Zieleroerselen, zotteklap & zever 2017

Zieleroerselen, zotteklap & zever (20)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (20)

Terugblik

Het kalenderjaar is nog lang niet voorbij, maar het duivensportseizoen zit er voor mij op. Het eerste jaar dat we als “Team Freek Wagenaar” op de uitslag stonden. Een naam die meer recht doet aan de praktijk, want zonder Albert en Bram ben ik nergens. Ook Rini hoort bij het team. Een duivenvlucht zonder zijn aanwezigheid bij de aankomst van de duiven kan ik me nauwelijks voorstellen. Datzelfde geldt voor moeder Toos en schipperke “Trijntje”. Na de laatste vlucht spreken we altijd plechtig af, dat ze er volgend jaar weer bij zal zijn bij leven en welzijn. Het duivenjaar 2017 zal bij mij de boeken in gaan als een goed jaar. De 1e Teletekst, een lang gekoesterde wens, ging in vervulling dankzij “Jarno”. Een memorabele vlucht. Bram was naar een barokfestival en Albert was druk met hokkenbouw en tuinaanleg. Rini zag hem al van ver naderen uit de bekende hoek. Een gedenkwaardig moment en het hoogtepunt van het afgelopen seizoen. Ook Roermond was een recordvlucht met de plaatsten 1 t/m 5 in de regio. Peronne gaf echter meer voldoening. Tevreden waren we ook over het verloop van Troyes. We begonnen met de 10e plek in GOU Noord, maar dat was wel onze getekende en een “halve Hak”. Het was een vrij pittige vlucht, maar in Appen hadden we weinig reden tot klagen en waren er ’s avonds 44 van de 55 thuis. Voor ons was het de eerste serieuze test van de “Hakduiven”. Weliswaar gekruist materiaal, maar we hielden een goed gevoel over aan de laatste vlucht van het seizoen. Reden voor mij om de zes aangeschafte “Hakjes” in 2018 alle zes in te zetten op ons kweekhok bij Albert. Teruglezend in het opgebouwde archief, zag ik dat we in 2014 op 40 keer los laten van de duiven bij huis 60 jongen kwijt waren. Anderhalve duif per keer is een extreem gemiddelde. Ik gebruikte toen termen als “monster”, “sekreet” en “terreur” als het om de havikenplaag plaag ging en prijs me achteraf gelukkig, dat ik toen niet de handdoek gooide. Anno 2017 is de toestand genormaliseerd. Na de laatste vlucht nog 60% aanwezig. Enkele jaren geleden was 80% weg! Helaas werd “Wieke 2” na Troyes gegrepen door de havik. Reden voor mij om de duiven niet meer de vrijheid te geven. Bram heeft zijn duiven inmiddels opgehaald en kan met overwennen beginnen. Albert zal binnenkort volgen. Tot die tijd verblijven de duiven hier in de twee beschutte rennen in de frisse lucht.

Meiko

De jonge rode kater die uit een verwilderde zwerfkat achter in de tuin geboren werd en afgelopen winter vriendschap met me sloot, behoort bijna tot ons team. Elke ochtend in alle vroegte wacht hij trouw bij de achterdeur. Al mauwend probeert hij me van alles te vertellen en loopt als een jachthond “aan de voet” met me naar de schuur voor zijn dagelijkse handje brokken. Als zijn buikje gevuld is wil hij aangehaald worden. Daarna loopt hij springend en spinnend met me mee naar de kippen en duiven. De duiven kennen hem onderhand en tonen nauwelijks angst. Duiven die in de tuin lopen hebben zijn aandacht. “Meiko” besluipt ze en loert naar ze. Hoe meer duiven er voor zijn neus lopen, hoe meer hij in verwarring raakt. Soms bespringt hij ze, maar houdt op het laatste moment in als ze niet snel genoeg opvliegen. ’t Is meer speels gedrag. Ik zorg er wel voor dat zijn buikje goed gevuld is. Als hij ontdekt dat duiven eetbaar zijn, hebben we een groot probleem! Onze rode kater komt niet binnen. Rond het huis zijn voldoende schuilplaatsen tegen kou en regen en hij weet niet anders bovendien. Ook José is helemaal weg van “Meiko”. Toen hij een keer een dag niet gesignaleerd werd, was ze helemaal van slag. Waarschijnlijk heeft hij toen ergens in de buurt in een schuur opgesloten gezeten. ’t Is een trouw, proper en aanhankelijk dier. Nooit gedacht, dat een kat zo leuk kan zijn. Van vreemde katten en muizen hebben we bovendien geen last meer!

Koppelen

De vorige keer schreef ik al, dat dit voor mij een jaarlijks ritueel is. Eerst schoon schip maken en dan met de uitverkoren duiven aan de slag. Proberen goede eigenschappen te verankeren, hier en daar wat compenseren als duiven te groot of juist te klein dreigen te worden. Ruimte voor echte “pointeurs” die een eerste prijs kunnen vliegen, maar ook zorgen dat ze de laatste vlucht van 450 kilometer goed aan kunnen. Met de nieuwe generatie willen we weer meedoen om het kampioenschap, maar we zijn ook liefhebbers die graag een goed gebouwde, mooi getekende duif zien in allerlei kleurschakeringen. Erfelijkheid boeit me en daar lees ik graag over. De ogentheorie vind ik interessant, hou er rekening mee bij het koppelen, maar staar me er niet blind op. De meest fanatieke experts en zelfbenoemde “ogenkeurders” staan zelden bij de kampioenen! Variatiebreedte vind ik wel belangrijk. Verschillende ogen, kleurslagen, karaktereigenschappen, bloedlijnen. Je moet echter wel weten wat je doet. Als je lukraak van allerlei kleuren mengt, ontstaat er meestal een foeilelijke kleur waar je geen kant mee op kunt. Zo is het met koppelen van duiven ook. De beste duiven komen voort uit een kruising, maar het best werkt de kruising als er sprake is van “heterosis” of “bastaardsterkte”. Bewust intelen en dan kruisen, zoals het in de zaadteelt ook gebeurt. Het blijft echter een uitdaging en een zoektocht om lijnen te vinden die goed “pakken”. Duiven die kinderen geven die net iets beter zijn. Meestal is het andersom!  Zet je een koppel bewust bij elkaar, dan is de voldoening des te groter als je droom uit komt. Op dit moment heb ik na veel wikken en wegen de kweekkoppels voor 2018 voor 90% op papier. Enerzijds geeft dat rust, anderzijds kijk ik nu al uit naar wat er komend voorjaar in de schalen ligt.

Toekomst

Hebben we als duivensport toekomst? Soms heb ik het gevoel met een kano richting de waterval te varen. Je voelt de stroomversnelling en hoort in de verte het klateren van vallend water. Is het tij nog te keren? Onze vereniging werd in 1930 opgericht en kent een roemruchte historie. Haalt “Steeds Verder” 2030? We moeten niet gaan doemdenken. We leven in het hier en nu. We hadden een prachtige afsluiting met een viswedstrijd op forel in Emst. Een mooi initiatief van John en Hans. De prijsuitreiking met barbecue was goed bezocht en heel gezellig. We hebben nog genoeg mannen en vrouwen in de club die het schip drijvend houden, al wordt het elk jaar moeilijker om aan het vereiste aantal inkorvers voor een vlucht te komen. Straks organiseren Rein en Hans weer het “wintercafé” in de wintermaanden. We hadden en hebben het geluk bij “Steeds Verder” te beschikken over hele sterke vrouwen met een groot clubhart. Hillie, die alles voor “haar” club over had. Joke, die altijd met Martin meekwam en veel werk verzette, Rikie en Dinie achter de bar, Corrie die met Jan het clubgebouw hielp bouwen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Helaas vielen en vallen er mensen weg. Ouderdom en gezondheidsklachten spelen ons parten. “Magere Hein” tikt regelmatig iemand op de schouders en aanwas van nieuwe leden is er nauwelijks. Tegenwoordig is Annet een echte “kartrekster”. Blijmoedig doet ze allerlei administratieve taken en ze is wekelijks aanwezig en betrokken bij het maken van uitslagen en het in orde maken van de bescheiden. Adrie beheert de bar alsof het haar eigen toko is. Over het schoonhouden van het gebouw heb ik het dan nog niet eens gehad. Waar zouden we als duivenclub staan zonder onze vrouwen? Hulde aan de dames!  Respect ook voor onze bestuurders, die op verschillende niveaus zorgen dat we komend jaar weer onze geliefde hobby kunnen uitoefenen. Laten we vooral positief blijven en genieten van de duiven en de gezelligheid van het samenzijn. Duivensport wordt ooit “cultureel erfgoed”. Een duivenlokaal een  item in het Openlucht museum. Voor mij zit het seizoen erop. Ik wil Albert en Bram bedanken voor hun onmisbare kweekinspanningen, administratieve werkzaamheden en meeleven met het wel en wee op de hokken in Appen. Rini en moeder Toos voor hun gezelligheid en support, Theo voor het bijhouden van de statistieken en José voor de catering en het steunen door dik en dun. Jan en Jaap hoop ik in 2018 zeker weer te treffen bij een aankomst van een vlucht in Appen. Mijn laatste Zieleroersel van 2017? Waarschijnlijk wel. Ik hoop dat U iets kon leren van mijn stukjes en “zotteklap & zever” kon scheiden van mijn “zieleroerselen”.  In 2018 kom ik, bij leven en welzijn, terug. Alleen nog een nieuwe naam verzinnen. En … geniet zolang het nog kan!



Zieleroerselen, zotteklap & zever (19)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (19)

Statiegeldduiven

Wie de naam bedacht, weet ik niet. Was het Falco Ebben? Met “statiegeldduiven” worden duiven bedoeld die een hemelse stamkaart hebben, die veelal ooit veel geld gekost hebben, maar die geen kweekpotentie hebben. Omwille van hun veelbelovende stamkaart worden zulke duiven vaak jaren op rij “rondgepompt” op de diverse verkoopsites. Zodoende leveren ze voor de verkoper nog wat geld op, maar de koper van de duif haalt alleen teleurstelling en ziektes op het hok. Soms kweken ze alleen “wegvliegers”. Ik meen, dat Gert Jan Beute die term lanceerde. Het zijn duiven die weinig honkvast zijn en bij de eerste de beste beproeving verloren gaan. Door schade en schande wijs geworden, blijf ik ver weg van de meeste verkoopsites. D.w.z. kijken en niet kopen. Een enkele keer komt er een pareltje voorbij. Een zomerjong speciaal gekweekt voor de verkoop uit een bewezen goed koppel uit een prepotente lijn. Dat laatste is belangrijk, want elke ter verkoop aangeboden duif heeft een ronkende stamkaart!

Kweekpotentie

Afgelopen jaar hielden we ongekend veel junioren over. Met dank aan de beperkte aanwezigheid van haviken. Uit één kweekkoppel hadden we vijf jongen gefokt en na Troyes zaten die er allemaal nog. Dat zijn we niet gewend. Toch laten we het ouderkoppel niet bijeen komend jaar. Slechts één jong presteerde redelijk, de rest matig. In voorgaande jaren zouden er van die vijf jongen twee of drie opgevreten zijn en dan zouden we te weinig informatie gehad hebben om tot een weloverwogen afweging te komen. Veelbelovend is een jaarling op het kweekhok met meteen in het eerste kweekjaar één of twee goede nazaten. Onze “José” is zo’n duif. Haar dochters “Cindy 404” (6e asduif GOU) en “Tonia 423” zijn prachtige duivinnen in de hand en ze hebben zich op de vluchten laten zien. “José” lijkt kweekpotentie te hebben en daar zijn we naar op zoek! Of “Marga” ook die potentie heeft, is nog onduidelijk. Vorig jaar als jonge duif miste ze niet en werd 1e asduif GOU jong. Met “Marga” was iets bijzonders aan de hand. Ze raakte opgewonden van een verliefd stelletje en er ontstond een driehoeksverhouding in een donker hoekje. Dat laatste is belangrijk in mijn ogen. De duiven moeten elkaar niet kunnen zien! Ze was duidelijk het vijfde wiel aan de wagen, maar stapel op haar gedeelde nestje. De twee duivinnen zaten in het pikkedonker samen op de eitjes en duwden elkaar van de eitjes. “Marga” was hier erg gevoelig voor en daardoor vloog ze zich wekelijks uit de naad. Zonder die motivatie zou ze waarschijnlijk onopvallend gepresteerd hebben. Ze gaf twee mooie zonen, “Sebas” en “Bram”. Met dank aan het boekhoudwerk van Bram en Theo weet ik, dat ze vier en drie keer prijs vlogen. Te weinig om voor “Marga” een standbeeld op te richten!  In 2018 krijgt ze met een andere partner de kans om zich te revancheren. Het geeft eens te meer aan, dat de omstandigheden medebepalend zijn voor de prestaties van de jonge duiven. Waren ze optimaal gezond, trainden ze goed aan huis, waren ze gemotiveerd en … hadden ze het weer, de wind en de omstandigheden een beetje mee?

Kweekgoud

Een doffer of duivin met kweekpotentie is goud waard op het kweekhok. Een echt kweekwonder hebben we niet. Dat zeg ik eerlijk. Een gemakkelijk goed verervende duif wel. Daar houden we rekening mee bij het koppelen. Zijn of haar jongen houden we gemakkelijk over, zijn goed gebouwd, kunnen kop vliegen (teletekst) en hebben een goed rendement. Daar willen we er graag meer van!  Een duif met echte kweekpotentie geeft goede nafok met verschillende partners. Hans Hak uit Maurik volg ik al enige jaren. Zijn “Vechter” en zijn “stammoedertje 677” zijn duiven met kweekpotentie. Echte stamduiven. Twee rechtstreekse Braad de Joode duiven overigens. Samen gaven ze uitstekende nafok, maar gekruist met andere duiven gaven ze ieder afzonderlijk zo mogelijk nog betere nafok. “Iniësta” (zes keer pure kop op NPO vluchten, maar ook snel op de vitesse), “888” (de “alleskunner”) en “Nick” zijn er sprekende voorbeelden van. Heel leerzaam overigens om te bestuderen hoe op andere hokken toppers gefokt zijn. Enkele jaren geleden kochten we bij Hans zes zomerjongen uit zijn toppers. Ze zitten er alle zes nog en krijgen komend jaar de kans op ons kweekhok om zich te bewijzen. Een driekwart Hak tegen een rechtstreekse Hak, maar zeker ook pure kruisingen. Echte topduiven, ook bij Hans Hak, zijn meestal kruisingsproducten!

Nestspel

Afgelopen jaar speelde ik mijn jongen ongescheiden. Sommigen vlogen op een nestje, anderen ongepaard. Vooral op eitjes kwamen de resultaten niet uit de verf. Ik overweeg dan ook sterk om komend jaar de junioren op de deur te spelen. Doffers en duivinnen gescheiden en roulerend in hok en ren. Daarvoor zal ik hokken en rennen moeten aanpassen. De hokken minder uitnodigend om aan te lopen en de rennen verduisterbaar. Het rendement van jonge duiven op nest stelt vaak teleur. Duivinnen moeten leggen en kunnen niet mee, jonge doffers op drijven zijn te zot bij wind van achteren en schieten door. Verder is het zonder oude duiven erg lastig om midzomer aan jonkies te komen om onder te schuiven bij vliegende junioren. Het is bovendien een hoop gedoe om jonkies in leven te houden als de ouders op reis zijn en vluchten uitgesteld worden. Ik ben er helemaal klaar mee!

Koppelen

Op dit moment heb ik de kweekkoppels voor 2018 op papier. Ik kan daar weken mee zoet zijn en hele dagen en nachten over (dag)dromen. Voor de koppeling is er “Bijltjesdag”. Alle kwekers die niet gebracht hebben wat we verwachtten moeten een goede reden hebben om de status van kweekduif te behouden. Een duif met geweldige vliegprestaties als jonge duif krijgt een jaartje extra respijt, maar zeker niet veel langer. Een mooie naam, stamboom of erelijst is niet genoeg om te kunnen bijtekenen! Bewezen kweekpotentie is een keiharde voorwaarde. Nu we wat langer bezig zijn (sinds 2009) leggen we de lat elk jaar hoger. Voor elke duif die we willen toevoegen, moet een andere duif wijken. De concurrentie wordt op die manier moordend en dat is alleen maar positief. Gelukkig heb ik weinig last van sentimenten als het om selectie gaat. “Dan had je als kweker maar beter je best moeten doen”, denk ik vaak. Twaalf kweekkoppels en daarmee basta! Lukt het met twaalf koppels niet, dan zal het met twintig zeker niet lukken! Met hulp van twaalf voedsterkoppels komen we in het voorjaar aan ongeveer 40 vroege jongen van ons zelf. Als Bram er ook 40 levert en de havik houdt zich redelijk koest, dan kunnen we ons weer een jaartje uitleven met de junioren. Het koppelen vind ik elk jaar weer een leuke uitdaging. ’t Is veel schuiven en puzzelen. Ik hou van variatiebreedte. Uit een kraswitpen met een vaalschimmel kun je alle kleuren van de regenboog verwachten. Daar houden Albert en ik van. Kwaliteit komt echter op de eerste plaats, dan een hele tijd niets en dan pas kijken we naar de kleurtjes. Een rijkgekleurd oog tegen een wat vlakker oog. Geeloog tegen witoog. De ogentheorie is ondergeschikt. Het gaat om prestaties. Dan weer een hele tijd niets en vervolgens denken we aan variatiebreedte of bastaardsterkte. Uit twee geelogers of twee witogers zijn al ontelbare topduiven gefokt. Proefondervindelijk. De waarde van de ogentheorie is erg betrekkelijk in mijn optiek. Het gaat om goede duiven, temperament, wilskracht, spierkracht, rijke en zachte pluim en …. vooral een goed kompas! Op dit moment heb ik twaalf koppels op papier waar ik een goed gevoel bij heb. Geen “papieren tijgers”, geen “statiegeldduiven” of “wegvliegerkwekers”. Toch zullen we in september 2018 weer moeten vaststellen, dat meerdere “droomkoppels” de harde realiteit niet aan konden. We moeten echter blijven geloven in vooruitgang, in onze duiven, in onszelf en in elkaar.

(wordt vervolgd) 

Zieleroerselen, zotteklap & zever (18)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (18)

Doorselecteren

Duivensport is een selectiesport! Wie de top wil bereiken en daar wil blijven, moet keihard selecteren!  “Simpele graaneters” noemde compagnon Albert het gros der duiven in het verleden. “Meevliegers” hoor je tegenwoordig. Daar haal je de top niet mee. Bram leverde in 2017 ongeveer 60 junioren. Van twee ervan begint mijn hart sneller te kloppen. Dat zijn in mijn ogen postduiven waar je misschien in de toekomst iets aan hebt. De één was drie keer overtuigend de eerste op het hok, de ander won met grote voorsprong 1e Teletekst GOU Noord. Is de rest dan waardeloos? Nee, dat is te kort door de bocht. Een jonge duif, die zonder partner, zonder nestpositie en zonder duidelijk territorium, wekelijks vlot en fris naar huis komt, kan als oude duif een aanwinst zijn. Zeker als ze als jong een paar leuke prijsjes meepakken en liefst een keer vroeg zijn. Dat laatste is in mijn ogen niet onbelangrijk.

Motivatie

Jonge duiven die laat rijp zijn en gewoon op het schapje gespeeld worden, zullen zich niet uit de naad vliegen in de regel. Uitzonderingen daar gelaten. Een duif met een bijzonder territorium en aanwijsbare motivatie in de vorm van een partner, een nestje of iets dergelijks, moet eigenlijk prijs vliegen. De ene duif met vijf prijzen wordt soms verwijderd, terwijl de andere duif met drie prijzen in de ogen van de baas een kans verdient. ’t Is maar net onder welke omstandigheden jonge duiven gespeeld werden. Gezondheid speelt ook een belangrijke rol. Ik zie graag junioren die zonder medicatie gezond blijven. Soms krijg ik jongen uit een bepaald koppel of een bepaalde lijn, die gemakkelijk “kopproblemen” krijgen. Zulke wil ik liever niet. Natuurlijke gezondheid is heel belangrijk. Moet je steeds ingrijpen en ga je met dezelfde duiven verder, dan krijg je een medicijnafhankelijke duivenstam. Daar hou je slapeloze nachten, chagrijn en een lege portemonnee aan over. Je boert achteruit, zeggen ze op het platteland. Een mooi voorbeeld zie ik op eigen hok. “Gianna 406” viel niet erg op aanvankelijk. Ze arriveerde trouw op tijd, maar altijd als serieduif. Geen puntenpakker voor een kampioenschap. Op de laatste vlucht Troyes, was ze onze eerste duif (10e GOU Noord). We hadden haar als tweede getekende gezet, omdat ze dol was op haar jonkie van ongeveer vijf dagen oud. Zou ze gefaald hebben, dan zouden haar voorgaande zes prijsjes voor mij geen waarde gehad hebben en was ze niet door de selectie gekomen. Twee nestbroers van “Gianna 406” van de tweede ronde krijgen ook een kans. Ze bleven ongepaard en hadden geen territorium. Laat rijp. Toch wonnen ze op Troyes beiden prijs en kwamen op de voorgaande vluchten ook steevast mooi op tijd en fris en monter thuis. Volgens de statistieken, door Bram en Theo tot in de finesses bijgehouden, wonnen ze samen negen keer een nette prijs. Al met al genoeg reden om ze als oude duif een kans te geven

Totaalplaatje

Of een jonge duif op ons vlieghok aan het eind van het seizoen door gaat naar de volgende ronde, hangt af van het totaalplaatje. Natuurlijk tellen we het aantal behaalde prijzen, maar veel belangrijker is de kwaliteit van de prijzen en de omstandigheden waaronder die prijzen behaald zijn. Vanaf Roermond maakten we een geweldige uitslag. Acht duiven op een rijtje op het dak van het hok en degene die als eerste aanstalten maakte om op de klep te vliegen, won de eerste prijs in de regio. Dat is leuk, maar zo’n regiozege heeft een andere betekenis en waarde als de regiozege vanaf Peronne. Die duif won los vooruit de 1e Teletekst en deed dat helemaal op eigen kracht. Waarom “Jarno 224” juist op Peronne zo geweldig uithaalde, dat zullen we nooit weten. De duiven waren niet gekuurd, niet uitgerookt en kregen geen vitamines. Alles simpel en puur natuur. We houden het op eerste verliefdheid. Dankzij deze ene superprestatie willen we hem een plekje op het kweekhok gunnen. Over tien jaar zie ik “Jarno 224” in gedachten nog als een komeet uit de goeie hoek komen, met dank aan de haviksogen van Rinie die hem op twee kilometer afstand al in het vizier had. De “serieduif” met zes prijsjes op rij ben ik gegarandeerd binnen tien dagen al vergeten!  Er zijn echter meer factoren die meespelen. Ik noemde al de motivatie. Intrinsieke gezondheid is ook heel belangrijk en meteen daaraan gekoppeld de vitaliteit. Vervolgens kijk ik naar de bouw van de duif. Gestroomlijnd met zachte pluim en een slimme uitstraling! Geen tentoonstellingstypes en “zoete” duiven. Tenslotte kijk ik naar de stamkaart.

