Op zoek met Freek (5)
Op zoek met Freek (5)
Geduld
De vorige keer schreef ik over de zeer matige gezondheid van onze junioren. Ons geduld wordt op de proef gesteld, want we zijn nu drie weken verder en het is nog steeds pappen en nathouden. Als in een groep net gespeende junioren enkele kwakkelende exemplaren vertoeven, kun je die zonder pardon elimineren. Je kunt ook geduld opbrengen en kijken wat er gebeurt. In ons geval worden steeds meer duiven aangestoken en meegezogen in de malaise. Jonge duiven moeten op weg naar volwassenheid de kinderziektes overwinnen. Je kunt medicijnen inzetten, maar dan doen de medicijnen het werk in mijn ogen. Wij streven ernaar, om de junioren zelf aan het werk te zetten. We willen duiven, die op eigen kracht volwassen worden. Van een crisis overwinnen worden ze sterker en bouwen ze weerstand op. Wie dat niet kan, valt door de mand en eindigt voortijdig. Deze week had ik twee duifjes, die door de ondergrens zakten. Ze hadden niet de kracht om de halve meter naar de voerplank te overbruggen. De ene, pikte nog wat voer, de andere gaf de strijd op. Die heb ik dezelfde avond een handje geholpen. Eerstgenoemde had gisterenavond het kropje half gevuld en bereikte op eigen kracht de vloerplank. Of het beestje het eind van de week haalt, is onvoorspelbaar. Zolang ze vecht voor haar leven, laat ik haar begaan. José vraagt in deze periode regelmatig naar het wel en wee bij de junioren. Ik moet haar elke keer weer beloven, dat ik duifjes die vechten voor hun leven, niet voortijdig ruim. Euthanasie komt alleen in beeld als het een kansloze missie is. Ze gelooft, net als ik, in de kracht van de natuur. Ze bracht afgelopen week iets van negen grote flessen vlierbessensap voor me mee. ’s Avonds prepareer ik een emmertje voer. Daarop gaat een flinke scheut sap en dit mag een nachtje impregneren. Het vochtige mengsel wordt de volgende ochtend rul gemaakt met veen, klei en allerhande mineralen. ’s Ochtends na het weghalen van de verduistering mogen de kwakkelende junioren naar buiten, om te “grazen” in de tuin. Afgelopen week ging dat bijna mis, omdat ze de ontluikende knoppen van jonge hortensiastruiken hadden ontdekt. Die zijn giftig. Op deze manier scherpen ze hun voedingsinstinct aan, maar ik heb voor de zekerheid de jonge hortensia’s inmiddels op een andere, meer beschutte plek, gepoot. Gisterenmiddag kregen de jongen een fikse hagelbui om de oren, gevolgd door koude regen. Dat was op het eind van de middag. Drijfnat zochten ze hun rustplek, na de avondmaaltijd. Niet wenselijk, maar in deze fase minder erg. De jonkies fladderen wat om het hok. De havik heeft ze nog niet ontdekt (luchtruimjager) en de sperwer met haar overrompelingstactiek van zittende en scharrelende duiven, wordt hier maar weinig gesignaleerd. Zo ziet duivensport er op dit moment in Gietelo uit.
