Op zoek met Freek (3)

Op zoek met Freek (3)

Team

Het spelen met postduiven in een team biedt bepaalde voordelen. Je kunt onderling taken verdelen, de financiële lasten delen, enz. Eijerkamp en Hooijmans spelen ook in teams. De leden van het team zijn betaalde krachten en hij die betaalt, bepaalt. Er zijn familieteams, vriendenteams en professionele teams. Team Freek Wagenaar is een vriendenteam. In een gezond team, gaat het teambelang boven het individuele belang. We beoefenen de duivensport hobbymatig. In een commercieel team ligt er veel meer druk. Prestaties zijn een “must”. Soms ontstaat er frictie binnen een team. Ego’s worden te groot, leden gaan elkaar tegenwerken. Er ontstaat jaloezie. Dat is een schrikbeeld en met name professionele teams moeten steeds waakzaam blijven, dat de onderlinge verhoudingen goed zijn en blijven. Ook binnen familie- en vriendenteams kan het mis gaan. Ik herinner me combinaties uit mijn jonge jaren. Als het goed ging eigende Piet zich de credits toe. Ging er iets fout, dan lag het aan Jan. Zulke teams houden het nooit lang vol samen. Kijken we binnen ons eigen vriendenteam, dan zijn er ook weleens botsingen geweest. In elk goed huwelijk knettert het soms. Het is dan de kunst om er samen weer goed uit te komen. Soms betekent dat het, al dan niet, zelf gekozen einde voor een teamlid. In 2019 knetterde het in de wintermaanden binnen ons team. Voor mijn kweekduiven leek de huisvesting en verzorging in gevaar te komen. Ik zat even met de handen in het haar. Gerrit Knol bood me een kleine annonce aan in “het Spoor” en zo kwam Gerard uit de buurt van Nijmegen in beeld. Hij was 82 en gestopt met de duivensport, omdat hij de sfeer in de club niet leuk vond. Hij miste de duiven en het loopje naar het hok en zo vonden we elkaar. Er verhuisden twaalf koppels kweekduiven naar hem en om de paar weken bezocht ik hem en zijn vrouw, samen met moeder Toos en schipperke Trijntje. Zo hielp Gerard me twee seizoenen uit de brand. Hij had niks met de computer, noch met het mobieltje. Administratie was niet zijn sterkste kant, maar met hulp van zijn echtgenote werden alle ringnummers op het bijbehorende broedvak geplaatst en kwam het in orde. De verzorging van de duiven was dik voor elkaar, want Gerard en zijn vrouw waren echte dierenmensen. Er was koffie met gebak, soms was er door Gerard gemaakte soep en we hadden het gezellig. Vooral moeder genoot van de ritjes. Na twee mooie seizoenen kreeg Gerard serieuze gezondheidsklachten. Voorzichtig probeerde hij me duidelijk te maken, dat het niet langer ging. Op zijn verzoek liet ik enkele duiven achter, zodat hij toch nog zijn loopje naar het hok had. We hielden contact en op zeker moment overleed zijn echtgenote. Gerard zat in zak en as en huilde, als hij haar naam noemde. Een zorgcentrum was zijn volgende bestemming. Het huis werd verkocht en Gerard verkaste, maar ik wist niet waar hij gebleven was. Dat vond ik jammer, want hij en zijn vrouw hadden ons team twee seizoenen uit de brand geholpen en er was een goeie band ontstaan. Het zat me niet lekker. “Zou hij nog leven?”, vroeg ik me af. Na wat speurwerk en een beetje geluk, kwam ik bij een dochter terecht. “Pa zit in een zorgcentrum in Boxmeer. Hij kan niet goed lopen, maar zijn geheugen is nog in orde. Hij zal het leuk vinden, als je contact opneemt”. Afgelopen donderdag ging ik naar Valkenswaard, om enkele dubbel gezoomde blauwe Barnevelderhanen op te halen. Een ideale gelegenheid om op de heenreis in Boxmeer Gerard op te zoeken. Hij was geëmotioneerd en vond het heel leuk, dat ik hem opzocht en ten overvloede bedankte voor twee mooie jaren. Ik kon hem naar eer en geweten vertellen, dat twee bij hem opgegroeide doffers nog steeds een belangrijke rol spelen op ons kweekhok en al vader zijn van vier eerste asduiven in de kring. Ook dat ontroerde hem. “Je moet vaker komen, want dat vind ik leuk”, waren zijn laatste woorden bij het afscheid.

