Op zoek met Freek (6)

Op zoek met Freek (6)

Pensionado

Hoewel ik mijn facilitaire werk op de scholengemeenschap, waar ik rond mijn veertigste in dienst trad, vrijwel altijd met heel veel plezier invulde, leek me het vooruitzicht van het pensionadoschap niet onaantrekkelijk. Als oudste in een gezin met zes kinderen mocht ik al op jonge leeftijd “onder de zakken”. Vader was kolenboer en combineerde het vanaf tweede helft jaren zestig met de job van expediteur. Ik kan me mijn jeugd goed herinneren. Ik ging met vader mee in de Opel Blitz, om met de Nederlandse kolenboeren te demonstreren in Den Haag voor een saneringsregeling, toen duidelijk werd, dat de gasbel van Slochteren het einde van het steenkolentijdperk inluidde. Een goede reden om te spijbelen van school. Daar deden mijn ouders trouwens toch niet moeilijk over. Ik herinner me de dag, dat er drie wagons met kolen arriveerden op station Klarenbeek. “Als je me helpt, gaan we dag en nacht door met lossen en kunnen we de boete (“staangeld”) van de Spoorwegen voorkomen.” Ik weet nog, dat “de sik”, zoals de locomotief genoemd werd, de volgende middag arriveerde om de drie wagons aan te pikken. Als gekken, stonden we zij aan zij de laatste halve ton eierkolen, uit de wagon te scheppen. Hoofdschuddend zag de machinist het aan en moest toezien, hoe de boete van zijn baas niet uitgedeeld kon worden. De volgende dag ging ik weer naar school met zwarte ogen. De teer in de eierkolen (bindmiddel) brandde gewoon vast in je oogleden. De leraren in het voortgezet onderwijs knepen een oogje toe, als jongens van de boerderij verzuimden in de hooitijd en een kolenboer is ook een boer. Niet veel later zaten vader en ik bij Derk de Wilde in Twello. Derk en zijn broer Bé runden een transportbedrijf. Grondverzet, veilingvervoer en melktransport voor Comego. Die laatste tak wilde Derk afstoten, omdat het dag- en nachtwerk was en zijn huwelijk op de klippen dreigde te lopen. “Toe, Freek. Reken eens uit wat ik kwijt ben aan diesel, wegenbelasting en verzekering”, hoor ik vader Ernst nog zeggen. Ik vond het mooi, dat vader me als knaap van een jaar of vijftien volledig betrok bij van alles en nog wat. Zoiets schept een band voor het leven. Wat ik ermee zeggen wil: al op jonge leeftijd deed ik het opzakwerk voor de kolen, omdat vader twee beroepen probeerde te combineren. Op vrijdag het ventwerk in Voorst en op zaterdag Gietelo e.o. De één een bus petroleum, die een fles gas, die aanmaakturf of een pak bruinkoolbriketten. Anderen wilden losse briketten (43 in een zak was 25 kilo en iets voordeliger). De meeste klanten stookten anthraciet (tweetjes, drietjes, parel, viertjes en vijfjes). Vaak Ibbenbüeren, maar vader was ook fan van Sophia Jacoba. Cokes was het lichtst op de “poekel”. Donetsk had het hoogste soortelijk gewicht. Het was hard en glanzend als diamant en je beurde je een breuk. Op de lagere school zag ik mezelf als vierde generatie kolenboer. Steeds naar een klant een bestelling wegbrengen en dan weer naar huis om een volgende grote bestelling op te zakken en weg te brengen (“zomerkolen”).  In de tussentijd even naar de duiven. Dat leek me het ideale beroep! Bertholet was ook kolenboer en postduivenhouder in Voorst. Ik had een mooie jeugd, maar kende geen beperkingen. Duiven, voetballen, hard lopen, tuinieren, wielrennen, kievitseieren zoeken, een grote krantenwijk, de kolenhandel, uitgaan. Een beetje te veel van het goede, want een etmaal heeft slechts 24 uren. Gelukkig leerde ik makkelijk en doorliep mijn schooljaren zonder doublures of problemen. Toen ik op mijn 66e mocht stoppen met werken, vond ik dat prima.