Kweekhok

Wil je vooruitkomen, dan moet je zorgen voor een vitaal kweekhok. Van de lichting 2017 wil ik zes of zeven duiven transfereren naar ons kweekhok bij Albert. Dat betekent, dat er plaats gemaakt moet worden, want we beperken ons tot twaalf koppels! Gelukkig hadden we in 2017 weinig last van de havik en kon er op een eerlijke manier geselecteerd worden. Welke kwekers gaven er waardevolle nafok en welke kwekers stelden ons (opnieuw) teleur? Zelf ben ik er uit. Albert weet, dat ik heel serieus ben als het op selectie van duiven voor het kweekhok aan komt. Hij weet ook, dat twee kapiteins op één schip niet werkt en laat me mijn gang gaan. Als ik twijfel, denk ik steevast aan Jan Suijkerbuijk en Martin Geven. Twee duivenvrienden met een vlijmscherp mes. Zachte heelmeesters maken op een kweekhok stinkende wonden! Twee of drie jaren op rij geen goeie nafok met verschillende partners? Wegwezen!  Zelfs al was de duif asduif van de GOU, of een zoon of dochter van “Kleine Dirk”.  Wie zich door stamkaarten of prestaties in het verleden laat leiden, komt bedrogen uit. Veel goede vliegers blijken op het kweekhok slechte kwekers. Ik zoek liever naar duiven met kweekpotentie. Daar kun je jaren op rij profijt van hebben. Kwekers die “het” niet hebben, stellen je elk jaar weer teleur en halen je rendement op het vlieghok omlaag.  “Papieren tijgers” zijn de grootste bedreiging op elk kweekhok. Helaas zijn kwekers die gemakkelijk goeie nafok geven met verschillende partners dun gezaaid!

(wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (17)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (17)

Eind goed, al goed

De laatste vlucht Troyes was een waardige afsluiting van het jonge duivenseizoen. Alleen weet ik niet, of iedereen het met me eens is. Troyes was vrij pittig, maar niet extreem. Het was warm, maar niet tropisch. Geen gevaarlijke oostenwind en de dagen na Troyes goede condities voor de achterblijvers om thuis te geraken. Hier waren er ’s avonds 44 van de 55 thuis (80%). Op zondag kwamen er vijf bij, op maandag weer twee en dinsdag nummer 52. We hadden nog ongeveer tien duiven thuis (gewond of gezworven), zodat er ruim zestig over zijn van de ruim 100 waarmee we begonnen. Een ongekende score voor het door bossen omgeven Appen!  Sinds dinsdag weet ik ook waar we sportief gezien staan in 2017. Bram stuurde meteen een mailtje toen de eindstanden via de site van de GOU gepubliceerd werden:  1e club, 1e kring, 1e regio en 4e totale GOU. Een mooie afsluiter voor ons team!

Gou Jong 2017

Gou duifk jong 2017

Analyse

Om verder te komen in de duivensport en ik denk in elke sport, moet je veel analyseren! Wat gaat er goed en wat is voor verbetering vatbaar? Afgelopen jaar liet Albert de eerste eieren van de kwekers uitbroeden door “voedsters”. Al kort na de leg werden de eieren weggehaald en begon de cyclus voor de twaalf “kweekkoppels” opnieuw. Zou er verschil in kwaliteit zijn tussen de 1e en 2e ronde? Wat opviel was het optimale rendement van de 2e ronde: 24 jongen! Een aanwijzing dat de gezondheid van de kwekers goed was afgelopen voorjaar. Nooit las ik in de literatuur, of het twee maal leggen  in minimaal tijdbestek van invloed is op de kwaliteit. Is de eerste leg beter, of juist de tweede leg?  “Cindy 404” is een vaalschimmelduivin van de eerste ronde, die vrij hoog eindigde bij de asduiven. Ze bleef ongepaard. Haar zusje en evenbeeld van de tweede ronde, “Tonia 423”, vond wel een vurige jonge doffer. Ik kon haar foppen met een paar kunsteitjes, zodat ze niet zelf hoefde te leggen. Ongepaard leek ze op de beginvluchten de betere prijsvliegster. Op nest viel ze terug en werd overvleugeld door haar zus en “lookalike”.  “Cindy 404” was onze derde duif van Troyes. “Tonia 423” arriveerde als zestiende van Troyes. Een ander voorbeeld is het ouderpaar van “Sara 408” en de nestbroers “Guus 415” en “Steffan 416”. “Sara 408” van de eerste ronde bleef weg van Troyes. De nestbroers arriveerden om 17.10 en 17.11 uur vlak na elkaar op Troyes. Is de eerste ronde dus inferieur?  Een ander voorbeeld: “Gianna 406” was onze eerste duif op Troyes. Van de eerste ronde. Haar nestbroers “Rinus 419” en “Jaap 420” van de tweede ronde winnen beiden prijs, maar trekken geen volle zalen. Is de tweede ronde dus inferieur? Op grond van eigen waarneming zie ik geen verschil tussen de eerste en tweede ronde. Van het ene koppel is de eerste ronde beter, van het andere koppel juist de tweede ronde. Een kweekduivin kan dus best kort na elkaar twee keer leggen, zonder rustpauze, zonder gevolgen voor de kwaliteit van de nazaten.

Schimmel

Drie “schimmeltjes” leverde Albert. Eentje waren we snel kwijt, nadat hij eerder een roofvogelaanval overleefde. De andere twee waren “Wieke 1” en “Wieke 2”. Net als de vaalschimmels “Cindy” en “Tonia” evenbeelden. “Wieke 1” van de eerste ronde trok geen pier uit de grond en bleef op een NPO-vlucht achter. Ze kwam terecht bij “Janny” in de Alblasserwaard. De mevrouw in kwestie is een dierenliefhebster en ze verzorgde “Wieke 1” uitstekend. Zo goed, dat het duifje enkele dagen geleden op eigen kracht terugkeerde. Het leverde leuk en spontaan mailverkeer op. Heb “Janny” toegezegd, dat ik volgend jaar een schimmelduivinnetje uit deze lijn naar haar zal vernoemen, waarmee ze vereerd is! “Wieke2” van de tweede ronde deed het niet onaardig. Zes prijzen scoorde ze, ook van Troyes. Weer een bewijs dat de tweede leg zeker niet onder doet voor de eerste leg!

Rood

Twee vaalschimmels hadden we mee naar Troyes, twee roodschimmels, twee roodkrassen en een schimmeltje.  De roodschimmel “Cor 432” viel als enige uit de toon met een aankomst op 18.42 uur. De anderen waren allen tussen 17 en 18 uur present. Van de vier ingezette vale duiven wonnen er drie prijs. Zijn de roden dus superieur? Welnee, maar ze zijn zeker niet inferieur! 

Zand of stro?

We kunnen hier kort over zijn. Heb geen verschil gemerkt. Als ze paarlustig zijn, paren ze op stro en op zand. Zijn ze laat rijp, dan blijven ze op beide bodembedekkingen ongepaard!  Verschil in rendement tussen hokken en bodembedekking heb ik niet kunnen vaststellen.

Hak of gehakt?

De duiven van Hans Hak uit Maurik timmerden in 2017 weer aardig aan de weg. Twee dagfondoverwinningen in de GOU met één en dezelfde duivin. Da’s een droom en uniek! Wij haalden de “Hakjes” speciaal voor de verdere vluchten. Of ze voldeden en bij ons passen? Laat ik voorop stellen, dat we ze kruisten. Onze eerste duif van Troyes was een driekwart Hak. Da’s hoopgevend. Ook in de derde, zesde, zevende en negende zit een deel Hak. Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar we gaan zeker verder met het “Hakexperiment”. Gehakt maken we dus niet van de duiven van Hans Hak!

Doffers of duivinnen?

We namen, inclusief Venlo, acht keer deel aan een prijsvlucht. Vijf keer begonnen we met een doffer, drie keer met een duivin. Kijken we naar de beste jongen op ons hok, dan valt op dat we geen echte topper hadden. We hadden mede daarom moeite met het aanwijzen van de juiste getekenden. De doffer “Prem 181” deed het van dichtbij heel goed. Was drie keer onze eerste op het hok. Op de NPO-vluchten liet hij het echter afweten. De “Jarno 224”, door Bram gekweekt, won los vooruit de 1e Teletekst v.a. Peronne. Zo’n duif verdient een kans op het kweekhok in mijn ogen. Als het om regelmatigheid gaat, scoren de duivinnen beter. “Cindy 404”, “Tonia 423”, “Wieke 2”, “Lize 176”, “Jossepos182” en “Gianna 406” bijvoorbeeld. Geen superduiven, maar wel duivinnetjes die hun best deden en er bij de asduiven bij staan.

Medisch

Vorig jaar maakte ik er een dingetje van om volledig zonder medicijnen de eindstreep te halen. Dat lukte toen aardig. Toch doe je jezelf en je duiven tekort als je helemaal niets doet. Uitgestelde lossingen, drie nachten mand, dat doet iets met je duiven. Eén duif, die aardig presteerde, kreeg als enige “one eye cold” dit jaar. Die heb ik toen subiet opgeruimd! Toch bleef het probleem met de oogjes mijn grootste aandachtspunt, vooral omdat je het overal om je heen hoorde. Nog steeds geef ik geen ontsmettingsmix aan de duiven bij thuiskomst. Probeer nog steeds met een halve liter vlierbessensap en zwarte grond met klei en mineralen  de vuiligheid uit de darmen te spoelen. Gelet op de resultaten is dat aardig gelukt. Ik wil dokter Nanne Wolff vragen wat hij vindt van de zgn. “gele druppel” als alternatief voor ronidazole. De “gele druppel” heb ik enkele keren midweeks door het drinkwater gedaan, maar ik hou er niet van om iets te doen zonder te begrijpen wat ik doe. Ik probeer steeds zo natuurlijk en biologisch mogelijk mijn duiven te begeleiden. Als de nood echter aan de man komt, maak ik gebruik van de medische kennis van deskundigen! In mijn geval betekent dat “zo min mogelijk” en met een jaarlijks budget van enkele tientjes. De sport wordt anders onbetaalbaar voor mij.  In de aanloop naar de vluchten geen coli-, tricho of ornikuur. Duiven moeten weerstand opbouwen. Ik wil geen medicijnafhankelijke duivenstam! Als duiven tijdens het vliegseizoen iets oplopen, bijvoorbeeld na meerdere dagen verblijf in de reismand , dan zal ik ingrijpen. Anders is het seizoen naar de knoppen en ik ben wel goed, maar niet gek natuurlijk.

Standen

Bram en Theo hielden keurig alle behaalde prijzen (Bram) en puntentotalen (Theo) bij. Dat werkte verhelderend. Zal Albert vragen om de klassementen bij deze “Zieleroerselen” te plaatsen!    (wordt vervolgd)

 

Eindstand jonge duiven ringenserie Bram seizoen 2017
Nummer Naam Ring Gewonnen Totaal
volgorde duif duif prijzen punten
1 Prem 17-1813181 5 3667,9
2 Josepos 17-1813182 5 3642,1
3 René 17-1813178 5 3446,3
4 Leverne 17-1813216 5 3216,4
5 Bert 17-1813161 5 3182,3
6 Josien 17-1813192 5 3065,3
7 Lize 17-1813176 5 2866,3
8 John 17-1813199 5 2836,8
9 Franz 17-1813200 5 2810,2
10 Meeuw 17-1813213 5 2739,3
11 Jarno 17-1813224 4 2540,7
12 Willy 17-1813202 4 2420,6
13 Marco 17-1813188 3 1972,0
14 Eleen 17-1813175 3 1934,5
15 André 17-1813187 4 1875,2
16 Jort 17-1813225 2 1797,1
17 Zwerver 17-1813203 3 1735,2
18 Soleil 17-1813222 2 1687,1
19 Esther 17-1813172 4 1644,7
20 Vlinder 17-1813205 3 1650,7
21 Lesja 17-1813168 2 1602,2
22 Ernst 17-1813165 3 1398,4
23 Aartje 17-1813183 2 1331,2
24 Lenneke 17-1813169 1 988,2
25 Noëlle 17-1813214 1 292,5
26 Erna 17-1813173 1 265,4
27 Andries 17-1813174 1 146,9

 ————————————————————————————————–

Eindstand jonge duiven ringenserie Freek seizoen 2017
Nummer Naam Ring Gewonnen Totaal
volgorde duif duif prijzen punten
1 Cindy 17-1814404 5 4381,3
2 Gianna 17-1814406 6 4045,2
3 Tonia 17-1814423 4 3447,7
4 Paulien 17-1814418 5 3243,8
5 Rinus 17-1814419 4 2918,9
6 Hendrik 17-1814436 5 2822,8
7 Steffan 17-1814416 4 2783,7
8 Guus 17-1814415 6 2779,6
9 Zombie 17-1814417 4 2722,8
10 Carla 17-1814410 4 2557,4
11 Jaap 17-1814420 4 2439,1
12 Robert 17-1814409 3 2144,6
13 Ruud 17-1814434 4 1983,9
14 Dineke 17-1814402 5 1981,5
15 Albert 17-1814422 3 1980,8
16 Bram 17-1814413 3 1977,1
17 Cor 17-1814432 2 1976,0
18 Wolf 17-1814433 3 1672,2
19 Ben 17-1814430 4 1667,7
20 jan 17-1814425 3 1515,6
21 Frederike 17-1814428 3 1504,1
22 Boy 17-1814429 3 1287,1
23 Joke 17-1814411 3 1263,9
24 Sara 17-1814408 1 921,2
25 Cato 17-1814431 2 458,2

——————————————————————————————–

Eindstand jonge duiven met Derby-ring seizoen 2017
Nummer Naam Ring Gewonnen Totaal
volgorde duif duif prijzen punten
1 Wieke 2 17-1837532 6 3857,7
2 Berlinerin 17-1837531 5 3641,9
3 Sebas 17-1837527 4 2452,7
4 Reinout 17-1837537 4 1301,2
5 Ryanne 17-1837536 1 976,3
6 Georgine 17-1837529 1 971,6
7 Onbekend 17-1837535 2 852,4
8 Eva 17-1837530 1 656,4
9 Emil 17-1837533 1 424,2
10 Wieke 1 17-1837526 1 85,3

—————————————————————————————————-

Eindstand duif van Jan Groot Koerkamp seizoen 2017
Naam Ringnummer Aantal Totaal  
duif duif prijzen punten  
Hermien         17-1837567 5 3065,2  

Zieleroerselen, zotteklap & zever (16)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (16)

Troyes

José was vrijdagochtend met haar zus naar haar broer in Maastricht vertrokken. Door de duiven gaan we in de zomermaanden nooit met vakantie. José gaat daar goed mee om. Ze heeft zelf ook niet echt de behoefte om in de zomervakantie grote reizen te maken. In de herfst- en voorjaarsvakantie halen we de schade in!  Zaterdag had ik dus het ruim alleen, maar dat voelt onwennig. Naast Rinie, Jaap, Bram en Albert, zouden Theo en Ricky en clubvoorzitter Jan Groot Koerkamp de aankomst van Troyes gaan bijwonen. Dat betekent je bezig houden met de verzorging van de duiven, moeder Toos met Trijntje in Twello ophalen en wegbrengen en zorgen voor koffie, thee en fris. Met 55 duiven in de strijd, wordt het melden van de duiven een crime als je er alleen voor staat. Gelukkig is Albert daar handig in. Van Bram weet ik, dat hij de aankomsten op de GOU-meldsite op zijn i-phone op de voet volgt. Daar hoef ik dus zelf ook niet naar te kijken. Moeder Toos settelde zich als eerste op het overdekte terras. Gauw wat kussentjes regelen, want als bijna 88-jarige zit je niet lekker op een harde teakhouten bank. Schipperke Trijntje ligt steevast aan haar voeten, al moet er altijd wel eerst een bakje water geregeld worden. Rinie arriveerde iets voor vieren. Hij had er duidelijk zin in en was gretig. Ook Jaap, die dit jaar nauwelijks tijd had met een op handen zijnde verhuizing, liet de boerderij even in de steek om erbij te zijn. Theo en Ricky kwamen rechtstreeks van John Romein. Daar hadden ze genoten van vuurwerk op de natourvlucht Marche. Theo was echter nog niet verzadigd en omdat hij dit jaar voor ons de standen bijhoudt van de individuele duiven, wilde hij de slotvlucht in het echt meemaken. De komst van de ernstig zieke Jan Groot Koerkamp vond ik het meest bijzonder. Jan vertoefde de laatste maanden vooral in Amsterdam, Zwolle en Deventer en volgde de toestand in de wereld vanuit een ziekenhuisbed op de dagen dat hij daarvoor fit genoeg was. Troyes wilde hij van dichtbij meemaken!  Toen Albert en Bram tenslotte arriveerden, waren we gereed voor de komst van de eerste Troyesganger!  Toen Eijerkamp op 16.41 de eerste duif meldde via hun eigen site, waren alle blikken strak gericht op het zuidoosten. Dan ineens komt er een duif recht op het hok af. Het blijkt “Gianna 406”, onze tweede getekende. Ze wordt met stil gejuich ontvangen. “Gianna” blonk uit door regelmaat. Steevast prijs, maar steeds in de middenmoot. Eén keer miste ze door mijn schuld. Dat was op de derde prijsvlucht, toen ze een eitje had gelegd in de mand bij de inkorving. Ze kwam toen veel te laat zo ongeveer als laatste thuis en ik herinner me de blijdschap van José toen ze eindelijk thuis was. “Gianna” vertrok op Troyes met een jonkie van een week in het nest. Ze was er erg zorgzaam voor en dat was me opgevallen. Haar moeder komt uit “Iniësta” x “stammoedertje”, het beste van Hans Hak!  Ze beschaamde mijn vertrouwen dus niet. Twee vrijgezelle broers van de tweede ronde uit dezelfde ouders, genaamd “Rode Rinus” en “Rooie Jaap”, pakten trouwens ook hun prijsje mee op Troyes.  Onze tweede duif van Troyes was “Paulien 418”. Ze komt uit onze beste jonge duif van 2014 x “Nicolien”. Vier jongen fokte Albert uit dit koppel en ze zijn er alle vier nog! Toen we de duif “Nicolien” afgelopen winter kochten op een veilig van Nico Jan Koenders, zag ik er iets in. Gevraagd naar de mening van de verkoper, tipte hij haar als favoriet. Het zijn vier duivinnen en ze kijken niet naar het andere geslacht. Laat rijp dus, maar dat belet hen niet om prijs te vliegen. “Eva 530” brak op Chimay beide poten. Dat is geen aanbeveling. “Berlinerin 531”, “Zombie 417” en “Paulien 418” zijn echter prima zusjes. Allemaal kleinkinderen van onze “Rod  Argent”, de toetsenist van de legendarische “Zombies”.

Nestspel

Eerder gaf ik al aan, dat het spelen op nest van jonge duiven vaak een teleurstelling betekent. Onze derde duif op Troyes was “Cindy 404”. Gefokt uit onze “José” van 2016.  Een pure Eijerkamp uit de lijnen van “Bartoli” en “Celena”. “Cindy” vliegt gewoon ongepaard een 1 op 100 prijs. Haar volle zus, “Tonia 423” zat in haar eentje op een klein jong. Haar doffer “Albert 422” bleef weg van Nanteuil, vandaar. Wat zat ze strak op haar jonkie. Van trainen was geen sprake meer. Op woensdag bracht ik de hele ploeg naar Ravenstein. Je moet toch wat als ze niet vliegen. “Tonia 423” arriveerde als onze 16e duif. Ze wint prijs, maar wordt dik verslagen door haar zus en evenbeeld (vaalschimmel) zonder doffer of kroost. Onze vierde duif  “Jort 225” zat sinds enkele dagen te broeden en nummer vijf (“Lesja 168”) zat op een klein jonkie. Nummer zes en zeven zijn nestbroers. Driekwart Hakorigine. Beide doffers zonder nest, maar wel op vrijersvoeten. Nummer acht en negen zijn weer gewoon single en nummer tien is “René 178”, met een jong van een dag of tien onder zijn hoede. De moraal van dit verhaal: met of zonder neststand zijn successen te boeken. Bij zware omstandigheden kan een neststand een extra stimulans geven. De “Gianna 406” is een mooi voorbeeld. Op zondagochtend keerde “Aartje 183” retour. Eén van de vier duivinnen op een klein jong. Gemotiveerd, maar toch te laat. Op zaterdagavond hadden we 44 duiven thuis van de 55 (80%). Nu de mist is opgetrokken op zondagochtend en de duiven onbezorgd in de groentetuin scharrelen of in bad liggen, druppelt het gewoon door. Twee duiven zag ik vanochtend uit het zuiden arriveren en tenminste twee anderen zag ik in de tuin lopen. De verwachting is dat er wederom weinig duiven achter blijven. Ook wat dat betreft is 2017 een goed jaar. Heel weinig verliezen! 

