hele hok leeg te spelen. Als de druk van de roofvogels zo groot wordt, dan kun je het schudden. Teveel stress (coli en adeno) en te weinig trainingsarbeid en ervaring. Het resultaat? Matige prestaties en wekelijks verliezen! Als de haviken in de natuur te weinig aanbod van prooi hebben, dan gaan ze zich focussen op postduiven, maar ook op sier- en watervogels en ander gevogelte. Zelf ben ik vogelliefhebber. Steun de vogelbescherming, de weidevogels, Natuurmonumenten, enz. Roofvogels zijn prachtige beesten en ik accepteer dat er zo nu en dan een postduif ten prooi valt.
Als er in enkele maanden tijd 41 van je duiven gepakt worden door de havik, dan denk ik dat het evenwicht verstoord is. Gelukkig valt het de laatste weken mee. Er is in stilte aan de verstoring van het natuurlijk evenwicht gewerkt, of …. ze broeden? Wie het weet mag het zeggen.
De laatste weken was ik druk met het rooien van de struiken in de achtertuin, met het aanleggen van bijna 100 meter grondkabel, met het terug op orde brengen van de bestrating en natuurlijk met de moestuin. José is aan het sporten en dan komt er ineens een stukje voor de site. Het voelt als het leggen van een ei.
(wordt vervolgd)
Hoop, geloof en liefde (1)
2016: Hoop, geloof en liefde (1)
Het eerste kwartaal van 2016 zit erop. De hoogste tijd om de “radiostilte” te verbreken. Medio maart haalde ik de eerste groep jongen af van ons gezamenlijke kweekhok. Achttien stuks. Enkele dagen later verzilverde ik mijn enige bonnetje van 2016 bij clubgenoot Dennis Koers. Dat werden 2 nestmaatjes. Op afdeling 1 dus in totaal 20 jongen. Na ongeveer een week vlogen ze in de spoetnik en ik besloot om ze hun gang te laten gaan. Dat werkte aanvankelijk prima. De jonkies liepen over de verlengde uitvliegplank, vielen soms op de grond voor het hok, fladderden via de tuin naar de nok van het hok vice versa en leerden zo op een heel natuurlijke manier de in- en uitgang kennen. Heel belangrijk is ook, dat jonge duiven elkaar buiten het hok leren (her)kennen. Een al te druistige jongeling, die te hard van stapel loopt en bij de buren op het dak belandt, herkent zijn hokgenootjes van afstand niet. Zelfs dat is een leerproces. Drie hele dagen liet ik ze hun gang gaan en dat verliep vlekkeloos. De vierde dag begonnen de eerste jongen voorzichtige rondjes te vliegen pal rond het hok. De ervaring leert, dat de roofvogels dat heel snel in de gaten hebben. Diezelfde dag sneuvelde het eerste jong. Dat was woensdag 23 maart. Toen ik ’s avonds van mijn werk thuiskeerde telde ik 19 jonkies. Achter in de tuin, onder de heg, ontdekte ik de plukplaats van het eerste slachtoffer. Typisch het werk van een sperwer. Het sperwerwijfje overrompelt de slenterende jonkies en plukt ze ter plekke. Sperwers zag ik de laatste jaren zelden bij ons in de tuin. Daar waar haviken dominant aanwezig zijn, worden sperwers niet geduld en zelfs geslagen door haviken, zo las ik op internet. Het klinkt tegenstrijdig, maar het leek me een goed teken dat er weer sperwers in onze tuin jaagden. De volgende dag liet ik de jongen gewoon weer los bij het ochtendgloren. Zowaar kozen ze het luchtruim en maakten hun buitelende, frivole, kriskras door elkaar, luchtoefeningen. Ik durf eigenlijk helemaal niet te kijken, want ik weet uit ervaring dat deze eerste onzekere rondjes een enorme aantrekkingskracht uitoefenen op haviken. Zolang ze niet in gesloten formatie als koppel vliegen, zijn ze voortdurend in levensgevaar! Rond het middaguur haalde ik ze binnen, voerde ze af en verduisterde het clubje. Tot mijn teleurstelling zag ik dat er twee duifjes ontbraken. Dan weet ik hoe laat het is. Zo gauw piepers het luchtruim kiezen, deelt de havik de lakens uit. Ik had middag- en avonddienst op 24 maart en op weg naar school besloot ik de duiven voorlopig vast te houden. Als de haviken de trek hebben op het hok en je laat je piepers dagelijks los, verspeel ik er elke dag minstens eentje. Twee of drie in een uur is echter ook al gebeurd. Vorig jaar had ik een hokje met 23 jonkies. Ze zouden net wel of net niet meekunnen op de vlucht en dat laatste was geen optie als je jezelf toelegt op het jonge duivenspel. Ik liet ze dagelijks los en vrijwel elke dag sneuvelde er eentje. Binnen de kortste keren speelde ik dit hokje vrijwel leeg. Zelfs toen er al tien waren opgevreten en de jongen meteen na het loslaten vluchtten en in compacte formatie na een halfuur terugkeerden om te kijken of de kust veilig was, bleef de terreur van met name “het monster van Appen” voortduren. Eén bijzonder brutale vrouwtjeshavik terroriseerde mijn hok en was zelfs met zware vuurpijlen niet te verontrusten. Voor haar was mijn hok een “Burger King” snackdomein. Helaas is ze na maanden afwezigheid weer retour. Haviken zijn doorgaans schuwe woudbewoners, maar deze “terrorist” gooit haar schroom overboord als ze wil snacken. Gek word ik van haar!