Gesloopt

Toen ik ouder werd, besefte ik lichtgebouwd te zijn. Dat heb je als jongeling niet in de gaten. Mijn beide broers zijn aanmerkelijk forser gebouwd. Waarschijnlijk een aanlegfactor, maar ook mijn slechte start als baby heeft er ongetwijfeld mee te maken. Als zesweeksbaby werd ik voor de dood weggehaald, dankzij een maagoperatie. Meteen na mijn geboorte gooide ik de borstvoeding eruit en na de operatie was de borstvoeding voorbij. Zonder borstvoeding krijg je niet de antistoffen uit de moedermelk mee, waar je als kind en volwassene later profijt van hebt. Ik kom daar later op terug. Naarmate je ouder wordt, ga je jezelf beter kennen. Zie je ook de fouten, die je in je jeugd maakte beter. Ieder mens wordt geboren met bepaalde talenten en met bepaalde beperkingen. Mijn onderlichaam is niet mijn sterkste punt. Dan heb ik het over voeten, spieren en gewrichten. Bij de keuring voor militaire dienst, was dat al duidelijk. Men hanteert er de zgn. “ABOHZIS”. Algemeen, Bovenlichaam, Onderlichaam, Horen, Zien, Intelligentie en Stabiliteit. Ik scoorde O3. Dan kom je niet bij de commandotroepen. Je wordt wel goedgekeurd. Ik negeerde de voorselectie officier /onderofficier en kwam ondanks dat terecht op de opleiding tot sergeant verzorging in Bussum. Nu weet U meteen waar de veel gebezigde term “S 5” voor staat, bedenk ik me. Ondanks mijn gemankeerde onderlijf, spaarde ik mezelf nooit. Ik had een hoge pijngrens en kon goed afzien. Op het tandvlees won ik hardloopwedstrijden op school en in dienst. Of dat gezond is? Ik denk het niet. Je wordt gesloopt. Broer Ben is het tegenovergestelde van zijn oudste broer. Hij is gezegend met een atletische bouw en heeft talent voor vrijwel iedere vorm van sport. Als kind was winnen al vanzelfsprekend. Meestal met de vingers in de neus. Schaatsen, tafeltennis, noem maar een zijstraat. Als puber was hij al clubkampioen met biljarten (kleine club, maar met talenten als Harrie Teunissen en Appie Kerkmeijer) en met hetzelfde gemak gooit hij de pijltjes bij het darten. Ben geniet vooral, heeft plezier en dat laatste vindt hij belangrijker dan winnen. Soms vertelt hij over belevenissen tijdens zijn voetbaljaren. Iemand door de benen spelen, bijvoorbeeld. Dat herinnert hij zich feilloos. Hoe de wedstrijd eindigde boeide hem niet. Daarmee bereik je nooit de top, maar dat hoefde voor hem ook niet. Het ging hem gemakkelijk af. Hij won vaak spelenderwijs en met veel plezier en dat vond hij genoeg. Het leven is een feest! Ik heb niet de aanlegfactor en het sportieve lichaam van Ben. Heb me verzoend met mijn doorgezakte voeten, mijn slechte knieën en heupen, mijn vernielde schouders en zwakke constitutie. “Freek was een moetje, gemaakt achter een boompje en niet goed afgewerkt”, zegt broer Henk soms plagend. “Een voorvochtkindje”. Ik lach er om. Gisterenavond speelde Henk op besbas (tuba) met Crescendo in de kerk in Wilp. Overdag reed hij met zeven wagens mee in de truckersoptocht bij Zozijn. Daaronder zijn speciaal gebouwde nieuwe Scania V8 met kraan, die net afgeleverd was. Na afloop van het concert spoedde Henk zich naar zijn bedrijf. “De chauffeurs zitten bij elkaar om de nieuwe aanwinst nat te maken en daar wil ik nog even bij zijn”.  Na afloop was er een nazit in de kerk. Zonder Henk voor mij zielloos. Ik besloot de nieuwe aanwinst te bewonderen, wetende dat Henk dat waardeert. Werkplek en kerk liggen amper een kilometer uit elkaar. Chauffeur Appie glunderde. Zijn vader en moeder waren ook aanwezig. Vader Ben een klasgenoot van Henk van de lagere school. Collega Ivy kreeg vorig jaar een nieuwe Scania en nu was zijn vriend en klasgenoot aan de beurt. “De jongens werken er hard voor. Het is in Europa belangrijk, dat je met goed materiaal voor de dag komt. Als ze een fijne, favoriete wagen hebben, zijn ze er ook zuinig op en voelen ze de waardering”, aldus Henk, die op mijn zesde verjaardag geboren werd. Henk en Ben, twee fijne broers, waar ik echt trots op ben!

