Op hoop van zegen (6)

Klusdag

Gisteren hadden we bij Steeds Verder onze traditionele “klusdag”. Deze keer geen subsidie van “Heel Holland doet”, omdat er geen speciaal project viel aan te wijzen. Wel poetsen, papier voor in de manden snijden, dweilen, goten reinigen, schoffelen en snoeien. Bestuurslid Stefan Jansen is jaarlijks de onmisbare spil en werkverdeler. Hij heeft de materialen en het gereedschap en zorgt voor de afvoer van blad. Voor de technische klussen op bouwgebied hebben we ook de know how en uitvoering in huis, maar deze keer waren Frits en Sven daarvoor niet nodig. Je merkt, dat de club kleiner en minder vitaal wordt, maar we proberen stand te houden richting het honderdjarig bestaan.

Duivensportcentrum

Afgelopen week trof ik Ap van Cittert en echtgenote bij van der Bijl. Ze haalden er duivenvoer en aanverwante zaken. Zelf ben ik er trouwe klant. Duivenvoer, kippenvoer, kattenbrokjes, groenteplantjes, bollen, bloemzaden, meststoffen en tuingereedschap, sleep ik er vandaan. In het seizoen kom ik er wekelijks en tref dan soms bekenden. Gezellig even bijkletsen en een beetje roddelen. Ap was lichtelijk ontdaan en moest zijn hart luchten. “Er zijn de laatste tijd weer veel bekenden uit het duivenwereldje in  mijn omgeving overleden. Fondman Ben Hendriks is overleden, Mike Wensveen (84) leeft niet meer, Gerrit Veldhuis (89) is in februari vlak voor zijn negentigste verjaardag overleden en onverwacht is sportvriend Cramer (70) dood gevonden in zijn huis. Een dag ervoor was hij nog op mijn 75e verjaardag”.  Het is de teloorgang van de duivensport. Liefhebbers vallen weg en er is geen enkele aanwas. Het trotse Apeldoornse Duivensportcentrum, ooit het voorbeeld van onderlinge samenwerking en solidariteit, is onlangs ook verkocht. Ik herinner me verenigingen als Union, Juliana, Wilhelmina, Apeldoorn  en de destijds superieure Vale Ouwe, die er gehuisvest waren. Ook p.v. Beatrix, maar of die club er ook gevestigd was weet ik niet zeker.Twee verenigingen elders in Apeldoorn houden met enige moeite nog dapper stand.  Van duivensport in het Duivensportcentrum is vrijwel niets over.  De laatste dapperen hebben zich onder de paraplu van “Vale Ouwe” verenigd, maar het is vechten tegen de bierkaai! Onderweg naar huis word ik overvallen door nostalgische gevoelens. Ik denk terug aan enkele jaren geleden, toen José en ik Ben en Annie toevallig troffen op station Assel. Er zaten tientallen mensen op het terras in het zonnetje en ineens hoorde ik het woord “Barcelona”. Ik keek om me heen en zag Ben zitten, die toen al geen schim meer was van de gymnastiekleraar van weleer. In 1997 stonden we samen als standhouders op de allereerste grote postduivenbeurs in China en we haalden samen mooie herinneringen op. Mike Wensveen was ook een bijzondere liefhebber. Hagenees van oorsprong en met een hoge rang in het leger. Mike zat destijds in een relatie met vriendin  Anneke en schreef stukjes over de duivensport. Zo leerde ik hem kennen. Aardige vent, maar we verloren elkaar uit het oog. De kleine Gerrit Veldhuis was een bijzonder goeie en serieuze liefhebber. Met zijn “broer” Fokko Schouwstra dwong hij respect af  “met de kleine korf”. Ik herinner me Gerrit als een echte liefhebber en bijzonder aimabele man.  Liefhebber Cramer was ooit lid in Eerbeek. Sander leerde hem daar destijds kennen. Ten gevolge van keelkanker had hij het bekende gaatje onder zijn hals. “Hij sprak zonder luidspreker met zijn eigen techniek goed verstaanbaar en nam voor ons het voer mee. Ik kan het nog nauwelijks bevatten. Hij korfde altijd in, dus we gaan hem op alle fronten missen”, aldus de voormalige huisschilder van Cittert.