“Brammetjes”
Vrijdag 1 april bracht Bram Scherpenzeel 15 mooie jonkies uit overwegend zijn kwekers. Maandag 4 april volgde een tweede groep van 18 stuks. Vandaag vertelde Bram, dat er op korte termijn nog een stuk of zeven zullen volgen. Volgende week zal de twee ronde van compagnon Albert grotendeels speenrijp zijn. Naar schatting 22 stuks. Een snelle rekensom leert, dat zowel Albert als Bram 40 jongen leveren in 2016. Met ongeveer 80 jongen vind ik het welletjes. De duiven worden op zes afdelingen geplaatst. De duiven van Albert en Bram hou ik gescheiden, net als de eerste en tweede ronde van Albert. De jonkies van Albert hebben de beschikking over een ren. De “Brammetjes” niet. Dit komt toevallig zo uit. Alleen de duiven uit de buitenste afdelingen (1 en 6) kunnen overdag opgesloten worden in een ren. De “Brammetjes” in afdeling 3 en 4 zitten op beukensnippers afgedekt met een dik pak tarwestro. De overige afdelingen hebben metselzand als bodembedekking. Na afloop van het seizoen zal ik laten weten, of de verschillen in huisvesting een rol spelen.
Veranderingen
Stilstand is achteruitgang. Elk jaar zijn we aan het sleutelen aan onze duivenhobby. Vorig jaar bouwde ik rennen. Dat gaf veel plezier en gemak, maar de vliegprestaties werden er zeker niet beter door. Voor 2016 keek ik kritisch naar de verluchting. Een artikel van Martin van Zon zette me aan het denken. Angst is een slechte raadgever. Om de hokken “steenmartervrij” te maken, volgde ik met de decoupeerzaag de contouren van de golfplaten. Met multiplex sloot ik alle golven af. Enkele jaren geleden had ik na een lezing van een andere “hokkenexpert” al dupanelplaten aangebracht onder de golfplaten. Waarschijnlijk deugde de verluchting daardoor niet, want als ik ’s ochtends de verduisteringsgordijnen optrok, kwam een onwelriekende geur me tegemoet. Martin van Zon maakt graag gebruik van de golven van de golfplaten. Ze moeten fungeren als een stofzuiger en de afgewerkte lucht in het hok afvoeren zonder tocht te veroorzaken. Zelfs een windveer kun je beter achterwege laten, is zijn ervaring. Ik heb de laatste weken dus driftig gesleuteld aan de verluchting. Dupanel deels verwijderd, de golven van de golfplaten zijn weer open en de windveer aan de achterzijde aangepast. Voor de spoetnikken aan de binnenkant van het hok heb ik plexiglazen schuiven aangebracht om tocht te vermijden. De ramen onder de spoetnikken moet ik nog zo aanpassen, dat ze helemaal dicht kunnen. De hokken hebben dus meer ventilatie. De rennen daarentegen heb ik meer afgeschermd. Precies het omgekeerde. Zijn de hokken en rennen nu beter “getuned”? Dat moeten we afwachten! Hoop doet leven en stilstand is achteruitgang. De prestaties in 2014 en 2015 waren niet optimaal en dan is er werk aan de winkel!