Selectie
Onze duiven zijn in de loop der jaren geselecteerd op de “biologische aanpak”. Veel van onze duiven stammen af van “the big five”. Soms worden de beste nazaten uit deze basis onderling gekoppeld. Een vorm van verwijderde inteelt. Liefst brengen we “fris” bloed in, om de vitaliteit optimaal te houden en verder te kunnen. Soms kom je er achter, dat nieuw ingebrachte duiven moeite hebben om zich staande te houden bij onze natuurlijke verzorgingsmethode. Daar gaan we dan niet mee verder, ongeacht de stamkaart. Het gebeurt ook, dat junioren uit een koppel in verwantschap, blijk geven van verminderde vitaliteit. Daar zijn we net zo scherp op. Nu de gezondheid van onze junioren op dit moment te wensen overlaat, kijk ik nauwlettend, of er een verband is tussen gezondheid van jonge duiven en het ouderkoppel waaruit ze spruiten. Wel oppassen, dat je geen voorbarige conclusie trekt en rekening houdt met toevalsfactoren. In 2021 balanceerde een jonge duivin uit “Olympic Frank” wekenlang tussen leven en dood. Het duivinnetje was als een scheermes zo mager en zat dagenlang op de grond. Een duidelijk coligeval. Tegen de verwachting in herstelde ze wonderbaarlijk en won als jonge duif acht prijzen. Als jaarling gaf ze een fantastische jonge doffer. Deze werd 1e asduif en won in de regio, telkens tegen duizenden duiven, in korte tijd een 5e, een 3e, een 1e en nog een 1e (GOU Noord). In gedachten zag ik hem, net als zijn grootvader, als beste Nederlandse duif op de Olympiade. Helaas was het voor de junioren geen Olympiadejaar en bleef hij onopgemerkt. Eerlijkheidshalve moet ik vermelden, dat de dochter van “Olympic Frank” daarna nooit meer een goeie nazaat gaf. Haar doffer van destijds, zelf als jong 1e asduif van de kring en momenteel de favoriet binnen “the big five”, vererft veel gemakkelijker en heeft al meerdere asduiven gegeven in relatief korte tijd.
Steeds Verder
Onze club bestaat 96 jaar en er was een periode, dat ik weinig vertrouwen had in het behalen van het 100-jarig bestaan. Afgelopen vrijdagavond was de prijsuitreiking van seizoen 2025. Dan valt op, dat je met een klein cluppie bent. Bertus was verhinderd. Hij meldde zich twee jaar geleden aan bij ons. Veel duivenhouders kennen Bertus, omdat hij eerder lid was bij meerdere duivenclubs. Bertus is, net als ik, van bouwjaar 1952. Met de jonge duiven ontpopte hij zich als geducht concurrent afgelopen jaar. Een bijzondere, wat somber ogende liefhebber. Marco is ook nog niet lang lid. Kwam samen met zijn 85-jarige vader Piet van de opgeheven Deventer “Steeds Sneller”. Marco is het tegenovergestelde van Bertus. Druk, vrolijk, Deventer humor. Als Bertus niet op zijn vertrouwde stoel zit, weet Marco het antwoord. “Die hef zich aangemeld bie een andere doevenclub”, roept hij dan gekscherend. “Ik heb dat nodig, dat ze me een beetje plagen”, liet Bertus zich tegen mij ontvallen. Nico kwam van dezelfde “S.S.”. Ben kwam enkele jaren eerder van de opgeheven vereniging in Bathmen. Eggo en Liesbeth kwamen na het vliegseizoen seizoen over van p.v. Deventer en Sando meldde zich dit voorjaar. Een jaar of vijf geleden vestigde hij zich met zijn Cindy in dorp Voorst. Hij vloog bij “Ons Vermaak” in Eerbeek en gaat vanaf nu zijn geluk beproeven in Twello. Sando is jong, enthousiast en voor ons met de jonge duiven een serieuze tegenstander. Weer een korvend lid erbij en concurrentie is goed! Ingrid was ook op de prijsuitreiking, samen met vriendin Klazien. Rond Pasen spelen ze beiden in de kerk te Terwolde (dwarsfluit en klarinet). Als ik vrij ben ga ik er naar toe met José. Ingrid vestigde zich een jaar of vier geleden met partner Ladi in Terwolde. Ze kwamen uit Brabant en Ladi werd als fondspeler lid in Twello. Tragisch genoeg kreeg hij twee jaar geleden de diagnose asbestkanker. Toen hij gehuldigd werd voor de asduif overnachtfond 2024, wist hij al van zijn ziekte. Een half jaar geleden overleed hij op 73-jarige