2023 (slot)

Willem

Vandaag is de zaalverkoop van plm. 75 zomerjongen van Willem de Bruin via “de Duif”. Traditioneel is deze “kerstverkoop” op of rond 2e kerstdag. Er is veel belangstelling voor en de duiven brengen astronomische bedragen op de laatste jaren. Een leuke “dertiende maand” voor de goedlachse tandarts in ruste. Een geweldige bekroning voor tientallen jaren duivensport op zeer hoog (inter)nationaal niveau. In de winter van 1997/1998 ontmoette ik Willem voor het eerst. Het was ten tijde van het wereldkampioenschap van onze “Garfield”. Versele Laga was de grote animator van dit bijzondere kampioenschap. Op de zakken voer van dit merk zaten bonnen en voor een x-aantal bonnen verwierf je het recht om mee te doen met één duif. In 1996 werden we dankzij een bonduif van Jan de Visser uit Axel onaangewezen en aangewezen kampioen jonge duiven van de fondclub NCC Oost Nederland. Een club met vooral leden in de Betuwe, maar ook met leden in de Achterhoek en van de Veluwe. Onder ons gesproken overwegend de “bovenlaag”, waar ik me brutaal bij aansloot. De “Axel”, zoon van de 2e prov. Asduif dagfond van Jan de Visser, werd 1e asduif. Ik was dus “in the mood” en vol optimisme spaarde ik in 1997 de punten van Versele Laga.  José vond, dat ik overmoedig werd, toen ik vol bravoure de punten verzamelde om mee te doen aan het “wereldkampioenschap”. In dat jaar zat alles mee. Een wonderduif kweek je hooguit één keer in je leven en in dat bewuste jaar leek alles voorbestemd. Ik heb er eerder over geschreven. Onze enige duif met een door een leerling van het Isendoorn College gekozen naam, won meteen op de allereerste vlucht met voorsprong de eerste tegen 4.964 duiven. Dan denk je nog aan toeval. De jonge doffer vloog echter vier eerste prijzen, waaronder de 1e van Etampes in genoemde NCC Oost Nederland. We hadden op de dertiende plek met tien duiven mee de helft thuis, waaronder de nestzus. Zoiets vergeet je nooit. Daarvoor  een 1e tegen 3.784 vanaf Chimay en zijn minste overwinning in kleiner verband was een 3e tegen duizenden duiven. Samen met zijn nestzus en evenbeeld betekende dat twintig prijzen op twintig inkorvingen, zonder te missen!  Het leverde “Garfield” de wereldtitel op, met Willem de Bruin aan het zilver en  voor Adrie v.d. Rhee en partner was er het brons. Zoiets vergeet je nooit en de huldiging in België en vervolgens in Kassel was fantastisch. Dicht bij huis in Drempt won “Garfield” aansluitend  de Ponderosa Vrienden Club-competitie met een heuse auto als hoofdprijs. Een magisch sprookje! Op weg naar Kassel zaten Willem en Ad als dikke vrienden naast elkaar in de bus. We kregen een sponsorpakket plus gezamenlijke busreis van alle kampioenen en luxe hotelovernachting in Kassel aangeboden door de hoofdsponsor van het evenement in Duitsland. Met de lauwerkrans om de nek voelde ik me Niki Lauda, want Max Verstappen lag toen net in de wieg. Willem en Ad informeerden nog wel naar de prestaties van “Garfield”, maar zagen me waarschijnlijk als een “ééndagsvlieg”.

Willem (2)