Forum
Onlangs hadden we een forum tijdens het “vrijdagavondcafé” van de club. Herman Brinkman, Aart Hup en Tony Oranje waren de forumleden. Stuk voor stuk inspireerden de drie heren me. Herman houdt van eenvoud. Kenmerk van het ware, volgens mijn 86-jarige moeder. Aart heeft een tomeloze inzet en ambitie. Tony is de man van de wetenschap. Hoofdzaken stipt uitvoeren en bijzaken vergeten. Dingen niet onnodig moeilijk en duur maken. Ongemerkt ga je dingen doen, die eigenlijk waanzin zijn. Om mijn hokken beter te isoleren en steenmartervrij te maken, verprutste ik de ventilatie! Geven we niet veel te veel bijproducten? Belasten we de organen van onze duiven niet met producten die uit wetenschappelijk oogpunt onverantwoord en onnatuurlijk zijn? Het was een inspirerende avond. Hou het simpel, loop harder dan je duiven vliegen en gebruik je verstand. Op de site van “Steeds Verder” kunt U er meer over lezen.
Geen vreemdelingenlegioen
Als je ontevreden bent over de vliegprestaties, moet je kritisch zijn. Waar zit de pijn? Hebben de duiven voldoende kwaliteit? Is onze manier van voeren in orde? Zijn de hokken optimaal? Was de gezondheid van de duiven wel goed? De laatste jaren had ik duiven van diverse komaf. Meerdere liefhebbers kweekten voor mij. Er kwamen duifjes op bonnen. Ik weet, dat dit een extra risico kan betekenen voor de gezondheid. Daarom besloot ik om de herkomst van de duiven te beperken tot twee bronnen, die bovendien gescheiden gehouden worden. Alleen de twee duifjes van Dennis Koers, gekocht in Twello op een bon ten bate van de eigen vereniging, vormen de uitzondering.
Mais en erwten
Verstandige liefhebbers doen het: de jongen enkele dagen uitsluitend erwten en mais voeren. Duiven die we betitelen als “kleinzaadpikkertjes” gaan het op de vluchten niet redden. Duiven moeten mais eten. Lusten ze het niet, dan zul je ze verspelen op de verdere vluchten is mijn ervaring. Vandaag kocht ik een zak met 10 kg. groene erwten en een zak met 10 kg. grote mais. Mais bevat veel energie, wordt gevoerd tijdens het transport en …. vult het kropje snel als de liefhebber de duiven niet onbeperkt te eten geeft.
(wordt vervolgd)
Archieven
- januari 2026
- december 2025
- november 2025
- oktober 2025
- september 2025
- juli 2025
- juni 2025
- mei 2025
- april 2025
- februari 2025
- januari 2025
- november 2024
- oktober 2024
- september 2024
- juli 2024
- maart 2024
- februari 2024
- januari 2024
- december 2023
- november 2023
- oktober 2023
- december 2022
- november 2022
- oktober 2022
- september 2022
- juli 2022
- juni 2022
- mei 2022
- april 2022
- maart 2022
- februari 2022
- januari 2022
- december 2021
- november 2021
- oktober 2021
- september 2021
- augustus 2021
- juli 2021
- juni 2021
- mei 2021
- april 2021
- maart 2021
- januari 2021
- december 2020
- oktober 2020
- september 2020
- augustus 2020
- juli 2020
- juni 2020
- mei 2020
- maart 2020
- september 2019
- augustus 2019
- juli 2019
- juni 2019
- mei 2019
- april 2019
- maart 2019
- oktober 2017
- september 2017
- augustus 2017
- juli 2017
- juni 2017
- mei 2017
- april 2017
- februari 2017
- januari 2017
- december 2016
- november 2016
- oktober 2016
- september 2016
- augustus 2016
- juli 2016
- juni 2016
- mei 2016
- april 2016
- november 2015
- juli 2015
- mei 2015
- oktober 2014
- augustus 2014
- juli 2014
- juni 2014
- september 2013
- augustus 2013
- juli 2013
- juni 2013
- mei 2013
- april 2013
- februari 2013
- januari 2013
- oktober 2012
- september 2012
- augustus 2012
- juli 2012
- juni 2012
- april 2012
- maart 2012
Categorieën
- 2023
- artikels
- Effen Appen 2019
- flitsen
- focus
- Gietel's Geluk 2020
- Hoop, geloof en liefde 2016
- isendoorn
- Kwinkslagen, kweekwaarde en kwekkoe 2025
- Nieuws
- Op hoop van zegen 2024
- Op zoek met Freek 2026
- openhartig
- Ren Frekie, ren 2015
- Uit de Kast 2021
- voorblad
- Voorster Varia 2022
- Zieleroerselen, zotteklap & zever 2017