Balans

Aan het eind van de rit maak je de balans op. Het is op zondagmorgen na Troyes nog te vroeg en te vers om het geheel goed te kunnen overzien. In de club zijn we kampioen. Dat is zeker. Hoe het in de kring, regio en afdeling is, dat moeten we afwachten. In de kring zijn we, denk ik in alle bescheidenheid wel favoriet voor de hoogste titel. Bertus van de Esschert uit Welsum had gisteren een slechte dag en die schudden we af. Aart Hup kwam als een diesel langzaam op gang, maar gaandeweg werd hij sterker. Ik denk, dat we genoeg punten gepakt hebben om hem voor te blijven, maar ik heb respect voor zijn geweldige eindsprint en voor de liefhebber Aart Hup uit Oene! In de regio was het door de zondagvluchten erg onoverzichtelijk. Wie stond er voor het kampioenschap bovenaan? Steffan Willems en opa Hans pakken in GOU NOORD de 1e Teletekst. Hans is als oud-wielrenner die fietste met Tijmen Groen en Joop Zoetemelk, een gedreven jonge duivenspeler. Afgelopen voorjaar meldden ze zich als lid aan van “Steeds Verder”.  Met ruim zes kilometer overvlucht op Appen in combinatie met een meer oostelijke ligging waren Hans en Steffen enkele keren volledig ongrijpbaar. Met harde westenwind speelden ze 1 t/m 14 vanaf Marche. Afgedroogd en geknipt en geschoren noemen ze zoiets. Een kampioenschap wordt verdiend over zeven vluchten en ook zij kenden mindere momenten. Gisteren pakten ze een gedroomde overwinning, maar moeten dan toch wachten op de opvolgers. Het was echter een spannende, maar ook sportieve strijd tussen twee hokken die knokken om te winnen en ik denk, dat we boven Steffan zullen eindigen in het kampioenschap. En de overige kanshebbers?  Sando Verbeek uit Hall was voor mij een nieuwe naam. Hij kende enkele prima vluchten en was bezig aan een opmars, maar vanaf Troyes vielen zijn duiven terug. Niettemin een hok met toekomst! Ik heb veel respect voor mijn concurrenten. In Wapenveld zitten goede duiven, in Zwolle zitten goeie liefhebbers en in Olst zit een liefhebber die het in de vingers heeft, net als in Wijhe. Je moet je echter concentreren op je eigen hok en je eigen duiven. Is de mest goed? Zijn de oogjes helder en de neusjes krijtwit? Zit er geen “geel” onder? Trainen ze goed? Zijn ze gemotiveerd? We korfden 55 junioren in en geeft het dan uit handen. Krijgen ze eten en drinken in de mand? Zitten ze in een box met zieke duiven? Hoe is het weer op de vluchtdag?  Als de duiven onderweg zijn, spookt er nog van alles door je hoofd. Troyes werd een eerlijke vlucht in mijn ogen. Weinig wind en geen buien van betekenis. Toen de eerste duif thuis was (de 2e getekende) en de opvolgers regelmatig arriveerden, werd ik wat rustiger. Natuurlijk zijn er liefhebbers die vroeger “pakken”, maar je hoort ook verhalen via Bram van liefhebbers die laat zitten, of lang moeten wachten op de opvolgers. De toeschouwers kregen waar voor hun geld en iedereen had het naar de zin.  Ik hoop, dat moeder Toos met Trijntje er volgend jaar weer bij is. En Jan Groot Koerkamp natuurlijk. Het duifje van Jan “Hermien 567” en door Jan triomfantelijk “Mina” genoemd, wist zich als onze 20e duif toch weer te klasseren!  ’t Was gezellig, ’t was spannend, ’t was sensationeel en soms ontroerend. In een volgende aflevering zijn de kampioenschappen ongetwijfeld bekend en zullen we de klasseringen van de duiven (“de namen”) publiceren met hulp van Theo. Ook gaan we analyseren wat te analyseren valt.  (wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (15)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (15)

Team Wagenaar3Team Freek Wagenaar:  v.l.n.r. Albert, Freek, Bram en Rinie

Het is zaterdagochtend even voor tienen. De duiven van de laatste, beslissende eindvlucht Troyes zijn nog niet gelost. Dat is een tegenvaller, want op de losplaats is het weer goed en in onze omgeving eveneens geen centje pijn. Het zal allemaal wel goed komen, als ik de weersites mag geloven. Heel gemakkelijk zal het zeker niet worden. Frankrijk 30 graden, weinig wind uit veranderlijke richting en met name het laatste stuk toch overwegend noordwestelijk. Nu ze relatief laat los gaan, zullen ze op het heetst van de dag moeten vliegen en dat verzwaart de vlucht aanzienlijk. Voor Appen hebben we het over 456 km en 938 meters. De spanning stijgt, want het lijkt een serieuze krachtmeting te gaan worden!

Terugblik

De eerste drie vluchten waren verwerkt in onze vorige bijdrage. Het lukte me niet om wekelijks de vluchten te presenteren. Inmiddels ben ik al weer twee weken op school aan het werk en in combinatie met de sier- en moestuin is de dag met de dagelijkse zorg voor de duiven gauw gevuld. De vierde vlucht Chimay (268 km) werd uitgesteld naar de zondag. Zo gauw een vlucht naar de zondag verschoven wordt, valt de principiële groep zaterdagvliegers af. Daarmee hebben we binnen de GOU (Veluwe) te maken, ook anno 2017. “Prem 181” was zich nergens van bewust en was op eigen hok de primus. Een goed doffertje!  Daarna maakten we ons op voor de eerste teletekstvlucht Peronne.

Teletekst

Ook die vlucht werd uitgesteld naar de zondag. Dus drie nachten mand! Bram had familieverplichtingen en ook Albert was druk op eigen erf met de aanleg van de tuin en de bouw van een nieuw hok. Samen met trouwe supporter en vriend Rinie tuurden we naar de hemel. Ineens zag Rinie in de verte een duif onze kant op komen. Uit de richting van de kerktoren in Voorst. Rinie heeft echt haviksogen, want bij mij duurt het veel langer om een stip in de verte te ontwaren. Er gaat op zo’n moment een flinke stoot adrenaline door je lijf, want we hadden tot dat moment nog nergens een duif in de lucht gezien. Het bleek de “Jarno 224”. Een outsider. Vlot dook hij het achterste hok in op 13.23.04 uur. Dat was kicken, want we beseften, dat het een vroege duif moest zijn. Toen er vijf minuten later nog geen duif was bij gekomen, meldde ik de “Jarno” zelf op de meldsite van “Steeds Verder”. Vervolgens wordt hij doorgemeld naar de meldsite van de GOU. Al snel hadden we Bram aan de telefoon. Hij was op een barokfestival in de polder met familie en kreeg van een kennis die op vakantie was in Noorwegen de felicitaties. Hij zag op zijn vakantielocatie de vroege melding op de site van de GOU. Bram was blij verrast en perplex. Van hem hoorden we, dat we de snelste duif hadden in de GOU NOORD! Onze tweede duif zat dik 26 minuten later en wint in de club nog de tweede prijs. Dat zegt genoeg. De euforie duurde meerdere dagen. Een teletekstoverwinning maakt een seizoen goed!

Teletekst Peronne Team Wagenaar

Nanteuil

De zesde vlucht vanaf Nanteuil (dik 400 km) viel wat tegen. Vrij harde westenwind en buien onderweg. De “Sara 408” was onze eerste duif. Had nog helemaal niks gepresteerd. Ook “Frederike 428”, die enkele minuten later arriveerde, was een outsider. In de club spelen we nog 3 t/m 6, achter Steffan Willems, maar over de gehele linie werd het voor ons en voor “Steeds Verder” een teleurstellende vlucht. “Na een vette komt vaak een magere”, zei oud-clublid Cor Buis vaak en daar moest ik die zaterdag aan denken.

 

De 10 beste duiven in de ringenserie van Bram na 6 vluchten                    

Ringno:           Naam                                Prijzen          Totaal punten

1.           17-1813181  Prem                          5                      3667,9

2.           17-1813192  Josien                         5                      3065,3

3.           17-1813182  Josepos                      4                      2913,6

4.           17-1813161  Bert                            4                      2871,0

5.           17-1813199  John                           5                      2836,8

6.           17-1813178  René                           4                      2618,5

7.           17-1813224  Jarno                          4                      2540,7

8.           17-1813202  Willy                           4                      2420,6

9.           17-1813176  Lize                             4                      2369,6

10.       17-1813216    Leverne                      4                      2362,1

 

10 beste duiven ringenserie Freek na 6 vluchten

No.      Ringno:           Naam                      Prijzen     Punten

1.         17-1814404    Cindy                          5          3434,3

2.         17-1814406    Gianna                        5          3071,7

3.         17-1814436    Hendrik                      5          2822,8

4.         17-1814423    Tonia                          3          2818,6

5.         17-1814417    Zombie                       4          2722,8

6.         17-1814410    Carla                           4          2557,4

7.         17-1814418    Paulien                       4          2290,2

8.         17-1814409    Robert                         3          2144,6

9.         17=1814420    Jaap                            3          2101,4

10.       17-1814419    Rinus                          3          2084,5

 

De 2 beste duiven van de Derby-ringen na 6 vluchten + duif van  Jan Groot Koerkamp

No.      Ringno:           Naam             Aantal prijzen            Aantal punten

1.         17-1837432    Wieke 2                      5                                 3155,7

2.         17-1837531    Berlinerin                   4                                 3085,6

——————————————————————————————–

                                               Duif Jan Groot Koerkamp

         17-1813567         Hermien                    4                                 2542,0

 

Troyes

In Troyes is om 10.45 uur gelost. De duiven zullen ergens op het einde van de middag arriveren. Het zal voor ons in 2017 de laatste vlucht worden. We hopen op een mooie uitslag, maar zelf ben ik er niet van overtuigd, dat het een feest wordt. De duiven kregen “open hok” afgelopen week. Ze liepen veel in de tuin, scharrelden tussen de groenten en kruiden in de tuin, maar ik vond ze wat sloom. Duiven in vorm zijn levendiger en ketsen vaker af. Dat miste ik. Gelukkig was de mest goed en de neusjes waren wit. Ook zag ik her en der slagpennen op het gazon. Een goed teken, dat ze eindelijk aan de rui begonnen zijn. We hebben een stuk of vier koppeltjes met een klein jonkie. Verder enkele koppeltjes op overbroeden. Dit jaar hebben we met de nestduiven nog geen potten gebroken. Soms lijkt het een handicap i.p.v. een voordeel. Nu het een pittige vlucht lijkt te gaan worden en de afstand mee gaat wegen, zou je verwachten dat de motivatie van een neststand de doorslag moet geven. In een volgende bijdrage zal ik alles uit de doeken doen en de eindstanden bekend maken. (wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (14)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (14)


Tongeren

De tweede prijsvlucht. Voor ons een afstand van 160 km en 484 meter. De wind blies uit de zuidhoek en volgens clubgenoot en vluchtwinnaar Jan de Ruiter uit Teuge zat er iets oost bij. Op ons hok arriveerde “Prem 181” als eerste, op enkele seconden gevolgd door “Hendrik 436”. Ze pakken vroege prijzen in de kring en zitten er in de regio goed bij. Helaas laten de getekende (ook wel aangewezen) duiven, het goeddeels afweten. De bovenste twee duiven van de poulestaat vliegen voor het zgn. aangewezen kampioenschap. Alle ingezette duiven van een liefhebber kunnen punten pakken voor het onaangewezen kampioenschap. Als een liefhebber 10 duiven meedoet, zijn de punten van de eerstgeklokte duif de punten die tellen voor dit kampioenschap. Doet een liefhebber 40 duiven mee, dan telt het gemiddelde puntentotaal van de eerste vier geconstateerde duiven. De aangewezen punten komen van de eerstgeklokte “aangewezen” duif. Op ons hok zijn ’s avonds alle ingezette duiven (63 stuks) thuis. Dat is belangrijk in de beginfase!

Marche

Afgelopen zaterdag speelden we vanaf Marche. Voor ons ruim 220 kilometers. Op vrijdagavond waren de weersvooruitzichten niet geweldig. Bram verwachtte een lossing na twaalf uur. Er werd zelfs gesproken over uitstel naar zondag. Toen ik naar teletekst pagina 861 van SBS 6 zat te gluren, zag ik dat er nog geen afdeling gelost had. Ik moet dan een afweging maken en adviseerde José om in de ochtenduren de boodschappen te halen. Moeder Toos zet op zaterdagmorgen alles opzij voor de duiven, maar ik belde haar om half negen met de mededeling, dat er waarschijnlijk pas later op de dag gelost zou worden. Op mijn dooie akkertje deed ik de dingen die ik van plan was. Kippen voeren, krant lezen, dan rustig de hokken schoonmaken en aan het werk in de moestuin. Rond 9.45 uur stond ineens Rinie achter me: “Ze kunnen er zo zijn als ze honderd vliegen”. Rinie is door de wol geverfd. Een week eerder had hij geïnformeerd naar de afstand van Marche in de Ardennen. Ik schrok. “Zijn ze gelost dan?”, vroeg ik vertwijfeld. Rinie dacht even, dat ik hem in de maling nam, maar zag al snel dat ik het echt niet wist. Ik liet alles uit handen vallen, zette snel het kloksysteem aan en verschoonde de drinkbakken in razende vaart. “Ze kunnen er met vijf minuten zijn”, riep ik al turend in de lucht. Rinie met zijn haviksogen spiedde het luchtruim geconcentreerd af. Iets voor tien uur zag hij een groepje duiven vliegen. Zelf heb ik die met mijn kippige ogen nooit gezien. Ineens viel er een schaduw over onze rug en vanuit mijn ooghoeken zag ik twee duiven uit noordelijke richting landen. Het waren roodschimmel “Cor 432” en “Zombie 417” die in die volgorde met twee seconden verschil de klep van afdeling 3 toucheerden. In dezelfde minuut volgde “Jan 425” en een minuutje later zaten ook “Tonia 423” en “Wieke 2” in de module. Door de harde westzuidwestenwind kwamen sommige duiven al terug uit het noorden! Toch was er weinig reden tot klagen, al lieten de getekende duiven het andermaal afweten. Bij het afslaan in de club om 18.30 uur misten we alleen “Johan 412”. Deze duif was vanuit de ziekenboeg een week eerder teruggeplaatst op het vlieghok. Na het goed doorstaan van de midweekse africhting Ravenstein, kreeg hij een nieuwe kans, na vanaf Venlo in Zelhem te zijn binnen gelopen bij liefhebber Henk Wassink. Helaas pakte “Johan 412”, genoemd naar onze sympathieke zwager Johan die laatste kans niet en keerde hij tot heden niet retour. De overige zestig duiven keerden met uitzondering van “Ruud 434” ongeschonden retour. “Ruud” kwam onderweg waarschijnlijk in aanraking met een hoogspanningskabel. Zijn borst en onderzijde is blauw en gezwollen. Vier duiven liet ik thuis. “Ryanne 536” moest op zaterdag haar tweede eitje leggen, net als “Cato 431” en “Erna 173”. “André 187” bleef thuis om de eitjes warm te houden. Komende week heb ik het probleem van het warm houden van eitjes en eventueel kleine jonkies niet, want bij Albert leende ik een klein broedmachientje. Waar teamgenoten al niet goed voor zijn! Het is nu dinsdagavond en ik moet nodig naar mijn duiven toe. Clubgenoot Theo Oortwijn, die om gezondheidsredenen de actieve sport moest verlaten, wil de scores van onze duiven bijhouden. Ik stuur dit stukje naar Albert en zo gauw Theo zijn huiswerk heeft gedaan, kan e.e.a. geplaatst worden op onze site. Ik verwacht, dat “Tonia 423” aan de leiding zal gaan. Ze is van de tweede ronde en een volle zus en evenbeeld van “Cindy 404” die ook nog niet gemist heeft. “José” , die vorig jaar teletekst haalde, is de trotse moeder. De vader is een gekruiste “Hak” die voor de vaalschimmelkleur zorgde. Beide zusjes zijn dus geboren bij Albert uit een 100% Eijerkampduivin afkomstig van Bram. Puur teamwork dus!                (wordt vervolgd)

Onderstaand de belangrijkste koplopers in de desbetreffende categorieën na 3 wedvluchten, Roermond en Tongeren  Marche

Categorie I         Jonge duiven voor Speciale Derby

                               1. Wieke 2          NL-1837532                        2563,2   punten

                               2. Berlinerin        NL-1837531                       1856,1        “

Categorie II      Jonge duiven ringenserie Bram

                               1. Prem                 NL-17-1813181                 2436,1   punten

                               2. Josien               NL-17-1813192                 1876,6     “

                               3. Willy                  NL-17-1813202                 1684,8      “

                               4. Franz                NL-17-1813200                 1630,9     “

                               5. Vlinder              NL-17-1813205                 1650,7       “

                               6. Josepos            NL-17-1813182                 1547,5      “

Categoie III        Jonge duif ring Jan Groot Koerkamp

                                                               NL-1813567                        1716,5   punten

Categorie IV      jonge duiven ringenserie Freek, gekweekt door Albert

                               1. Tonia                 NL-1814423                        2818,6   punten

                               2. Cindy                NL-1814404                        2456,2       “

                               3. Cor                    NL-1814432                       1976,0       “

                               4. Steffan              NL-1814416                        1728,7        “

                               5. Robert               NL-1814409                        1592,7        “

                               6. Jan                    NL-1814425                        1515,6       ”  

Opgemaakt d.d. 02 augustus  2017 om 18.35 uur

Theo Oortwijn

Zieleroerselen, zotteklap & zever (13)

 

Zieleroerselen, zotteklap & zever (13)

Competitie

In 2012 gaven leerlingen van mijn school de duiven namen. We zaten met ongeveer zes klassen in het voormalige gemeentehuis van Warnsveld. De school was uit haar jasje gegroeid. Er ontstond een gemoedelijk sfeertje. Toen ik op een ochtend mijn jonge duiven aldaar losliet, stond er een groep  meisjes uit een tweede klas te kijken. Ze vonden het hoogst interessant. “Mag ik die ene een naam geven?”, vroeg een bijdehandje. Zo ontstond het idee van de naamgeving eigenlijk spontaan. Fleur Eijerkamp, de tweede dochter van Evert Jan, was erbij kan ik me herinneren. Van het één kwam het ander. De Isendoorn duivencompetitie was geboren! Heel veel namen kwamen binnen. Zoveel duiven had ik niet eens. Een meisje uit Ruurlo bedacht de naam “Homer”. Onze beste junior van 2012. Toen in september het nieuwe schooljaar begonnen was, bleek naamgeefster Susan voor een jaar in Texas te verblijven. Tot mijn grote verrassing meldde ze zichzelf vanuit Amerika. Via internet had ze de verrichtingen van “haar” duif gevolgd. Min of meer spontaan maakten we er “Texas Homer” van. Een duif die nog altijd op ons kweekhok vertoeft!  Terugdenkend aan dat gedenkwaardige jaar leek het me wel aardig om nogmaals iets dergelijks te organiseren. Nu met de namen van personen. Namen van familieleden, vrienden, buren, collega’s en enkele aardige leerlingen gaf ik zelf aan duiven van lichting 2017. Een lastige klus, want je moet wel het geslacht van de duif kennen en liefst moet er een overeenkomst zijn. Bij de ‘436 was het gemakkelijk. Een forse, stoere doffer.  Ik moest meteen aan broer Hendrik denken. Uiteindelijk kom je duiven tekort om iedereen die je in gedachten hebt, te benoemen! Voor het begin van de eerste prijsvlucht had elke duif een naam. Geleidelijk begin ik die namen in mijn hersenen te koppelen aan de betreffende duif. Voor mij heeft dat toegevoegde waarde!

Openingsvlucht

Roermond werd de openingsvlucht waar je als liefhebber van kunt dromen. Vrijwel alle duiven retour en nog vroeg en vlot achter elkaar ook! Voor de mensen, die op zoek zijn naar de verrichtingen van hun naamgeno(o)t(e) zal ik alle prijsvliegers in volgorde van aankomst noemen: “Jossepos 182”, het koosnaampje van mijn José. Een klein, fier duivinnetje met een atletische bouw wordt kring- en regiowinnares tegen bijna 5000 duiven. “Steffan 416” werd genoemd naar Steffan Willems. Een week eerder vanaf Venlo, liep hij tussen de prijsduiven mee naar binnen in Epse op de hokken van Steffan en Hans. Duidelijk de kluts kwijt! Nu revancheert het blauwe doffertje zich met het zilver in de regio. Dankzij de sportiviteit van Steffan en oud-wielrenner en jonge duivenspecialist Hans Eckelboom! Het brons is voor “Wieke 2”. Het schimmelduivinnetje dankt haar naam aan oud-leerlinge en pechvogel Wieke Hendriks. Dan volgen “Sebas 527”, “Berlinerin 531”, “Lenneke 169”, “Cor 432”, “Bram 413”, “Tonia 423” en “Ryanne 536”. De laatste is lerares Frans op het Isendoorn. Ze kwam vorig jaar al een keer kijken, toen de duiven van een vlucht retour kwamen. José was er toen niet en Ryanne zorgde voor de koffie! Ze verdient de eer en is oprecht trots op haar duifje. Gefokt uit dezelfde moeder waar vorig jaar succesduivin “José” uit geboren werd.