Virussen

Afgelopen donderdag organiseerde de kanarievereniging een avond over virussen in het clubgebouw van onze postduivenvereniging. Sander en ik besloten er heen te gaan. Of je er wijzer wordt, is de vraag. Dommer word je er zeker niet! Naast me nam Henk plaats, die ik ken van biljarten. Hij houdt papegaaiachtigen. Achterbuurman Gerrie van de Javakrielen, was er ook. De kleindiersportvereniging in Twello is onlangs gefuseerd met Apeldoorn en Vaassen en dat zal ook Harry uit Bussloo (Welsumers) aan het hart gaan. Trouwens de organiserende kanarievereniging was ook een samenvoeging van twee clubs. Niet alleen postduivenclubs hebben het moeilijk! De man, die de presentatie verzorgde, was lid van de vereniging. Hij was geen dierenarts of wetenschapper. Hij werkte zijn hele leven op een laboratorium waar virussen werden onderzocht, hij hield zelf vogels en werk en hobby liepen op het vlak van virussen, vaak door elkaar. Wat ik er hoorde? Er zijn heel veel virussen, waar vogels mee te maken hebben. Adeno, circo, pokken, herpes, corona, vogelgriep, enz. Er zijn eigenlijk geen medicijnen om virussen te bestrijden. Jonge dieren zijn het meest bevattelijk. Via het ei, de placenta en via moedermelk krijgen ze wel afweerstoffen mee, maar dat is niet afdoende. Jonge dieren moeten zelf antistoffen aanmaken, om virussen te bestrijden. Als de vermenigvuldiging via de cellen in het lichaam te overweldigend is, capituleert het lichaam en gaat het dier dood. Besmetting gaat via de lucht, contact tussen dieren onderling en via de mest. Het is moeilijk om besmetting te voorkomen. Virussen zijn nauwelijks te stoppen, ondanks ontsmettingsmatten en allerlei veiligheidsmaatregelen. Denk aan de vogelgriep bij grote kippenboeren. Stress is een ziekmakende factor. Denk aan het vangen van dieren, te veel dieren op een kleine ruimte, e.d. “Het is belangrijk, dat jonge dieren veelzijdige, gezonde voeding krijgen, alsmede belangrijke bijproducten. Sommige vitamines kunnen dieren zelf aanmaken, andere zullen via de voeding opgenomen moeten worden”. Veel dingen sluiten aan bij wat we zelf in de praktijk toepassen bij onze duiven. Ze moeten de kinderziektes overwinnen en antistoffen aanmaken. Het mooie is, dat het lichaam geheugencellen heeft. Komt een dier in aanraking met een virus, dat ie herkent, dan kan het dier heel snel passende antistoffen aanmaken. Is het een onbekend virus, dan heeft het lichaam meer tijd nodig om passende antistoffen aan te maken. Kostbaar tijdverlies. Via entingen help je een dier om antistoffen aan te maken, waardoor het dier bij een besmetting antistoffen paraat heeft en het virus snel herkent. De meldplicht bij uitbraak van bepaalde ziektes ligt bij de veearts, niet bij de houder van de dieren en chloor is nog altijd een goedkoop en effectief ontsmettingsmiddel! De man, die de voorlichting verzorgde, had het ook over de vogelliefhebber, die breedspectrum antibiotica inzette bij virusziektes (Baytril). Zoiets werkt averechts. De hele darmflora wordt vernietigd. Het begin van het einde!

Roofvogel

Afgelopen week de eerste aanval van een sperwer. Een jaarlingvrouwtje, te herkennen aan haar bruine jeugdkleed, overrompelde mijn voor het hok liggende junioren. Ze waren net aan het bijkomen van een sneeuwbui, toen ze toesloeg. Ik was in de buurt bij de kippen en zag, dat er veren in het rond stoven. Ze buitelde over een worstelend jong, zonder echte controle. Bij mijn nadering vloog ze op het hok. Daar zag ik, dat het een jaarling betrof. “Een armoedzaaier” noemde wijlen Martin Geven zulke exemplaren. “Ze hangen aan het gaas van je ren, omdat ze altijd honger hebben. Ze zijn als jager nog niet volleerd”. Met een incidentele aanval van de sperwer kan ik leven. De sperwer kan voor onrust en verliezen zorgen, maar in Gietelo was de havik in het verleden in 90% van de gevallen de boosdoener.

Troost

Wekelijks ga ik nog naar therapie voor mijn nieuwe linkerknie. Dan tref je mensen, die het veel slechter hebben. Parkinson, Multiple sclerose, Bechterev, andere hersenziektes, ga zo maar door. Hoe zeldzamer de ziekte, hoe minder doeltreffende medicijnen, is de trieste conclusie. De therapie is meestal bedoeld om de achteruitgang te vertragen. Veelal zijn de patiënten jonger dan ik ben. Dan zie je, dat je geen reden tot klagen hebt.  Geen ondraaglijke pijn, geen onheilspellende vooruitzichten. Smaakt het eten nog lekker? Is de nachtrust normaal? Heb je een liefhebbende partner, of liefdevolle mensen om je heen? Tel dan je zegeningen.  A.O.W. en pensioen worden maandelijks overgemaakt, daar hoeven we niet achteraan. We hebben een autootje, onze e-bike (ben net bezig mijn eerste aan te schaffen), we hebben geld voor onze hobby, ons krantje en kunnen ons buikje vol eten. We zijn bevoorrecht t.o.v. onze (voor)ouders. Ben je nog niet overtuigd, wandel dan eens over het kerkhof. Ondergronds is ook niet alles. Praat erover met mijnwerkers in Limburg. Zolang we hier nog in vrede leven, mogen we niet mopperen. Een mooie spreuk zag ik gisterenavond met grote letters geschreven in het mooie kerkje van Wilp, met zijn prima akoestiek. Wegdromend op de brassklanken van “Bohemian Rhapsody”, las ik: Wie nooit onder water gekeken heeft, ziet maar de halve wereld. (wordt vervolgd)

Scroll naar boven