Geluk

In de periode, dat Gerard zijn afscheid als verzorger aankondigde, kwam Sander op bezoek. Sander was lid van onze duivenclub, maar niet actief. Hij had een drukke baan, drie jeugdige dochters en een huis met behoorlijk wat achterstallig onderhoud. Een sympathieke, positieve, inmiddels vijftiger. Achter zijn woning los vliegende “postduiven” in de kleuren wit, zwart, rood en kakelbont. Vergelijkbaar met Rini en Jaap, die ook postduiven voor de hobby huisvesten en gek zijn op “kleurtjes”. “Jij past prima in ons duiventeam”, hield ik hem voor. Misschien overviel ik hem met het aanbod. “Ik moet er over nadenken en overleggen met mijn Tineke. Geef me één of twee weekjes bedenktijd”. Al vrij spoedig keerde hij terug in Gietelo. “We hebben overleg gehad en ik heb er goed over nagedacht. Mijn huidige manier van duiven houden brengt me ook niet verder en ik twijfelde al enige tijd om mijn lidmaatschap op te zeggen, want het traditionele duivenspel zal me te veel tijd kosten en zal ten koste gaan van mijn gezin. Toetreden tot een duiventeam opent perspectief en kost veel minder tijd. Als het aanbod nog steeds geldt, kom ik het team versterken”. Binnen het team was er geen enkele weerstand en José en ik waren meteen heel gelukkig met zijn keuze. “We hebben een lid behouden voor de club en jong bloed binnen het team”.