Opvolgers

Het gaat op de openingsvlucht om veilig terugkeren op de thuisbasis. Het liefst mooi op tijd. De volgende tien duiven hadden daar geen moeite mee. Nummer 11 “Georgine 529” wint zelfs nog 1:100 prijs met een dochter van “Texas Homer”. Ook “Prem 181”, onze eerste duif op oefenvlucht Venlo, wint nog een kopprijs. Vervolgens volgen rode doffer “Jaap 420”, “Boy 429”, “René 178”, vaalschimmel “Cindy 404”, “Ernst 165”, een zwarte doffer die doet denken aan onze kolenboer en in 2012 overleden vader. Vervolgens “Leverne 216”, de atletische en vrolijke “Ben 430” en “Josien 192”. Dan volgen tien duiven, die toch nog in de eerste helft van de A.C.C.-uitslag geklasseerd staan: “Aartje 183” het identhieke tweelingzusje van “Jossepos 182”, “Robert 409”, “Eva 530”, genoemd naar de stoerste Mavo-leerlinge van lichting 2017. “Eva 530” is de nestzus en het evenbeeld van “Berlinerin 531”. Gefokt uit onze asduif van 2014 en een duivin van Nico-Jan Koenders. Vervolgens “Hermien 567”. Deze duivin komt van onze gewaardeerde verenigingsvoorzitter Jan Groot Koerkamp. Jan werd afgelopen voorjaar ernstig ziek en moest op doktersadvies met spoed alle duiven ruimen. De jonge duiven van Jan werden door dochter Eline en zoon Arno verloot onder de leden van “Steeds Verder”. Er is zelfs een aparte competitie voor deze junioren! Hermien is de charmante echtgenote van Jan. Nummer 25 was “Vlinder 205”, dan volgen “Carla 410”, genoemd naar de onvolprezen schoonmaakster van “de Betakaap”, “Bert 161”, “Willy 202”, ”André 187” en “Jan 425”. De laatste groep van prijsvliegers moest zich tevreden stellen met een plekje in de tweede helft van het peloton. “Emil 533”, “Reinout 537”. Deze duif stond tweede getekende en haalt de aangewezen punten binnen. Het “aangewezen kampioenschap” wordt behaald door de eerste en tweede getekende. Duiven die als favorieten als eerste duiven worden gezet. “Lize 176” arriveerde als eerste getekende kort na de tweede getekende. Voor het aangewezen kampioenschap een teleurstelling derhalve. Wel prijs, maar weinig punten. Dan volgen “Erna 173”, “Albert 422”, “Gianna 406”, “Hendrik 436”, “Ruud 434”, “Andries 174”. Zwager Andries heeft pech. Zijn duif liep afgelopen zondag tegen een zware vleugelkwetsuur op. Hevig bloedend werd hij naar de ziekenboeg gebracht, waar hij herstellende is. Staartprijsjes zijn er nog voor roodschimmelduivin “Joke 411”, “Wieke 1” en tenslotte “Guus 415”. Op ons hok huizen verder nog 22 westrijdfitte duiven die op Roermond geen prijs vlogen. In de “ziekenboeg” zitten zes veelal gewonde duiven die komende week nog niet inzetbaar zijn. Tongeren in België is de volgende prijsvlucht komende zaterdag. De concurrentie staat ongetwijfeld op scherp!  (wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (12)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (12)

Roermond

De eerste jonge duivenvlucht “om het echie”. Lang naar uitgekeken. Een week eerder korfden we er 51 voor reservevlucht Venlo. De vierde groep van ongeveer 20 “kleintjes” hadden we thuis gelaten. Er zat iets ornithose onder en daardoor waren ze nog geen tien keer van huis geweest, zoals de duiven van hok 1, 2 en 3. Steffan Willems en opa Hans draaiden van Venlo als een tierelier en daardoor waren de verwachtingen bij ons team gematigd. Van Venlo waren er een stuk of vijf achter gebleven, waardoor we met 65 stuks aan de start verschenen. Gelost om negen uur verwachtten we de duiven rond 10.15 uur. Het weer was schitterend. Weinig wind uit de westhoek, ongeveer 20 graden en regelmatig een zonnetje tussen de witte wolken. Rond 10.23 uur draaiden er ineens twee duiven uit noordelijke richting over onze hoofden. “Da’s niet best”, riep ik tegen Rinie. De twee duiven landden op het hok, pikten in de veren en draaiden met hun kopjes richting de hemel. Ik herkende de ‘413 uit “Marga”. De aandacht van de duiven werd getrokken door meerdere duiven in de lucht die aanstalten maakten om te dalen. Ineens zaten er acht duiven op een rijtje op het hok! Ik probeerde rustig te blijven. Een “kleintje” die nooit eerder in de grote wagen gezeten had, viel als eerste op de klep van hok vier. De anderen volgden niet al te rap en de 413 alias “Bram” zat pas anderhalve minuut later als achtste op de antenne. We hadden de duiven voor de inkorving nog ruim gevoerd, gelet op de onzekere weersvoorspelling. Dat stond vlot binnenlopen waarschijnlijk in de weg.

Euforie

Rond 10.35 uur arriveerde Bram voor onze eerste vlucht als  “Team Freek Wagenaar” en onze eerste prijsvlucht van 2017. “Ik werd opgehouden en vreesde al te laat te zijn”, verontschuldigde hij zich. Toen ik Bram vertelde, dat een “Brammetje” als eerste geklokt was, fleurde hij op. Albert was in Twello gebleven. Hij is bezig nieuwe hokken te timmeren en wilde zijn tijd met dit mooie weer zo goed mogelijk benutten. Er waren inmiddels al zestien duiven thuis en de aankomsten volgden elkaar vlot op. Bram was intussen nieuwsgierig de site van “Steeds Verder” aan het bestuderen. De aandacht ging onbewust vooral uit naar de melding van Steffan en Hans. Toen hij de aankomsttijden van clubgenoten doorgaf, was er gezamenlijke euforie. Eerst de oplopende adrenalinespiegel en dan de ontlading. “De eerste overwinning in de club is binnen, nu afwachten wat de andere clubs doen”, oreerde Rinie. “Trijntje” blafte vrolijk naar de rode kater, die niets moet hebben van de zwarte druktemaker. Moeder Toos genoot van het vertier en José vond, dat we de koffie nu wel dik verdiend hadden!

Verwerking

Als de eerste duiven binnen zijn en de druk van de ketel is, begint het verwerken bij mij. De getekende duiven laten het afweten, schiet als eerste door je hoofd. Hoe goed de duiven ook komen, altijd blijft er iets te wensen over! Bram merkte op, dat de duiven van Albert het op Roermond vooral goed gedaan hadden. Vanaf Venlo waren de “Brammetjes” nog superieur. Mij maakt het niet uit welke duiven het mooie weer maken. Als ze er maar zijn!  Rinie geniet altijd van alle duiven. Hij wacht ook op de duiven die na de prijzen arriveren. Op Roermond kwam hij aan zijn trekken. Toen ik rond 14.30 uur moeder Toos in Twello ophaalde na haar middagdutje, waren er 60 van de 65 thuis. We moesten samen nog een achterblijver (“Johan”) van Venlo ophalen bij Henk Wassink in Zelhem. Moeder geniet van zulke uitjes en gaat vaak mee. Uiteindelijk verspeelden we één duif van Roermond. Een duif (‘405) die enige weken geleden te grazen was genomen door de havik en daardoor weinig ervaring kon opdoen. Het duivenleven is soms ongenadig. De vleugel was hersteld en de pennen ingegroeid. Ook was hij twee dagen eerder vlot thuis gekomen van Ravenstein. Dan zijn er geen excuses meer!

Analyse

’t Is te vroeg om na één simpel vluchtje conclusies te trekken. Ik weet het. Toch ben je als liefhebber nieuwsgierig en als lezer waarschijnlijk benieuwd. Er waren twee koppeltjes met eitjes. Maakten die het verschil? Nee! ’t Is elk jaar hetzelfde liedje. Onervaren duiven op een nestje stellen bijna altijd teleur. Nu ook. Het winnende duivinnetje was net aangelopen met een doffer die vanuit een ander hok op avontuur ging bij “de kleintjes” in hok 4. De nieuwe minnaar en het net ontdekte schuilplekje inspireerden haar!  Bij onze eerst tien aankomsten vier duiven uit hok 3, vier uit hok 1/2 en één duivin die overal en nergens huist. Bodembedekking speelt geen rol. De ene helft zit op beukensnippers met tarwestro, de andere helft op rivierzand. Vijf doffers en vijf duivinnen, ook daar is evenwicht! Twee duiven van Bram en acht stuks van ons eigen kweekhok bij Albert. Maar ….. onder die acht twee kinderen van “Marga” en één van “José” en de kenners weten dat dit “Brammetjes” zijn! Onze duiven zitten gewoon door elkaar, dus toch geen weduwschap. Als het gaat om “Hak of gehakt” kies ik deze week voor Hans Hak. In zes van de tien zit bloed van “Hak”!  25, 50 of 75 procent. Eén zwaluw maakt echter geen zomer. We hebben bij Hans Hak geïnvesteerd vanwege zijn successen op de dagfond. Niet om onze duiven sneller te maken. Vriend Martin Geven zei me nog enige weken voor zijn overlijden, dat hij vreesde dat ik met de Hakduiven op het verkeerde paard had gewed. “Jij moet als jonge duivenspeler snelheid inbrengen en geen dagfond”. Meestal zaten Martin en ik op dezelfde golflengte, maar in dit geval ben ik eigenwijs. De tijd zal leren wat wijsheid is.

Gezondheid

Ornithose is een vervelende kwaal bij jonge duiven. Als duiven urenlang onderweg zijn van een africhting, zit er vaak ornithose onder. De “kleintjes” van hok 4 kwamen als spoorzoekers naar huis. Net jachthonden. Urenlang onderweg. Foute boel!  Mensen die me kennen, weten dat ik alleen in uiterste nood medicamenten gebruik. Van Venlo bleven ze thuis en ze kregen een dag of vijf sachets ornirood in het water. Na die periode zag ik nog twee duiven die niet helemaal fris uit de ogen keken. De één had zes dagen, de ander zeven dagen gezworven. Ik had ze op kunnen ruimen, maar ze herstellen inmiddels goed en mogen komende week mee naar het tweede station. De duiven zitten op maandagochtend lekker in de ren. Hebben een bad gehad, een verse krop sla uit eigen tuin en pikken inmiddels uit een bak allerhande. Gewoon pikkoek, grit en wat snoep, rijst, tovo of iets dergelijks om het extra aantrekkelijk te maken. Vooral voor in de week krijgen ze dit. Ik noemde laatst de ‘531 alias “Berliner”. Bleef acht dagen weg, na verzeild te zijn geraakt in een massale lossing van duiven uit Berlijn. Kwam op eigen kracht thuis, maar kon de volgende dag nog niet bij de waterbak geraken, die op 75 cm. hoogte staat. Ze kreeg de tijd om te recupereren, vulde het magnesiumtekort via de bak allerhande aan en begon na een dag of vijf weer voorzichtig te vliegen. Ik zag iets in de duif en wilde niet, zoals zo vaak, te ongeduldig zijn. De meeste africhtingen miste deze mooie duif, die we inmiddels “Berlinerin” durven noemen. Toen ik afgelopen zaterdag acht duiven in de module had en zag, dat ze als vijfde was binnen gelopen, kreeg ik een brok in de keel. Van verzeild raken in buitenlandse lossingen leren duiven wel degelijk!

Namen

Het winnende duivinnetje van Roermond is inmiddels “Jossepos 182” gedoopt. Nummer twee is “Steffan 416” en Hans en Steffan begrijpen waarom ie zo heet. “Wieke 2” arriveerde als derde. Vierde werd “Sebas 527” en vijfde de “Berlinerin 531”. Deze vijf duiven winnen voor ons de vijf ereplaatsen in het regioconcours tegen bijna 5000 duiven. Ongelooflijk! De nummers zes tot en met tien zitten er vlak achter. “Lenneke 169”, “Cor 432”, “Bram 413”, “Tonia 423” en “Ryanne 536”.  In totaal winnen 42 duiven van ons prijs in de A.C.C.  Nummer 11 is “Georgine 529”. Meer namen geef ik niet prijs. In een volgende aflevering zullen we een klassement plaatsen van alle duiven die punten gescoord hebben. De punten uit de A.C.C. zijn maatgevend. Zoals ik eerder vertelde, zeggen nummers me weinig. Namen onthou ik beter! Vandaar dat ik namen van familie, kennissen, collega’s en aardige leerlingen heb gebruikt!     (wordt vervolgd)

 

 

Zieleroerselen, zotteklap & zever (11)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (11)

Van start!

Komende week gaat het spel met de junioren in afd. 8 van start. Precies zeven keer hebben mijn jongen in de mand gezeten. Te weinig. Ik denk, dat meer liefhebbers niet hebben kunnen doen wat ze van plan waren. Je bent sterk afhankelijk van het weer. De ene keer is het 30 graden met oostenwind, de andere keer zit zware bewolking het africhten in de weg. Als het dan een keer ideaal is, dan ben je op je werk. Bob van Zeist uit Apeldoorn sprak ik vorige week bij Hans Hak in Maurik. We mochten beiden een bonnetje verzilveren. Bob vertelde, dat hij op dat moment al twintig keren met zijn jongen op pad was geweest! Ook liet hij mij beelden zien van een buitenlandse lossing in Lieren waar niets van op teletekst stond. Dat was op zondag 18 juni om 8.30 uur.

Berlijn

Op het filmpje dat Bob mij liet zien, zag je duizenden duiven uit vier duivenwagens komen. Volgens Bob ging het om ongeveer 10.000 duiven uit de regio Berlijn. Rond 8.40 uur kwamen ze in een breed front over Appen. Ik had mijn jongen los en ze werden volledig opgenomen en meegezogen door de massa. Een dag eerder had ik op zaterdag mijn jongste duiven los. Daarmee gebeurde hetzelfde. Die duiven vlogen waarschijnlijk van zuid naar noord (ik heb het niet zien gebeuren) en bij de duiven uit Berlijn lag de vliegrichting van west naar oost. Van zaterdag miste ik nog acht duiven. Eén vroege die waarschijnlijk ten prooi viel aan de havik en zeven “kleintjes” die meegezogen werden en op zaterdagavond ontbraken. Van die duifjes van zaterdag kwam de volgende dag niets na, dus mijn zelfvertrouwen was niet al te groot toen ruim zestig junioren richting het oosten meegezogen werden. Op zo’n moment voel je jezelf nietig en onzeker. Dat krijg je als je pocht over “de ruige methode”! Ik dacht aan vorige jaren, toen de havik mijn duivenbestand stelselmatig decimeerde. Toen bleven me buitenlandse lossingen bespaard. Ik dacht ook aan mijn betreurde duivenvriend Martin Geven. “De kneupkes motten er eerst op”, zei hij steevast als mensen pochten dat ze al tien keer weg waren geweest met hun junioren. Daarmee bedoelde hij te zeggen, dat een jonge duif het een keer heel moeilijk gehad moet hebben en een keer helemaal alleen en liefst op het tandvlees thuis moet zijn gekomen. Toen José die ochtend om negen uur naar de sportschool vertrok, keken we elkaar aan. “De kneupkes komen er vandaag wel op”, riep ze van afstand. José begint gaandeweg steeds meer van de duivensport te begrijpen!

Ruige methode

De jonge duiven op zaterdag- en zondagochtend los laten. Dat doe ik mijn hele leven al. Het is onderdeel van de ruige methode, die blijkbaar het best bij me past. Dan moet je niet gaan mopperen en zeuren als je duiven in een al dan niet aangekondigde lossing verzeild raken! Vaak kijk ik niet eens op teletekst en laat ik het blind gebeuren. Er was die zondag niet veel wind, het was niet bloedheet en de lucht was blauw met overal gezonde wolken. Toen na enige tijd er een groep van ongeveer 25 duiven terugkeerde uit het oosten, slaakte ik toch een zucht van verlichting. Het waren overwegend de minder gezonde duiven. Net aan hersteld van coli, van een verwonding van de havik, van een nachtje buiten slapen na een moeizame africhting, enz. De gezondste duiven blijven er het langst aan hangen richting Berlijn! De rest van de zondag bleef ik in de tuin schoffelen. Nu weet ik weer hoe het voelt voor een fondspeler. Elke teruggekeerde duif wordt met stil gejuich ontvangen. Gelukkig druppelde het de hele dag door. ’s Avonds misten we er nog drie, waarvan er één de volgende ochtend retour kwam. Na aanvankelijke twijfel overheerst aan het eind van de dag euforie. Tegen een avontuurtje “Berlijn” waarvan de duiven na vele uren individueel retour komen, kan een africhting met massale thuiskomst bij lange na niet op!

Te snel

Op dit moment heb ik een ploeg duiven met diverse “kneusjes”. Ik geef wat voorbeelden. De “531”. Keerde afgelopen maandag na acht dagen retour van “Berlijn”. Kon de volgende ochtend niet meer in zijn schapje vliegen.  Ik zag Jan de Ruiter op de club en had het erover. “Zet hem veertien dagen in een leeg broedhok en je hebt kans dat hij weer vliegt. Geef extra magnesium, want dat helpt. Als je pech hebt kan ie nooit meer vliegen”. Ik heb op mijn hok geen broedhokken, dus liet ik de duif begaan. Overdag zitten ze in de ren en daar krijgen ze standaard een bad, een bak allerhande en een krop sla. Vanochtend vloog de “531” weer als vanouds mee in de groep! De “405” is een ander probleemgeval. Mist vrijwel de complete broek (mantelpennen) aan de ene kant. Waarschijnlijk een gevolg van een havikaanval.Toch probeert hij te vliegen en dat lukt nog aardig ook. De “424” kreeg eerder dit seizoen te maken met een havikaanval. Hij miste geen veren, maar had de nagels van de havik onder de vleugels in zijn vel staan. Ik zag dat voor mijn ogen gebeuren. Spectaculair om te zien hoe de havik van boven dwars door de koppel stoot! De “424” is volledig hersteld. De “408” kwam na vier dagen zwerven retour zonder staart. Heeft het moeilijk gehad en dat is te zien. De “222” kwam na vier dagen retour met z’n herkenningsringetje om de ringpoot. Zag er goed uit en heeft ergens binnen gezeten. De “203” heeft zes dagen gezworven en ziet er uit als een zwerver. Net als de “213”, die nog een dag langer de landloper speelde. De laatste drie duiven zijn avonturiers van de zaterdag voor “Berlijn”. Hebben zeer waarschijnlijk het hoge noorden verkend! Komende vrijdag gaat in principe alles wat veren heeft en voldoende gezondheid naar Venlo. Ik hou niet van pappen en nat houden. Toch erken ik, dat ik wel eens te snel ben en dat kost soms veren. Het duifje dat de volgende dag retour kwam van “Berlijn”, moest enkele dagen later mee naar Heteren. Het werd die dag 32 graden en ik loste in alle vroegte. Mijn oogappeltje, want dat was de roodschalie “407”, keerde nooit retour. Niet sterk en niet slim genoeg?  Ik denk eerlijk gezegd onvoldoende hersteld van de krachtsinspanning “Berlijn”. Het baasje had onvoldoende geduld en was te snel!

Luxeprobleem

Als de havik haar prooi schampt en achterblijvers regelmatig retour komen omdat ze het nergens beter kunnen krijgen, ontstaat er een luxeprobleem. Er zitten nog precies 81 junioren in Appen. Nooit eerder in mijn leven had ik in juli zoveel duiven!  Afgelopen donderdag ging ik voor de zevende keer op pad met mijn junioren. Om 7.00 uur stond ik in Heteren. Met een waterig zonnetje begon ik één voor één te lossen. Noodgedwongen, want ik moest elk duifje zijn of haar chipclip aanschuiven. Al snel verdween de zon achter de dikke bewolking. Ik hoopte, dat de zon terug zou keren en ging stug door met chippen en lossen. Toen hok 1 en 2 gelost waren en ik bezig was met hok 4, begon ik te twijfelen. Ik pakte wat te eten en wachtte geruime tijd. Negenendertig duifjes had ik gelost en ik besloot er nog eentje te lossen als testcase. Het veertigste duifje bleef maar eindeloos rondcirkelen en na vijf minuten maakte ze aanstalten om terug te keren in de auto. Ik wist genoeg. De lucht zat potdicht en met het restant van hok 4 en de duiven van hok 3 reed ik retour Appen. Aan de doodlopende Kafoepstraat op hooguit drie kilometer van huis ging ik verder met chippen en individueel lossen. De lucht zat nog steeds potdicht, maar op deze afstand zou dat geen probleem mogen zijn in mijn optiek. Toen ik thuis kwam en de manden uit de auto haalde, zag ik een duif arriveren. Ik bekeek het display op de module en zag dat er 67 geregistreerd waren. Hok 1 en 2 hadden boven de losplaats op elkaar gewacht en na ongeveer anderhalf uur vliegen werden ze massaal geklokt in dezelfde minuut. Daar waar ze onder normale omstandigheden royaal binnen het halve uur thuis zouden zijn geweest deden ze er nu drie keer zo lang over. Bij thuiskomst waren ze wel vlot binnen gelopen en dat is dan weer een pluspunt! Die middag en avond moest ik werken en toen ik rond middernacht thuiskeerde en de module bekeek, zag ik dat er één duif ontbrak: de “421”. Nota bene gelost aan de Kafoepstraat. Misschien is ze achtervolgd door een havik en in paniek gevlucht, opperde José vrijdag bij het avondeten. Kort daarop ging de telefoon en meldde mevrouw Bijsterbosch uit Wapenveld de “421” aan.  Samen met moeder Toos en Trijntje zaterdagochtend het duifje opgehaald in Wapenveld. Twee koppen koffie en een gezellige babbel later zaten we weer in de auto op weg naar huis. Daar aangekomen liet ik het duifje los en na vijf rondjes vliegen dook ze enthousiast haar hok in waar haar doffer haar triomfantelijk begroette. De theorie van José zou wel eens kunnen kloppen! 

Bibbers

Denkend aan Breda 2016 en aan de beperkte voorbereiding ondanks alle goede voornemens, gaan we vrijdagavond korven voor Venlo. Menigeen zal de bibbers hebben en vrezen voor de behouden thuiskomst van vele favorietjes. Geef ze voor de inkorving nog wat te eten. Denk aan zilvervliesrijst met een beetje snoep en laat ze drinken. Wat elektrolyten of Belgasol in het water is vooral bij warm weer een aanrader!  Na de eerste vlucht krijgen de duiven bij mij namen. Ik heb diverse namen in petto van collega’s die belangstelling tonen of van sympathieke leerlingen die het verdienen en leuk vinden dat er een duif naar hem of haar vernoemd wordt. Soms heeft een duif zijn/ haar eigen naam bedacht. Wat te denken van “Der Berliner”?  Veel succes en “weerkommen”!    

– wordt vervolgd –

Zieleroerselen, zotteklap & zever (10)

 

Zieleroerselen, zotteklap & zever (10)

Club van 100

Op 1 mei had ik precies 100 junioren. Een afdeling van 20, nog één van 20, een groep van 24 en tenslotte een heterogene groep van 36. Allemaal even getallen. Op 1 juni was de situatie ongewijzigd. Nog steeds dezelfde 100 stuks. Een ongekende luxe en eigenlijk te veel jongen. Dat krijg je, als je rekening houdt met de havik en diezelfde havik geeft niet thuis. Ik verkies echter een luxe-probleem boven een armoede-probleem!