Destijds zat ik in een “flow”. Op weg naar België met de touringcar, na een huldiging door de burgemeester van onze gemeente, zat Marcel Sangers als conferencier voor in de bus met de microfoon aan de lippen. Marcel had destijds een prima imitatie van Paul de Leeuw (“Annie de Rooy”) in huis en fungeerde als gangmaker. Vader Ernst speelde naar hartenlust op zijn accordeon en Hillie Romein genoot zo van de ambiance, dat ze enkele jaren later een bus charterde op weg naar de huldiging van “de Gouden Duif”. Vader Ernst moest mee als accordeonist en wij als clubgenoten moesten zorgen voor een oorverdovend lawaai bij de opkomst van Hillie op het podium. Hillie had een grote zak vol munten en zorgde voor uitgebreid eten en vrij drinken voor iedereen. Achteraf zouden we dat verrekenen met Hillie. Het werd een geweldig feest, dat behoudens een kleine bijdrage voor de vorm, grotendeels door Hillie betaald werd. “Wat is het bier in België goedkoop”, hoorde je menigeen lachend verkondigen. Vaak wordt nog gesproken over de rol van Hillie Romein binnen onze vereniging. Hillie was concourspenningmeester en als ze met haar B.M.W. kwam aangereden, stond er altijd wel iemand klaar om het koffertje van Hillie met de handbagage te dragen. Dan verkaste mevrouw Romein-Stavast naar haar vaste stek en bouwde een bufferzone aan schaaltjes en bakjes om zich heen met worst, kaas, nootjes en andere lekkere dingetjes. Maar …. eerst afrekenen!  Hillie was met Robu-directeur Freek Romein getrouwd, maar kwam zelf ook uit het zakenleven. Haar ouders hadden een horeca-etablissement in het hart van Twello. Hillie hield van het goede leven en deelde graag. Een gulle vrouw, waaraan we met mooie herinneringen terugdenken!  We moeten het nog even over Willem hebben, anders klopt het kopje boven dit stukje tekst niet. Willem de Bruin is een fenomeen in de nationale duivensport. In “de Duif” schrijft hij zijn column “Willem’s wel en wee”. Ik ben waarschijnlijk al een halve eeuw abonnee en lees zijn wekelijkse bijdrage graag. Na de busreis naar Kassel, een kwart eeuw geleden, zag ik Willem nooit meer in levende lijve.  De afgelopen veertien maanden heb ik hem twee keer op een feestje ontmoet met zijn rechterhand Wijbren en dan blijkt het een uiterst vriendelijke kerel. “Freek, we reden de toeristische route en onderweg zag ik het bordje Voorsterweg. Ik zei nog tegen Wijbren, dan zal Freek hier wel ergens wonen”. Ik voelde me vereerd. Dat ik in zijn auto het gespreksonderwerp ben, dat gaat mijn wildste fantasie te boven. Ik denk, dat Willen en Wijbren binnendoor bij Loenen gereden hebben en misschien wel voorbij het nieuwe hok van Bob van Zeist gekomen zijn. Gietelo, Appen en Voorst kennen ze hooguit van naam.

Kees

Met Kees Niemeijer uit Hansweert kwam ik een jaar na de heldendaden van “Garfield” in contact. Ik herinner me nog goed, dat Harm Vredeveld me belde n.a.v. de prestaties van mijn favoriet. Harm had daarvoor met hetzelfde bijltje gehakt, was ook wereldkampioen en wilde me informeren over de waarde van een topduif. Hij vertelde onomwonden wat hij gebeurd had en dat was voor mij, als onervaren leek, nuttige informatie. Een sympathiek gebaar van Harm, die ik niet veel later ontmoette in het vliegtuig naar Peking. Dat was zijn luchtdoop, zittend naast André Leideman, die hem vergezelde. Toen Kees Niemeijer mijn opvolger werd als wereldkampioen, informeerde ik Kees op mijn beurt. Nadien bezocht ik Kees en Aukje samen met Albert en daar bewaren we leuke herinneringen aan. Aukje is al lang niet meer onder ons, maar haar soep was heerlijk. Incidenteel is er nog contact met Kees via de mail en er zijn rond deze tijd altijd de kerst- en nieuwjaarswensen over en weer. Hij stuurde vorige week een mailtje, zoals een man alleen zoiets met gemengde gevoelens sturen kan. Of ik José weleens een schop onder de kont gaf?  Kees raadde dat af. Dat kun je beter met de vlakke hand doen. Vinden vrouwen prettiger en is beter voor onze versleten knieën. Kees en Aukje komen uit de schipperswereld. Kees was schipper op een boot van Rijkswaterstaat en had Jacco als maatje aan boord. “Jacco lulde altijd over duiven en zo ben ik rond mijn veertigste besmet geraakt door het postduivenvirus”, aldus Kees. Het wereldkampioenschap was een bijzonder hoogtepunt in zijn duivenloopbaan. Ik noemde hem in ons mailverkeer “ouwe wereldkampioen” en dat vond hij toch wel grappig. “Wat wij meegemaakt hebben, kunnen er maar weinig uit eigen ervaring delen, Freek”.

