Op zoek met Freek (9)

Op zoek met Freek (9)

Radiostilte

Ineens is ie er weer. De laatste bijdrage dateert van 6 juni!  Kort daarop kreeg ik een heel vervelend virus. In mijn computer voor alle duidelijkheid. Noodgedwongen stopte ik met stukjes schrijven, want mijn computer werd onbetrouwbaar en voor mij onbruikbaar. Als echte digibeten kunnen José en ik in zo’n geval terugvallen op Mattijs. We kennen hem uit de tijd, dat Albert nog postbode was en Mattijs daar als student een bijbaantje had. “Hij weet meer van computers dan ik.” Dat maakte indruk en via Albert kregen we zijn nummer. Het bleek een alleraardigste knaap en geleidelijk ontstond er een vertrouwensband. Inmiddels werkt hij al vele jaren in Eindhoven en heeft zich daar ook gevestigd. Zijn ouders wonen nog steeds in Twello en daar heeft hij een goede band mee. Als we problemen hebben met één van onze computers, is hij nog steeds onze redder in nood. Alleen moeten we geduld hebben, want hij komt niet wekelijks in Twello. Toen Mattijs na enkele weken bukkend het hoofd om de deur stak  (hij meet boven de twee meter), had hij als alwetend deskundige het virus snel bij de kladden. Alleen merkte hij op, dat onze laptop hoognodig aan vervanging toe was en niet meer te beveiligen.  Hij zou voor een nieuwe zorgen en deze installeren. Weer ging er tijd voorbij en moest ik me behelpen,voor het hoogstnodige, op de laptop van José.  Mattijs hield woord en ik was blij met mijn nieuwe computer. In het begin is alles anders dan je gewend bent en tot overmaat van ramp kwam het virus na een week retour. Opnieuw wachten, tot Mattijs zijn ouders zou bezoeken en de problemen kon verhelpen. Van het schrijven van stukjes voor deze rubriek kwam niets terecht. Mijn hart luchtte ik in die fase via mijn mobieltje. Ik deelde het reilen en zeilen op het duivenhok met mijn teamgenoten. Dat werkte prima. Ik kon me richten op de duiven. Wel lekker eigenlijk. Dat doe ik namelijk het liefst.

Trauma

Vorig jaar verliep de eerste prijsvlucht voor ons dramatisch. Ons kloksysteem leek in orde, maar toen de eerste duif arriveerde, weigerde het dienst. Dat gaf veel stress natuurlijk. Er werden antennes verwisseld, stekkertjes losgekoppeld en schoon gemaakt, maar het systeem bleef dood als een pier. Tot overmaat van ramp bleven veel gearriveerde junioren apathisch op het hok zitten. Op de grote klep stond een drinkbak en jongen laafden zich uitgebreid aan het water om zich vervolgens bij de uitdijende groep op het hok aan te sluiten. De duiven reageerden niet op mijn stem, niet op voer en keken wezenloos, als drugsgebruikers van zich af. Sommigen bleven bewegingloos een kwartier zitten. “Hittestress”, riep ik tegen de aanwezige teamgenoten, die al even wezenloos waren als de duiven. Intussen werd er geklooid met het kloksysteem en ineens maakte de module weer contact met de antennes. Er werden uiteindelijk nog wat duiven geconstateerd, als pleister op de wonde. Als geslagen honden keken we elkaar aan en wisten: dit is niet meer goed te maken. Een verloren seizoen!

Relativeren

Volgens José kan ik goed relativeren. Na de dramatisch verlopen eerste prijsvlucht herpakte ik me vrij snel. “Het is maar een spelletje”, hield ik José voor. “Volgend jaar een extra stimulans om me te revancheren”. Helaas kreeg ik veel junioren na die eerste vlucht niet meer aan de praat. Slechts een klein groepje leek onaangedaan. Daaronder verschillende duifjes, die de eerste vlucht niet meemaakten. Er waren gelukkig enkele lichtpuntjes. De “Sander” pakte op de verjaardag van teamgenoot Sander een glorieuze overwinning in GOU Noord tegen ruim 4000 duiven en moest slechts één duif van Eijerkamp voor zich dulden in de totale GOU-uitslag. Ook de zusjes “Erna ‘888” en “Ernie 887” deden op naam van José leuke dingen. De eerste werd asduif over alle vluchten in de kring en het zusje eindigde hoog op de midfond j.d. Voor Freek was er dan nog “Heinie ’32”, die erop klapte, maar daar bleef het bij. Seizoen 2025 in een notendop!