Magie verbroken

Tweede pinksterdag, dit jaar vallend op 5 juni, werd de magie eindelijk verbroken. Een dag eerder bracht ik mijn honderdtal naar Brummen. Toen ik thuis kwam zaten ze me al op te wachten. De dag erop hetzelfde ritueel. Nu bracht ik ze naar Spankeren. Bij thuiskomst was er nog geen veer te bekennen. Vier manden met ieder 25 junioren, afzonderlijk met enkele minuten tussentijd gelost, op een afstand van pak hem beet 10 kilometer van huis. Een temperatuur van ongeveer 20 graden, wind uit de westhoek en een blauwe lucht met schapenwolkjes. Je kunt in de beginfase niet voorzichtig genoeg zijn. Pas na tien minuten verschijnen er twee duifjes. Vijf minuten later arriveert nummer drie helemaal alleen. Je weet dan, dat ze onderweg in koppels duiven beland zijn. Op zo’n moment slaat altijd de twijfel toe. Vooral als het een tijdje rustig blijft in de lucht. Dan arriveert een kwartier later een koppeltje van zes duiven. Speels en dartelend vliegend. Ze landen en duiken door verschillende spoetnikken naar binnen. De duiven uit verschillende manden hebben elkaar blijkbaar gevonden in de lucht. Op zulke momenten pak ik een schoffel of drietand en leef me uit in de groentetuin. Zo kan ik de spanning kanaliseren. Het blijft weer even rustig, als er ongeveer een uur na de lossing ineens een groep van ongeveer veertig duiven arriveert. Dat lucht op! Niet veel later volgen er meerdere kleine koppeltjes elkaar vlot op en ruim anderhalf uur na de lossing zijn er 85 van de 100 thuis. Opgelucht stuur ik een mailtje naar Albert en Bram. In de loop van de dag arriveren er druppelsgewijs nog verschillende achterblijvers en rond 17 uur bij het afvoeren en verduisteren staat de teller op 96. Als ik een half uur later klaar ben en naar binnen wil om te eten, loopt nummer 97 in de tuin. Zelf zie ik het niet als een aanbeveling als duiven zo laat arriveren. Natuurlijk, ze moeten nog veel leren en mogen een keer leergeld betalen, maar ik zie liever slimme duiven die vroeg thuis zijn!

Kuren

Mensen die me een beetje kennen, weten dat ik ernstig allergisch ben voor het eiwit in duivenstof. Dat ik bij de duiven altijd een overdrukhelm draag. Soms lijkt het, alsof ik ook een psychische allergie ontwikkeld heb tegen medicijnen. Dat is ten dele waar. Ik ben blij, dat er kundige postduivenartsen zijn en dat er medicijnen zijn als je ze echt nodig hebt. Vooral dat laatste wil ik benadrukken. Jonge duiven krijgen allerlei kinderziekten. Die horen erbij. Geef ze de kans om die op een natuurlijke manier te overwinnen. We willen allemaal sterke en vitale duiven en die krijg je alleen als je ze de kans geeft die kracht en vitaliteit te tonen. Laat ze natuurlijke weerstand opbouwen. Niet in paniek geraken, als je jonge duiven zes weken voor de eerste prijsvlucht van slag zijn. Misschien moet je juist blij zijn. Ad Schaerlaeckens schreef het ooit treffend: als je kuurt ben je met veertien dagen van de ellende af. Laat je ze uitzieken, dan duurt het twee weken. Duiven en portemonnee zijn in het laatste geval beter af!

Voeren

Nu ik toch namen noem, denk ik aan het artikel in “Het Spoor” van enkele weken geleden. Martin van Zon maakte daarin duidelijk dat hij het niet ziet zitten in de zgn. “all-in-one” mengelingen. Ik ben het helemaal met hem eens. Zelf voer ik A.S. junior van Teurlings, omdat het gevarieerd en niet zwaar is. Toch kan ik het niet laten er mijn eigen draai aan te geven. De ton met Beijers recup staat er naast en aan de andere kant staat de ton met Matador turbo energy. Ik noem deze namen, maar er zijn ook prima alternatieven van Wielink, Garvo, Mariman en Versele. Daarnaast staat de ton met kleine vliespinda’s en Franse mais. In deze fase ben ik scheutig met de recup. Straks als de N.P.O. vluchten komen, worden mais en pinda’s belangrijk. Jonge duiven moeten echter al vroegtijdig mais en pinda’s leren eten.

Meten is weten

Nu er vergeleken met 2016 een geheel andere situatie is ontstaan, zijn er andere mogelijkheden. Vorig jaar gingen mijn junioren dagelijks naar het hoge dak van de voormalige bakkerij van Gerard Wissink in het midden van het dorp. Een gevolg van de terreur van de havik. Toen moest ik noodgedwongen veelvuldig rijden met de duiven. Dat is nu niet aan de orde. Natuurlijk ga ik mijn junioren goed voorbereiden op de komende vluchten. Mijn doelstelling is drie keer over de grote rivieren voor de eerste prijsvlucht. Het heilige evangelie van duivenvriend wijlen Martin Geven. Toen moest ik doffers en duivinnen noodgedwongen bij elkaar laten zitten. Voor 2017 denk ik aan spelen “op de deur”. Een nieuwe uitdaging, waarmee ik heel weinig ervaring heb. Op duivengebied heb ik gelukkig nog steeds gezonde nieuwsgierigheid. Ik wil vergelijken op eigen hok. Dingen zelf ondervinden. Vorig jaar nestspel, komend jaar gescheiden spelen. Wat is het beste systeem? In het verleden werden soms alle jongen uit een kweekkoppel geslagen door de havik. Ik werd niets wijzer en we konden eigenlijk niet goed selecteren. Momenteel hebben we uit diverse kweekkoppels nog vier jongen. Twee van de eerste ronde en twee van de tweede ronde. We werkten met voedsterkoppels en Albert verlegde de eieren. Is er kwaliteitsverschil tussen de eerste en tweede ronde? In geen enkel duivenboek heb ik er ooit iets over gelezen, dus gaan we zelf op onderzoek. Op nest presteerden de duivinnen t.o.v. de doffers beter vorig jaar. Hoe zal dat gaan als ze op de deur gespeeld worden? Het kweken was in 2017 een feest. Rood, vaal, roodschimmel, roodschalie, vaalschimmel, ooievaar, één bonte kleurschakering. Kleur is leuk, maar vliegt het ook? Daar hebben we ze voor gefokt, niet voor de sierwaarde. Albert en Freek houden stiekem van de roodfactor. Is daar iets op tegen? We selecteren echter puur op prestatie. Komen de roden en schimmels snelheid en vitaliteit tekort, dan eindigt het experiment in september 2017! Alles wat redelijkerwijs te vergelijken is, ga ik na het vliegseizoen onder de loep nemen. Nest of deur, kruisen of beredeneerd intelen, zand of stro op de vloer, rood of blauw, 1e of 2e ronde, doffer of duivin, hok of ren, west of oost, kopwind of staartwind, Hak of gehakt, puur natuur of toch een beetje hulp van de duivenarts tijdens de vluchten? Alles wat te vergelijken is gaan we na het vliegseizoen analyseren. Dat is heel belangrijk voor Albert, Bram en Freek. Zonder analyse en vergelijking geen vooruitgang op het kweek- en vlieghok!

(wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (9)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (9)

Eindelijk retour

Ongeveer zes weken geleden gaf ik het laatste teken van leven. Er is inmiddels heel wat water door de IJssel gestroomd en baas en duiven hebben niet stil gezeten. Als je nog in het arbeidsproces zit, een grote sier- en moestuin bestiert en postduiven houdt, blijft er weinig tijd over voor de site. Iedereen is druk, ik weet het. Toch blijven de bijzaken automatisch liggen wanneer je de handen vol hebt aan de hoofdzaken!

Terreurhavik verdwenen

Allerlei bijnamen gaf ik haar. “Sekreet van Appen” schiet me als eerste te binnen. In haar eentje sloeg ze in de loop der jaren vele tientallen duiven rondom mijn hok. Nauwelijks angst voor mensen als ze op jacht was en zelden miste ze haar prooi. Betrof het een ontsnapte jachthavik van een roofvogelliefhebber? Toen ik in maart de eerste jonge duiven kreeg, had ze er in twee weken tijd een stuk of vier te pakken. Eenmaal dook ze rakelings langs mijn hoofd en zag ik haar voor mijn ogen een jonge duif uit de lucht slaan. Daarna werd het rustig. Ze broedt, dacht ik. Het uitwennen was in april een verademing. Tegen de tijd dat ze in mei gaat jagen voor haar jongen, zullen mijn junioren strak in het gelid vliegen en voor haar op de vlucht slaan, veronderstelde ik. Elke dag raak voor een knaak zal het dan niet worden. De werkelijkheid is mooier. Het “Sekreet” is verdwenen! Hier droomde ik van. Al acht weken niet meer gezien. Een nieuwe havik lijkt haar plaats te hebben ingenomen. Zo gaat dat in de natuur. De nieuwe havik is echter veel schuwer en minder doeltreffend. Overigens hoor ik van meer liefhebbers jubelverhalen. Tegen de ziekte die onder houtduiven heerste waren de haviken mogelijk niet bestand, las ik ergens. Ook van sperwers en slechtvalken heb ik geen last. Een onverwachte en ongekende luxe!

Duivennamen

In 2012 kregen al mijn jonge duiven een naam. Leerlingen van mijn school, het Isendoorn College, bedachten die namen. “Texas Homer” en “Ducky Duck” zijn voorbeelden. Door de terreur van de haviken was het geven van namen lange tijd geen optie. Geen aardigheid maar narigheid! De verjaardag van Wieke in een periode van relatieve rust aan het havikenfront, zorgde voor een ommekeer. Ruim zes jaar geleden kreeg ze de diagnose hersentumor. Als een leerling zoiets overkomt, raak je betrokken. Ondanks alle ellende bleef ze positief. Door alle behandelingen en veelvuldig verzuim duurde haar schoolloopbaan enkele jaren langer en werd haar toekomst erg onzeker. Haar Havo-diploma betekende echt iets voor haar. Een vervolgstudie was helaas niet realistisch. Afgelopen voorjaar hielp ze, als ze zich goed voelde en de behandeling het toeliet, als vrijwilligster bij de catering op school. Haar 22e verjaardag wilde ze echt vieren en broer Ben, oud-conciërge en collega op het Isendoorn, bood belangeloos een optreden aan. Twee uitgenodigde broers, 22 jaar, daar horen twee duiven bij die “Wieke 1” en “Wieke 2” genoemd worden. Twee sprekend op elkaar gelijkende schimmelzusjes, daar kan nooit misverstand over ontstaan. We hopen, dat ze geluk brengen en Wieke onsterfelijk maken. Misschien kan ze straks de aankomst van een vlucht bijwonen??? (NL 17-1837526 “Wieke 1” en NL 17-1837532 “Wieke 2”) Het zijn kinderen uit koppel 9. De rechtstreekse “Schimmel Hans Hak” met onze “Roodkapje”. De niet rode nazaten zijn in dit geval duivinnen. Een genetische wetmatigheid. De ’26 is van de eerste ronde en de ’32 van de tweede ronde. Door overleggen van de eieren verschillen ze slechts twee weken in leeftijd. Vorig jaar was onze “Yvonne” het eerste en enige jong uit dit koppel waarmee we vlogen. Als de beide “Wieke’s” net zo succesvol zijn …….   “Reinout”, “Carla” en “Gianna” staan inmiddels genoteerd voor een duivennaam. Voor de zekerheid wacht ik nog met namen geven. Eerst africhten, daarna chippen en dan pas de namen aan de duiven toewijzen. Dat voorkomt teleurstelling.

Coli

Een kleine week na de pokkenenting met het kwastje, zag ik de eerste coliverschijnselen. Brakende duiven, vieze mest en conditieverlies. Of het één met het ander te maken heeft weet je nooit zeker. Een goeie week geleden begon de ellende en het zal nog wel even doorsluimeren. Niet in paniek raken is mijn advies. Is het een milde variant, of zorgt mijn manier van duiven houden voor een mild verloop? Veel los, veel zuurstof, scharrelen in de tuin met groenten en kruiden, dagelijks knoflook en Naturaline in het drinkwater en elk weekend een half litertje vlierbessensap in het voer laten trekken en verstrekken. De duiven moeten hier de kwaal zelf overwinnen. ’s Ochtends als ik de schuiven en rolgordijnen in de hokken open trek, beginnen de duiven meteen te pikken. Dat was vanochtend nog het geval en zal morgen niet anders zijn. In loketkasten en op de vloer ligt uitgekotst voer. Ik laat ze begaan en kan het toch niet voorkomen. De prijsvluchten beginnen pas over vijf weken en geduld is een schone zaak! Uitzieken en zelf de ziekte overwinnen. Geeft op termijn sterkere duiven en is goed voor de portemonnee. Gewoon licht voeren en hopen op betere tijden.

Africhten

Kort na een pokkenenting niet aan te bevelen. Met hitte en oost in de wind zeker niet starten met africhten! De stress van het africhten veroorzaakt vaak coli, dus daar hou ik minder rekening mee. Een duif die in elkaar gedoken zit, braakt, slap is en niet vliegt, hoort niet in de mand. Als ik tijd heb en de weersomstandigheden zijn goed, kan een milde colibesmetting me niet tegen houden. Coli zit in de spijsvertering, niet in het koppie. Hebben ze al coli, dan kunnen ze het niet meer krijgen van het africhten. Het zou een Johan Cruijff wijsheid kunnen zijn. Je moet soms doortastend zijn, want anders komt er van africhten niets terecht. Na morgen wordt het weer beter. Gematigde temperaturen, naar west draaiende wind en wolkjes. Prima weer om voorzichtig te beginnen met africhten, mits de duiven oud genoeg zijn en bij huis wegtrekken. Op 18 april bracht Bram de laatste negen jongen. Die zullen geboren zijn rond 25 maart en zijn nu negen weken oud. Eigenlijk te jong om af te richten. Ik stop ze in de mand om de stress er af te halen, maar breng ze komende week nog niet weg. Te jong! Er zijn oudere jongen waarmee ik komende week wel hoop te beginnen.

Hak

Afgelopen zaterdag zat ik bij Bram de duiven van Gien op te wachten. Bram volgt het verloop van de vlucht altijd op de voet. Kijkt op de mooie site van Eijerkamp om te zien of hier al duiven retour zijn en kijkt op de meldpagina van de GOU. “Ben benieuwd hoe Hans Hak vandaag draait”, zei ik tegen Bram. Op een gegeven moment ziet Bram de eerste melding. “Jaaa … wat denk je? Hak in Maurik!” Al snel wordt duidelijk dat deze duif als enige 1400 meters maakt en ruim voor ligt op de tweede melding. Via de mail hoor ik later van Hans, dat het een jaarlingduivin is uit een zoon van zijn “888” en van beide kanten zijn bekende stammoedertje. In 2014 trok Hans Hak voor het eerst mijn aandacht. Ik was onder de indruk van zijn dagfondduiven. Veelal afstammend van dat genoemde stammoedertje. Origine Braad-de Joode. In 2015 kochten we er zes zomerjongen uit zijn beste kwekers. Op het kweekhok kreeg ik verschillende toppers in handen. Vliegtypes en zeker geen tentoonstellingsduiven. Wel klinkende prestaties. “Iniësta” van 2009 bijvoorbeeld vloog op Blois, Chateaudun, Chateauroux, Orleans en Bourges bij de eerste 17 Nationaal/ NPO! Ook 1e Strombeek tegen 4467 duiven. Dat zijn witte raven. Zulke willen Albert en ik ook wel. Of wij er met onze manier van verzorgen als jonge duif ook iets mee kunnen, dat is de vraag. Duivensport is één grote zoektocht en vaak een mysterie. Vriend Martin Geven vond, dat ik met de Hakduiven op het verkeerde paard wed. Als jongeduivenspeler kun je beter kiezen voor snelle duiven, was zijn mening. Vaak was ik het met hem eens. Vooralsnog sta ik achter onze keuze en wil ik voor één keer zijn ongelijk bewijzen. We gaan het meemaken 

(wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (8)

2017: Zieleroerselen, zotteklap & zever (8)

Luxe jongen

Soms denk ik terug aan het vroege voorjaar van 2014. Eén van mijn vier hartkleppen moest gerepareerd worden. Ik maakte me druk om de wachtlijsten in de hartcentra en vreesde, dat ik te laat in vorm zou zijn om verantwoord aan een nieuw seizoen te beginnen. Tegen de operatie zag ik niet op. In Enschede was de wachtlijst het kortst en ik besloot voor dat hartcentrum te kiezen. Toen de operatie mislukte en ik in de gaten kreeg, dat het “foute boel” was, dacht ik dat 2013 mijn laatste duivenseizoen was geweest. Gelukkig kon professor Grandjean me redden, toen de nood het hoogst was middels een hersteloperatie aan inmiddels twee hartkleppen. Dan besef je hoe betrekkelijk alles is. De revalidatie verliep daarna wonderlijk snel en een week later was ik weer thuis. Je moet dan nog wel enkele maanden revalideren en regelmatig liep ik door de bossen naar Joke en Martin Geven. Een afstand van slechts enkele kilometers. Wat genoot ik van de zon, de rondvliegende duiven en de gezellige momenten aan de koffietafel buiten onder het terrasscherm. Dat het laatste seizoen in Bussloo voor hen aanstaande was, wist op dat moment nog niemand. Albert koppelde in 2014 later, zodat ik voldoende hersteld zou zijn op het moment dat de jongen speenrijp zouden zijn. Over één ding waren Martin en ik het volledig eens; aan speenrijpe jonge duiven mag niets mankeren. “Ze kunnen niet luxe genoeg zijn”, oordeelde Martin steevast. In de loop der jaren ontving ik vele rondes en de conditie op het moment van afleveren wil je graag optimaal zien. Ik herinner me 1997. Albert woonde nog in “het Tolhuisje” in Voorst bij Bertus en Coba. Ik zie “Garfield” en zijn nestzus in gedachten nog liggen in de broedschaal. Wat een plaatjes. Optimaler kan de conditie van een jonge duif niet zijn! Junioren waar iets aan mankeert hebben vanaf de start een achterstand die niet of moeilijk in te halen is! Het ligt er wel aan hoe groot de achterstand is. Er zijn vele gradaties. Een kleine achterstand kun je wegwerken door de jongen meteen na het spenen te compenseren. Jonge duiven met tekening in de pennen, “lange starten”, kromme borstbenen en de uitstraling van “oude mannetjes” ruim ik meteen op. Daar is in mijn optiek geen eer mee te behalen. Ook jongen die weinig vitaliteit hebben ruim ik snel. Eigenlijk mag er niets aan schelen. ’t Is al moeilijk genoeg om met sterke en gezonde piepers waar niets aan mankeert later in het vliegseizoen potten te breken!

Vier groepen

De lichting van 2017 heb ik verdeeld in vier groepen. De eerste groep van Bram is al aardig door de wol geverfd. Vaak waren ze van 7 uur ’s ochtends tot 17 uur ’s middags buiten. De tweede groep, van Albert, begint ook in formatie te vliegen. Deze groep beschikt over een buitenren. De derde groep is wat heterogener. Bram leverde op verschillende momenten groepjes duiven voor deze afdeling. Ook de twee duifjes van Jan Groot Koerkamp zitten hier. Morgen worden door Bram de laatste jongen gebracht. ’t Is goed zo. In deze derde groep is de conditie het minst. De achterstand begon al op het speenmoment. De vorige keer schreef ik er over. Albert verzorgde de duiven van Bram en zag met eigen ogen hoe de conditie bij Bram iets terugliep. “Ik was wel druk op mijn werk, maar de duiven bij Bram kregen ruim voldoende te eten, toen ik ze bij afwezigheid van Bram verzorgde. Er was iets anders aan de hand, waarop ik geen invloed had”, aldus Albert. Beide liefhebbers doen hun uiterste best om mij van mooie en gezonde junioren te voorzien, maar soms heb je dingen niet in de hand. Een geringe infectie, een virus kan van het ene op het andere moment roet in het eten gooien. Albert en Bram weten er alles van. Zo lang hebben ze al wel duiven. Als er aan de gezondheid iets mankeert, zie je dat terug aan de speenrijpe jongen!   Gelukkig lijkt de conditie op de derde afdeling beter te worden. De mest is vast. De jongen die aanvankelijk matig aten, vallen nu als hongerige wolven op de voerbak. Dat is in mijn ogen een goed teken. Vanochtend kregen ze weer “rulle bak”, waarover ik in de vorige editie schreef. Daar knappen ze zienderogen van op. Geen kunstmatige gezondheid opwekken met kuurtjes en medicijnen, maar de duiven zelf aan het werk zetten om gezond te worden en in balans te komen. Een jong uit de nestbroer van “Marga” ruimde ik eergisteren en als er meer twijfelaars zijn die niet op eigen kracht herstellen, volgen ze! De jongen worden door mij in de watten gelegd, maar bij twijfel kan ik net zo meedogenloos zijn als mijn betreurde duivenvrienden Jan Suijkerbuijk en Martin Geven. Eerste paasdag verdween hier trouwens een jong uit de eerste groep. Enkele weken geleden liep het doffertje een verwonding op aan zijn onderzijde. Hij was goed hersteld, maar uit ervaring weet ik dat gewonde duiven het meestal niet redden. Vaak is de klauw van de havik de oorzaak van de blessure. Klauwwonden genezen vaak slecht. Een herstelde duif houdt hoe dan ook een trauma over aan die kennismaking. De angst voor de roofvogel wordt zo’n duif meestal fataal. Zo gauw een koppel duiven wordt aangevallen, zal de getraumatiseerde duif uit doodsangst de formatie als eerste verlaten en dat bezegelt meestal zijn/ haar lot. De vierde groep is weer van Albert. Prachtig opgekomen. Vierentwintig jongen van twaalf koppels, dat is een indicatie van welvaren. Deze groep zit vandaag voor het eerst buiten op de verlengde klep. De derde groep kan beschikken over een buitenren, de vierde groep niet. Pas medio juni, als de bokken van de geiten gescheiden zijn, voeg ik afdeling 1 en 2 (Bram en Albert) samen en kunnen ze allemaal in de buitenren. Met groep 3 en 4 (Bram en Albert) doe ik hetzelfde. Zij kunnen dan samen in de andere buitenren. Uiteindelijk gaat alles samen los en dat scheelt een hoop werk en tijd.