leeftijd. Het was goed om zijn sympathieke weduwe afgelopen vrijdagavond op de prijsuitreiking te spreken. Er vliegen nog steeds een beperkt aantal duiven om de woning als eerbetoon aan Ladi. Voor “Steeds Verder” is de komst van vers bloed in de club van levensbelang. Voorzitter Sven kondigde onlangs aan, dat zoon Tije (7) een eigen hokje met duiven heeft en aangemeld is als lid. Het ventje is razend enthousiast. Liesbeth gaat de vacature voor het secretariaat invullen. Het geeft de burger moed, al weten we ook van de serieuze gezondheidsproblemen van enkele zeer gewaardeerde leden. Sander bracht afgelopen vrijdagavond de dochters Evi en Milou mee. Vorig jaar “emigreerde” nieuwbakken clubgenoot Gerard naar een Waddeneiland. Hij had toen al vijftien speenrijpe jongen in Bathmen en zijn hok op het eiland was nog niet klaar. Hij besloot de jongen aan de vereniging te schenken. Er werd een attractiecompetitie in het vooruitzicht gesteld. Voor tien euro mocht je een duifje in ontvangst nemen. Sander en ik namen er ieder één. De dochters Evi en Milou vonden het leuk, als er een duif naar hen genoemd zou worden en zo geschiedde. Vanuit het verleden waren er geen goede ervaringen met attractiecompetities. Hillie Romein introduceerde ooit een “Belgencompetitie”. Later deed onze Albert hetzelfde met duiven van ene Dirk uit België. Telkens lukte het vrijwel niemand om een “Belsje” op papier te krijgen. De competitie sterft dan een stille dood. De competitie van duiven van Gerard gaf hetzelfde beeld. Veel jonkies werden verspeeld, of slaagden er niet in zich te klasseren. Onze “Milou” was ook snel weg en “Evi” slaagde er aanvankelijk evenmin in prijs te vliegen. Op zeker moment waren we beide duifjes kwijt. Jammer voor de dochters van Sander. “Evi” keerde echter na enkele weken retour. In de vereniging was er teleurstelling over het verloop van de competitie, omdat alle deelnemers hun duif verspeeld hadden, of niet op de uitslag konden krijgen. Wat moest ik met “Evi”? Aan het eind van het seizoen doen we alle duiven van de hand. Alleen enkele exclusieve exemplaren verhuizen naar het kweekhok. De “Sander”, die de overwinning van de zeer moeizaam verlopen Soissons behaalde (1e Teletekst GOU Noord en 2e Teletekst totale GOU tegen ruim 7000 duiven) op de verjaardag van Sander, mocht blijven. Ook “Erna 888” (1e asduif kring alle vluchten) en nestzus “Ernie 887” (3e asduif midfond) zouden naar het kweekhok verhuizen. En “Evi”? Het duifje was goed hersteld van haar omzwerving en inmiddels aangelopen met een jonge doffer. Ik besloot haar daarom te spelen. Iedereen binnen de club had zich neergelegd bij het mislukken van de “Bolinkcompetitie”. Sneu voor de organisatoren en teleurstellend voor Gerard. De “Evi” redde echter de voorstelling. Ze won een onopvallend prijsje, maar … de eer was gered. De prijs kon uitgereikt worden en zo nam de dochter van Sander vol trots haar prijs in ontvangst. “Ik deel het geldbedrag met mijn zus. Misschien gaan we er wat snoep voor kopen, of iets leuks mee doen”, vertrouwde Evi me toe. Iedereen tevreden! De beste duif op de vitesse en midfond is een doffer van Jan Ketelaar. De beste dagfondduif is van Stefan Jansen. Cor Wenink heeft de beste overnachter en Bertus v.d. Esschert de asduif natour. Mooi verdeeld! Met de jonge duiven modderen we vrolijk verder. Morgen worden ze geënt. We proberen de moed erin te houden en troosten ons met de gedachte, dat de prijzen pas in juli en augustus verdeeld worden. “Het wordt nooit zo donker, of het wordt weer licht”, zei oom Dirk altijd in de tijd, dat ik mijn duiven tussen 1978 en 1982 bij hem in buurtschap Klein Amsterdam hield. Oom Dirk woonde door omstandigheden drie jaren bij ons in huis. Broer Henk kwam daardoor bij mij op de slaapkamer. “Ome Dirk” was groot bewonderaar van Johan Cruijff en Dries van Wijhe en maakte “wereldkampioen Garfield” tot mijn vreugde nog bewust mee. (wordt vervolgd)