Raymond

Voordat deze versie een verkapte grafrede wordt, schakel ik over op een leuker onderwerp. Toen ik afgelopen winter in onze eigen club een bonnetje van Raymond Ramaker aan de man moest brengen tijdens de clubveiling, was de animo voor deze bon gering. Ten onrechte! Raymond is een herstarter met een verleden als jeugdlid in afd. Salland. Door omstandigheden moest hij de duivensport destijds opgeven. Ik herinner me de jeugdige Raymond, met zijn lange golvende lokken, nog als de dag van gisteren. Enthousiaste jongen en gepassioneerd duivenliefhebber. Hij ging de bouw in, vestigde zich in Den Ham, startte een eigen bedrijf, met inmiddels 14 mensen in dienst en verloor enige jaren geleden zijn moeder op  tragische wijze op 62-jarige leeftijd. Gelukkig getrouwd, drie gezonde kinderen, een goedlopend bedrijf. Wat kan een mens zich nog meer wensen?  De één denkt aan een boot, de ander aan een Ferrari en Raymond dacht aan postduiven. Oude liefde roest niet. Toen in Twello iedereen zat te slapen en ik de bon voor een habbekrats kon kopen, bedacht ik me geen moment.  Gisteren gingen Sander en ik naar Den Ham. Mooie omgeving en prettige ontvangst. We waren op zijn goed doordachte en verluchte hokken en kregen twee prachtige jongen mee uit zijn kweekboxen. Hoewel hij komend jaar voor het eerst gaat spelen met tweejarige duivinnen  (twee duivinnen op één doffer), weet Raymond precies wat hij wel en niet wil. Een winnaarstype met passie voor de duivensport, waar we nog van gaan horen!

Vleugelproblemen

Toen we bij de hokken van Raymond stonden, vlogen de 48 duivinnen in de blauwe lucht. Zigzaggend en met veel spirit doorkliefden ze het luchtruim. Dat zien we graag, maar het houdt ook een risico in. Terwijl 47 duivinnen zich skyhigh uitleefden, zat er ineens een blauwe duivin op de valplank van het zolderhok. Dan schrik je en weet je, dat er iets niet in orde is. Even later zat de duivin op de grond. Ze wilde opvliegen tegen het gaas van de ren van de junioren. Op zoek naar haar oude hok, denk je dan als buitenstaander. De ren bevindt zich ongeveer 80 centimeter boven het maaiveld en de duivin viel pardoes terug op de grond: vleugellam!  Raymond baalde zichtbaar. “Geen verkeerde, waar ik veel verwachting van heb, maar nu is het dubieus.”  Vleugelproblemen zijn elk voorjaar een serieus item. Duiven hebben lang opgesloten gezeten, hebben gekweekt en worden dan gescheiden. Sommigen denken, dat magnesiumtekort te maken heeft met vleugelproblemen. In de stukjes van WdB schrijft de tandarts er ook over. Hij is beducht voor harde wind in het voorjaar. Soms spelen jagende roofvogels ook een rol. Duiven trainen te onstuimig, raken elkaar met de vleugels in de lucht en dat veroorzaakt vleugelproblemen. Doordat we zelf niet met oude duiven spelen, kennen we het probleem niet persoonlijk. Wat ik hoor, is dat met rust sommige duiven herstellen en anderen definitief hun sportwaarde verliezen. Ik hoop voor Raymond, dat de kwetsuur bij zijn blauwtje meevalt.

Paramixo

Van duivendokter Robert Kasperink vernam ik, dat paramixo bijna wekelijks een item is in zijn praktijk. Een clubgenoot had “draaihalzen” in de nestschotel. Als ouderdieren lang geleden voor het laatst geënt zijn, geven ze de jongen geen weerstand in het ei mee. Ik neem geen risico en laat mijn junioren kort na het spenen enten tegen paramixo/ rota. Het betekent in de praktijk, dat ik meerdere keren naar Emst moet rijden met twintig of dertig jongen, maar dat heb ik er voor over. Enige tientallen jaren geleden, werden we geconfronteerd met junioren, die achteruit liepen, op hun staart zaten en wanhopig naast de korreltjes voer pikten. Wat een trieste bedoening. Bij ons waren het met name de late jongen die getroffen werden. Ik hoop het nooit meer mee te maken, want de beelden staan in mijn geheugen gegrift! Wie laks is, komt mogelijk op de koffie en zit met de gebakken peren. Rap enten!