Vergelijken

Twee groepen beschikken over een buitenren, twee groepen niet. Zo kan ik vergelijken wat het beste werkt. Twee groepen lopen op metselzand en twee groepen zitten op beukensnippers afgedekt met een royale laag tarwestro. Ook hier kan ik vergelijken wat het beste is. Vorig jaar deed ik hetzelfde. Er waren nauwelijks verschillen te bespeuren. De ene asduif zat op zand, de andere op stro. De drie teletekstduiven zaten alledrie op stro. Dat dan weer wel. Komend jaar wil ik opnieuw vergelijken. Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Vorig jaar deden de duivinnen het erg goed, de doffers duidelijk minder. Toeval of een trend? Bram leverde goede duiven (“Marga” -1e asduif GOU- en “José” -teletekst-), maar Albert deed er niet voor onder (“Yvonne” -8easduif GOU- en “Toos” -teletekst-), beide fokkers leverden echter vooral veel “simpele graaneters”. Duiven die zich niet echt onderscheiden en geen volle zalen trekken. Dat zal in 2017 niet anders zijn. Het geldt voor alle hokken. Ook Willem de Bruin, Verkerk, Koopman, Veenstra, Eijerkamp, Bosua en alle andere kampioenen kweken afval! De gemiddelde kwaliteit ligt echter hoger. Eigenlijk zou ik ook op spelsysteem moeten vergelijken. Deels spelen op de deur en deels op nest, maar of het daar van komt, betwijfel ik. Veel zal afhangen van de activiteit van de haviken en ik moet het ook allemaal met mijn werk kunnen combineren. Waarschijnlijk zal ik gewoon kiezen voor nestspel. Dan kan ik alles in één keer los laten om te trainen. Doffers en duivinnen gescheiden laten trainen en dat twee keer per dag, dat gaat me niet lukken. Of er tussen de jongen van afdeling drie een toppertje zit? Het zou zo maar kunnen, want hoewel ze een iets mindere start hadden, zijn ze ook weer niet zo slecht opgekomen dat ze op voorhand kansloos zijn. Na het vliegseizoen weten we meer. Een mooie stamkaart hebben ze stuk voor stuk, maar uiteindelijk gaat het om de sportieve prestaties. De duif telt, niet de stamkaart. Alleen als een duif goed vliegt, vind ik het meegenomen als er mooie ogen op zitten. Pas als er prestaties geleverd worden, begint me de stamkaart echt te boeien. Voor sommige kweekduiven nadert ook de finaleronde. Weer geen goede jongen gegeven met weer een andere partner betekent einde oefening. We zijn goed, maar niet gek. Aan “moeilijke kwekers” heb ik een bloedhekel. Feiten tellen, ronkende stamkaarten en “kweekogen” niet!

(wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (7)

2017: Zieleroerselen, zotteklap & zever (7)

Piepers vertroetelen

Altijd verkeer ik in staat van opwinding, als er bij Bram of Albert weer jonge duiven speenrijp zijn. Hoe zien ze eruit? Hoe is de mest? Glimmen ze, of houdt het niet over? Het liefst zien we natuurlijk rustige, gladde, volle en blinkende piepers, die helder en pienter de wereld in kijken. De ene lichting is echter de andere niet. De eerste groep van Bram was prachtig. Ze ontwikkelen zich voorspoedig, gingen vlot naar buiten en vlogen in een mum van tijd strak in het gelid als koppel. De tweede ronde is iets minder mooi opgekomen. Dat heb ik Bram ook gezegd, want als duivenvrienden moet je er geen doekjes om winden. Bram was op wintersport en daarna een weekendje naar Terschelling. Albert verzorgde de duiven bij Bram. Albert kennende deed hij dat serieus, maar de laatste weken draaide hij veel onregelmatige werkuren in de sporthal. Eén keer per dag bij Bram voeren is dan het hoogst haalbare en dat zie je terug in de jongen. Of het goed komt met deze tweede ronde, dat kun je achteraf pas met zekerheid zeggen. Ik ga ze de komende weken extra vertroetelen. Daar begin ik mee als ze ’s avonds hun kropjes goed gevuld hebben en vlot eten en drinken. Gisteren bracht Bram ze, dus over enkele dagen denk ik te beginnen. Heb uitstekende ervaring met mijn “rulle bak”. Een half emmertje goed voer overgiet ik met een halve liter vlierbessensap en laat dat een nacht intrekken. Vooral goed roeren. In de ochtend schud en roer ik het paars gekleurde voer nogmaals en voeg wat vloeibare honing toe met een schep yoghurt. Al roerend gaat er biergist bij, eventueel knoflookolie, klei (pikkoek), veen (Terramix), schone tuingrond en een greep metselzand, tot er een rulle massa ontstaat. Dit krijgen de piepers een hele dag in ruime mate voorgeschoteld. Heb hier uitstekende ervaring mee, al tientallen jaren. De duiven krijgen volop mineralen binnen en de darmen worden a.h.w. schoon gespoeld en schadelijke bacteriën geneutraliseerd. In de natuur krijgen duiven ook geen schoon gezeefd en gepoetst voer! Het water voor de jonkies komt deels uit de grote gieter. In deze gieter kieper ik om de twee weken ongeveer acht teentjes knoflook in het water en regelmatig doe ik er een scheut Naturaline bij. In de drinkbakken gaat de helft schoon water en de andere helft schenk ik bij uit de gieter. Daarmee haal ik tevens de kou van het water. Pas gespeende piepers een geelkuur geven? Nooit gedaan, ook niet toen het mode was.

Piepers gedijen bij vrijheid

Het liefst laat ik mijn jongen ’s ochtends vroeg los, voor ik naar mijn werk ga. Rond 7 uur. Bij voorkeur haal ik ze binnen vlak voor de verduistering rond 17 uur. Dit is in mijn ogen de ideale en gemakkelijkste methode, maar …. er zitten de nodige haken en ogen aan. Als je ook weduwnaars en/ of weduwduivinnen hebt, kan dat natuurlijk niet. Ook heb je te maken met buren en woonomstandigheden. In mijn geval zijn de roofvogels de belemmerende factor. Enerzijds worden duiven snel en slim door ze hele dagen buiten te laten. Ze hechten beter aan hun omgeving en worden “streetwise”. Anderzijds kost de weg er naar toe veel veren, als het wemelt van de roofvogels. Momenteel is het betrekkelijk rustig in de lucht. Pas vijf havikslachtoffers in één maand is hier een hele nette en bescheiden score. Mogelijk zitten de vrouwtjes momenteel te broeden en verklaart dat de relatieve rust. Ik hoop eigenlijk, dat de natuur de stand van de haviken gereguleerd heeft. Afgelopen winter waren er veel houtduiven met “het geel”. Men zegt, dat haviken het loodje leggen als ze deze zieke duiven oppeuzelen. De komende maanden gaan we het meemaken. Vanavond telde ik 90 jongen. Komende zaterdag arriveren er nog 4 van Albert en 6 van Bram. Dan heb ik er honderd en beginnen we af te tellen. Albert leverde er 20 van de eerste ronde (via voedsterduiven) en 24 van de tweede ronde. We hebben 12 “kweekkoppels” dus we mogen niet klagen! Van negen koppels hebben we vier jongen, van twee koppels hebben we drie jongen en van één koppel hebben we alleen twee jongen van de tweede ronde. Op deze wijze hopen we snel achter de kweekwaarde van elk koppel te komen. De overige jongen werden geleverd door Bram. Met uitzondering van twee exemplaren.

Jan Groot Koerkamp-competitie

Soms gebeuren er onverwacht dingen die je doen beseffen hoe kwetsbaar en klein we zijn als mens. Tijdens ons laatste “Duivencafé” maakte onze gewaardeerde clubvoorzitter bekend dat er een ernstige darmziekte bij hem was vastgesteld. Iedereen was geschokt. Daarna ging het snel. Jan kreeg gezondheidsklachten en werd opgenomen in het ziekenhuis. Via zoon Arno hoorden we niet veel later, dat het ernstig was en contact met duiven door de doktoren in Amsterdam streng werd afgeraden in verband met besmettingsgevaar. Jan Groot Koerkamp is een positief ingesteld mens, maar ook nuchter en resoluut. De 45 speenrijpe jonge duiven werden enkele dagen later al binnen de club verloot door Arno en zus Eline. We gaan daar een JGK-competitie aan verbinden en hebben warme bakker en buurman Paul Bril als sponsor kunnen strikken. Dit verklaart de aanwezigheid van twee duifjes van Jan Groot Koerkamp (de derde ben ik aan huis kwijt geraakt). We hopen, dat Jan op afstand veel plezier beleeft aan zijn junioren en natuurlijk zou het helemaal geweldig zijn als hij persoonlijk de prijzen van de competitie zou kunnen overhandigen aan de winnaars!

Rode kater

In de zomer van 2016 wierp een verwilderde kat een nest van drie jongen in de beschutting van wat coniferen in de tuin van de achterburen. Bij warm weer lagen ze te zonnen op de bestrating van onze diepe achtertuin. Twee jeugdige buurmeisjes speelden met de jonge katjes, die toch een zekere schuwheid behielden. De moeder kwam in de schemering in actie. Een echte jager, maar omdat ze zich overdag schuil hield, had ik er geen last van. Bij de jongen twee lapjespoezen en een rood katertje. Die kleuren zijn bij poezen geslachtsgebonden. Afgelopen najaar kwam de jonge kater steeds vaker in mijn buurt. Waarschijnlijk is zijn verwekker een tamme huiskat, want “Meiko” zocht nadrukkelijk contact met mij. Eén spelregel hanteerde hij: niet aanraken! ’s Ochtends zat hij steevast bij de achterdeur te wachten afgelopen winter. Als ik de krant uit de bus haal, loopt hij naast me. Ook als ik naar de kippen loop, vergezelt hij me. Al miauwend probeert hij me van alles te vertellen. Ik raak vertederd door zoveel aanhankelijkheid. In overleg met José kocht ik kattenbrokjes en dat stelt hij erg op prijs. Afgelopen voorjaar merkte ik, dat zijn vertrouwen in mij begon te groeien. Als ik de kans kreeg raakte ik hem vluchtig aan. Hij deinsde dan steevast terug, maar ongeveer zes weken geleden capituleerde hij van de ene op de andere dag. Toen ik hem weer vluchtig wilde aanraken bij het voeren, begon hij te spinnen en liet zich aaien. Elke dag werd hij minder schichtig en toen op een maandag was het ijs ineens gebroken. Ik stak mijn hand naar hem uit en uitnodigend rolde hij op zijn rug en knorde van genot toen ik zijn buik streelde. Sindsdien zijn we dikke maatjes. De duiven vindt hij razend interessant. Dagelijks neemt hij een kijkje bij de rennen en de jonge duiven komen nieuwsgierig naar hem toe zonder angst. Toch hou ik hem in de gaten. Soms besluipt hij de jongen die ontspannen in de tuin scharrelen. Dan doet hij een schijnaanval, maar houdt in als de duiven amper angst voor hem hebben. Het lijkt erop dat hij met ze wil spelen, want “Meiko” is heel speels. Vorige week kwam hij naar me toe met een koolmees in zijn bek. Hij eet dus niet alleen kattenbrokjes, maar ik zorg wel dat zijn buikje steeds goed gevuld is en hij geen neigingen krijgt om duiven als voedsel te zien. Precies twintig jaar geleden maakte “Garfield” bij ons furore. Zal deze rode “Meiko” een nieuw succesvol tijdperk inluiden, of zullen we er een kater aan over houden? Om in de vocabulaire van Albert te eindigen: “We gaan het meemaken”.

(wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (6)

2017: Zieleroerselen, zotteklap & zever (6)

Eindelijk weer duiven!

Mijn laatste bijdrage dateert van 23 februari. Tijd voor een nieuw hoofdstuk. Op vrijdag 3 maart kwamen de eerste 11 jongen van Bram naar hier. Vooraf had ik de hokken goed schoon gemaakt, de uitneembare plafonds stofvrij gemaakt en een kuub metselzand verwijderd en vernieuwd. Ook de buitenzijde schoon gemaakt en de ventilatie nagelopen. Een jaarlijks ritueel, net als het schoonmaken van mijn beide stofhelmen en het vernieuwen van de filters. Op 9 maart kwam er een tweede groep van 13 junioren van Bram. Hiermee was afdeling twee met 24 jongen goed gevuld. De jongen waren mooi opgekomen bij Bram, hoewel hij aanvankelijk wat problemen had vanwege ongelijk leggen e.d. De kou en het niet bijlichten zullen ermee te maken hebben gehad. De jongen liet ik zo snel mogelijk naar buiten. Dat ging een paar dagen goed. Op 18 maart sneuvelde het eerste jong door de roofvogel. Het hoort erbij. Op woensdag 22 maart had ik ze al om 7 uur in de ochtendschemering buiten zitten. Een kwartier later schrokken ze ergens van en gingen op de vleugels. In de lucht kris kras door elkaar buitelende en zwalkende duiven. Het moment waarop haviken wachten! Nog geen minuut later scheerde er een duif rakelings langs me heen op enkele meters hoogte. Een havik op nog geen meter afstand er achteraan. Een mannetje. Inmiddels gingen de kippen en hanen enorm tekeer. Ook kraaien roerden zich. Toen ik omdraaide zag ik een vrouwtjeshavik zich in de lucht storten op een hulpeloos rondvliegend jonkie. Bingo! Ik greep een fiets uit de schuur en reed de weg op om te zien of er nog iets te redden was. Een zinloze missie. Ik moest me vervolgens haasten om op tijd op mijn werk te zijn. ’s Avonds zaten er 22 jongen op me te wachten. Een meevaller. Daar had ik niet op gerekend. Blijkbaar was het eerste jong die ochtend ontkomen aan het mannetje.

Kleurtjes!

Zaterdag 1 april afdeling één afgevuld. Twintig junioren van Albert. Daaronder 10 duiven met een kleurtje. Schimmel, roodschimmel, vaalschimmel, roodschalie, roodkras en vaal. Een prachtig gezicht die bonte bende. Al tijdens het opgroeien in de schaal ging ik enkele keren naar Albert om te zien wat me te wachten stond. Helemaal opgewonden raakte ik bij de aanblik van zoveel moois. Het gevoel van 1968 keerde terug. Ik was toen 15 jaar oud. Uit de monoluidspreker op de slaapkamer van Henk Hupkes schalden de virtuoze en klassiek getinte orgelklanken van een voor mij tot dan onbekende band. Het bleek Keith Emerson van “the Nice”. Vanaf dat moment had ik een jeugdidool! Toen ik doorliep naar het duivenhok van Henk en Jaap, ondergebracht in een kamertje in een hoek van de oude boerderij, wachtte een nieuwe sensatie. Tussen de kapucijners, nonnetjes en kroppers, ontwaarde ik een jonge postduif van zeldzame schoonheid. Een aanvlieger. Om de poot een okergele ring. Ik mocht het piepertje ter hand nemen en zag dat het een jonge Belg was. Zo’n duif had ik nooit eerder gezien. Rood en geschimmeld, een zeldzame combinatie. De witte slagpennen waren voorzien van stempels. Moeilijk leesbaar, maar ik weet nog dat het ging om ene August uit Hemiksem. Ik was op slag verliefd op het jonge doffertje en voor een gulden mocht ik hem kopen. Bij mij thuis was hij snel uitgewend en ik zag aan de rui van zijn vleugeldek, dat het een steenrode schimmel zou worden. ’t Is bijna een halve eeuw geleden, maar Rinie herinnert zich deze duif ook nog goed. Een legendarische doffer. Als vijftienjarige wist ik nog niet alles van de duivensport. Hoewel ik al tientallen duivenboeken verslonden had, kende ik de praktijk van de duivensport nog niet. Ik was namelijk geen lid van een vereniging. Vrijwel zeker was August uit Hemiksem een typische vitessespeler, want “de Rooie Schimmel” had eigenschappen die gewone postduiven niet of veel minder bezitten. ’t Was één brok temperament. Gezeten op de punt van ons huis, klapperde hij achter elke over vliegende duif aan. Niets ontging hem. Toen ik veel later zag hoe duivenmelkers in Den Haag hun lokspelletjes speelden, moest ik denken aan deze bijzondere doffer!

Het oog wil ook wat

Denk niet dat deze jongen ineens sierduivenman geworden is. De rood- en vaalschimmels zijn o.a. gefokt uit “Marga” en “José”. Twee vetblauwe duivinnen die uitstekend gevlogen hebben. Waar het rood vandaan komt? Vijf jaar geleden kochten we een rood duivinnetje bij Pierre Faes uit Bussum via internet. Origine puur Ludo Claessens, maar via Roger Debusschere uit België die destijds de Claessensduiven verzamelde. De naam Ludo Claessens had voor mij iets magisch en goed rood fokmateriaal wist ik op dat moment nergens te vinden. Eerlijk gezegd zijn we niet geslaagd met deze duivin en is ze inmiddels van het toneel verdwenen. Roger Debusschere verkocht zijn Claessensduiven voor een vermogen via Pipa en ook Pierre Faes heeft ze niet meer. Dat geeft te denken ….. Wij koppelden “Anneke” destijds aan een zoon van onze “Oude Knoedel” die op zijn beurt gepaard was met een duivin van Jan de Ruiter. Via “Anneke” kwam de roodfactor en via Jan de Ruiter de voetbevedering! Het geschimmelde brachten we in via een doffertje van Hans Hak. Een volle broer van “Lorena” (2e WHZB) en “Troyske”(duifkampioen dagfond). Hier namen we trouwens een gok. Vorig jaar verliep de kweek uit de zomerjongen van Hans Hak in het voorjaar moeizaam. Uit het schimmeldoffertje hadden we maar één jong gefokt. Toevallig wel een jong dat me heel goed beviel en uitstekend vloog (“Yvonne” 8e duifkampioen GOU). Later in het seizoen lieten we een aantal jongen uit hetzelfde koppel (Schimmel x Roodkapje) lopen en zetten ze in op het kweekhok om in razend tempo achter de kweekwaarde te komen. Misschien wordt het helemaal niets, maar dan weten we het wel heel snel en kunnen dan meteen anticiperen en alles met wortel en tak ruimen. We hebben dan samen wel de lol gehad van een bijzonder kleur- en kweekexperiment. We willen graag goeie duiven fokken, maar we zijn ook nog steeds liefhebber en geen broodfokkers. De schimmel van Hans Hak is trouwens gefokt uit twee duiven die beiden komen uit zonen van “Ouwe Rooien beste duif ooit” en aan de andere kant Braad de Joode.

Gevoelige fase

Liefde komt ergens vandaan. Toen ik op de basisschool zat, ging vader Ernst naar café Radstake. Onze buren. Feyenoord voetbalde in de Europacup en speelde o.a. tegen Totenham Hotspur en Reims. Thuis hadden we geen t.v. Ik mocht mee en met de overige cafébezoekers zaten we te gluren naar een klein zwartwitbeeld. Zo groeide ik op met Rinus Israël, Beer Kreyermaat en Coen Moulijn. Bij “Hand in hand kameraden” liepen de rillingen over mijn rug …. Keith Emerson hoorde ik in 1968 en ook hij bleef een idool. De liefde voor rode en vale duiven ontstond via “de Rooie Schimmel” en werd versterkt door de rode en vale duiven op het hok van leermeester en vriend Jan Suijkerbuijk. In je jonge jaren ben je gevoelig en wordt een mens voor een belangrijk deel gevormd. Toen Keith Emerson in 2016 zichzelf met een pistoolschot door het hoofd van het leven beroofde, was ook ik geraakt. Nu Feijenoord aan kop gaat, voel ik weer de sensatie die ik meemaakte als kleine jongen bij Radstake. De roodschimmels die afgelopen voorjaar bij Albert geboren werden halen de opwinding boven, toen ik binnenstapte in het duivenhok van Henk en Jaap Hupkes. Dit jaar word ik 65. Na bijna een halve eeuw eindelijk weer een roodschimmel. Waar blijft de tijd?

(wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (5)

2017: Zieleroerselen, zotteklap & zever (5)

 

Goeie ouwe tijd

Tussen 1972 en 1974 kwam ik regelmatig bij Jan Suijkerbuijk. Daarna gooide de dienstplicht roet in het duiveneten. Het klikte vanaf het begin. Jan had plek voor maximaal 12 weduwnaars en één kweekkoppel en weinig geduld met duiven die hem teleurstelden. Aan lege broedvakken had hij geen hekel. Dat spaarde centen uit! In die tijd was “de ouwe Rooie” zijn stamdoffer. De ’82 was een zoon van hem. Een geweldige doffer die een vaste aanvliegroute had en altijd vroeg was. Adrie Heuvelink had in die jaren ook een opvallende doffer: “Eddy Merckx”. Ze deden nauwelijks voor elkaar onder. Ik ging vaak bij Jan kijken. Soms speelde hij drie vluchten in een weekend. Vier duiven op de vitesse/midfond, twee op de dagfond en een overjarige doffer waar de scherpte af was op de overnachting. Als Jan het op zijn heupen had werd het drie keer een overwinning en vaak met de getekende duif. Vooral als er karbonades of kippenpoten te winnen waren, wist hij zijn duiven extra te prikkelen. Voor mij als beginner was Jan een ideale leermeester!

Leven voor de duiven

Jan werkte bij de I.M.Z.  Mijn vader sprak van “de Keuperkeet”. Toen ik dat vertelde tijdens het duivencafé, werd er gegegniffeld. In Zutphen zeggen ze “Koaperkeet”. Dialect verschilt soms per plaats! Als Jan ’s avonds thuis kwam van zijn werk op zijn Zündapp, trok hij zijn duivenjas en duivensandaaltjes aan en dook het duivenhok in. Als het eten klaar was, riep Jenneken en stoof hij naar binnen. Hij genoot van zijn warme hap en na de maaltijd was er weer alle aandacht voor de weduwnaars. Dit ritueel zag je in de tweede helft van de vorige eeuw overal. Pa kostwinner, ma zorgt voor het huishouden en de kinderen. Pa zorgt voor de centen en mag na werktijd ontspannen. Postduiven pasten in het tijdsbeeld. Soms werd er te veel gepould en was het na het afslaan der klokken nog lang gezellig in het clubhuis of café. Jan beperkte zich tot één colaatje en was meteen na de vlucht bezig met de volgende vlucht. Alles had hij over voor zijn duiven, maar een doffer die hem twee weken op rij fopte, verdween in de “drekbak”. Daar kon hij niet tegen. 

Nostalgie

De moderne man lijkt in niets op de duivenmelker van de jaren zestig. Geleidelijk verloor de man zijn privileges. Het traditionele rolpatroon van toen is achterhaald. Vrouwen en mannen werken beiden en zorgen ook beiden voor de huishouding en de kinderen. De tijdrovende, traditionele duivensport komt in de knel als er gewerkt moet worden. Je ziet het overal om je heen. Gevolg is, dat mensen die buiten het arbeidsproces staan een voorsprong nemen en mensen die vol aan de bak moeten op de werkvloer in tijdnood komen. Dat leidt vaak tot spanningen en soms haken liefhebbers om die reden af.  Als je vrouw en kinderen te weinig aandacht krijgen en je in je duivenhok halfbakken werk moet leveren en de prestaties uit blijven, kom je in een neerwaartse spiraal. Dit zie je in elke club gebeuren en dat kost liefhebbers!