Eagles

Afgelopen donderdag was ik dus in Boxmeer en Valkenswaard en ’s avonds had ik José toegezegd om samen “Binnenste Buiten”, “First Dates” en het Journaal te kijken en op tijd naar bed te gaan. We hadden warm gegeten en de afwas was net klaar, toen de telefoon ging. “Ik heb een kaartje voor Kowet over. Ga je mee?” Ik keek in de richting van José, die goedkeurend knikte. “Ik rij bij de Appense kruising. Waar woon je precies?”  Ik had hem ons adres nog niet gegeven, of hij stond al voor de deur te toeteren. Ik had nog geen tijd om de schoenen te strikken, maar besloot dat in de auto te doen. “Dat is een verrassing”, zei ik tegen Erik, die ik sinds een goed jaar ken via de biljartclub. Beide zoontjes van 12 en 15 zaten op de achterbank. “We zetten de auto in de buurt van het stadion en lopen dan naar het verzamelpunt op de Brink”. Voor mij was dat een verrassing en ik dacht aan mijn nieuwe linkerknie. “Spandoeken, tromgeroffel, vlaggen, veel vuurwerk en rook en dan samen met de harde kern van de B-side in optocht naar het stadion. Schitterend”. Erik en zijn zonen zagen het helemaal zitten, maar ik had me als 73-jarige het Europese avontuur tegen het Portugese FC Braga anders voorgesteld. Gelukkig ben ik redelijk flexibel en kan, als het moet, snel schakelen. Vorig jaar was ik, met dank aan Erik, toeschouwer in de Kuip toen Go Ahead de nationale beker pakte na een zinderende strafschoppenserie tegen A.Z. Dat was een geweldige belevenis. Als nuchtere “ouwe lul” tussen allemaal uitzinnige en beschonken supporters en hooligans in één van de 190 supportersbussen naar de Kuip. Jonge knapen knoopten me een Go Ahead das om de nek en boden me geregeld blikjes bier en “shotjes” uit kleine flesjes aan, die ik beleefd weigerde. Ze vonden het zielig, dat ik niet in een vriendengroep zat, maar accepteerden me als “Kowetfan”. In het stadion van Go Ahead was ik al vele jaren niet meer geweest. Ik besloot om de avond met alles erop en eraan over me heen te laten komen. Toen we onder het viaduct van de Veenhuisweg stonden met de langgerekte supportersschare, ontstond er een bewuste opstopping. Er werd luid gezongen en er werden rookpotten, fakkels en ander ongeregeld aangestoken. Op zulke momenten krijg ik het Spaans benauwd, want die stinkende viezigheid en adembenemende luchtvervuiling, daar kan ik niet tegen. De wedstrijd zelf viel tegen. Go Ahead verdedigde goed, maar kon aanvallend geen vuist maken. Een gelijkspel was het hoogst haalbare. Heel vreemd is dat niet. Nadat vorig jaar Oliver Edwardson werd ingepikt door Ajax, de snelle Antman naar Schotland ging, topscorer Milan Smit vorige week opgepikt werd door Stoke City en aanvoerder Mats Deil eveneens vorige week voor een appel en een ei werd overgenomen door het zwalkende Feijenoord, zat er gewoon niet meer in. Tel daarbij de beenbreuk van rots in de branding Gerrit Nauber en de voetbreuk van spelmaker Breum, waardoor hij nog lang niet op het oude niveau speelt, dan mag Kowet gewoon trots zijn op de voorbije Europese tour, met winst tegen Panatinaikos uit en winst tegen topclub Aston Villa in Deventer. Eén smetje op het gedrag van het thuispubliek was het afsteken van fakkels en vuurwerk door de B-side. Dat gaat de club veel geld kosten. Ook de reactie van het publiek op de lange zijde begreep ik niet. De meegereisde Braga-supporters bedankten de spelers op het veld en omgekeerd. Dan gaan Kowetsupporters met vuur in de ogen een spreekkoor aanheffen: “Fucking shit, fucking shit”. Jammer, denk ik dan. Wat doen die mensen verkeerd? De voor de wedstrijd gekochte Go Ahead-sjaal wil ik op de kist leggen van trouwe Eagles-fan Herman Mannessen. Herman stierf op 96-jarige leeftijd en werd gisteren begraven. Z’n hele leven trouw supporter en ongeveer zeventig jaar onafgebroken een seizoenkaart. Ik leerde Herman kennen op de Martinushof. Moeder Toos en Herman konden het goed met elkaar vinden. Rummikup was het favoriete spelletje. Herman leefde voor “Kowet”. Tot zijn 86e bezocht hij de thuiswedstrijden. Toen vonden de kinderen het autorijden niet meer verantwoord en moest hij het doen met een betaalabonnement via de televisie. De laatste jaren vertoefde hij in Deventer in een zorgcentrum, in de buurt van het stadion. De kist werd donderdagavond voor het geopende raam geplaatst, zodat Herman het lawaai in het stadion  tegen Braga mee zou kunnen krijgen. Gisteren plaatsten we in de kerk te Wilp als familie een schoof roodgele tulpen  bij de kist, met de roodgele Kowetsjaal ervoor gedrapeerd. Dochter Rie verwoordde het mooi. “Pa wilde nadrukkelijke geen poespas op de kist, maar ik denk dat hij dit heel mooi gevonden zou hebben!” Inmiddels loopt me het water uit de ogen. Niet van emotie, maar het is de griep. José en ik hebben het beiden te pakken. We zouden naar een verjaardag, maar het wordt duiken i.p.v. fuiven. Ik gaf eerst de rookpotten van donderdagavond de schuld, maar inmiddels denk ik dat het gewoon een griepvirus is. (wordt vervolgd)