Jan

Het flauwekulletje over de “pets tegen de kont”, brengt mij op een anekdote, die ik meemaakte met goede vriend Jan Suijkerbuijk uit Zutphen. Meer dan twee decennia geleden overleed Jenneke, de zorgzame echtgenote van Jan Suijkerbuijk. Ze was rond de tachtig. Jan kwam er alleen voor te staan, kocht zich een scooter en probeerde nog iets van het leven te maken. Achterbuurman Anton Kollen, die zijn hok op enkele meters afstand van Jan zijn duivenhok had staan, zat op een gegeven moment in hetzelfde schuitje. Beide buren konden slecht met elkaar overweg en leefden op gespannen voet, maar toen ze er alleen voor kwamen te staan, kwam hun “zachte kant” naar voren. Ze kregen begrip voor elkaar, steunden elkaar en beseften, dat de room van het leven af was.  “Als ze er niet (meer) is, beseft een man pas wat ie mist” (Huub van der Lubbe/ de Dijk). Kees Niemeijer begrijpt het en ook Johan Boersma uit Hoogeveen, die het voorbije jaar zijn zorgzame Cobi verloor, zal het beamen. Jan Suijkerbuijk kreeg na de dood van zijn Jenneke hulp van een zorgmedewerkster. Laat ik haar Ans noemen, want ik ben haar al vijftien jaar uit het oog verloren en weet niet of ze met haar echte naam genoemd wil worden. Jan was blij met Ans en omgekeerd. Ze noemde hem “opaatje”. “Ach, die deerne hef pech ehad. In heur jonge jaoren gevaren op een cruiseschip en bekaand deur een Griek, die heur hef laoten zitten met een kind”. Ik hoor het Jan nog zeggen op zijn “Heufs”. Jan bewaarde zijn duivenvoer steevast onder het bed. Veilig voor muizen en voor het hoge water, want hij woonde aan de Vliegendijk, vlak aan de IJssel. Die dag stond Ans voorovergebogen het bed van Jan te verschonen en op te maken. Jan liep de trap op om een zak voer te pakken, toen hij de impuls kreeg om Ans een plagerige pets voor de billen te geven. In gedachten hoorde hij de vermanende stem van Jenneke en hij dacht aan het contract van de zorginstelling. Hij voelde zich een vieze, ouwe man en biechtte het gebeurde aan mij op. Jan was katholiek van huis uit, als geboren Brabander. Hij had het er moeilijk mee en wilde er over praten. Als goeie vriend, zei ik hem, dat het juist een goed teken is, als je als man van midden tachtig nog zulke “ondeugende” impulsen hebt. “Je hebt het toch niet gedaan?”, vroeg ik hem ten overvloede. “Nee, Fré. Ik mag Ans met geen vinger aanraken. Daor heb ik veur getekend”. Toen hij inmiddels 87 jaar was, werd hij ’s avonds gebeld door één van zijn drie kinderen. De volgende dag zou de dochter op bezoek komen en een visje meebrengen. “Doe maor een goeie groten”, had Jan nog gezegd. Die nacht kreeg Jan een hersenbloeding. Ans vond hem ’s ochtends bij haar routinebezoekje, want ze woonde vlakbij. Jan leefde nog en was onrustig. “De ambulance is gebeld, Jan en de kinderen zijn geïnformeerd. Freek zorgt voor de duiven. Kump goed”. Nog één keer sloeg hij de ogen op en vertrok toen rustig en vredig naar de duivenhemel. Een kleine week later was de uitvaart en ik mocht op verzoek van  de familie het woord voeren. Jan had een goed leven gehad, een respectabele leeftijd bereikt en een mooie dood. Ik vertelde voor de vuist weg wat anekdotes, die recht uit mijn hart kwamen. Ook het moment met Ans, toen ze voorovergebogen stond, kwam ter sprake. Ik vertrouwde Jan op zijn woord, keek Ans aan en realiseerde me, dat ik het verhaal niet geverifieerd had bij haar. Aan haar blik en lichaamstaal zag ik, dat het precies gegaan was zoals Jan vertelde. Pfff …..  Jan Suijkerbuijk had weinig vrienden. Hij was direct, nam geen blad voor de mond, was zuinig, gaf nooit een rondje en was er meestal met al het poulegeld vandoor. Daar kweek je geen vriendschapsbanden mee. Bij inkorving en na het afslaan was Jan na één colaatje vertrokken. Snel naar zijn duiven, want daar leefde hij voor. Zelf heb ik ook geen grote schare vrienden, maar Jan was een echte en dat was wederzijds!