Bakens verzetten

Zelf verkeer ik in een luxe situatie. José heb ik helemaal mee en legt me niets in de weg. Mijn duiven zijn mijn kinderen. Mijn werk is goed te combineren met mijn sport en we kunnen ons redden zonder schulden te maken. Niet alle liefhebbers kunnen dat zeggen. Als je een zware hypotheek hebt, kleine kinderen en een drukke baan, wordt duivensport moeilijk zo niet onmogelijk!  Komend jaar gaan we vliegen onder de naam “Team Freek Wagenaar”. Alleen kan ik helemaal niets. Ik ben zwaar allergisch en afhankelijk van jongens die voor me willen kweken. Toch kwam het min of meer vanzelf goed. Als ik alle duiven aanneem die me aangeboden worden, moet ik een hok van twintig meter aanbouwen. Dat ga ik niet doen. Albert is al een kwart eeuw mijn kweekmaatje en Bram kwam enkele jaren geleden toevallig op mijn pad. De jongens weten, dat ik serieus ben en aardig met jonge duiven kan spelen. Zo ontstaat er een win-winsituatie!  Wat hier van toepassing is, kan overal plaats vinden. Als je geen tijd hebt om je duiven te verzorgen, moet je om je heen kijken. Er zijn genoeg oud-liefhebbers die zelf bij huis geen mogelijkheden hebben, of niet de financiële middelen hebben en graag betrokken worden. Ook een buurman zonder duiven, kan je maatje worden als je hem enthousiast weet te maken. Soms woont er iemand in de buurt die dagelijks naar zijn werk moet in de vliegrichting en die graag bereid is om je duiven af te richten. Ook hoorde ik het verhaal van een liefhebber die zijn werk kwijt raakte. Een aardige, betrokken buurman, die in stilte genoot van de duiven, wierp zich spontaan op als sponsor! De mogelijkheden zijn legio. Je moet je echter wel coöperatief opstellen en de compagnon enthousiasmeren en iets bieden. Met Albert, Bram, Rini, Jaap, José en moeder Toos heb ik een fantastisch team. Ik hoop, dat meer liefhebbers teamgericht gaan denken. Samen duivensport bedrijven is vele malen gezelliger!  Betrek liefhebbers die stoppen bij je hobby. Vaak gaan ze dan niet verloren voor de sport, maar genieten wel van de vrijheid. Bij p.v. “Zutphen” sprak ik afgelopen week met Mannes Franken en Albert Roording. Jonge liefhebbers en oud-leerlingen van het Isendoorn College. Beide jongens verloren hun duivenhoudende vader en hebben een drukke baan. Albert heeft bovendien drie jonge kinderen. Ze zijn gek van duiven, hebben ambities, maar lopen wel tegen de beperkingen van de moderne tijd aan. Ze zoeken steun bij elkaar en gaan samenwerken!

Rode duiven

Hans Hak mailde me over de roodfactor op zijn hok. Zijn favoriete rode stamdoffer is inmiddels 21 jaar oud en bevrucht al negen jaar niet meer. Een rode zoon en rode kleindochter moeten de roodfactor op zijn hok in stand houden. Hans noemt zijn rode stamdoffer “mijn beste duif ooit”. Twee dingen kun je vast stellen: Hans gaat respectvol om met zijn rode favoriet van vroeger en als een duif zo oud wordt, heb je hem niet met een overkill aan medicijnen en pepmiddelen vergiftigd!    Rode duiven fascineren me. Het voorbije seizoen waren “Yvonne 116” en “Toos 126” twee favorietjes. Beide duivinnen zijn blauwkrassen. De eerste is gekweekt uit een rode duivin, de tweede uit een rode doffer. Dat kan toeval zijn, maar ….. er zijn meer voorbeelden van uit rode duiven gefokte topduiven.  De beste duiven uit de loopbaan van Jan Suijkerbuijk waren zonder twijfel de ’82 en de ’89. De ’82 werd gefokt uit zijn “Ouwe Rooien”. De afstamming van de ’89 was niet helemaal duidelijk. Jan kreeg deze duif van broer Gerard. De ’89 was een kleine, onopvallende doffer. Toen hij op leeftijd was verkocht ik hem in China onder de naam “Sugar Spider” voor duizend gulden. Jan was er blij mee. Zijn beste transfer ooit. Bij “de Hoven” won hij elf eerste prijzen en ongeveer 50 top tien klasseringen. Een blauwe geweldenaar en zeer waarschijnlijk gefokt uit een vale doffer!  Vorige week nam ik het boekwerkje over Bertie Camphuis mee van Albert. Ik bestudeerde de afstamming van de “Oude ‘05” en van de beide “Wonderboys ’05 en ‘06”. Drie blauwkrassen, maar wel gefokt uit een rode doffer!      (wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (4)

2017: Zieleroerselen, zotteklap & zever (4)


Duivenloopbaan ging niet over rozen

Afgelopen vrijdagavond was ik uitgenodigd door voorzitter Wilfred Pasman om een avondje “duivencafé” van zijn vereniging “p.v. Zutphen” te vullen. Dat werd een gezellige avond. Veel liefhebbers ken ik daar en dat maakt het meteen wat gemakkelijker. Ik besloot om een terugblik op mijn duivenloopbaan te geven. Die ging namelijk beslist niet over rozen en dat biedt troost en houvast voor liefhebbers die al geruime tijd zonder successen aanmodderen. Ik vertelde zo rond mijn achtste jaar te zijn begonnen. Duifjes van klasgenoot Willem Bruggink in een sinaasappelkistje aan de muur. Steevast vlogen ze tot groot plezier van Willem retour naar zijn hok. Met een paar piepers van buurjongen Rinie Vos had ik meer geluk. De nestbroers “Sproetje” en “Witkop” bleven me trouw. Op twaalfjarige leeftijd bouwde ik eigenhandig van oude ramen, deuren en pallethout een hok op palen. Eerst een meter breed, maar geleidelijk werd dit uitgebouwd. Het hok werd bevolkt met een pauwstaart, die een uitstekende “lokker” bleek, en met aanvliegers. De lichtblauwe “N.O.B-doffer”, de Belgische “Rode Schimmel” en Belgische “Isabel” en de “Gehamerde Mof” zijn duiven uit die jaren die me veel plezier verschaften. Eén ding ontbrak er voor mij aan: ik kon mijn duiven niet testen.

Puberteitsjaren

In mijn puberteitsjaren voetbalde ik, deed kortstondig aan wielrennen (met Meindert Franken) en liep hard. Verder moest ik naar school (Mulo, Havo en Pedagogische Academie) en moest als oudste zoon in een gezin met zes kinderen actief mee helpen in de kolen- en oliehandel. Vooral toen mijn vader door de komst van het aardgas zijn oude vak oppakte en  als zelfstandige ging rijden in het melktransport, werd ik nadrukkelijk betrokken in de kolenhandel. Op een gegeven moment reed vader met een chauffeur in dienst volcontinu (dag en nacht). Dat ik wilde voetballen, zag hij door de vingers. Het wielrennen zag hij als “gekkenwerk” en van de duivensport wilde hij helemaal niets weten. Op achttienjarige leeftijd meldde ik me toch aan bij p.v. “de Hoven”.

Debuut

In 1971 debuteerde ik op mijn eerste prijsvlucht. Tegen de zin van vader! In die tijd had ik de lange haardracht van de jaren 60 en 70. Ook dat zag hij niet zitten maar ik was inmiddels op weg naar volwassenheid en maakte eigen keuzes! Appie Derks, destijds penningmeester van “de Hoven”, nam me zoals ik was. Ik hielp Appie met het uitrekenen van de poulestaten en kreeg tips en duiven. Daar heb ik warme herinneringen aan! Een jaar later kwam Jan Suijkerbuijk in beeld. Ook met hem kon ik het goed vinden. Twee goede leermeesters dus, maar de prestaties van mij bleven ondermaats met nu en dan een incidenteel succesje. In 1974 was het uit met de pret. Mijn ouders gingen verhuizen en ik moest in militaire dienst.

Stoppen met duivensport

Alle duiven werden opgeruimd en de simpele hokken afgebroken. Na anderhalf jaar dienstplicht, vervuld in Seedorf, kwam ik in 1976 thuis. Al heel snel begon het te kriebelen. Ik wilde op het nieuwe adres weer een duivenhok bouwen, maar daar stak vader een stokje voor! Mijn moeder begreep me beter en met haar smeedde ik het snode plan om boven de garagezolder een “geheim hok” te bouwen.

Geheim hokje

Met een geïsoleerde dubbele vloer en een uitschuifbare klep zou vader er niets van merken, was de gedachte. Op de zolder van de garage kwam hij nooit en ik zorgde er voor, dat de klep alleen zichtbaar was als de duiven trainden en vader met zijn tankwagen van huis was. Dat ging een hele tijd goed. In die zin, dat vader Ernst niets in de gaten had. Het hok zelf was geheel van spaanplaat gemaakt. In die tijd een goedkoop en populair bouwmateriaal. Helaas waren de spaanders verlijmd met een formaldehydehoudend bindmiddel en de duiven werden vooral bij warm weer min of meer vergast! Weer een leermoment. Een goed hokklimaat met goede verluchting is onontbeerlijk! De ontdekking van het “geheime hok” door mijn vader heb ik verdrongen.  Vader was woest, maar moeder voorkwam erger. Ze refereerde aan haar vroeg overleden lievelingsbroer Bennie, die ook gek van duiven was en raakte een gevoelige snaar bij vader door te herinneren aan zijn op achttienjarige leeftijd gesneuvelde broer, waarmee ik in zijn ogen zoveel overeenkomsten had. Na de eerste woede en teleurstelling over de samenzwering werd vader week. We hadden elkaar nodig en de vrede werd na enkele dagen getekend.

Buurtschap Klein Amsterdam

In 1978 deed zich een nieuwe kans voor. Een andere broer van moeder woonde in die periode gedurende drie jaren bij ons in huis. “Ome Dirk” lag in echtscheiding en dreigde aan lager wal en dakloos te geraken. Moeder Toos bood haar oudste broer onderdak. Wij als kinderen begrepen dat. Haar vader was op haar zesde overleden, haar moeder was ziekelijk en reumatisch en haar oudste broer nam min of meer de vaderrol  in haar jeugd over. Nu kon ze hem helpen. Voorjaar 1978, ik mocht als onderwijzer zes weken invallen als onderwijzer voor meester Oostra aan de basisschool in Empe. Doordat Oostra zich beter meldde niet voor het begin van, maar na de paasvakantie, had ik twee weken de tijd om doorbetaald  bij mijn oom in Klein Amsterdam een hok te bouwen. Een memorabele paasvakantie. Geert Oostra was een handige vent. Hij tipte me om het hout voor het duivenhok te halen bij de jeugdige Bennie Schrijver in Zutphen. Bennie was de zoon van Kootje. Oudijzerjongens pur sang en met een hart van goud. Toen de achttienjarige Bennie hoorde, dat ik een duivenhok ging bouwen, was het helemaal gratis! De paasvakantie doorbetaald en het bouwmateriaal  gratis. Goeie jongens, die Geert en Bennie.  Helaas was ik in de haast vergeten een bouwvergunning aan te vragen. Weer een leermoment.  Een bouwstop volgde. Dankzij een begripvolle ambtenaar van bouw- en woningtoezicht mocht ik achteraf een tekening indienen en de leges betalen en werd ook die hobbel genomen. Die zomer vloog ik meteen mee. Oom Dirk vond het allemaal prima.

Vechten  tegen de bierkaai

De duiven kwamen altijd uit het oosten retour en ik zat wekelijks te laat. Ik begreep er niets van. ’t Was vechten tegen de bierkaai.  In die jaren vlogen er meerdere liefhebbers uit Voorst met postduiven. Ik noem Toon Waanders, Gerrit Ilbrink, Chris en Adriaan Aalpoel, Tonnie Pas, Jaap Hupkes, Jan Groot Boerle, Carel van Bosheide, de Groot, Wim Hofman, Derk Wolters, Roelof Gijsberts, Henne Boskamp, Gerard Wissink, Arend Schoonheden, Teun Kruitbosch, Cees Hensbergen en Jopie van Amersfoort. Eigenlijk deden ze allemaal voor spek en bonen mee!  Gerrit Ilbrink deed het alleen op de overnachtfond in die jaren heel goed en Toon Waanders kende een “boerenjaar” toen het een zomer lang vrijwel wekelijks uit het oosten waaide. Normaliter waren echter alle Voorsternaren gedoemd de tweede viool te spelen. Eerst dacht ik dat het met talent te maken had. Je kunt niet allemaal kampioen zijn en in Voorst woonden toevallig allemaal liefhebbers van de middelmaat. Dacht ik toen. “Prutsers” noemden ze het in Zutphen. De liefhebbers in de Hoven klaagden echter steen en been. De duiven kwamen altijd terug “van de stad” en Eefde lag in die jaren aan de goudkust. Cees Suijkerbuijk, Bertus Camphuis, Bertus Roording en Harm Modderkolk waren in die tijd toonaangevende liefhebbers in Eefde. De kring Doetinchem vloog in die periode samen met de kring Zutphen, waardoor de duiven een meer oostelijke koers richting Zutphen volgden. De Hoven lag in die tijd het meest westelijk en daardoor was de vereniging aan de westelijke oever van de IJssel niet opgewassen tegen de leden uit Eefde en uit “de stad”. Eefde lag a.h.w. op de denkbeeldige voorhand, maar kreeg gemiddeld nog enkele minuten toe als klap op de vuurpijl. Het gekke is, dat liefhebbers uit de Hoven wel begrepen dat ze zelf ongunstig lagen ten opzicht van Eefde en de stad, maar nooit praatten over de nog veel ongunstiger ligging van het dorp Voorst. De Hoven lag ongunstig in vergelijking met Eefde, Voorst lag ongunstig ten opzichte van de Hoven en Klein Amsterdam lag tegenover Voorst helemaal in het verdoemhoekje. Clubvoorzitter Wilfred Pasman ondervindt die handicap in Empe ook anno 2017.

Het kwartje valt

Bij mij viel opeens het kwartje en ik had geen zin om als Don Quichot tegen windmolens te vechten. Daarom meldde ik me in 1980 aan als lid van “Steeds Verder” in Twello. Daar heb ik tot de dag van vandaag geen spijt van. In Twello kon ik op de kortere vluchten ineens wel op tijd een duif draaien. Van de Voorster liefhebbers waren er intussen meerderen gestopt met duiven uit pure frustratie. Anderen volgden mijn voorbeeld en meldden zich in Twello aan als lid. Voor mij duurde de pret niet lang. Ik had een duivenlong ontwikkeld en werd wekelijks zieker van de duiven. Doorlopend koorts, kippenvel, rugpijn en voortdurend hoesten en overmatige slijmproductie hou je niet lang vol. Ik kwam terecht in het ziekenhuis, kreeg verschillende allergietesten en de diagnose was overduidelijk. Een eiwit in het stof van de mest veroorzaakte de ellende. Ik moest op doktersadvies meteen stoppen met duiven. Ik was in shock.


Rampjaar 1982


Gelukkig kon ik nog voetballen. Een week na de diagnose scheurde ik tot overmaat van ramp de hoofdspier in mijn linkerbeen volledig af tijdens S.H.E. 2 tegen Voorst 2. Drie weken ziekenhuisopname en einde voetballoopbaan! Bij thuiskomst ging ik op krukken meteen naar mijn duivenhok. De duiven waren nog niet geruimd. Ze waren drie weken verzorgd door mijn oom en niet buiten geweest. Tot mijn schrik zag ik, dat mijn beste doffer weg was….  Vijftien jaar later werd de diefstal opgebiecht door een liefhebber die het niet zelf gedaan had, maar wel precies wist hoe de vork aan de steel zat. Hij had een biertje op, sprak van verjaring en emigratie van de dader. Ik was blij, dat het mysterie opgelost was en de woede en teleurstelling was  na vijftien jaar al lang voorbij. De overige duiven  in Klein Amsterdam gingen in het “rampjaar 1982” naar de poelier ……    Dik twintig jaar was ik toen met duiven in de weer. Ik had vrienden gemaakt, genoten van mijn duiven, zeker honderd duivenboeken gelezen, leren timmeren, duiven gebruikt in mijn lessen op school en geleerd, dat de sport soms hard en oneerlijk kan zijn. Over prestaties en kampioenschappen had ik gedroomd, maar ik had niets verwezenlijkt. Duivensport zou ondanks dat een mooie herinnering zijn, want door de allergie was het over en uit. Dacht ik.

Nieuwe start

Het huis in Appen zorgde voor afleiding. Duivenvriend Gerrit Ilbrink hielp me waar hij kon. We praatten vaak over duiven en Gerrit begreep, dat ik er nog vol van zat. Toen ik hem voorstelde om zijn duiven samen te korven voor Barcelona, stemde hij in. Enkele weken geleden, bij de begrafenis van Gerrit, kwam alles terug. In 1986 bracht Gerrit vijf late jongen voor me mee. Dat was het begin van de herstart. Heel even dacht ik, dat ik over de allergie heen gegroeid was, maar dat bleek een illusie. Gelukkig bood de duivenoverdrukhelm uitkomst. In 1987 kreeg ik de geringde jonge duiven aangeleverd via Albert en Rinie en de herstart was een feit. Nooit had ik verwacht nog met duiven te kunnen spelen. Op dat moment was ik de gelukkigste mens ter wereld. Door alle tegenslagen was ik gehard. Niets of niemand kon me afhouden van mijn ultieme doel: kampioen van Nederland worden! Er was echter een probleem. Ik had de lijst van kampioenen van de C.C.Zutphen bestudeerd en gezien dat alle toppers zonder uitzondering niet gehinderd werden door arbeidsverplichtingen ….


Eindelijk succes


In 1989 werd ik ondanks drukke werkzaamheden aan een met sluiting bedreigde school onaangewezen kampioen afd. Salland jonge duiven. Kruisingsproducten Camphuis/Suijkerbuijk bleken een schot in de roos. Mijn eerste grote succes in ruim 25 jaar! Zelfs de gebroeders Bisseling werden verslagen. Na dit eerste succesje kreeg ik José zo ver, dat ze toestemde dat ik part-time ging werken als conciërge in Brummen.  Ik had in mijn laatste jaar als leraar aan de Huishoudschool in Twello het conciërgewerk ernaast gedaan. De toenmalige directrice had weinig keuze. De twee conciërges werden ontslagen en er werkten merendeels leraressen. Ik had belangstelling voor kippen, fruitbomen  en tuinonderhoud en ontdekte dat het conciërgewerk aldaar op mijn lijf geschreven was.  José begreep, dat ik na alle tegenslagen mijn ultieme droom wilde verwezenlijken. Hoofd en handen vrij voor de duiven. José zou voorlopig financieel de kar trekken met een volle baan als lerares basisschool. Alleen al hierom ga ik voor haar door het vuur!


Moraal


De moraal van mijn verhaal: Geef nooit op. Voor elk probleem bestaat een oplossing. Blijf zoeken, ook al raak je de weg kwijt en zit alles tegen. Het draait om hoop, geloof en liefde. Iedere duivenliefhebber loopt tegen problemen aan. Tijdgebrek, geldgebrek, ongunstige ligging, een weerbarstige partner, huiselijke omstandigheden, een slecht hok, roofvogels, gezondheidsproblemen, vervelende buren, duivenziektes en ga zo maar door. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en soms kun je moed en troost putten uit het verhaal van een ander. Daar was mijn verhaal voor bedoeld. Natuurlijk hebben we het ook gehad over andere zaken en konden er vragen gesteld worden. Frank en vrij kon ik antwoorden. Ongemerkt vaak in het dialect. Van medicijnen heb ik nauwelijks verstand en ik heb er een natuurlijke afkeer van. Alleen als uitzieken geen optie is (denk aan paratyphus) consulteer ik de duivenarts. Mijn voermethode mag iedereen weten en over “lappen” heb ik geen geheimen. Tenslotte was er een punt van overdenking, in gegeven door veranderingen in de maatschappij en verandering van de plek van de duivensport in de samenleving anno 2017. In een volgende aflevering wil ik het daar graag met U over hebben.    
(wordt vervolgd)

Zieleroerselen, zotteklap & zever (3)

2017: Zieleroerselen, zotteklap & zever (3)
Zieleroerselen, zotteklap & zever (3) 

Afscheid Gerrit Ilbrink

Ergens in de jaren zeventig begon Gerrit met duiven. Dat was leuk voor zoontje Gerrit, was het motief. Vrouwlief Tonnie stond helemaal achter de nieuwe hobby. Natuurlijk werden ze lid van p.v. “De Hoven” in Zutphen, want Tonnie was een “Heufse”. In de beginjaren was “de Strik” de lievelingsduif. Gerrit kreeg deze lichtkrasdoffer met Catthrijssebloed van collega in de papierindustrie Lasschuyt. In 1978 bouwde ik een duivenhok bij “ome Dirk” in buurtschap “Klein Amsterdam”. Ongeveer vijf kilometer van mijn ouderlijk huis. Vader moest niets van duiven weten en oom Dirk, die drie jaren bij ons in huis had gewoond tijdens zijn echtscheiding, stelde zijn enorme tuin beschikbaar. Bij de bouw leverde Gerrit al hand- en spandiensten. Via een 27-mc “bakkie” onderhielden we contact tijdens de vluchten. Mooie tijd!

In 1982 was ik echt doodziek van de duiven. Ik hoestte en had doorlopend koorts. Onderzoek in het ziekenhuis wees uit, dat ik ernstig allergisch was voor een eiwit in de mest en ik kreeg het dringende advies te stoppen met de sport. De natour zou mijn afscheid worden. Alles zat op dat moment tegen. Door een zware blessure, opgelopen tijdens de voetbalwedstrijd Voorst 2 – S.H.E. 2 in Hall, kwam ik drie weken in het ziekenhuis terecht. Tijdens het ziekenhuisverblijf werd tot overmaat van ramp mijn beste duif van het hok gestolen. Eén en al narigheid. In gedachten zie ik nog de legendarische Wim Hofman, toen elftalbegeleider, met zijn hoofd schudden.