Garfield

Onze in 2016 in het wild geboren rode kater, zag het leven van zijn moeder en twee zusjes niet zitten. Hij liep steeds achter me aan en probeerde vriendschapsbanden aan te knopen. Hoewel ik als postduivenhouder niet op voorhand gecharmeerd was van de jonge kater, ging ik al snel voor de bijl. Eerst was hij schuw en bang voor aanraking, maar na ongeveer een half jaar was het ijs tussen ons definitief gebroken. Ik kocht kattenbrokjes voor mijn jonge vriend en we werden beste maatjes. Hij slaapt op een deken onder het afdak, vlak bij de achterdeur en wacht me ’s ochtends mauwend op, als ik de deur open. “Garfield” is erg intelligent. Hij is een buitenkat en mag niet binnen komen. Soms staat hij voor de drempel en houdt één pootje roerloos omhoog, terwijl hij me vragend aankijkt. “Mag niet”, roep ik dan en braaf trekt hij zijn pootje dan terug. Hij weet, dat hij niet naar de duiven mag kijken en ik vertrouw hem 100%. Hij is van nature een goedzak, eigenlijk een “watje”. Totaal ongeschikt voor het leven van een verwilderde kat. We hebben veel overeenkomsten. We hebben hem nooit laten castreren. Hij “sproeide” niet en is een voorbeeldig zindelijke kat. Zijn uitwerpselen legt hij in een diepe kuil, die hij als een volleerde doodgraver met veel zorg toedekt. Een fijnere kat kun je niet wensen. Jaarlijks in voor- en najaar is hij kortstondig “van het padje”. Dan is hij op vrouwenjacht en volgt zijn instinct. Steevast is hij dan een etmaal onvindbaar en komt als een gewonde frontsoldaat verfomfaaid en gewond thuis. Wat ze uitspoken in het holst van de nacht weet ik niet, maar het gaat er heftig aan toe! Vorige week was hij na twee nachten nog niet thuis. Een goeie vriendin van hem, die hier regelmatig zijn voerbakje leeg at, werd onlangs aan de drukke rijksweg overreden. Ik maakte al rondjes door Appen, om de bermen af te speuren op zoek naar een vermeend verkeersslachtoffer. “Zul je net zien dat na het overlijden van onze dierbare moeder, ook onze rode vriend aan zijn eind komt”, zei ik tegen José. Hoewel Garfield en ik een sterke band hebben, waar José niet tussen komt, is José veel gevoeliger. “Ik kan mijn draai niet vinden en denk de hele dag aan ons katje”, zei ze meerdere keren. “Zou er een kattenmepper actief zijn in de buurt”, vroeg ik me af. Toen de nood het hoogst was en we bijna in het noodlot gingen geloven, stond meneer ineens op de stoep. Met bloed aan zijn oren en hinkepinkend op drie poten. Hij had honger. Tien minuten later lag hij vermoeid op mijn schoot. De hele dag waren we dankbaar en blij.  De verloren zoon was terug!

Scherp

“De liefhebber met het scherpste mes, komt het verst”. Wie mijn stukjes leest, weet dat het geen uitspraak van mezelf is. De Suijkerbuijken geloofden er heilig in. Vanochtend ruimde ik de ’03. Zat al een week pips te kijken, vloog met tegenzin en at slecht. Ik zie het altijd even aan. Een jonge duif mag kortstondig “ongesteld” zijn en krijgt de kans zich te herpakken. Een weekje geduld heb ik, maar dan is het op en wegwezen. Het is al moeilijk genoeg om tussen kerngezonde junioren een topper te ontdekken!  Duivensport is een afvalrace en “survival of the fittest”. Jan Suijkerbuijk was mijn leermeester. Een liefhebber van de oude stempel. Denk nog vaak aan Jan terug. Zijn duiven waren heilig voor hem. Hij stond ermee op en ging ermee naar bed. Jan was zuinig, eenvoudig en hard. Van medicijnen had hij geen verstand en die waren veel te duur. Altijd een goedkope zak voer en een overtuigd liefhebber van gerst. Zijn “Ouwe Rooien” en “Goeie Valen” heb ik vaak in handen gehad. Zijn “Blauwe ‘82” was een fenomeen. Zoon uit eerstgenoemde. Alle liefhebbers in de Hoven kenden die doffer. Als “de ‘82”  aan de Vliegendijk naar beneden dook, wisten ze dat de duiven aanstonds konden arriveren. De beste duif, die Jan ooit had, was in zijn ogen de ‘89”.  Met elf zuivere eerste prijzen en 50 keer in de top 10, was het een zeldzame klasbak. Jan zelf, hield geen statistieken bij. De vlucht van de komende week telde alleen. De prestaties van “de ‘89” zocht ik zelf op in de oude uitslagen. Gekweekt op het hok van broer Gerard, zonder stamkaart of afstamming. Vorige keer schreef ik, dat goeie duiven meestal mooie duiven zijn. Duiven met een atletisch lichaam, goed gespierd en zacht van pluim, met uitstraling in hun blik. De ’89 nam ik aan het eind van zijn loopbaan mee naar China. Ik kon Jan bij thuiskomst 1000 gulden overhandigen. De hoogste prijs, die Jan ooit beurde voor een duif. De ’89 kreeg in China de naam “Sugar Spider”. In de hand was het een gewone duif en als kweker had hij weinig talent. Hij werd geveild en de koper heb ik nooit ontmoet. Met de prestaties van de duif was niks mis, maar echt goeie nazaten had ie nooit gegeven. Ook daar had ik het eerder over. Veel goede vliegers en asduiven, hebben geen kweekwaarde. Door empirisch onderzoek (lees:  door schade en schande) heb ik deze kennis opgedaan.   (wordt vervolgd)