Allerlei

Aan het eind van het jaar kijkt een mens terug en zelf word ik dan bij vlagen nostalgisch en sentimenteel. Zo ook in deze blog. Ik hoop, dat U mij vergeeft, ook als ik soms in herhaling verval. Die mijmeringen heb ik nodig. Misschien  wordt het versterkt door de gezondheidstoestand van moeder Toos. Door Alzheimer is ze de weg helemaal kwijt. “Is er zondag weer een vlucht?” vraagt ze dikwijls. Vluchtdagen zijn voor haar zondagen. Ze is overwegend blijmoedig, maar ze is de laatste tijd hard achteruit gegaan. Ik hoop, dat ze vliegseizoen 2024 nog mag beleven, maar vrees dat het tegen beter weten in is. Kater “Garfield” heeft zijn rechtervoorpoot gekneusd. Met bebloede oren kwam hij gisterenmorgen thuis. Hij is dag en nacht buiten en leeft dicht bij de natuur als het om de vrouwtjes gaat. Een jager is het niet. Daarvoor heeft hij het te goed bij ons. Het is een echte goedzak, waar geen enkel kwaad in zit. Als vechtersbaas met andere katten is hij waarschijnlijk te lief en te soft. Hij delft steevast het onderspit en komt regelmatig met kneuzingen, uitgescheurde oren en bijtwonden in de hals thuis. Inmiddels gaat hij zijn achtste levensjaar in. Hoop, dat mijn rode vriend snel opknapt! Gaat U ook naar de Olympiade eind januari?  Zwager René logeerde met kerst bij ons en als tegenprestatie mogen we in januari bij hem in Maastricht overnachten. Helaas slaagden we er niet in om ons te kwalificeren, maar het is ook leuk om als niet belanghebbend toeschouwer te gaan. Eijerkamp staat er met een stand. Waarschijnlijk de laatste kans om ooit nog een Olympiade in eigen land te bezoeken!  De kweekduiven zijn op  27 december gekoppeld. Het bijlichten wakkerde het liefdesvuur aan en de meeste koppels zijn weer gevormd. Nu maar hopen, dat er een echte topper geboren wordt. Dat gaat echter niet op bestelling!  Ik wens U allen een fijne jaarwisseling, een goed kweek- en vliegseizoen, maar bovenal een goede gezondheid!

In 2024 hoop ik weer de inspiratie te hebben om mijn zielenroerselen met U te delen. Tot dan!

p.s.: Verkoop

Op dit moment “loopt” de verkoop van onze vereniging op duiven.net. Tot en met 5 januari kan er online geboden worden waarna er op zaterdag 6 januari een eindverkoop in ons clublokaal zal plaatsvinden. Zoals gebruikelijk organiseren we een kleine verkoop om als vereniging weer wat financiële armslag te hebben.
De verkoop in de club staat dus gepland voor zaterdag 6 januari 2024. De zaal is open vanaf 14.00 uur en de verkoop begint om 14.30 uur. Adres: Stinzenlaan 85, 7392 AD, Twello.

Naschrift Albert: een mooi moment om even een babbeltje met Freek te maken want ik “vrees” dat hij weer gestrikt is om de bonnen aan te prijzen en te verkopen.

U bent uiteraard van harte welkom.