In 1983 kochten José en ik onze huidige woning. Destijds rijp voor de sloop. Bijna drie volle jaren werkte ik aan het opknappen van het huis. Vrienden en bekenden hielpen soms een dag mee en dat was lief en goed bedoeld. Eén vriend kwam elke dag terug en hielp me bij avond en ontij en door dik en dun: Gerrit Ilbrink! Tijdens het werk praatten we vaak over duiven. Ik had zelf geen duiven meer, maar ik leefde mee met de fondaspiraties van Gerrit. De duiven van Jos Jilesen uit Boxtel hadden hun intrede gedaan en dat bleek een schot in de roos. Jilesen had duiven van Krauth uit Limburg en dat waren echte fondduiven. In de kring Zutphen behoorde Gerrit in die tijd tot de fondmatadoren. “Mr. Bergerac” was zijn bijnaam. Tonnie was bloedfanatiek, vulde de poulebrieven in, onderhield contacten en spoorde Gerrit aan. Tijdens het klussen polste ik Gerrit, of hij zin had om in te korven voor Barcelona. Gaandeweg werd hij warm gemaakt voor dit avontuur. Tijdens het letten van de overnachtvluchten stond ik vaak zij aan zij met Gerrit bij zijn hok. Ik kende al zijn duiven en het was me opgevallen dat “de 59” altijd fris en vol bravoure arriveerde, maar steevast ruim na zijn nestbroer “de 60”. Gerrit deelde mijn mening dat “de 59” weleens een geboren Barcelonavlieger zou kunnen zijn. Toen deze doffer onderweg naar de Catalaanse hoofdstad was, kreeg zoon Gerrit een ernstig ongeluk met de brommer. Zijn leven hing korte tijd aan een zijden draadje en Barcelona leek helemaal voorbij te gaan aan de bezorgde ouders. Terwijl Gerrit en Tonnie in het ziekenhuis waren, arriveerde “de 59”. Ik klokte de duif en was opgewonden als nooit tevoren. In Oost Nederland waren pas een vijftal duiven retour. Toen Gerrit en Tonnie thuis kwamen, konden ze nauwelijks geloven dat “de Barcelona” het kunstje geflikt had. Een ontlading van spanning, want met Gerrit junior ging het ook de goede kant op! Het jaar erop werd “de Barcelona” opnieuw gezet en wederom pakte hij een vroege prijs. Helaas sneuvelde hij op zijn derde Barcelona op het veld van eer, maar toen pakte zijn dochter een vroege prijs op Barcelona. Het wegblijven van “de Barcelona” maakte veel indruk op Gerrit en na drie keer vond hij het welletjes.

Het veel te vroeg overlijden van Tonnie (49 jaar) was een klap die Gerrit nooit helemaal te boven zou komen. Gerrit zorgde goed voor zijn beide zonen en zijn kleinkinderen, verzorgde zijn duiven als altijd, maar ergens voelde je dat er iets geknakt was in Gerrit. De prestaties met de duiven raakten steeds meer in een neerwaartse spiraal. Tonnie was er niet meer en de beide zonen gaven niets om duiven. Daar stond Gerrit in zijn eentje bij het ochtendgloren zijn duiven op te wachten. Zoon Gerrit, die tegenwoordig toch voor de lol wat duiven houdt in Vaassen, bevestigde afgelopen vrijdag na de begrafenis tegenover mij dat beeld: “Pa ging liever vissen met een vismaat. Dat was gezelliger. Duivensport helemaal alleen viel hem zwaar”. De laatste jaren deed hij niet meer mee aan de vluchten. Een hartinfarct en C.O.P.D. maakten van Gerrit een menselijk wrak. Altijd zat hij in zijn vaste stoel aan het raam. De krant en de t.v. waren zijn tijdverdrijf. Pufjes en medicijnen bondgenoten onder handbereik. Zoon Johan kwam dagelijks koffiedrinken. Kleinzoon Tim, die enkele duifjes van opa kreeg, vergezelde hem vaak. Zelf bezocht ik Gerrit onregelmatig en altijd zag ik in zijn ogen, dat hij blij was met mijn komst. Van Tonnie had ik enkele decennia geleden al gehoord, dat Gerrit me als een vriend voor het leven beschouwde ……

Samen met fondman in ruste Rob Wassink, die Gerrit altijd trouw bezocht de laatste jaren, was ik uitgenodigd voor de begrafenis in besloten kring. Op de begraafplaats in Voorst werd Gerrit herenigd met zijn Tonnie. De “Voorster Duivenvrienden” brachten een bloemengroet en zelf kon ik aan het graf enkele woorden recht uit het hart kwijt. Gerrit was een man van weinig woorden. Eenvoudig, behulpzaam en geboren met een fondduif in zijn hart. Een vriend voor het leven!

Gerrit werd 75 jaar.

Naschrift: “Voorster Duivenvrienden” is een informele club mensen. Springlevend is de club zeker niet. Een dun lijntje (duiven en respect) verbindt ons. Soms zijn de duivenhouders overleden en houdt de weduwe de band in stand. Dit geldt voor wijlen Arend Schoonheden en bakker Gerard Wissink. Soms betreft het een duivenhouder in ruste, zoals Cees Hensbergen. Albert Hendriksen is een oud Voorstenaar, net als Adriaan Aalpoel en moeder Toos. Johan Gijsberts is dat binnenkort ook. Toon Waanders is met mij nog actief in de weer met duiven in Voorst.


Zieleroerselen, zotteklap & zever (2)

2017: Zieleroerselen, zotteklap & zever (2)
Zieleroerselen, zotteklap & zever (2) 
Kweken een tombola?


We kunnen onze kweekkoppels beredeneerd samenzetten, we kunnen ze op het oog en op bouw en afstamming koppelen, of we laten het de duiven zelf uitzoeken. Welke methode je ook kiest, het blijft een tombola. Toch zijn de kansen ongelijk. De ene keer koop je voor 10 euro veertig lootjes en is het veertig keer noppes. De andere keer koop je voor 1 euro vier lootjes en win je drie keer prijs. Heeft dat met gesternte te maken of met dom toeval? Ieder mens kent het verschijnsel. Bij het kweken van duiven heb je een dosis geluk nodig. Albert leverde zo’n veertig stuks in 2016, waaronder één goed duifje. Bram leverde ongeveer hetzelfde aantal en ook hier zat één goeie bij. In de loop der jaren ben ik ervaringsdeskundige geworden. Een superduif heb je slechts eens in de zoveel jaren. Een goeie duif niet eens elk jaar. Gelukkig zijn er meerdere tinten grijs. Een duif met diverse prijzen, waaronder een teletekstnotering, daar ben je natuurlijk blij mee. Mag je wat mij betreft een leuke duif noemen. Daarnaast heb je de bruikbare duiven en de categorie “net niet en echt niet”, waarmee je geen volle zalen trekt. Wat voor de één een leuke of bruikbare duif is, kan voor de ander een goeie duif of superduif zijn. Het ligt er aan wat je gewend bent en hoe hoog je de lat legt. Vooraf kan niemand met zekerheid zeggen uit welk koppel de beste jonge duif zal komen! Het ene koppel is het andere echter niet. Sommige koppels geven meer kans, andere koppels beduidend minder kans. Eén ding staat als een paal boven water: om goeie nafok te geven dient een koppel gezond en in kweekvorm te zijn. In 2014 sluimerde er paratyphus onder de kweekduiven. Ook de jonge duiven waren er niet vrij van. De kweek in 2014 was ronduit teleurstellend en de jonge duiven in Appen presteerden wisselvallig. In 2015 sluimerde het adenovirus. Nanne Wolff adviseerde me vlak voor de vluchten om niet mee te doen. “De komende acht weken mag je er geen wonderen van verwachten en de verliezen zullen groot zijn”, voorspelde hij. Wolff kreeg gelijk. De vorm bleef uit en elke week bleven er duiven weg. Het kweken van duiven is dus geen gewone tombola. Samenvattend: kweekduiven moeten in perfecte conditie aan hun kweekklus beginnen. Zijn de ouderdieren niet 100% tiptop, dan zal de nafok geen meevaller zijn! Zijn de jonge duiven optimaal opgefokt uit gezonde ouderdieren en lopen ze tegen een vervelende besmetting aan in de aanloop naar de vluchten, dan kan het alsnog een teleurstelling worden. Met paratyphus en adeno heb ik dienaangaande slechte ervaring. Een niet al te heftige colibesmetting kunnen de duiven ook zonder antibiotica overwinnen. Licht voeren, vertroetelen en uitzieken. Vrolijk wordt een mens er niet van, zeker niet van de vieze mest en het braaksel, maar het seizoen hoeft niet verloren te zijn. Ik kon er in 2016 over mee praten!

Stamvorming

Wie onze kweekkoppels bekijkt, ziet dat er van stamvorming nauwelijks sprake is. Dat kan ook nog niet. We begonnen in 2009 met wat krijgertjes en hadden voor de kweek in 2010 alleen “Jurriaan” tot onze beschikking. In 2012 diende “Texas Homer” zich aan en in 2014 “Kampioensduif 366”. Drie kampioensduiven en beoogde stamdoffers. Daarnaast schaften we talentvolle duiven aan met een mooie stamboom. Veel aangeschafte duiven brachten niet wat we verwachtten. Andere aangeschafte duiven gingen in 2014 ten onder aan de rondsluimerende paratyphusbesmetting, zonder een eerlijke kans te hebben gehad om zich als kweekduif te manifesteren. In 2015 probeerden we twee vliegen in één klap te slaan: bij Hans Hak haalden we zes zomerjongen uit zijn beste kwekers. Allroundduiven die de dagfond goed verteren en bovendien van het vrouwelijk geslacht. Dat laatste was onze zwakke plek! Er dienden zich op eigen hok geen goede duivinnen aan. Gelukkig was in 2016 alles anders. De vliegploeg marcheerde lekker en de blikvangers waren allemaal duivinnen. Op het kweekhok bij Albert hebben we voor 2017 voor het eerst mogelijkheden om in lichte bloedverwantschap verder te borduren. “Texas Homer” heeft een duivin die net als hij afstamt van onze “Oude Knoedel”. Ook “Jurriaan” hebben we gezet tegen een duivin die aan hem verwant is. De eerste stappen op weg naar stamvorming zijn gezet! De komende jaren hopen we te ontdekken welke duiven het meeste rendement geven en welke de echte toppers voortbrengen. Als je het kweekbestand niet uitbreidt, ben je verplicht om streng te selecteren. Indien alles volgens plan verloopt, dienen zich elk jaar via het vlieghok nieuwe kweekduiven aan. Alleen met asduiven in groter verband, eersteprijswinnaars en teletekstduiven willen we verder. Zonder ambitie haal je de echte top nooit. Kijkend naar Bas & Gerard Verkerk, zie ik dat er nog vele stappen gemaakt moeten worden om bij hen in de buurt te komen. In de praktijk betekent dat alleen kweken uit de allerbesten, zeer streng selecteren en de toppers nooit verkopen. Verder moeten we steeds uitkijken naar echte versterking en werken aan stamvorming. Kweekkoppels samenstellen in de wintermaanden wordt nog leuker!

Africhten en lappen

Jonge duiven laat ik in hun eerste maanden graag vaak en langdurig los. Ze leren de omgeving kennen, pikken van alles en nog wat in de groentetuin, leren de gevaren in de boze buitenwereld kennen en worden zo “streetwise”. Zelfs het verschil tussen een havik en een sperwer hebben ze in de gaten. Voor de laatste zijn ze veel minder bang, omdat ze in de lucht niets van de sperwer te duchten hebben. In 2016 liet ik ze de eerste maanden relatief vaak los. Helaas had dat ook tot gevolg dat de duiven de bakkerij in het hartje van Voorst ontdekten als veilig honk. Voor 2017 wil ik de jonge duiven toch weer zo veel mogelijk de vrijheid geven. Natuurlijk zullen de haviken mijn hok weer als snackbar bezoeken, maar de duiven worden daar ook alerter en sneller van. Alleen als het de spuigaten uitloopt en er dagelijks slachtoffers vallen, zal ik de strategie moeten wijzigen. Duiven die veel buiten komen zijn slimmer en verspeel je minder gemakkelijk. Tegen de tijd, dat ze het nodige meegemaakt hebben, laat ik ze ook op zaterdag en zondag los. Soms trekken ze met vluchtduiven het noorden in en dat is een prima leerschool. Dat er zo wel eens eentje wegblijft, zie ik als een winstpunt. Let op: alleen kerngezonde duiven en duiven die al de nodige ervaring hebben, mag je aan Spartaanse praktijken bloot stellen! Johan van Dijk uit Lieren sprak ik enige weken geleden op een maandagavond bij Joke Geven in Cortenoever. Johan vertelde, dat hij zijn jonge duiven in de zomermaanden van 2016 vrijwel dagelijks meenam naar zijn “hondenbaan” als instructeur bij de politie. Zijn werkplek is ideaal gesitueerd op de vlieglijn en hij had de nodige verwachtingen van zijn super getrainde junioren. Toch werden de prijsvluchten voor de jonge duiven geen meevaller voor hem. Vertwijfeld vroeg hij zich af, waarom zijn junioren niet konden domineren bij “Ons Vermaak” in Eerbeek. Hij speelde met een relatief klein aantal jongen en ik denk dat daar de kneep zit. Als je vijf of tien junioren intensief traint door ze vrijwel dagelijks mee te nemen naar je werk, ben je van twee dingen afhankelijk: gezondheid en kwaliteit. Duiven die in matige conditie verkeren zullen hoe dan ook teleurstellen. Als je met een handvol duiven speelt, zoals Johan deed, moet je bovendien het geluk hebben dat er een echt goede duif tussen zit. Zoals ik eerder aangaf kweekten Albert en Bram op veertig junioren ook ieder maar één echte. Met vijf duiven spelen en intensief rijden geeft geen enkele garantie op succes. Zijn het vijf “gewone” duifjes, dan zullen de uitslagen ook heel gewoontjes zijn! Een tombola heeft een beperkt aantal prijzen en heel veel nieten. Johan op zijn beurt is een aparte. Druk met aangespannen paarden, politiehonden en postduiven. Een zeldzame en onmogelijke combinatie. Geografisch op een beroerde plek gesitueerd en gezegend met talloze roofvogels om de deur. Dat zal nooit wat worden, denk je als buitenstaander. Vechten tegen de bierkaai. Toch pleit één ding in zijn voordeel. Johan was niet alleen jarenlang collega en vriend van Martin Geven, hij kan ook iets met dieren. We gaan het meemaken bij leven en welzijn ….. (wordt vervolgd)


Zieleroerselen, zotteklap & zever (1)

2017: Zieleroerselen, zotteklap & zever (1)
Zieleroerselen, zotteklap & zever (1)


Om te voorkomen, dat ik mezelf en mijn schrijfsels te serieus ga nemen, heb ik gekozen voor een luchtige naam met enige zelfspot. Vlaams sluit naadloos aan bij duivensport en de alliteratie bij H,G & L van 2016. Veel van wat we lezen in de duivensport is onwetenschappelijke prietpraat. Zouden duivinnen met “baardjes” echte kweekmoedertjes zijn? Zijn witte teennagels bij een blauwe doffer een teken van kweekwaarde? Is de volledige cirkel om de pupil een aanbeveling voor een stamduif? Is een donkere en brede streep over de staart een teken van vitaliteit? “Zeker weten” roept de één en “grote zever” de ander. We praten en schrijven elkaar na met onze “zotteklap”. Feit is, dat de mens op zoek is naar houvast. Iemand had een hardvliegende blauwe doffer met witte teennagels. ’t Was in de hand een doodgewone duif, maar die witte teennagels waren bijzonder. Zou dat zijn geheim zijn? De meeste matige blauwe duiven hebben donkere teennagels, dus dan lijkt de aanname al gauw een feit. Zelf bezondig ik me ook aan niet wetenschappelijk bewezen aannames. Ik ben maar een simpele jongen. We weten zo weinig over duiven, dat we het graag zoeken in schijnzekerheden en bakerpraatjes. Wie zich daar goed bij voelt en graag gelooft, die gun ik zijn goesting, maar …. blijf wel nuchter en draaf niet door!

Attractievlucht GOU Noord

Op de feestavond kwamen er enkele enthousiastelingen langs de tafels om mensen te enthousiasmeren voor een attractievlucht voor de junioren. Er worden speciale ringen verstrekt die een tientje per stuk kosten. Ik heb veel sympathie voor mensen die iets op poten zetten en bestelde er 15. John Romein, die weinig gelukkig was met zijn junioren, bestelde er desondanks toch 10. Het lijkt veel geld, maar het is ook een prachtige kans om mensen in je omgeving bij de duivensport te betrekken. Bram was meteen enthousiast toen ik hem mailde. Zelf wil ik mijn teamleden de kans bieden om mee te doen. Een verdeelsleutel voor kweker, speler en sponsor ligt het meest voor de hand. Zal Albert ook vragen mee te denken, hij is meestal nogal creatief op dat vlak. Betrek je er een aantal mensen bij en omarmen zij het idee, dan kost het weinig en kan het behalve geld veel lol opleveren! Denk positief, betrek er vrienden en kennissen bij en laat de sponsor de duif een naam geven. Duidelijk een zieleroersel en geen zever of zotteklap! Doen dus.

Roodfactor

Het is alarmerend hoe weinig rode en vale duiven je ziet in de duivenkranten. Vroeger las je over “de Vale trein” uit Semmerzake, “het Rode Goud”, “de Rode Vossen” enz. Toen hadden burgemeester Hermans en Jantje Theelen rode duiven, net als Bertus Camphuis, Peter van Osch en Freek Romein in onze omgeving. Ik herinner me een jaar, dat vrijwel alle nationale winnaars in het NPO-krantje rood waren, hoewel in zwart wit afgedrukt. Tournier had rood, Ludo Claessens had rood en zelfs wit en de Gebrs. Janssen hadden altijd enkele roden. Tegenwoordig moet je de roodfactor met een lantaarntje zoeken. Hebben we een hekel aan de rode kleur, denken we dat ze te aantrekkelijk zijn voor roofvogels, of zijn ze kwalitatief inferieur? Feit is, dat veel hokken die ooit de roodfactor hadden, geleidelijk uit de roodfactor geraken. Bertus Camphuis had rood, maar dat werd steeds minder. Marcel Sangers was ooit zeer succesvol met rood, dus ze kunnen het wel! In 2014 haalden we zes zomerjongen bij Hans Hak in Maurik. Hans had ooit zijn “Oude Rooie”, die hij bestempelt als “beste duif ooit”. Zijn “Topfokker” is schimmelkleurig en stamt er van af. Toch zag ik op zijn kweekhok en in zijn verkopingen op Duiven.net nooit een rode of vale duif. Dat roept vragen op. Waarom zie je tegenwoordig zo weinig rode duiven? Komt het doordat je de kleur definitief kwijtraakt als je uit blauwe duiven fokt die zelf volop uit rood ontsproten zijn? Een schaliekleurige kweek je terug (recessief), maar een rode duif niet. Alleen de sierduivenrode kleur die we kennen als “chocolate” zie je opduiken bij duiven waar aan twee kanten “Meulemans” in zit. Ik heb het echter over postduivenrood. Zijn we uitgekeken op rood, is hun veerkwaliteit zon- en slijtgevoeliger, zijn ze kwetsbaarder of ziektegevoeliger? Wie het weet mag het zeggen. Feit is, dat Albert en Freek in hun kweekstrategie voor 2017 ruim baan geven aan de roodfactor. In 7 van de 12 kweekkoppels is één der partners roodfactor. We houden van de kleur. Variatie in kleur vergemakkelijkt het snel herkennen op het hok en als ze van de vlucht komen en we zijn niet overtuigd dat ze kwalitatief minder zijn. Soms denk ik, dat blauwe of geschelpte duiven uit een roodfactorkoppeling een streepje voor hebben. Onze “Toos” van 2016 is geschelpt en komt uit een rode doffer. Onze “Yvonne” van 2016 is geschelpt en komt uit een roodbonte duivin. De “Oude ’05 van Camphuis was eveneens een geschelpte uit rood gefokt. Bij Jan Suijkerbuijk zag ik vroeger van nabij hetzelfde verschijnsel. Is dat toeval of een wetmatigheid? Zever, zotteklap of een feit? Omgekeerd komt het nooit voor. Uit de “Oude ‘05” met een blauwe of geschelpte duivin kwamen nooit roden. Wel schalies! Wie het verdwijnen van de roodfactor op tophokken kan verklaren, mag het zeggen. Zelf gaan we er onbevooroordeeld mee aan de slag op zoek naar het antwoord.

Sweet seventeen

Even overwoog ik deze naam te kiezen voor mijn schrijfsels van 2017. Albert opperde “Team Spirit”. Zelf ben ik gecharmeerd van de terugkerende klank, maar “Sweet Seventeen” klonk iets te zoet en had iets “Lolita-achtigs” voor een man van mijn leeftijd, die in de oude situatie eind dit jaar “van Drees zou trekken”. Ik lees “de Duif” en ben vertrouwd met de sappige taalvondsten van de Belgen. Ik roep tegen José dat ik weinig “goesting” heb en dat ik “mijn kot ga kuisen”. Een beetje duivensjapper struikelt heus niet over zever en zotteklap. Wat ik heel belangrijk vind is gezondheid. Zelf ging ik in 2014 en 2015 vier keer onder het mes en in mijn vriendenkring gingen dierbare vrienden onder een zwart i.p.v. een wit of groen laken. Gewoon in grote lijnen gezond met hier en daar wat leeftijdgebonden kwaaltjes, dan teken ik voor 2017. Een hecht teamgevoel en onderling plezier, dat is ook wenselijk. Over successen praat ik niet. Daar droomt iedereen van en successen mag je niet voor jezelf claimen. Als de randvoorwaarden goed zijn, José me trouw blijft, Bram en Albert hun best doen met de kweek, Rinie de duiven uit de lucht blijft kijken, de haviken niet te veel honger hebben en moeder Toos, Trijntje en Jaap geen gekke dingen doen, dan zal ik ook mijn uiterste best doen om van 2017 weer een mooi jaar te maken. Ik wil met mijn zieleroerselen mezelf oppeppen en in het spoor houden en hoop, dat U zin, zever en zotteklap kunt onderscheiden. Open en eerlijk zijn naar de lezer en naar mezelf, dat is mijn streven. Een tip of een geheugensteun geven, een anekdote delen en een glimlach ontlokken. Fondman Dirk van Hofwegen, met wie ik in Vriezenveen in een forum zat, benadrukte, dat je moet geloven in je eigen duiven. “Jij hebt de allerbeste duiven en als je ze heel goed verzorgt, dan zullen ze dat bewijzen”. Geloven in je duiven en in jezelf, meer hoeft dat niet te zijn, zeggen de Vlamingen.     (wordt vervolgd)