Boxmeer

Onze lichting 2026 bestond uit ongeveer 60 jongen voor Freek en 30 LadyLeague duifjes voor José. In tegenstelling tot voorgaande jaren, hadden we het voorbije jaar soms jonge duiven, die voor of na het spenen niet helemaal “kappa” waren. Die werden subiet geruimd, ongeacht de afstamming. Van de dertig LL-duifjes van José gingen er zes naar andere liefhebbers. Dat was niet volgens planning, maar je hebt ook bonverplichtingen. De duifjes van José komen op een apart hok. Het zgn. “kasthok”. Van de 24 voor onszelf gereserveerde duifjes moest ik er binnen twee weken na het afzetten al drie ruimen. Uitgerekend uit onze twee favoriete koppels. José startte dus met 21 stuks en die waren er bij aanvang van de vluchten nog allemaal! Op eigen hok was meer uitval. Deze jongen zijn ouder en hier vielen enkele roofvogelslachtoffers te betreuren. Onze jongen kregen eerst de paramixo-rotaspuit en enige weken later de paramixo-herpesenting. Eerste helft juni volgde de pokkenenting met het borsteltje. Rini hielp me traditiegetrouw en tevens kregen de duiven die dag hun chipring omgeschoven. In deze fase begon ik ook met africhten. Eerst naar de kerk in Voorst (1 km), toen Voorsterklei (3 km). De jongen van José gingen mee naar Tuinland, in tegenovergestelde richting (5 km). Daarna alles mee naar  voederleverancier v.d. Bijl Tonden op 6 juni. Een dag later stond Loenen (6 km) op het programma. Het eerste duifje bleef weg van Loenen. Vervolgens pontje Bronkhorst (6 km) op 9 juni en een dag later Doesburg (12 km). Omdat Doesburg moeizaam verliep, herhaalde ik deze oefenvlucht. Daarna Velp (20 km) als tussensprongetje naar Elst (30 km). Dat verliep probleemloos en ik gaf de duiven wat rust. Vijf dagen voor de inkorving van de eerste prijsvlucht Boxmeer werd ikzelf onrustig. Ineens kwam de traumatisch verlopen eerste prijsvlucht van 2025 op mijn netvlies. Op zondagochtend loste ik in Heteren (30 km) en omdat dit vlot verliep reed ik op maandagochtend in alle vroegte naar Ravenstein (60 km). De heilige graal van wijlen Martin Geven. Drie keer over de grote rivieren, dan heb je je huiswerk gedaan en echt afgericht. Hoewel sommige clubgenoten steevast spreken over “Rampenstein”, verliep Ravenstein voor ons vlot. Reden om op dinsdag op herhaling te gaan. Ook dat verliep goed en ik vond het toen, gelet op de dieselprijs, welletjes. Al met al kom ik lang niet aan één volle tank diesel voor al mijn africhtingen en dat is te overzien. Oplettende lezers zullen opmerken, dat ik nooit en te nimmer africht met “de  grote wagen”, noch met welk aanhangertje dan ook. Dat klopt. Ik hou mijn lot het liefst in eigen hand en weet uit ervaring, dat het maken van een goeie uitslag op de eerste prijsvlucht ook mogelijk is met mijn manier van africhten. Het bewijs werd enkele dagen later geleverd. Boxmeer (60 km) werd voor ons een uitslag om nooit te vergeten. Binnen één minuut constateerden we 36 duiven en dan glipten er ook nog een paar naar binnen zonder geklokt te zijn. In het veen kijkt men niet op een turfje. In de club goed voor 1 t/m 36. Er viel een lange stilte na het uitdelen van de uitslag. We melden altijd één duif op naam van José en één duif op naam van Freek, ongeacht of de duiven goed of minder goed afkomen. Via een clubgenoot hoorde ik later dat dit in de bijna 100-jarige geschiedenis van de vereniging nooit eerder was gebeurd. In Apeldoorn werd rondgebazuind, dat ik africhtte met het vrachtwagentje van Eijerkamp (in de kring 36 bij de eerste 40) en iemand vroeg me, hoe vaak ik had afgericht, waarbij hij zelf het antwoord (200 keer) gaf. “Gunstige ligging”, beweerde een ander. Daarbij vergat hij, dat plaatsgenoten Sando Verbeek en Lorena Gijsberts, geen kwajongens, die er samen meer ingekorfd hadden dan José en ik, er ook 36 van ons voor zich moesten dulden. “Het misgunde brood wordt het meest gegeten”, zei opa Frederik dikwijls. “Zorg dat ze je benijden en niet beklagen”, was een ander advies aan zijn jeugdige kleinzoon, die toen nog op zijn groene “Manchesterse broek”, op zijn schoot zat.  Broer Henk, die door opa steevast “kleine punisman” genoemd werd, heeft overigens meer van opa dan zijn naamgenoot. Zeker gelet op bouw en grote “klauwen”.  De moraal van dit verhaal: met één volle tank kun je de junioren ruimschoots voldoende africhten, zonder collectieve africhting, mits ze gezond zijn natuurlijk. Inmiddels staat José achter me. Terug van de sportschool en het signaal voor mij om een punt te zetten achter mijn bijdrage.  Wordt vervolgd.

Scroll naar boven