Op zoek met Freek (4)
Op zoek met Freek (4)
Voorjaarsbeurs
Zondagmorgen met Sander, Joep en Arnold naar de Voorjaarsbeurs in Houten. Een beetje in de stemming komen voor het naderende seizoen. Er zullen geen duiven voor de verkoop aanwezig zijn en dat is voor mij erg prettig. Mijn overdrukhelm kan ik thuis laten. Een ongekende ervaring. Stiekem hoop ik Herman Calon, Bas Reijerkerk en Douwe Ferwerda tegen het lijf te lopen. Met hen deel ik mooie herinneringen aan Eijerkampreizen naar verschillende Olympiade’s en een beurs. Wijlen Dick Scholten organiseerde dat, als trouw werknemer en vertrouwensman van Hans Eijerkamp. Dick deed dat met verve. Reizen naar China, Zuid Afrika, Marokko, Portugal en talrijke andere bestemmingen, toveren een glimlach op mijn gezicht bij de gedachte aan de capriolen, die we uithaalden als kwajongens op schoolreis. De Chinese Muur, Robbeneiland, Tafelberg, noem alle culturele hoogtepunten op. Dick zorgde ervoor dat we alle highlights te zien kregen en onze partners aan hun trekken kwamen. Vanuit de bus zagen we duiven vliegen in Portugal en we wilden die liefhebber(s) bezoeken. In een cafeetje troffen we een taxichauffeur, die een broer kon zijn van Willy Alberti. Hij had een biertje op en was niet de moeilijkste. Hij bracht ons in de richting, maar het was een afgelegen gebied waar we de duiven in de verte zagen vliegen. We moesten een snelweg oversteken, dwars door dichte braamstruiken en klimmen over rotsblokken. De onvermoeibare Herman Calon wierp zich op als aanvoerder van de rebellenclub. Het was compleet gekkenwerk. Johan van Dijken, die helaas niet meer onder ons is, had een half jaar later nog last van zijn rug. Ook Ben v.d. Berg uit Tull en ’t Waal, was naderhand gesloopt door het tempo van “gekke” Herman, die destijds een conditie had als een topatleet. De mooie gezamenlijke reisherinneringen zorgden er voor, dat verschillende reisgenoten een blijvende band opbouwden. Helaas zijn vele vaste deelnemers van destijds niet meer onder ons, maar de mooie herinneringen blijven!
Pechvogels
De eerste lichting jonge duiven 2026 haalde ik afgelopen zondag op. Allen groot gebracht door voedsters. In hok 1 is plek voor maximaal dertig stuks en het zijn er wat meer. Een mooie kans om wat bonnenkopers blij te maken, dacht ik. Helaas is de eerste lichting niet, zoals we ze het liefst zien. Ze voelen een beetje “voos” aan, sommigen zijn wat kortademig of hebben een nat neusje en de eetlust is matig. Een slechte start. Met wijlen Martin Geven sprak ik er vaak over. Destijds had ik veel “testduiven”. Duiven afkomstig van liefhebbers, die geïnvesteerd hadden bij nationale tophokken. Veelal liefhebbers, die zelf niet speelden met jonge duiven en hoopten, dat ik er topprestaties mee zou kunnen verwezenlijken. “Zijn het luxe-jongen, of mankeert er iets aan?”, vroeg Martin steevast. Aan mijn uitblijvende enthousiasme kon hij dan vaak al aflezen, dat hij van deze jongen weinig te vrezen zou hebben. Dat klopte overigens altijd. Aan junioren, die gespeend worden mag niets mankeren. Mijn optimisme over de eerste lichting is niet groot. Wat nu? Alle jongen opruimen is wel erg rigoureus. Ik heb gekozen voor een tussenoplossing. De jongen krijgen geen enkel medicijn. Wel volwaardige voeding. José neemt vandaag van de biologische winkel in Zutphen enkele grote flessen vlierbessensap mee, nu het boerderijwinkeltje van Corrie in Voorst niet meer bestaat. Geïmpregneerd voer, met klei, veen, rijpe tuingrond en allerhande mineralen staan dagelijks op het menu. Ik zie het een week aan en wie dan niet aan de norm voldoet, gaat naar de eeuwige jachtvelden in indianentaal. Jonge duiven moeten de kinderziekten op eigen kracht overwinnen. Volgende week komen de eerste junioren van de tweede lichting. Grootgebracht door de kwekers. We hopen, dat deze wat “luxer” zijn. Aan het eind van het jaar kunnen we evalueren. Is er verschil tussen de eerste, tweede en derde lichting qua prestaties?
Kweken
Al vele tientallen jaren ben ik trouw abonnee van “de Duif”. De vaste rubrieken van A.S. en Willem de Bruin lees ik als eerste. Wijzer word ik ook van artikelen van Michel Bommerez. Bij de reportage’s vaak mooie foto’s van topduiven en daarbij een uitgebreide stamboom. Dat is verhelderend. Naast me ligt “de Duif”, met een reportage over Gerard & Bas Verkerk. Daar kun je van leren. Ik zie “Olympic Penny”. De grootvader is direct Embregts-Theunis. In de grootmoeder zit wat bloed van Gerard Koopman. De andere grootvader komt van Gebr. Leideman, gezet tegen een Verkerkduivin. Dat verbaast me enerzijds en anderzijds ook niet. Verkerk heeft geweldige duiven, maar al enige jaren bestudeer ik de afstamming van de topduiven en meestal duiken in de stamkaarten de namen op van topliefhebbers uit binnen- en buitenland. Bij Gerard Koopman zag je hetzelfde, net als bij Willem de Bruin. Het zal U niet verbazen, dat de toppers enkel belangstelling hebben voor het allerbeste van andere hokken en dit inbrengen. Eijerkamp doet in feite niet anders. Het is leerzaam om te zien, hoe de grootste nationale kampioenen hun kweekstrategie uitvoeren. De tijd van “een stam zuiver houden” is passé. Op eigen kweekhok vertrouw ik op “the big five”. Vijf doffers, die in rechte lijn van elkaar afstammen. Uit deze “stamduiven” komen onze beste duiven. De kunst is, om er duivinnen bij te vinden, die de kweekwaarde in stand houden en de bloedlijn “fris”, zonder achteruit te boeren op het gebied van prestaties en natuurlijke gezondheid en weerstand.
Resumerend
Dat onze eerste lichting niet bulkt van gezondheid, baart ons zorgen. Toch zijn we niet meteen van de leg. We zien het aan, geven de jongen de beste verzorging en raken niet in paniek. De koude oostenwind, die in het hok van de voedsters blies. Het vochtige weer, er zijn altijd excuses te bedenken, waarachter we ons kunnen verschuilen, maar daar lossen we niets mee op. We beoefenen de sport hobbymatig. We zijn er niet van afhankelijk. Onze strategie was en is nog steeds hetzelfde. We willen de duivensport zo natuurlijk mogelijk beoefenen. De duiven moeten zich aanpassen aan ons, niet andersom. Noem het wat mij betreft biologische duivensport. Niet zweverig, niet geleid door maanstanden. Puur en met hart voor de duiven, maar soms ook gewoon hard en in het kader van “survival of the fittest”. (wordt vervolgd)